Categorie archief: USA 2016

Vakantie 2016 USA

De laatste dagen van de vakantie…

Het weer was en bleef geweldig, 31 graden, zwoele bries en ’s avonds de muggen. Nu moeten die mij doorgaans niet hebben, ik heb teveel alcohol in mijn bloed denk ik, en nemen ze Henrie te grazen. Nu was dat even wat anders. Op mijn linkerbeen zaten zeker 100 bultjes en met de rest op arm en hand telde Henrie er in totaal zo’n 130. Dat is veel en vrijwel allemaal aan mijn linkerkant. Gelukkig slik ik dagelijks vanwege allerlei allergieën antihistamine, dus had ik geen last van de jeuk. Maar anders had ik mijn vel denk ik uitgetrokken. Antimuggenspul gekocht en zodra het begon te schemeren en de muggen zich in slagorde opstelden om me te grazen te nemen, me op te tillen en elders leeg te zuigen, smeerde ik mezelf in. Dat hielp wel, al wisten die stinkbeesten elke nanomillimimeter te vinden die ik had overgeslagen. Maar het mocht de pret niet drukken, we hebben elke avond lang buiten kunnen zitten en genieten van de heerlijke avonden.

Zoals het hele eiland het stempel van Cesar Manrique heeft, geldt dat ook voor de cactustuin, met heel apart ‘uithangbord’ voor de deur.

De tuin heeft hij zo’n dertig jaar geleden ontworpen en cactussen geplant. Zijn tuinman stond toen ook zijn collectie af en daarna werden er exemplaren van over de hele wereld hier naar toe gebracht. Met als resultaat een unieke verzameling met cactussen uit Amerika, Mexico, Madagascar, Zuid-Afrika, … Ook hier is de invloed van de kunstenaar goed merkbaar, op de pleedeur om te beginnen.

We bewonderden en bekeken al die prachtige planten, die je bij ons in een potje stopt om ze daar te koesteren en die in hun natuurlijke habitat meters hoog worden. Zonder potje of meststoffen.

Een enkele cactus leek een lief gezichtje te hebben.

Een piepklein hagedisje schoot over het zwarte lavagrit en wilde wel even poseren.

We waren er ettelijke uren zoet en vertrokken weer, betreurend dat dit de laatste bezienswaardigheid was, want de volgende dag zouden we vertrekken.

Dus weer in het hotel begin je aarzelend wat spullen in je koffer te gooien, om al gauw op het terrasje te gaan zitten en te genieten van het heerlijke weer. Een poesje dat we al vaker hadden gezien, kwam langs met haar echtgenote van wie ze zwanger was. Ze zagen er allebei prima verzorgd uit en toen het dametje via een terrasje en een schuine wand naar boven stormde, ging eegalief onder een boom op haar liggen wachten.

Ze wilden wel wat brokjes, maar het overgrote deel van de zak had ik nog over. De dame die de kamers schoonmaakte was er de volgende ochtend zielsgelukkig mee, want ze had ook een katje. Na het eten nog een poos met oud-collega en vriendin zitten kletsen. Zo apart iemand vijftien jaar niet te zien en dan meerdere malen per dag en gezellig regelmatig uren kletsen. Zij hadden all-in geboekt, dus wij hoefden de drank niet te kopen op het terras bij het restaurant. Maar dan merk je dat de hoeveelheden rum die ingeschonken worden groter zijn dan je thuis gewend bent, hik.

Er waren veel meer dierenliefhebbers aanwezig natuurlijk, zoals een mevrouw die op de hoek van haar terrasje broodkruimeltjes legde, die werden opgesnoept door vogeltjes. Zoals dit tortelduiven echtpaar, dat na het snoepen kroelend bleef zitten in de schaduw van de boom ernaast.

De terugvlucht was vreselijk. Om te beginnen een kind dat al die tijd nutteloos zo hard heeft zitten krijsen, dat je zag dat andere mensen met kinderen moordneigingen kregen. Toen de bemanning langs kwam met plastic zakken voor rommeltjes, zei iemand: ‘Is dat niet om dat jong in te douwen?’ Maar het ergste was de stoel. Kijk, ik ben 1.81 lang en mijn lengte wordt voornamelijk gemaakt door de lengte van mijn benen. Op de stoel kon ik dus niet normaal zitten, ik zat letterlijk klem tussen mijn stoel en die voor me. Nu heb ik al heel wat uren in vliegtuigen doorgebracht, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt! Je kon een andere stoel krijgen, maar dan wel vet betalen. Dus TUI is een maatschappij om te vermijden. Op de heenreis hadden we betaald voor onze plaatsen, maar een aantal mensen met kinderen (weer die f**king kinderen) hadden te laat ingecheckt en omdat TUI wil dat ouders bij hun kinderen zitten, moeten anderen maar een andere stoel dan besproken krijgen. Ondanks dat er voor betaald is. Nu deze achterlijk krappe beenruimte dus, waardoor je geforceerd zit in een onnatuurlijke houding, die ervoor zorgde dat ik na de vlucht amper nog kon lopen en dat bedoel ik letterlijk. Dus hoor je TUI (spreek uit toewie) denk dan maar gauw: doewie, je kan de pest krijgen! Een armzalige afsluiting van een heerlijke week vakantie. Maar de gouden zon straalt nog steeds na in mijn hart, het zeewater was helder en heerlijk van temperatuur, de mensen waren vriendelijk, de paar katjes die we zagen er goed uit, we hadden een mooie, ruime kamer en de service van het hotel was perfect. Hier is het weer grauw en het is koud vergeleken bij de 31 graden daar. Maar daar trekken onze katten zich niks van aan, die vinden het heerlijk overdag weer naar buiten te mogen en zijn megablij dat we er weer zijn. Acht dagen, ze zijn voorbij gevlogen, zoals dat bij een goede vakantie hoort.

Dag Lanzarote, we hebben van je genoten!

Magnolia Plantation and Gardens

Als je zo diep in het zuidoosten van Noord-Amerika zit, moet je wel een plantage bezocht hebben. Onze keus viel op Magnolia Plantation and Gardens.

De plantage werd in 1676 gebouwd en het verbouwde product was Ashley Rice. De plantage lag langs de rivier, die voor het zoete water voor de gewassen zorgde. Je zit hier pal aan de kust, dus als het vloed werd, kwam er zout zeewater de rivier binnen, wat slecht, of liever gezegd: moordend, was voor de rijstplanten. Om dit te voorkomen werd er een dijk met sluisjes gebouwd tussen rijstvelden en rivier. Door die sluisjes kon het zoete water naar binnen stromen. Om tijdens opkomen van de vloed het zoute water geen toegang te geven, stonden er slaven bij die ieder kwartier een lepeltje rivierwater moesten proeven. Werd het zout, dan gingen de sluisjes dicht. Over onplezierige banen gesproken. Sowieso werd heel het onderhoud door slaven gedaan, zoals toen gewoon was. Met de burgeroorlog in 1865 werden die gelukkig allemaal bevrijd, wat wel de nekslag was voor de plantage.

Het woonhuis was werkelijk prachtig met een kolossale veranda op de eerste verdieping, die rondom het huis liep. We kregen een rondleiding met uitleg en er werd verzocht uit respect geen foto’s te maken.
Tijdens de rondleiding viel voor de eerste keer de melding hurricane (orkaan). Maar dat drong nog niet zo tot ons door. Wel het verhaal van die dronken man op een bruiloft, die zo zat was dat hij via de gesloten ramen naar binnen wilde. De ramen zijn nog de originele, oude ramen, wat je kunt zien aan het gebobbelde glas. Orkanen hebben ze overleefd, maar een zatte bruiloftsgast wist de barsten erin te krijgen.

Bij het toegangskaartje kon je ook een kaartje voor een boottochtje kopen. Met een boot met platte bodem voer je over de vroegere rijstvelden, waar het krioelde van de alligators.

Een moederalligator was zo vriendelijk te poseren met één van haar baby’s op haar hoofd. Het schijnen heel goede, zorgzame moeders te zijn, die ook zonder enige emotie het kroost van een andere moederalligator opeten.

We wandelden daarna nog rond en door de bewolking zag het water er dreigend uit. Ik loerde constant naar alligatoroogjes boven de waterspiegel, want je loopt pal langs het water en die beesten kunnen verdraaide snel zijn én behoorlijk springen.


