Categorie archief: Lanzarote 2021

Over een grot en een belangrijk kunstenaar

Persoonlijk hou ik het liever bij het bekijken van dingen boven de grond, maar Henrie wil kennelijk al wennen aan de, hopelijk nog verre, toekomst van het onder de grond moeten blijven, en bekijkt graag grotten. Niet dat hij zich dan kan voorbereiden, want als wij het tijdelijke met het eeuwige verwisselen, worden we gewoon opgestookt. Maar Cueva de Los Verdes is toch ook wel weer een bezichtiging waard.

Een groot deel van Lanzarote is gevormd door gestold lava en die lavastromen zorgden dus uiteindelijk voor Cueva de Los Verdes. Geen groene grot zoals de naam doet vermoeden, maar genoemd naar de familie die deze grot had en er woonde. Een perfecte bescherming tegen weerselementen en vijanden.

Deze grot heeft een traject van een kilometer dat je kan bezichtigen. Maar eigenlijk is hij is veel dieper, vijf kilometer, maar zover kan je niet komen. Steile trappetjes, lage doorgangen, gestolde lavastromen, overal ingenieus aangebrachte verlichting en op veel plekken zachte muziek. Nou ja, muziek, mij deed het in hoofdzaak denken aan wanhopig geroep van gekwelde zielen, die smeken om vergeving en vrijlating. Ook de muziek van de megaspannende film ‘The Shining’ kwam voorbij, of anders iets dat er heel sterk op leek.  Aan het einde van het traject was een zaal waar concerten worden gehouden. Een zaal met beperkte ruimte natuurlijk, maar door de vorm, boringen in de bovenkant en zijkant zou de akoestiek perfect zijn. Buiten de gekwelde zielen op de achtergrond kregen we niets te horen, maar we zijn zo ook in een grot in Australië geweest en snapten het helemaal. Verder gingen we en kwamen weer in een grote ruimte met een diepe, verlichte afgrond.

De gids zei dat we niet te dicht bij de rand met stenen moesten komen, wat iedereen probleemloos accepteerde en op veilige afstand bleef. Ze stak haar verhaal af, pakte een steen en zei: ‘Let nu goed op!’ en gooide de steen over de rand. In plaats van de klap uit de diepte volgde er een plons. Die afgrond was een perfecte weerspiegeling in kunstmatig aangelegd vijvertje, van slechte twintig centimeter diep. Maar het was een werkelijk prachtig optisch effect! Complimenten voor de persoon die dit heeft bedacht!

Op een andere plek in het bizarre lavalandschap, stond het huis van de bekende kunstenaar Cesar Manrique (1919-1992), dat hij zelf omvormde en renoveerde tot museumruimte.

Het huis is gebouwd op een van 30.000 vierkante meter, een gestolde lavastroom, overblijfsel van de vulkaanuitbarstingen tussen 1730 en 1736. Deze zeer artistieke woning bevindt zich deels onder de grond, met op alle plekken lichtinval en zelfs een buitenzwembadje, waar Cesar zich omringde met kunst, veelal naakt vrouwelijk schoon en waar iedereen welkom was.

Cesar, hield niet van opgeplakte etiketjes. Zelf werd hij om schreven als kunstenaar, fotograaf, ecoloog, ontwerper en nog veel meer, iets waar hij zelf een hekel aan had. Hij zag zichzelf als individu en de benamingen vond hij verarmingen van de kunst. Ook zag hij de mensheid als een geheel, niet onderscheiden door landgrenzen, godsdiensten talen of vlaggen.

Hij maakte zich toen al zorgen over de schade aan de natuur, de zee en het milieu. Hij heeft zich ook keihard ingezet tegen de overbebouwing door hotels en appartementencomplexen, gericht op het massatoerisme.

Een uitspraak was: ‘Die fascistische bebouwing zou zelf Mussolini niet hebben toegestaan!’ Hij vond het absurd dat het eiland in snel tempo werd volgebouwd met hotelblokken, die alle zeezichten onmogelijk maakten. De enorme puinhoop die werd gecreëerd en de verspilling die het mooie Lanzarote vernielden. Dat als al die ellende was gerealiseerd het een onomkeerbaar proces was, veroorzaakt door beleggers en projectontwikkelaars die alleen geïnteresseerd waren in de miljoenen die het op zou leveren en hun reet afveegden aan de cultuur en het karakter van het eiland. Een groot protest van de bevolking tegen die plannen was het resultaat en er werd naar geluisterd.

In tegenstelling tot zoveel toeristenoorden, vind je hier geen massale hoogbouw voor de toeristen. Ook het gros van de woningen, ze zijn vrijwel allemaal wit, hebben groene, bruine of blauwe luiken en deuren. Hij heeft ervoor gezorgd dat de schoonheid van het eiland bewaard bleef. Veel gebouwen en projecten behoren tot zijn werken en zijn kunst en op diverse rotondes zie je enorme windsculpturen die door hem zijn gemaakt.

