Hallo Austin, dag Austin…

Het was negen jaar geleden dat we in Austin waren. Toen viel het ons op dat er zoveel bedelaars waren, die je constant aanhielden voor geld, sigaretten, drank, van alles, maar die toestand is nog veel erger geworden, helaas.

We hadden een camping gezocht, dezelfde als negen jaar geleden. Die was gewoon goed en met de taxi een mijl of vijf van het centrum vandaan, met name 6th Street, waar het uitgaansleven zich voornamelijk afspeelt. Bars met vrijwel allemaal live muziek, muziek op straat en zes blokken er vandaan Congress Avenue Bridge. Onder deze brug over de Colorado wonen duizenden vleermuizen, die met de schemering uitvliegen. De taxi bestellen ging niet zo makkelijk. Je moet dan de app van Uber installeren, met credit card betalen en dan word je gehaald. Maar zo makkelijk als het klinkt ging het niet. Laten we zeggen dat ik Henrie heel wat lelijke woorden heb horen zeggen. De taxi kwam en we vertrokken. Onderweg naar Austin had ik aan de palen onder een snelweg al een plakkaat zien hangen dat kamperen, spullen verkopen, rondhangen, …. daar verboden was. Ongetwijfeld om daklozen te weren die daar een beetje bescherming zochten.

De taxi reed onder de snelweg door en daar zagen we tentjes staan, slaapzakken liggen, duidelijk verbleven daar mensen. Pal langs een keidrukke weg met als enige dak boven hun hoofd de snelweg boven hen. Ik vroeg nog verbijsterd aan de mevrouw achter het stuur: “Wonen die daar?” Ze knikte bevestigend. Ik zei: “Dat is vreselijk!” Ze begreep me verkeerd en zei: “Er is een wet die zegt dat die mensen op een bepaalde afstand van het centrum moeten gaan ‘wonen’, dat is dit niet. Maar ze zitten er toch.” Maar met vreselijk bedoelde ik natuurlijk niet dat. Stel je even voor, leun naar achteren en denk even na. Je zit terwijl je dit leest achter je bureau, op de bank, in de tuin, weet ik veel waar. Eventueel een beker thee of koffie bij de hand, biertje of wijn misschien en daarna ga je tv kijken, je stapt misschien in bed of gaat nog even naar het café. Dan deze mensen, die hebben een gore slaapzak en als ze geluk hebben een tentje. Hun dak is de onderkant van een snelweg, zeker twintig meter hoger. Waar wij de koelkast openen en verzinnen wat we gaan eten, moeten zij zich afvragen waar hun eten of volgende shot vandaan komt en hoe ze sowieso de dag kunnen overleven.

Ze zette ons af op een hoek van 6th Street en we hadden nog geen tien meter gelopen, toen een man ons aanklampte. Een enorme ring door zijn neus, zoals bij stieren, helemaal vol tatoeages en de wanhoop spoot uit zijn ogen toen hij om geld vroeg. Ik deed of ik geen Engels sprak, hij begon te gebaren, zocht zijn zakken na en haalde een dollarcent boven. Dat bedoelde hij. Ik haalde onbegrijpend mijn schouders op en liep verder. Wat kun je anders doen? Je helpt hem niet en als je hem geld geeft waar hij nog meer drugs van zou kopen, werk je mee aan zijn verdere ondergang. Er lagen mensen te slapen op straat met een beker voor zich waar je geld in kon doen. Een enkeling had een winkelwagentje met rommel bij zich.

Overal zaten en hingen ze rond, verslaafden, vervuild, stinkend, wezenloos. Voor zich uit starend, in zichzelf pratend, deinend op een plek staand, helemaal van de wereld. Een man met een plastic tas voor zich, die constant naar die tas keek, daarna met een lege blik om zich heen kijkend. Het was nog licht, maar je zag ze in portieken op de grond liggen, met nog geen krant onder zich. Je rook ze voor je ze zag, de penetrante urine- en verse ontlasting lucht hing doordringend in wolken om ze heen. We liepen naar de brug en het contrast tussen de mensen, die duidelijk in hun goede doen waren en lekker hadden lopen shoppen, en de daklozen, was ongelooflijk. Ook het schrille contrast met de werkelijk prachtige gebouwen die er staan en die allemaal rijkdom vertegenwoordigden.

Op de brug hebben we, samen met nog tientallen mensen, een poos gewacht. Net als de mensen in allerlei bootjes op het water. Maar de vleermuizen dachten kennelijk: ‘Barst, we hebben geen zin’. Nu moet ik zeggen dat het behoorlijk waaide, wat voor ons heerlijk was, want ’s avonds was het nog ruim dertig graden, maar de vleermuizen kennelijk tegenhield. We vonden het op een gegeven moment wel best en liepen terug, samen met nog heel wat andere mensen. Het was ondertussen donker en 6th Street bruiste van het leven, voor zover je van bruisen kunt spreken. Het nachtleven begint pas heel laat en er was nog niet heel veel volk op de been.