Uiteindelijk gingen we verder en de waarschuwingen over hurricane Matthew begonnen ons ook te bereiken. In Haïti richtte hij al grote schade aan en de oostkust van Florida moest ook geëvacueerd worden. Je hebt het dan over een slordige elf miljoen mensen, die in auto’s de veiligheid opzoeken. Hij zou in het zuiden van Florida, net boven Miami aan land komen, dus iedereen ging richting het noorden en westen, bij de kust vandaan. En waar gingen wij naar toe? Juist, precies de tegenovergestelde richting. We hadden voor de laatste nacht een hotel geboekt bij Orlando, omdat we daar vandaan zouden vliegen en dat lag niet in de gevarenzone. Je kon er dus op rekenen, dat alle hotels daar vol zouden zijn.

Het was al geruime tijd donker toen we bij een hotel in Valdosta incheckten.
Tja, de wereld zit vol met mensen die niet nadenken, niet praktisch zijn of gewoon zitten te slapen tijdens hun werk. Zo ook de ontwerpers van deze parkeerplaats. Jullie kennen maar al te goed de witte lijnen die tussen de parkeerplaatsen aangebracht zijn, om parkeerplaatsen te markeren. Jullie kennen ook de betonpalen die vaak achteraan een parkeerplek liggen, om er voor te zorgen dat je niet te ver achteruit rijdt. Goed, wat hadden de klungels hier gedaan?
Om een boompje te beschermen, hadden ze die betonmarkering OP de witte lijn gelegd. Ik bedoel: verf hem geel, helgroen, paars voor mijn part, maar laat het er niet uitzien als een witte lijn. Wat je kon verwachten gebeurde: ik stapte uit, pakte nog wat van de achterbank en brak mijn nek over dat blok. Ik schoof over de grond, die van anti slip was voorzien en dus vol zat met kleine steentjes. Weet je wat dat met je huid doet? Precies. Ik schreeuwde van de pijn en Henrie kwam in paniek naar buiten gerend.

De tante van de receptie stond een eindje verderop te roken. Ze moet me gehoord hebben, maar kwam ze? Welnee, haar sigaret in haar kwek en mannelijke gesprekspartner waren belangrijker. Het bloed liep uit mijn knie en ik ging woedend naar de lakse trut toe, die me na enig aandringen zuchtend van een niet klevend stukje verband voorzag en twee minieme stukjes ontsmettingsdoekje. Het enige dat er af kon was: de parkeerplaats is mijn verantwoording niet. Het liefste had ze gezegd: wijf, zeik niet zo. Nu moest ik mijn sigaret uitmaken en mijn zeer interessante gesprek onderbreken. Zie je niet hoe je ons stoort?

Het liefst had ik een greep in haar haar gedaan, haar domme gezicht op mijn knie gekwakt en met bloed ingesmeerd. Maar ik hield me in, zei dat ik hierover een klacht indiende en verheugde me al op een valse discussie met de manager de volgende ochtend. Die arme ziel, die nu nog van niets wist…

Charleston

Ons volgende reisdoel was Charleston, in South Carolina. Dat zou net zoiets beelderigs moeten zijn als Savannah.

Om wat informatie op te vragen stopten we onderweg bij een Tourist Info. We stapten vrolijk binnen en een minder vrolijke man kwam uit een ander vertrek en liet zich zwaar op een bureaustoel vallen. Alle vragen werden met eenlettergrepige woorden beantwoord en hij was vooral geïnteresseerd in zijn iphone. Of hij daar porno zat te kijken, een ruzie uitvocht met zijn beminde of omdat hij stomweg een liederlijke hekel had aan zijn baan, weet ik niet. Maar zodra we het maar waagden onze mond open te doen en geluid te maken, keek hij geïrriteerd op.
Met duidelijke tegenzin liet hij ons op een plattegrond zien waar we konden parkeren in Charleston en waar we de bus konden pakken. Met Las Vegas in gedachten, vroeg ik hem hoe die betaald moest worden. In Nederland heb je natuurlijk het gezeur met de ov-kaart, wat voor toeristen rampzalig moet zijn. En in Las Vegas neem je The Deuce, een dubbeldekkerbus die op en neer rijdt tussen Las Vegas Boulevard en Down Town Vegas. Hier moet je wat dollars in een apparaatje doen en dan spuugt het een kaartje uit. Wel met gepast geld betalen, want hij wisselt niet. De man keek me aan alsof ik werkelijk van iedere logica gespeend was en siste me toe: It’s free! Ik was blij dat ik niet in zijn directe omgeving stond, want volgens mij kwamen er woedespuugdruppels mee naar buiten.
Op de parkeerplaats stopte een auto, een stel van onze leeftijd kwam naar buiten en ging het kantoor binnen. Ik denk dat hij ze heeft vermoord…

Na enig mikken vonden we de bedoelde parkeergarage en slenterden de stad in. Het was mooi, zonder meer en toch had het niet de grandeur van Savannah. We wilden naar de city market gaan, markten zijn altijd wel leuk, maar omdat Henrie de kaart ondersteboven hield, liepen we eerst nog de verkeerde kant uit.

Niet zo erg, er was genoeg te zien, maar het schoot niet op als je een bepaald doel voor ogen hebt. We besloten die gratis bus te pakken, maar niet voordat we een oud begraafplaatsje hadden bezocht. Het leek meer een uitstalling van grafstenen dan een dodenakker: overal stonden zerken tegenaan geplaatst. Zelfs in het kinderdagverblijf er pal naast zag je ze staan. Misschien was de gedachtegang hier achter: je kan ze niet vroeg genoeg voorbereiden op het feit dat ze dood gaan.

De afvalcontainers van de bewoners naast de begraafplaats deden een beetje apart aan, net als het doorkijkje naar het plaatsje met de barbecue. Nou ja, als je daar woont, heb je in ieder geval geen last van je buren.

De buschauffeur zette ons pal bij de city market af, maar wat een afknapper was dat. Vroeger zal het ongetwijfeld een grote markt zijn geweest, waar veel vis werd verhandeld gezien het feit dat het pal aan de haven ligt. Nu waren het hal na hal kramen met goedbedoelde rotzooi. Petjes, dure Stetsonhoeden, plankjes met wijze spreuken, souvenirs en andere rommel waar je spontaan jeuk van over je hele lichaam krijgt.

Na de derde hal vond ik het helemaal best en zijn we naar buiten gegaan. Aangezien mijn voeten na de enorme wandeling in Savannah pijnlijk waren en ik rechts een bloedblaar ontwikkelde, werd het lopen moeizamer. Dan ga je ook raar lopen en zegt je rug op een gegeven moment ook: Ja dag, zoek het maar uit. We namen plaats op een bankje en je voelde het hete asfalt door je schoenen heen. We keken uit op een kraampje waar allemaal mandjes stonden, daar word je hier mee doodgegooid. Overal zie je ze en ze zien er allemaal hetzelfde uit. Op het eerste gezicht wel leuk, maar wat moet je ermee! Om niet in snikken uit te barsten strompelden, althans ik strompelde, we verder. Alle oude en interessante gebouwen stonden aan de kant waar we oorspronkelijk hadden gewandeld, hier waren het voornamelijk straten met peperdure winkels die zulke exclusieve spullen en kleding verkochten, dat je begon te snakken naar een bezoek aan een Action thuis of een Family Dollar hier. Of een Walmart.

De rit Charleston uit leidde weer langs prachtige huizen met veranda’s en mooie tuinen. Onderweg zagen we nog een tankauto van Den Hartogh, op de wegen in Nederland goed genoeg bekend. Leuk was dat achterop een telefoonnummer stond voor in geval van nood, een nummer in Dordrecht. In ieder geval in de Drechtsteden. ”O help, de boel staat in brand! Bel het nummer dat daar staat, snel snel…“ Het lijkt me lang duren voordat de hulptroepen dan aanwezig zijn…

Bij een tankstation mochten we een nieuwe delicatesse aangschouwen: gekookte pinda’s. Als je het deksel oplichtte zal je apenootjes in een soort drabbig water drijven. Het zal ongetwijfeld lekker zijn, maar oogde anders. We zijn er in ieder geval niet aan begonnen.

Savannah

De meeste van jullie kennen mijn manie om in lege huizen rond te snuffelen. Aan de oostkust van Amerika is dat veel moeilijker, omdat die kant nu eenmaal nogal dicht bevolkt is. Je zit dan echt vlak bij andere huizen (en het mag nu eenmaal niet), dus dan laat je het. Of je ziet een wrakkig huis met een berg zooi, waar wel een redelijk nieuwe auto bij staat. Wat ons altijd het gezegde ontlokt: daar woont een man alleen! En soms kan het nog anders uitpakken…

We waren al een poos onderweg, ondanks dat we langs de kust reden kregen we daar niet veel van te zien. Het is een voornamelijk lange weg, die langs moerassen leidt en door allerlei nederzettingen komt. De bomen zitten vol met Spanish Moss, dit is geen mos, maar een plant die ook bloeit en gewoon graag in bomen zit, zonder deze te doden. Het geeft een heel apart effect, ook een beetje spookachtig.