Hij heeft dalloze prijzen gewonnen, ook op het gebied van ecologie. Hij zei: ‘Ik ben er niet bijzonder trots op, maar ben wel blij dat ik zo anderen bewuster heb kunnen maken.’ Een aparte man, Cesar en heel belangrijk voor Lanzarote. Op zijn 73ste is hij omgekomen bij een verkeersongeval, vijftig meter van zijn woning vandaan. Een groot verlies van een groot man, die de toeristische verloedering uit puur geldbejag van zijn zo geliefde Lanzarote heeft weten te voorkomen.

We gingen richting uitgang waar we even op een bankje gingen zitten. Recht tegenover ons was een snackbarretje met een redelijk boos kijkende meneer. Even later kwam er een poesje miauwend binnengelopen, tegelijkertijd met een paar mensen die haar niet eens zagen. Ze liep weg en kwam een halve minuut later weer miauwend terug, keerde zich om en ging op het lage muurtje naast ons liggen. De meneer kwam naar buiten met een schoteltje waar van alles op lag: pasta, kaas, vis, ….

Het poesje begon meteen te eten, ze at niet alles op, een bewijs dat ze niet uitgehongerd was. Ze zag er ook goed uit. Daarna poetste ze zich en ging op het muurtje liggen en als ze naar die meneer keek sproeiden haar ogen liefde, ze was duidelijk dol op hem. Ik zei dat tegen hem en hij begon ook te stralen.

Hij vertelde dat ze als kitten aan was komen lopen en hij had zich daar over haar ontfermd, gezorgd dat ze gesteriliseerd werd en gaf haar eten. Zelf had hij twee honden en ik vermoed dat dat niet samen ging. Maar hij was duidelijk dol op haar en andersom al helemaal. Ik vertelde hem over de zak kattenvoer die ik in de auto had, waar ik amper iets van uit heb hoeven delen en of hij die wilde. Hij vroeg of het harde brokjes waren, inderdaad dus, nou, die lustte ze niet. Kan ik me voorstellen bij al dat lekkers dat ze elke dag van hem krijgt, haar dieet zal ze zelf wel aanvullen met muisje uit het vuistje.

Eind van de middag gingen we even naar de Spar een paar straten bij ons hotel vandaan, daar liep een Felix katje binnen. Die had ik op de eerste dag al gezien, zag er ook heel goed uit. Kopjes gevend aan alle stellingen ging hij weer naar buiten en haalde zijn neusje op voor de lekkere brokjes die ik voor hem neerlegde. Ja, niet gek, achterin de winkel was de slagerij waar hij ongetwijfeld heerlijke afsnijdsels van vleeswaren en vlees kreeg. Dan denk je ook: joh, brokjes, eet ze leuk zelf op… Maar wij lusten ze ook niet.

Rust, rust, nou een beetje dan…

Natuurlijk zijn we geen mensen om rustig bij een zwembad of op het strand te zitten, we willen ook dingen bekijken. Maar gisteren wilden we toch wel naar het strand, een strand dat omgeven is door enorme rotspartijen, waarschijnlijk oeroud, gestolde lava. Onderweg konden we ons vergapen aan prachtige vergezichten, met de door kunstenaar César Manrique beïnvloede laagbouw van witte woningen met groene kozijnen en luiken en de dorre omgeving met toch stoere, bloeiende planten. Terwijl de natuur zo in New Mexico of Arizona had kunnen zijn.

Je zag de rotsen met witte lijnen, grondlagen van een andere samenstelling, geperst en versteend door de miljoenen jaren heen.
Uiteindelijk kwamen we bij de afslag die naar de diverse stranden ging, een van de slechtste wegen die ik in mijn aardse bestaan heb meegemaakt. Alsof het om een totaal verlaten omgeving ging, waar het toch de moeite niet is om er wat aan te doen. In plaats daarvan rijden dagelijks honderden auto’s over deze verbindingsweg die kilometers lang is. Ik tuurde constant in de spiegels om te controleren of er geen onderdelen van de auto af vielen, maar het hield zich kranig en kwam helemaal compleet aan in Playa Papagayo.

Het was tobben en mikken om een parkeerplek te vinden, maar een meneer wuifde dat ze gingen vertrekken.

We moesten een stukje heuvel op, om naar het pad te gaan dat naar het strand van onze keuze lag. Er liepen donkere mannen rond met grote lakens. Henrie dacht nog dat hij daar zo stond om het te laten drogen, nou niet, hij maakte reclame en ging op het strand leuren met zijn waren. Op dezelfde manier als in de cafés bij ons in België gebeurt.

Het was druk, maar niet te. Het was gisteren een nationale Spaanse feestdag en er waren dan ook in hoofdzaak Spaanse gezinnen. De grillige torenhoge rotsen die het strand omgaven zorgden voor een aparte sfeer, in combinatie met de aparte kleur van het zand, dat meer oker was dan het lichtgele dat we gewend zijn.