Sommige bars puilden uit, anderen waren leeg. We stapten een café binnen, vol met game automaten, een basketbalspel, boksbal, allemaal dingen waar je niet voor naar het café gaat lijkt me. Je zag jonge mensen op straat wandelen, lachend en lurkend aan een joint. En ik dacht: stel dat we hier over een paar jaar terug zouden komen, liggen jullie dan ook in een portiek? Want het begint altijd met iets, iets dat natuurlijk altijd onschuldig is vinden ze, zoals die joint. Ergens wordt het begin gemaakt en al gauw kan er gezegd worden: “Joh, da’s kinderspel, dit moet je eens nemen, kicken man!” En het begin van het eind kan zomaar ingezet zijn, ongetwijfeld ook ingezet door mensen die dan later goed geld kunnen verdienen aan het gebruik van de verslaafden.

We gingen verder. Net als de vorige keer speelden er overal bandjes in de bars, maar waar het toen al HARD was, was het nu nog harder. Ze speelden allemaal bij het open raam, zodat er geen muziek was op straat, maar herrie. Een kroeg, Library genoemd, had toen vanwege zijn naam een wand met allemaal rugbanden van boeken, die er nu niet meer waren, wel flessen. Je zag dat de mensen geen normaal gesprek konden voeren vanwege het lawaai, want meer was het niet. Tv kijken kon natuurlijk wel en overal hingen de onvermijdelijke schermen. Hoe groter de kroeg, hoe meer schermen er hangen.

Het was avond en op niet goed verlichte plekken rook je de zwervers die er lagen, voordat je ze zag. Een groepje mannen dat al eerder op een straathoek rondhing, was er nu nog. Eentje op een gruwelijke manier getatoeëerd, tot en met zijn hele gezicht toe. Het waren voornamelijk mannen die op straat lagen en rondhingen, maar je zag ook een enkele vrouw. Graatmager, smerig, stinkend, uitgeblust op de grond tegen een pui leunend. In de ene hand een dollar, in de andere een bekertje met wat muntjes. Kennelijk niet meer in staat tot enig menselijk contact.

We hebben een taxi besteld en zijn naar de camping teruggegaan. Vorige keer waren er ook zwervers enzo, maar dit was gewoon verbijsterend, schokkend. Ik kreeg het niet van mijn netvlies en wist: hier wil ik nooit meer naar toe. We vertrokken de volgende ochtend en reden al een heel eind van het centrum vandaan, toen we in een wijk die er best netjes uitzag, op een hoek een groep mannen zagen. Ze hadden van alles aan afgedankt en smerig meubilair verzameld en woonden kennelijk op die plek. Het was vreselijk.

We vonden de camping in Medina weer waar we al eerder waren geweest. In de middle of nowhere, dood- en doodstil, zwembad erbij en daar gingen we een vrije dag opnemen. De ruimte waar je tv kon kijken of een boek lezen, terwijl je was in de ruimte ernaast aan het draaien was, was nog net zo mooi als ik me herinnerde.

Ik sprak er een mevrouw en we hadden het over Austin. Ze zei: “Ik ga er nooit meer naar toe, het is gewoon hartverscheurend wat je daar ziet.”

Een rood katje, Max, dat op de camping woont, kwam ons bezoeken en lag tijden op mijn schoot toen we buiten zaten. Ik aaide hem en dacht aan onze harige vriendjes en vriendinnetjes thuis, die net als Max op een dag meer liefde en aandacht krijgen, dan welke persoon dan ook die in Austin op straat leeft in een maand of langer mag krijgen. En dan tel ik mijn zegeningen. Maar de aanblik van heel wat van die mensen daar zal ik niet meer vergeten. Hartverscheurend zei die mevrouw en dat is het ook en je staat machteloos. Hoeveel ik ook van Amerika houd, op dat vlak is het een vreselijk land en je ziet in de grotere steden dat het achteruit gaat. Dit is mijn 25ste bezoek aan Amerika, maar ik heb nog nooit zoveel ellende gezien als nu. Ik ben een mensenmens, een bar met prachtige verlichting waar, in mijn optiek, alleen een berg lawaai uitkomt, doet me niks. Maar een dakloze die er naast in een donkere hoek ligt te slapen wel, dat beeld vergeet ik nooit meer.

Dag Austin, het was leuk je negen jaar geleden te hebben leren kennen, maar we zullen je niet meer bezoeken.

2 gedachten over “Hallo Austin, dag Austin…”

  1. Het homeless probleem wordt nog groter. De Trump administratie nam heel wat sociale hulp weg, Covid deed daar nog een schep bovenop. En nu is er de price gauging van grote bedrijven ten koste van kleine mensen. Het is een vreselijke toestand.
    Maar je komt dichterbij. Wij zitten een uur boven El Paso, als je via El Paso komt natuurlijk…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s