En ineens stond het daar, een half ingestort, verlaten restaurant. Dat was natuurlijk meteen vol in de ankers en stoppen. Henrie beende er meteen naar toe, toen er plotseling een dame achter de voordeur met gebroken glas opdook.

Ze vroeg hoe het met hem ging en hij kwam zeker een foto maken van het oude reclamebord? Jazeker, dat was net waar hij voor kwam en trok zijn been terug dat hij al half door de deur had gestoken. De mevrouw had een hark in haar handen en was er kennelijk aan het werk. Wat ze kon doen buiten puin harken weet ik ook niet, eigenlijk kon je het gebouw alleen maar afbreken. Maar nee, ze ging er met haar man een nieuwe hamburgertent openen. We praatten een poosje over niets en over het mankement van haar man, die overal aan begon maar niks afmaakte.

De grond bij de bouwval had een interessante bodembedekker: die stond helemaal vol met kruidje-roer-me-niet. De mevrouw kende het plantje niet en slaakte verbaasde kreten toen ik haar liet zien waar de naam vandaan kwam. Na een poosje namen we afscheid, haar succes wensend met de nering in aanbouw, zonder veel vertrouwen in onze toon.

Onderweg haalden we nog een auto in met een hondje aan boord, dat niet overtuigd was van onze vreedzame bedoelingen en dacht dat we het op zijn baasje voorzien hadden. Na een eerst vriendelijke blik, vertelde hij even luidkeels hoe hij over ons dacht en dat was kennelijk niet positief.

Als je dan ook nog eens langs een Walmart komt, moet je daar natuurlijk gaan kijken. Al was het alleen maar voor het Halloween assortiment. Het was geweldig, we hadden wel van alles mee willen nemen, maar hebben ons beheerst, met veel moeite.

Savannah is echt een heel leuke stad. Het is de oudste stad van Amerika, die in 1733 bij de Savannah rivier werd gesticht. Het staat er vol met oude, prachtige gebouwen, overal pleintjes en exclusieve winkels. Dat laatste doet ons niets, maar de gezelligheid en de sfeer was geweldig. Zodra we de parkeergarage uitkwamen stonden we op een plein met een groot terras, waar ook een bandje speelde. Mensen hadden het duidelijk heel erg naar hun zin en de sfeer die er hing was geweldig.

We hebben lang door Savannah rondgezworven, van pleintje naar pleintje en nog hebben we ze niet allemaal gezien. Het was warm en ondanks dat het een grote stad is, ademden heel veel plekken pure rust. We hebben op bankjes gezeten en ons geprobeerd voor te stellen hoe het moet zijn, om in zo’n oud, houten pand te wonen, met uitzicht op zo’n plein, met al die bomen. Om de hoek de bruisende stad met al zijn levendigheid. Je zag ook overal eekhoorns, die hier kennelijk welig kunnen tieren.

Op één pleintje zat een meneer saxofoon te spelen om zijn, ongetwijfeld, armzalige inkomen aan te vullen. Ik gaf hem een paar dollar en zag uit mijn ooghoek een eekhoorntje uit de boom komen, een apennootje pakken en weer omhoog schieten. Op de grond lagen nog meer apennootjes. De meneer zag me kijken, zei: “ Zij hebben ook honger, die moeten ook eten.” Die meneer kreeg meteen in mijn ogen een aureooltje: zijn armoedje deelde hij nog met de dieren. Ik nam afscheid van hem met de woorden: “You must be a very nice person!” (u bent ongetwijfeld een heel aardig mens).

Verder slenterden we, de mooie straten door, tot onze voeten (vooral de mijne) vertelden dat het toch wel tijd werd de auto op te zoeken. Het hotel van die nacht had Henrie de avond ervoor via internet geboekt, zodat we niet hoefden te gaan zoeken in deze grote stad. De kamer zag er prima uit en ik dacht: ha, leunstoel, leeslamp, mijn avond kan niet meer stuk.

Dacht ik ja… Bij de stoel zat geen stopcontact, om te beginnen. Ik weer naar beneden. Tja, dat kon, maar ik mocht dingen wel verplaatsen als ik dat wilde. ??? Een verlengsnoer was er niet, dus ga maar schuiven. Aangezien ik een gezicht heb dat boekdelen kan spreken, snapte ze meteen hoe ik over deze geweldige service dacht. Bij iedere vraag moest ze zuchtend naar achteren lopen en zuchtend weer terugkomen. Ik gaf het op en vol zwarte gedachten ging ik terug naar de kamer. Henrie wilde zich net aan het bureautje neervlijen achter de laptop, toen hij met zijn sokken op kleddernat tapijt ging staan. Ook nog eens. Ik weer naar beneden, Henrie riep nog: ik ga niet naar een andere kamer verhuizen, ik ben te moe! Beneden gekomen stond de zuchtmadam in de hal en zei: ik dacht er over jullie te verhuizen vanwege dat stopcontact. Ik hield me in en siste: Het is een verdraaid lange dag geweest, we willen niet verhuizen en het tapijt is kletsnat aan de kant van het raam. Waarschijnlijk lekt de airco, ik wil een klacht indienen!
De manager zou er de volgende dag weer zijn, maar ze ging er een melding van maken. De bedden en het ontbijt waren prima, daar valt niets over te zeggen. Na het ontbijt ging ik nog eens verhaal halen bij de manager, die de melding nog niet had gezien, maar ze was ook nog maar net begonnen. Ze gaf ons 15% korting op de kamerprijs, wat mooi was. ’s Avonds keek Henrie op de site van dit hotel en vond in de reviews een klacht van drie dagen oud, dat het tapijt kletsnat was in de kamer.
Misschien hoort nat tapijt bij de folklore van dit etablissement…

Van Orlando naar St. Augustine

Natuurlijk waren de laatste weken van de zomer mooi en prachtig, maar de rest van het jaargetijde, inclusief lente, zijn prut geweest. Daarom vonden wij het een goed en hoognodig idee een vakantie in het najaar te boeken: naar Florida. Nu is iedere reden goed genoeg voor een bezoek aan Amerika, maar deze was nog net iets beter. Dus haalden de we koffers van zolder en stapten we op het vliegtuig dat ons eerst naar Washington DC bracht en daarna naar Orlando.

De eerste vlucht was ook de langste en daar krijg je dan een bescheiden maaltijd. Wij zaten achterin, vlakbij de toiletten. Wat goed aan de doordringende pislucht te merken was voordat we opstegen. In de lucht roken we het niet meer door de regelmatige luchtverversing. Een andere bijkomstigheid was dat er nog maar één menu over was toen het etenskarretje bij onze rij kwam en ik aan de beurt was: een vegetarisch maaltijdje. Het zag er uit als iets dat onze katten in de bak deponeren en waarschijnlijk smaakte het net zo. Henrie deelde broederlijk zijn kipmaaltijd met me. Dat kan liefde zijn, maar ook de angst ondergekotst te worden.

Vlak voor je landt krijg je een soort van ontbijt, doorgaans een broodje met iets vaags. Of het nu een plotselinge behoefte van United was aan iets exclusiefs weet ik niet, wel dat een kaasplankje met allerlei uiteenlopende soorten kaas en een bergje ham niet echt bevredigend was. Tussen vluchten door heb ik een broodje weggewerkt met een smaakniveau waarvan mijn vader zou hebben gezegd: it filled a hole…
Uiteindelijk bereikten we onze bestemming en haalden de huurauto op. Voor een luttel bedrag extra kregen we een SUV mee, die qua instap heel comfortabel was en over allerlei vernuftige speeltjes beschikte.

Thuis hadden we alvast een hotel voor de eerste nacht geboekt, zodat we niet hoefden te zoeken als we ’s avonds landden. Als je met United vliegt weet je namelijk nooit hoe lang je vertraging zal zijn. Nu was die een uur. We overnachtten in Sheraton Inn & Suites. Een werkelijk prachtig hotel in een schitterende omgeving. Ook hier moest iemand zo nodig een winkelwagentje achterlaten, terwijl er in de verste verte geen winkels te zien waren.