Het zeewater is van de oceaan en zou dus veel kouder kunnen zijn dan van de Middellandse zee, maar dat viel alles mee. Het water was glashelder en zilverwitte visjes van zo’n vijftien centimeter lang en een zwarte stip op de staart, zwommen nieuwsgierig mee. Het was geweldig iedereen zo te zien genieten, kinderen die huiverend van spanning het water ingingen en op spillebeentjes rondrenden, volwassenen die genoten van de warmte en de zon. De branding die met een repeterend, slaapverwekkend ritme op het strand spoelde. Een griezelverhaal begon bij me op te komen, over een vrouw die door zelfmoord te plegen op een onverwachte, vreselijke manier wraak wilde nemen op haar tirannieke en sadistische echtgenoot. Maar ik besloot dat ik hier voor de rust ben gekomen en stuurde de vrouw terug om een stabiele minnaar te zoeken, die haar wel verdiende.

Toen we voldoende verbrand en suf waren, vertrokken we weer. Die supersteile helling op met stenen als versteende koeienvlaaien, om daarna nog even terug te kijken naar dat kleine strand dat zoveel rust gaf.

Vandaag besloten we naar Puerto del Carmen te gaan, oorspronkelijk een vissersdorpje, maar dat uitgroeide tot een toeristengebeuren. In een parkeergarage redelijk centraal konden we de auto kwijt en op de betaalautomaat zag ik dat je alleen contant kon betalen. Niet met je bankkaart, dus. We zagen een communicatiemiddel buiten, dat bij ons alleen nog maar in oude films te zien is en hier kennelijk nog volop in gebruik.

We kwamen langs een Chinese winkel en dan verwacht je nog naïef ook Sienese handel te zien. Maar in plaats daarvan zagen we een ongelooflijke hoeveelheid goedbedoelde teringzooi, die toeristen kopen en waarvan ze later denken: wat moet ik er eigenlijk mee? Of nog erger: meenemen voor de familie en vrienden thuis en elke keer als ze op bezoek komen, kijken of de prullaria er nog wel staat te pronken. Zo’n assortiment waarvan je weet: al mag je voor vijftig euro gratis dingen uitzoeken, je nog met lege handen buiten komt. Ik werd er hoofdzakelijk zenuwachtig van, maar het was te vroeg voor drank dus wandelden we verder.

Onderweg zag ik een heel originele manier om jouw koffer een uniek uiterlijk te geven, voor als je die op de rolbanden op het vliegveld wilt laten opvallen

Verder liepen we, langs talloze vreettenten waar medewerkers voor het terras je nog net niet aan je oor mee naar binnen trokken, naar de haven. Het is bizar hoeveel bars en restaurants we zagen en dan met name Ierse en Engelse, waar je naar het voetbal kon kijken, heel veel cocktails drinken, een Engels ontbijt nuttigen of een Sunday dinner. Een van de bars bleek een nieuwe versie van Heineken  te serveren, het kan ook een kolossale spelfout zijn geweest.

Nu moet me toch even wat van het hart. Het valt me vaak op als we in Europa op vakantie zijn in een warm land, dat bergen mannen met ontbloot bovenlijf op straat lopen. Trots hun kwabben, bierbuiken en verkleurde tatoeages tonend. Een korte broek waar alles overheen lubbert of een te strakke lange broek dat alles nog meer laat puilen, het ziet er vreselijk uit. Maarrrr als een vrouw zoiets doet, nee, dat is aanstootgevend, dat is een slet, die mag je lastigvallen, naroepen, bekeuringen waarschijnlijk vanwege aanstootgevend gedrag,  etc etc. Maar je speklijf opdringen aan iemands blik mag wel, terwijl er doorgaans niet veel moois te zien is, integendeel. Vaak bezitten die mannen een lijf dat een regelrechte remedie tegen de liefde is.

Verder gingen we, bekeken en bewonderden en haalden uiteindelijk de auto weer op en gingen richting het hotel, met het voornemen even ergens te gaan lunchen. De boulevard, waar we gelukkig niet ver vandaan vertoeven, is kilometers lang en ik wist niet dat het mogelijk was om zoveel toeristische zooiwinkeltjes bij elkaar te krijgen en nog meer restaurants en Engelse kroegen. Geen Nederlandse, Duitse, Spaanse of weet ik veel wat, alleen Engelse met Engelse maaltijden en de mogelijkheid veel cocktails te drinken en voetbal te kijken, als kennelijke afwisseling.

We gingen een Chinees restaurant binnen waar we verrassend goed hebben gegeten. Na al die uithangborden van Engelse maaltijden, hamburgers, pizza’s en pasta’s was mijn trek vergaan.

Onze buik ophoudend zijn we teruggestrompeld naar de auto en naar het hotel gereden. Waar we straks vanaf 20:00 weer moeten gaan genieten van een goed buffet, zo is er altijd wat…