We stortten ons de volgende ochtend in het verkeer en hoe beleefd de Amerikanen ook zijn, hun rijstijl blijft ons verbazen. Zoals een jeugdige oma in een cabriolet, die tien kilometer lang voor ons reed met haar linker knipperlicht aan, hevig sigaretten rokend en sms’end. Natuurlijk op de linkerbaan, dat mag in Amerika dus dat doen ze dan ook. Richtingaanwijzers zijn ook een onbekend fenomeen, de één laat ze constant aanstaan, de rest gebruikt ze niet en laat jou iedere keer voor noppes wachten als je de weg op wilt. Ze slaan dan af vlak voor het punt waar jij al een poos beleefd staat te wachten, wat ze een serie verwensingen oplevert die ze helaas niet kunnen horen.

Voor de lunch mochten we voor onze favoriete maaltijd naar de Chinees. Dat is heel anders dan hier, met veel geroerbakte, knapperige groenten, niet overgoten met vette, rode sauzen waar je hartkloppingen van krijgt. We probeerden niet te kijken naar het spilzieke gedrag van de andere eters. Iedere keer in Amerika ergeren we daar ons rot aan. Ze laden hun bord vol, schrapen desnoods bakken uit om maar zoveel mogelijk op hun bord te krijgen. Dat een ander dan niks heeft is niet interessant, nemen twee happen en laten het staan. Net als hun enorme beker cola weer eens bij laten vullen, één slok nemen en de rest is voor de gootsteen. De berg voedsel die alleen al in één restaurant dagelijks in de vuilnisbak verdwijnt, is immens. De bordjes waarop staat: take all you like, but eat all you take (neem wat je wil, maar eet alles op wat je neemt) zijn er kennelijk voor de sier en dringen niet echt tot het netvlies door, want er zijn er niet veel die zich daar wat van aantrekken. Ik denk dat ze in dat restaurant nu nog over ons praten en onze keurig leeg gegeten borden ingelijst hebben.

We vonden een hotel net buiten het centrum van St. Augustine. Aan de overkant was een Engelse pub, die buiten de entourage weinig Engels had. We waren de enige klanten en de barman, die net meegesleept was in een aflevering van Star Trek, moest regelmatig gapen. We hadden de volgende ochtend al vroeg het stadje in gewild, maar hij vertelde dat er tussen acht en tien ’s morgens een zogeheten run was. Een grote groep mensen legden dan de afstand van vijf (!) kilometer af, joggend, lopend of wandelend. Hij deed er ook aan mee, wandelend, en had er al diverse malen op geoefend dit jaar. Vijf kilometer, ik leg dat al af als in de tuin bezig ben en op en neer loop, omdat ik van alles vergeten ben, naar de wc moet en even water ga drinken. Dit is natuurlijk niet zo, maar vijf kilometer is een afstand waar je normaal niet eens over nadenkt.
Het zegt weer genoeg over hoe de auto hier is ingeburgerd en dat alles er zo op is afgesteld dat je vooral je voertuig niet hoeft te verlaten. Zoals brievenbussen op autoraam hoogte en pinautomaten.

Trouwen in Las Vegas zonder je auto uit te komen. Allemaal leuk, maar draagt niet echt bij aan een gezonde levensstijl, waarbij een paar stappen lopen toch echt in past.

De volgende ochtend
Zodra je over de brug St. Augustine in rijdt, zie je meteen hoe het verschilt van de meeste andere Amerikaanse steden.

Een enorme bezienswaardigheid in St. Augustine is het Spaanse fort: Castillo de San Marcos.

Dit deel van Florida werd nogal geteisterd door piraten en Europese volkeren die het land over wilden nemen. Vandaar dat besloten werd deze vesting te bouwen in 1672, die in 1695 klaar was. De bouw en het ontwerp van het fort toonden aan dat er ook in die tijd slimme jongens rondliepen. De toenmalige nerds zal ik maar zeggen. Om te beginnen hadden ze een kunstmatige heuvel gemaakt en het fort daar in verzonken. Vijanden die er op wilden schieten, moesten dus omhoog mikken, zodat de kans groot was dat ze er overheen zouden schieten.

Rond het fort hadden ze een geul gemaakt, waar geen water in stond, maar wat een beschutte plaats was voor het vee, zodat ze bij belegering toch eten zouden hebben. De zwakke plek was de ingang, dus daar stond een solide bouwsel voor. Het fort zelf had aan de zeekant een stervorm, wat als voordeel geeft dat je je kanonnen in elke richting kunt laten schieten.

Er was plek voor vijftienhonderd mensen, zodat bij belegering de bevolking van St. Augustine er hun toevlucht kon zoeken. Het is nooit in vijandige handen gevallen: de vesting bleek onneembaar. We waren zo gelukkig een demonstratie van het kanonschieten te mogen zien met voldoende geluidsvolume om je trommelvliezen aan barrels te scheuren.

We neusden nog een poosje rond, bekeken de gevangenis en twee figuranten wilden wel even poseren. Het lukte me niet om ze elkaars hand vast te laten houden, maar je kan niet altijd geluk hebben.

Het was 33 graden en dat voelde je. Wat ik in Amerika weer dan zo geweldig vind: natuurlijk kun je in zo’n bezienswaardigheid flesjes water kopen en nog niet eens te duur. Maar er waren ook drinkfonteintjes, gratis, apparaten waar je je meegebrachte fles kon laten vullen. Ook gratis.

In het stadje stonden leuke huizen, historisch en goed bewaard. St. George street is het hoogtepunt: een redelijk nauwe straat met allerlei winkeltjes en restaurants. Het was leuk om doorheen te lopen, maar aangezien we verder niet van die winkeltjesmensen zijn, besloten we verder te gaan.

Eerst werden we nog aangeklampt door een groepje mensen met borden die heel erg voor Trump en zeer tegen Hillary Clinton waren.

Als je met een auto rondtrekt en je krijgt honger, dan moet je wel ergens wat gaan eten. En hoe apart ook, er was niks te vinden onderweg. Per toeval kwamen we langs een Chinees en besloten daar wat te eten. De nering bevond zich duidelijk in een achterstandswijk waar wij de enige blanken waren. Natuurlijk kwamen we hier pas achter toen we in het bouwvallige pand zaten te wachten op ons eten. We hadden de tijd om rond te kijken en ons te verbazen. Om te beginnen was de wc buiten werking. Ik was graag mijn handen voor ik ga eten, dus dat ging al niet op. Het formica tafelblad was in zoveel stukken gebarsten, dat het een puzzel van duizend stukjes leek. De muren zaten onder de gekste vlekken, waarvan ik niet weet of die van eerder genoten maaltijden waren of van steek- of schietincidenten. Maar het eten was goed en overvloedig. En honger of niet, we kregen het niet op.

Ik kon het overschot moeilijk aan gaan bieden aan mensen op straat en de kippen van onze beminde buren zaten 6000 kilometer verderop, dus met een bloedend hart gooiden we het in de vuilbak en voelden ons even heel Amerikaans.

Ondertussen had Henrie een paar bultjes op mijn rechterarm gezien. Die bleken na een aantal uren heel erg vurig te zijn geworden en gloeiden behoorlijk. Een insect? Een spin? Wie weet, maar feit was dat ik in welk etablissement dan ook alle ruimte zou hebben, gezien het er als builenpest uitzag. En zo is er altijd wat…

Zion

Het aparte van Zion is dat het een canyon is, waar je je onderin bevindt. Vrijwel alle andere canyons bekijk je van bovenaf. Zion is een prachtige canyon, die eerst doodlopend was, je moest dus dezelfde weg terug. Omdat dat vroeger voor het transport en vervoer niet handig was, besloten ze in 1920 een tunnel te maken. Deze was in 1930 af was en verbond Zion met de noordkant van de Grand Canyon.

Het was al lang geleden dat wij er waren. Misschien wel vijftien jaar, toen we nog met een auto rondreisden. We herinnerden ons nog de barre en woeste schoonheid en vonden dat het tijd was er weer een kijkje te gaan nemen.
De entree is $30,-, dat is bij die grote, nationale parken doorgaans de prijs, maar wilde je met een camper (en je moest wel) door de genoemde tunnel, dan betaalde je nog eens $15,-, wat het bezoekje ineens op $45,- brengt en dat is een forse prijs.

Door de jaarkaart die we van die lieve vriend kregen, viel de toegangsprijs weg. Maar nu het volgende: die tunnel is honderd jaar oud en dus niet berekend op het hedendaagse verkeer en al helemaal niet op die campers. Die moeten over de middenstreep, omdat ze vanwege hun hoogte anders de wanden van de afgeronde tunnelwanden zouden raken. Daarvoor moet het verkeer aan weerskanten stilgelegd worden, zodat campers er doorheen kunnen rijden. Dat grapje kost dus $15,-.
Maar wat hadden ze nu gedaan: het verkeer werd beurtelings door de tunnel gelaten. Dus laten we zeggen twintig voertuigen de ene keer en dan van de andere kant weer twintig voertuigen, enzovoort. Maar de auto’s hoefden geen $15,- te betalen, dit is nogal krom en ruikt naar opportunisme.

Als je door deze tunnel rijdt, kom je langs vier ‘ramen’. Er wordt uitdrukkelijk gemeld, dat dit geen uitkijkpunten zijn. Dit om te voorkomen dat mensen in die tunnel gaan stoppen om naar buiten te kijken en oohh en aaahhh te roepen. Deze ‘ramen’ werden tijdens de aanleg gebruikt om het puin naar buiten te gooien.

Bij de toegangspoort krijg je te horen dat je niet met privé voertuigen de canyon in mag. Dat kan alleen met shuttlebussen. Aan ene kant kan ik daar inkomen: de wegen zijn er niet op berekend, er zijn niet genoeg parkeerplaatsen en in zo’n nauwe canyon bouw je die ook niet zomaar bij zonder de prachtige natuur te verruineren.
Nu haat ik het gedoe met shuttlebussen. Dan ben je uitgekeken en kun je nog eens gaan wachten tot je weer verder kunt. Toegegeven: ze reden heel frequent dus van echte wachttijden was geen sprake.
Maar werd er aangegeven waar je je camper moest parkeren? Welnee. We vroegen het uiteindelijk op een camping en die meneer verwees ons naar een parking, vanwaar je nog een roteind moest lopen om bij een halte te komen. Het was dertig graden, je liep in de volle zon en als je dan weer terugkomt, doodmoe, ben je echt niet blij.
Uiteindelijk bleek vlakbij de halte een parkeerplaats te zijn, maar die eikel had daar niets van gezegd. En er stond een bordje, van zo’n tien bij vijftien centimeter. Net zo slecht als in Bryce Canyon dus en dat in een omgeving waar je alleen met eigen vervoer kunt komen, waar jaarlijks letterlijk miljoenen mensen komen, maar waar dus geen goede bewegwijzering is.

Zion maakte wel veel goed. Het is een prachtige, ruwe omgeving waar je omringd wordt door steile canyonwanden, die arrogant op je neerkijken. Dan weet je hoe een vlieg op je arm zich moet voelen.

Je kunt je ook goed voorstellen dat heel vroege volkeren, Indianen, zich hier veilig voelden. Maar dat het ook een val geweest kon zijn. Immers: het liep dood. Die miljoenen jaren oude omgeving, die gevormd is door de werking van de aarde en water en wind, staat haaks op het tere leven dat zich hier bevindt. Tijdelijk, kwetsbaar en toch onmisbaar.

Op de route van de shuttlebussen is één halte waar je ook wat te eten kunt krijgen. Hartstikke druk natuurlijk, rijen mensen voor de vette hapbalie en de ijsjesbalie. Leuk was, dat de mosterd, ketchup, etc, bij de ijsjesrij lagen. Je moest je dus door een muur mensen heenwringen, om iets te kunnen bemachtigen.
Plastic bestek, altijd handig bij een salade, moest je uit een soort automaatje halen dat natuurlijk leeg was. Achter dat apparaat lagen messen en vorken ingenieus verpakt te wachten om in dat automaatje te worden gestopt. Ik zei al: het was druk. Dus een mevrouw en ik hebben met gepast geweld bestek uit die verpakkingen gehaald, waarvoor je eigenlijk inbreker moest zijn om het open te kunnen maken.

We hebben het genuttigd op het grasveld, omringd door jengelende en jankende kinderen. Het was bloedheet, voor kinderen in ieder geval, rond een uur of drie ’s middags, dus die kinderen waren doodmoe. Ik snap werkelijk niet waarom dat grut zo nodig meegesjouwd moet worden op dit soort trips. Denken de ouders nu echt dat ze een wurm van amper twee jaar oud iets meegeven? Het lijkt me eerder een meer egoistisch streven: ja, we hebben nu wel kinderen, maar ik ga mezelf toch echt niets ontzeggen! Dan janken ze maar en als mensen daar last van hebben, gaan ze maar ergens anders zitten.

Bij iedere halte waren zogeheten trail heads. Wandelroutes met doorgaans behoorlijke afstanden. Wij vonden dat het aan het begin van zo’n route ook mooi was en weigerden verder te lopen. Langs de rivier zag je mensen genietend met hun voeten in het koude water zitten.

Zich niet bewust van deze slang die zich pal boven hun hoofden voortkronkelde, zoals vooral goed in het filmpje te zien is.

Langs de canyonwanden zie je soms op de merkwaardigste plekken begroeiing. Zo’n wand heeft dan een opening waar water doorsijpelt, waardoor die ook wel wheeping rock genoemd wordt (huilende rots) en waar plantjes genoeg vocht vinden om daar te groeien.

In de winter moet het hier heel koud zijn, in de zomer moordend heet. Op de thermiek zag je raven zweven, op de loer naar iets lekkers. Eén van de eeuwenoude bewoners, die het allemaal hebben zien gebeuren en veranderen.

Het is een prachtige omgeving, ze zouden alleen het gedoe met die shuttlebusjes niet moeten hebben…

Bryce Canyon

Er zijn plekken in Amerika waarvan je weet dat het er druk kan worden. Plekken die door de halve wereld gezien willen worden. Zoals de Grand Canyon natuurlijk, maar ook Bryce Canyon.
Reden om maar weer eens om vijf uur op te staan en om kwart voor zes het park binnen te rijden. En koud! Bryce Canyon ligt hoog (2700m), het had er dus ongetwijfeld gevroren die nacht en om de kou te benadrukken, stond er een stevige bries, die overal doorheen ging.
Het begon al vaag licht te worden. Aan de ene kant had je de volle maan, aan de andere kant de zon die qua kleur steeds meer aan warmte won. Niet aan temperatuur, dat duurde nog wel wat uren.

DSCN1914

DSCN1927

De weg door Bryce Canyon is een doodlopende weg van zeventien mijl lang, zo’n zevenentwintig kilometer, met op allerlei plekken uitkijkpunten. We hadden besloten meteen naar het eind te rijden en vanaf daar alle uitkijkpunten te doen.
Er was nog niemand te zien, een paar herten, meer niet. Bij één punt stond een meneer met een camera. Het was het punt waar wij stopten om foto’s van de zonsopgang te nemen, al was het nog niet het eindpunt. Waar die meneer foto’s van maakte is me niet duidelijk: hij keek niet naar de zonsopgang.

DSCN1925

Bryce Canyon is een werkelijk prachtige omgeving met overal rijen grillige pilaren. Gevormd door honderdduizenden jaren wind, water en kou. Je ziet er allerlei vormen in.

DSCN1915

DSCN1917

DSCN1923

DSCN1928

Iemand van de Paiute stam, Indiaan Dick vertelde ooit: “Voor dat hier Indianen woonden, woonden hier de Legend people. Ze leefden hier in allerlei soorten: hagedissen, vogels, dieren en ze hadden de kracht mensen van zichzelf te maken.
Maar ze waren slecht, daarom veranderde de Coyote God Sinawava ze in rots. En zo zie je ze nu ook: zittend, staand, elkaar vasthoudend. Nog steeds beschilderd in de kleuren die ze hadden toen ze in rots veranderd werden.”
En het lijken ook allemaal mensen die naar een bepaald punt kijken. Hoe de God Sinawava dat deed weet ik niet, maar ik ken ook wel wat mensen bij wie ik dat zou willen doen.

Bij een uitkijkpunt stopte in die stille, vroege ochtend een auto. Een meneer kwam luidop mompelend aangerend, nam nog steeds mompelend een foto en rende mompelend, weer terug en reed weg. Hij leek op Dustin Hoffman, maar dan met bril.

Naarmate de ochtend vorderde, werd het steeds drukker. Wat je hier heel veel ziet zijn Aziaten, ik noem ze voor het gemak Sienezen, maar dat zijn het natuurlijk niet allemaal. Ze vallen door bepaalde dingen nogal sterk op. Om te beginnen door hun talent constant in de weg te lopen. Je kan er niet langs, je kan geen foto maken want ze vormen een muur en zijn niet tevreden voor ze vijftig foto’s van elkaar gemaakt hebben. Ze zijn zeer luidruchtig en klinken als als een groep fietsen waarvan de wielen aanlopen. Ze hebben een grote voorliefde voor mondkapjes.
Op de foto willen ze altijd met hun vingers in het peace teken of op de rug genomen met gespreide armen. De jongere mannen willen doorgaans gefotografeerd worden terwijl ze omhoog springen met hun benen in spreidstand.
Of ze komen met een auto en stoppen op een onmogelijke plek, zoals de uitrijdplek van een parkeerplaats en dat zijn doorgaans jongeren. Dan laten ze alle portiers openstaan, zodat ze hun slechte smaak voor muziek keihard kenbaar maken. Werpen een blik op wat het ook moge zijn, zoals wij kijken of het water onder de aardappels kookt, rennen weer terug en rijden weg. In een heel zeldzaam geval maken ze ook nog een foto van elkaar.
Ik kan het me verbeelden, maar het komt op me over dat iedereen opgelucht ademhaalt als heel de handel weer in de touringcar is geprakt. Zodat er van de rust en het uitzicht genoten kan worden, want anders een pure onmogelijkheid is.

Het zonlicht werd ondertussen warmer en helderder en je zag de canyons veranderen en meer prijsgeven. Bryce Canyon is ongelooflijk prachtig en apart. Of er nu sneeuw ligt of bloedheet is: heel het gedetailleerde landschap zorgt ervoor dat je blijft kijken en wijzen.

DSCN1932

DSCN1939

DSCN1940

DSCN1972

Een grondeekhoorn genoot op een rots boven duizelingwekkende hoogte van de vroege ochtendzon op zijn lieve jasje te genieten.

DSCN2001

Bij het laatste uitzichtpunt vonden we nog een parkeerplaats voor de camper. De rest stond bomvol. We hebben rondgekeken, gewezen en genoten.

DSCN2019

DSCN2026

DSCN2038

DSCN2041

DSCN2061

We kwamen terug bij ons huis op wielen en vonden een enorme sticker op de zijruit. Een waarschuwing, want we mochten daar niet parkeren, inclusief een verhaal waar we niks mee konden.

DSCN2081

We zouden na dit uitkijkpunt het park uitrijden en gingen even langs het visitor center bij de uitgang, die ook ingang is. Ook hier was het sterrevus druk. Ik bleef in de camper en Henrie ging naar binnen. Van tevoren had hij een foto gemaakt van de plek waar we stonden. Nu komt het, over slechte communicatie gesproken!
Het blijkt dat je sinds 2015 vanaf 24 april tot 30 september NIET meer naar bepaalde uitkijkpunten mag met een camper die langer is dan 25 voet (7,5 meter).
Je krijgt een kaartje met die informatie als je het park inrijdt, maar die ingangen zijn voor zes uur ’s morgens niet bemand. Wordt het ergens anders aangegeven? Welnee, dat moet je maar ruiken of snappen of ben je soms achterlijk ofzo dat je dat niet weet?
Henrie meldde dat wij al voor zessen het park waren binnengereden. Waarop de man geil lachend ons even de toegangsprijs van dertig dollar wilde aanrekenen. Maar hij had buiten de jaarpas gerekend, die wij van een lieve vriend hadden gekregen die in oktober in Amerika was. Dan kun je alle national parken in, zonder verder te moeten betalen.
Maar dit was werkelijk heel slecht en onprofessioneel. Op dit soort plekken waar jaarlijks miljoenen mensen komen, mag je je beter organiseren!

We vertrokken en besloten onderweg ergens iets te eten. In het gehucht Panguitch was een fastfood restaurant dat Henries naam droeg. Volgens hem zou er dan wel haute cuisine worden geserveerd, maar gelukkig was die zaak dicht.

DSCN2086

Een eindje verderop zat een zaak die er heel erg retro uitzag en we besloten daar wat dollars uit te geven. Tot mijn geluk serveerden ze ook mijn favoriete French Dip. We wachtten en we wachtten en we wachtten en besloten maar een dutje te gaan doen tot de boel geserveerd werd. Af en toe verwijderden we wat spinnenwebben van onze armen en keken nog eens rond.
Waar Henrie en ik met elkaar praatten, communiceerde de andere mensen op een modernere manier, maar kennelijk niet graag met elkaar.

DSCN2097

DSCN2098

De meneer die onze bestelling had genomen, kwam zijn excuses maken: de kok was die dag nieuw begonnen en wist alles nog niet zo goed te vinden. Om het goed te maken zouden we als dessert gratis een bol ijs krijgen.
Na een uur (!) kwam het eten. Het was goed, het was zelfs prima, ik kan er niets van zeggen. Het ijs ook, alleen nam het maaltje wel een enorme hap uit onze middag. Hadden wij weer…

De camping had een vuurput, dus ook nu kon Henrie zijn pyromane neigingen botvieren en een fikkie stoken. Het werd weer koud die avond, niet zo erg als eergisteren, maar koud genoeg.

De camping ligt vlakbij ons volgende reisdoel. Even rondkijken? De coordinaten hier zijn N37.23588 W112.85530

Coral Pink Sand Dunes, onder andere…

We gingen op weg naar de Coral Pink Sand Dunes, duinen van oranje/roze zand. Onderweg kwamen we langs een grot die ingericht was als museum.
De buitenkant was gebouwd als een cliff dwelling die je hier in de omgeving kunt vinden: woningen van de Anasazi Indianen die in de luwte onderaan een enorme rotswand woningen bouwden.

DSCN1768

Deze grot was in de veertiger jaren een silicamijn, maar de silica die hier gevonden werd was niet goed genoeg om er glas van te maken.
Die grot werd in de eerste helft van de de vorige eeuw gebruikt voor kampvuren, vuurwerk en vuilverbranding. Daarom is het plafond helemaal wit, in plaats van oranje wat die had moeten zijn. Er was ook heel veel vandalisme, waardoor er ook veel dingen vernield en verdwenen zijn.
In deze omgeving woonden 1200 jaar geleden de Moqui Indianen, die de vooruders waren van de huidige Hopi Indianen.
In 1951 werd het stuk land, inclusief grot, gekocht door de familie Chamberlain. Deze familie had hier vijfentwintig jaar een dancing en bar, waarmee geld genoeg werd verdiend om een museum te beginnen. De artefacten die hier tentoongesteld worden, zijn over de hele wereld verzameld. Wat ook te zien is aan al het geld dat uit al die landen is meegenomen.

DSCN1811

DSCN1808

DSCN1810

Zelfs dinosaurussporen, zoals die bij Lake Powell zijn gevonden.

DSCN1780

DSCN1781

Utah werd bevokt door mormonen, nu zijn er nog een heleboel, vandaar dat je niet zomaar alcohol kunt kopen. Opa Chamberlain had zes vrouwen en vijfenvijftig kinderen, waarvan er een heel stel al jong stierven. Utah was een lege staat en door veel vrouwen te hebben en dus veel kinderen, zorg je dus voor bevolking. Al sinds langere tijd wilde Utah tot een zelfstandige staat uitgeroepen worden, maar vanwege de legale polygamie ging dat niet door.
Wat doe je dan? Dan maak je het strafbaar. Dus opa, die al sinds jaar en dag zes vrouwen had, moest ineens de gevangenis in voor zes maanden. Daarna moest hij voor iedere vrouw $100,- boete betalen. Een gigantisch bedrag in die tijd, plus een woning voor iedere vrouw zoeken. Dat is natuurlijk te bizar voor woorden. Het is toegestaan, er wordt vrolijk op los gebigamied en dan ineens is het verboden. Maak er dan een sterfhuisconstructie van: de mannen die nu in zo’n huwelijk zitten, o.k. maar geen nieuwe meer. Maar nee, we vinden wel een achterlijke oplossing.
Er zijn nog wel splintergroeperingen van mormonen die nog wel aan bigamie doen. Maar onofficieel, ze trouwen dus met één vrouw en nemen er dan nog een paar officieus bij.

Ik vroeg aan Henrie of hij dat geen leuk idee vond, een paar Laureentjes erbij. Of hij het een leuke gedachte vond weet ik niet, maar hij greep naar zijn hart en ik zag zijn ogen wegdraaien en zijn lippen blauw worden. Ik ben er maar niet op doorgegaan.
Tegenwoordig is de grot trouwens nog steeds in handen van de familie Chamberlain.
Nog een leuke: in 1914 werd de zesde vrouw van opa Chamberlain, samen met nog vier vrouwen, verkozen tot gemeenteraadslid van die stad. Die er behoorlijk onder floreerde, schoon was en alles goed was geregeld. Ik durf zelfs te beweren dat er amper criminaliteit was: die kerels keken wel uit en zullen zich ongetwijfeld koest hebben gehouden.
Ik bedoel: vijf vrouwen…
De Coral Sand Dunes waren mooi, apart, bijzonder, maar niet om je er uren aan vergapend rond te lopen.

DSCN1825

DSCN1826

DSCN1831

Het zand is mul en ik vond het wel best, maar Henrie, mijn stoere bergbeklimmer, beklom een duin en kwam met zes kilo zware schoenen terug. Toen hij die had leeggegooid lagen er weer twee duintjes bij.

DSCN1834

DSCN1835

Onderweg kwamen we in een piepklein gehucht van ongeveer één straat langs een Family Dollar en we besloten nog wat nodig te hebben. We hadden de spandoeken wel gelezen over de opening enzo, maar geen aandacht aan besteed.
We kwamen er binnen en het voltallige personeel begon ons toe te juichen en te verwelkomen, met één dame als prinses verkleed.

DSCN1853

DSCN1855

DSCN1856

De opening was die dag en voor zo’n gehucht natuurlijk heel wat, want in de verre omtrek is er gewoon niks en bij die Family Dollars kun je voor heel wat zaken terecht.
Met het welkomstgejuich nog in onze oren reden we verder en konden we alvast een voorproefje nemen van wat we de volgende dag gingen bekijken.

DSCN1878

DSCN1879

We kwamen er ook achter dat er mensen zijn die een wel heel alternatieve manier van reizen hebben.
DSCN1863

DSCN1865

Op de camping was het liederlijk koud. We stonden op 2300 meter hoogte en het zou nul graden worden. Wat ook gebeurde. Natuurlijk het ideale moment voor Henrie om fikkie te gaan stoken, het brandhout hadden we een poos geleden al gekocht.

DSCN1882

DSCN1891

Camping bekijken? Hier de coördinaten: N37.66851 W112.15839

Antelope Canyon

De reden om naar Page te komen was dat we een ander deel van het Antelope Canyon wilde doen. Vorig jaar deden we de zogeheten upper rim en nu wilden we de lower rim doen.
Antelope Canyon is Indianengebied en ik vertelde jullie al eens: ik ben niet zo dol op Indianen. Alleen al vanwege de beestige manier waarop ze hun dieren behandelen. Denk aan de bordercollie pup Daisey May, die we vier jaar geleden uit een reservaat midden in de woestijn hebben gered, met een stuk touw rond haar nekje. Slechts uren van haar dood verwijderd en die nu een supergeweldig thuis heeft in Monticello (Utah) bij mensen die haar aanbidden. En dat is maar een piepklein voorbeeld.
Maar goed, dit even terzijde.
Om te beginnen moest je betalen om het terrein op te mogen waar de bedrijfjes zitten die de tours doen.

Ze zeggen je niet bij de ingang dat je het net bemachtigde kaartje mee naar binnen moet nemen. Daar kom je dus pas achter als je het stuk van de camper naar het desbetreffende gebouw hebt gelopen.
Ik bedoel: je kunt er niet komen zonder langs die kassa te gaan, dus wat is dan de toegevoegde waarde? Dus Henrie in galop terug naar de camper. Sta je in de rij, zie je dat je alleen cash kunt betalen! Hier in Amerika, waar alles plastic geld is! Je zou het toevallig niet bij je hebben, kun je weer helemaal naar Page om te gaan pinnen!
Weer naar die camper, in de zandstorm die zo’n beetje heerste. Kaartje gekocht en over een half uur zou onze groep gaan. Wat ze niet vertelden, geheel passend bij het Indianenplaatje, is dat er een ongeluk in de canyon was gebeurd en dat alle tours een uur vertraagd waren.
Dan hebben ze je geld al, je staat te wachten en dan krijg je ineens die mededeling. Ze wisten dat natuurlijk allang, maar verrotten het je in te lichten.
De Indiaan die mompelend had gemeld dat de zooi een uur vertraagd was, was niet te verstaan. Dus liep ik er redelijk briesend naar toe. Het gedoe met kaartjes en cash betalen had de eikeltjes bij de ingang al een vette Nederlandse vloek opgeleverd en dan dit nog.
Naast me stond een echtpaar dat ook niet blij was en waarvan de vrouw zei: als ze dit bij de kassa hadden gezegd, waren we vertrokken!

Hij gaf hen het enige antwoord dat hij kende: hij haalde zijn schouders op, oftewel: het interesseerde hem geen bal.
Na een uur kwamen we terug, we zochten natuurlijk in de tussentijd ons heil in de camper, hoorden we dat het nog bijna een uur zou duren. De schouderophaler stond het allemaal niet te kunnen helpen, buiten dat het hem niet interesseerde. Ik ben nog net niet stampvoetend naar de balie vooraan gegaan, waar mensen een kaartje kochten. De mensen die net geholpen werden zouden om 13:00 aan de tour konden beginnen.
“Wij moeten tot 13:20 wachten en zij kunnen om 13:00 al vertrekken, terwijl wij al ruim een uur wachten?” snauwde ik vriendelijk. De man kwam achter de balie vandaan, zei dat we gewoon vooraan moesten gaan staan en zeggen dat we al eerder hadden geboekt.
Maar kennelijk hadden ze al een blik gidsen opengetrokken: buiten stonden er ineens een stuk of vijftien en werden de rondleidingen met slechts een paar minuten er tussen gegeven.

Je moest een stukje lopen over een hellend terrein en we werden al gewaarschuwd voor veel grint en losse stenen.

Om het canyon in te komen, moesten we over vijf trappen, waarvan er eentje supersteil was en die je alleen achteruit af kon dalen. Het zweet stond in mijn handen, het was vreselijk.

Maar de beloning was geweldig. Wat een prachtige omgeving! Helemaal gevormd door water die bij grote regenval hier zijn weg door zoekt.

Vroeger en dan bedoel ik in de oudheid, werd dit canyon aangedaan door Pronghorn antilopen, die hier nu niet meer komen. Veel dieren zitten hier tegenwoordig niet. Een enkele kraai die hier zijn nest bouwt en in nog zeldzamer gevallen komt hier wel eens een uil
Voor die dieren is het met al die mensen natuurlijk niet rustig en vergeet de flash floods niet. Dat zijn zeer plotselinge overstromingen die je ook niet aan ziet komen.
Die ontstaan als het in de bergen heel hard regent en als van een dak stroomt dat water dan allemaal hier doorheen. Op de bodem van het canyon ligt rood, heel fijn zand. Dat wordt na iedere flash flood aangebracht. De originele bodem bestaat uit rotsgesteente met kuilen en allerlei onregelmatigheden, wat de veiligheid niet ten goede komt.
Het eerder genoemde ongeluk was een man die van een trap was gevallen, omdat hij de laatste trede had gemist.

Hij was er nogal behoorlijk aan toe kennelijk, allerlei kneuzingen en lag behoorlijk open. Op dit terrein zijn twee bedrijfjes die deze tours doen en de man die gevallen was, deed de tour van het andere bedrijf. Dat, kennelijk Amerikaanse gewoonte, na dit ongeval meteen werd gesloten. Of dit voor een dag is of langer weet ik niet.
Onze gids, een Indiaan die Josh heette en een kop groter dan ik, drukte ons dan ook bij bijna ieder stap op het hart om toch maar heel voorzichtig te zijn.

Dat deed hij normaal ongetwijfeld ook, maar met deze gebeurtenis in zijn achterhoofd was hij nog meer op zijn hoede.
Vooraan liep een groep Sienezen die bij vrijwel iedere stap een foto maakten. Niet van de canyon, dat zou ik begrijpen, maar van elkaar. Of met z’n tweeën, drieën, met de gids en selfies. Waar iedereen zich vergaapte aan de omgeving, waren zij kennelijk vooral door elkaar gefascineerd. Moeten ze zelf weten, maar het hield de boel wel op.
De doorgangen zijn namelijk heel nauw en je loopt echt niet zomaar langs iemand heen. Op een gegeven moment wilde ik een foto van een kleine ruimte nemen, maar die stond vol met Sienezen die zich daar met een schoenlepel in hadden geperst.
Ik wachtte tot ze een keer doorliepen, maar ze hadden elkaar nog niet voor de zesenveertigste keer gefotografeerd en er waren ook nog niet genoeg selfies genomen. De gids snapte wel waarom ik bleef staan en maande ze een keer door te lopen. Dat ging vijf meter goed, maar ik had mijn foto tenminste.

Boven de grond waaide het nog behoorlijk wat aan het vallende zand te merken was. Vijf kwartier duurde de rondleiding, met trappen, supersmalle doorgangetjes en stukjes waar je amper je voet kon neerzetten. Lage doorgangen, zodat je met je neus tegen je knieen er door moest, maar het was vooral prachtig mooi.

Laten we zeggen dat het de ergernis van die ochtend ruimschoots compenseerde. Om de canyon uit te komen, moest je weer door een nauwe doorgang.

Buiten de uitgang was in het steen de afdruk van een dinosaurus te zien die zo’n 1.80 hoog moet zijn geweest.

Gezien het gedoe met campings gisteren, belde Henrie uit voorzorg een camping in ons volgende reisdoel: Kanab, anderhalf rijden verder, tussen Page en Kanab is niks, misschien vijf huizen, maar wel prachtige uitzichten.
Voor we verder reden moesten we nog even tanken. Ik vertelde al eens dat je hier nogal merkwaardige smaken hebt voor milkshakes, zoals een shake met bacon. Dit was de nieuwste: milkshake met de smaak van cake beslag.

We stopten bij een brug over de Glen Canyon dam, waar je van een duizelingwekkende hoogte naar beneden keek. De wind was zo hard, dat je letterlijk bij iedereen het t-shirt omhoog zag gaan. Vandaar kennelijk de term: uit je hemd waaien. Hier gebeurde het.

We hadden geluk: er was een annulering geweest, waarmee wij de laatste plek hadden. Net zoals vorig jaar het geval was, met deze zelfde camping.
De camping ligt pal in het centrum en mijn gedachten gingen meteen uit naar even een biertje halen. Op hetzelfde moment realiseerde ik me: we zitten in Utah. Mormonenstaat, dus het is een uur vroeger en geen alcohol. Nou ja, in de camper hebben we genoeg…

Even hier rondkijken? De coördinaten zijn N37.04267 W112.52475

Grand Canyon

Als je om vier opstaat omdat je met vakantie gaat, is dat al bizar. Als je op vakantie bent en je staat om half vijf op om iets te gaan bezichtigen, is dat nog veel bizarder.
Maar het zou de moeite waard zijn, al waren we er al vaker geweest. Eens in de zoveel tijd moet je even terug gaan om te kijken of het wel echt was wat je hebt gezien.
Dus vertrokken we toen het nog maar net licht was. Tegenover onze camping was een deel voor kampeerders in tenten. Dat zie je niet zo vaak hier. Toen we wegreden kwam er net een stel verkreukeld en suf naar buiten kruipen, om de tocht naar de koude w.c. te maken. We huiverden bij de aanblik en zetten de verwarming een tandje hoger. Dat mocht wel: het was twee graden buiten.
We zagen de zon boven de bergen uitkomen, stralender dan wij waren.

DSC_0689_zonsopkomst2

In het schuchtere ochtendlicht zagen we herten langs de kant van de weg grazen.

DSCN1446

DSCN1459

Tot we bij het eerste uitkijkpunt kwamen en ons vergaapten aan dat waar we zo vroeg voor waren opgestaan: de Grand Canyon in ochtendtooi. We kennen de Grand Canyon allemaal van foto’s en films, maar niet, maar dan ook niets haalt het bij de werkelijkheid.

DSC_0757_Duck-Rock

DSC_0795_rocks

DSC_0850_Laureen

DSCN1451

’s Morgens vroeg hullen de ravijnen en glooiinen zich nog in diepblauwe tinten en verbergen ze hun geheimen. Maar hoe hoger de zon, hoe feller de contouren en de kleuren worden.

DSC_0911_Colorado_River

DSC_0962_stitch_1600x641

DSCN1497

DSCN1509

Het is niet te geloven dat je gewoon tweehonderd kilometer in de verte kan kijken. Dat het populairste oversteekpunt voor vogels het deel is, waar de canyonranden ‘slechts’ dertien kilometer van elkaar verwijderd zijn.
De verantwoordelijke voor dit ongelooflijke gebied is de Colorado River, die in vijf miljoen jaar het landschap uitsleet met zijn water en alles wat er in werd meegevoerd.

DSCN1507

Het is ook niet te geloven helemaal naar Amerika te reizen, naar de Grand Canyon, om daar een Nederlandse mevrouw te zien met hetzelfde fleecevest dat ze, net als ik, al jaren heeft, omdat het zo lekker zit.

DSCN1514

Verder gingen we, genietend van alle uitzichten en ons nederig voelend: dit was er miljoenen jaren voor ons en zal er miljoenen jaren na ons zijn.

DSCN1534

Een hert stond bij een parkeerplaats genoeglijk het jonge loof van boompjes te eten en het verse gras. Dat wij keken en foto’s maakten, was totaal niet interessant. Eigenlijk verwachtte ik dat hij op een gegeven moment om wat dollars zou vragen, voor de geleverde service.

DSCN1540

We waren uitbewonderd en gingen op weg. De Grand Canyon uit, richting Page. Een paar uur rijden, wat altijd zwaar is als je al zo lang op bent en bovendien allebei amper hebt geslapen.
Het was een lange weg zonder rustpunten door Indianengebied. Waar je maar van de weg kon, stonden kraampjes met dezelfde goedbedoelde sieradenzooi die allemaal op elkaar leek.
We stopten eventjes bij een rij van die kraampjes vanwege het mooie uitzicht. Eén van de verkoopsters zat scheef op haar stoel en was in diepe slaap verzonken.
Voor ik een foto kon maken, kwam er een grote groep motorrijders aan die ook even stopte.
Ze schokte wakker en kwam duidelijk van plezieriger oorden. Waarschijnlijk had ze gedroomd dat al haar spullen waren verkocht en ze straffeloos alle toeristen op hun gezicht mocht slaan. Of scalperen.

In Page zijn slechts twee campings, wat belachelijk is voor zo’n druk gebied en allebei bleken ze voor heel de week volgeboekt. De eerstvolgende was een paar uur rijden en geloof me: dat wil je niet na zo’n volle dag.
Via een trailerpark (zoiets als bij ons een woonwagenkampje, dat is hier heel gewoon en ze zijn doorgaans superkeurig) kwamen we uit op een piepkleine camping in Big Water, Utah.
We hadden geen telefoonnummer, dus het was een gok. Een gelukkige. Het was zeker piepklein: vijf plaatsen en vier daarvan werden permanent bewoond. Via het telefoonnummer op de deur wisten we de eigenaar te bereiken en konden we de enige vrije plek in gebruik nemen, zaterdag was die alweer besproken.
De camping, voor zover je het zo kon noemen, lag op een bedrijventerrein met veel honden in de omgeving. Wat misschien wel nodig was.

DSCN1584
DSCN1600

Naast onze camper stond een piepklein geval met aan de buitenkant op ooghoogte een kooitje. Ik dacht: dat is om de airco te beschermen, die er ook inderdaad in zat. Ik liep even rond op het terreintje en zag aan de andere kant van het campertje net zo’n kooitje, met een poes! En daar achter nog eentje, een zwarte.
Ik sprak ze aan de het grijze streepje kroelde zich verlekkerd tegen het muskietengaas en tot mijn verbijstering kwamen nog twee zwartjes bij. Met nieuwsgierige ogen en afwachtende houding.

DSCN1590

DSCN1591

DSCN1593

Binnen hoorde ik de eigenaar iedere vijf seconden zijn neus snuiten, misschien was hij allergisch voor katten. Aan andere kant, bij de airco, zat een langharig, roodwit ventje.

DSCN1594

Dan denk je even heel sterk aan je eigen geteisem en mis je de vele, dagelijkse kroeltjes. Maar realiseer je je ook hoe verwend het spulletje is! Deze katten zitten in een camper die misschien in totaal twee keer zo groot is als een volkswagenbus. Die drie van ons hebben tijdens de vakantie (omdat ze dan niet buiten mogen) de woonverdieping en de kelder om zich te vermaken en elkaar op het gezicht te slaan. In totaal een ‘schamele’ 290 vierkante meter.
De volgende ochtend kwam ik in gesprek met de eigenaar van de katten. Door het kooitje, want hij lag nog in bed. Ik had hem de vorige dag wel gezien, maar hij zag er niet uit als de vijfenzeventig jaar die hij bleek te zijn. Hij had zes katten aan boord, waarvan de oudste tweeentwintig was. De rest was rond de tien jaar oud en hij had ze allemaal uit de woestijn en van de straat geplukt toen ze nog kitten waren. Het gespuis zag er fantastisch uit en er werd duidelijk heel van gehouden. De reden dat ze niet buiten mochten, was omdat het hier barst van de coyotes.|
Jullie snappen, die man verdient een standbeeld en eeuwiger roem. Op Google zagen we zelfs zijn campertje staan. De coördinaten hier zijn: N37.081609 W111.666759

Verder gingen we, naar ons volgende doel. En wat we daar weer hadden…