Alle berichten door De 2 Belgen

Een onverwacht einde van een heerlijke vakantie

We waren nog niet vertrokken of we hadden al heimwee naar de camping in Bullhead City. Maar als je uiterlijk om 10:30 in heksenketel Las Vegas moet zijn, is een uur minder reistijd heel zwaarwegend. Om bij te dragen aan het heimwee was het in Overton een stuk killer. We gingen naar bed en was het een voorteken dat ik bijna tien uur sliep? Terwijl ik doorgaans na maximaal zeven uur slaap wakker ben? De volgende dag haalden we de koffers tevoorschijn, maar koesterden ons nog eerst een poos in de zon en genoten.

Maar goed, de boel moet nu eenmaal ingepakt worden en dat is altijd meer werk dan je wil. We hadden die ochtend al het pakje met gedragen kleding naar onszelf gepost, ruim vier kilo, en bij het wegen van de koffers later bleek wederom dat dat toch altijd wel een goede actie is. Nog voor ik maar een shirt in de koffer had gelegd werd ik ziek en daarmee bedoel ik ZIEK. Een uur op de bank in de camper gelegen, wat (natuurlijk) niet hielp. Zelfs mijn rummetje later smaakte niet, ik heb mijn glas leeggegooid, een sprekender voorteken bestaat bij mij niet. Eten? Hou op, het idee alleen al. De nacht was vreselijk, vol van koortsdromen en ellende en als het aan Henrie had gelegen waren we die ochtend nog naar een ziekenhuis gereden. Dat wilde ik niet en we vertrokken. Terwijl Henrie tijdens het rijden de laatste dingen in de camper op orde bracht, reed ik naar Las Vegas. Ik weet nog niet hoe me het gelukt is, zo ziek en ik kon mijn ogen niet open houden. Maar dan ben ik ook zo dwars en vertik ik het me over te geven aan ziek zijn. Over de terugvluchten zal ik maar zwijgen, ook over de eerste nacht thuis. Zaterdagochtend zijn we al vroeg naar de spoedeisende hulp vertrokken en ik mocht meteen blijven. Longontsteking en maandag wordt er verder gezocht naar mogelijk andere oorzaken. Dus even geen vergezichten, ik zal me even hier toe moeten beperken.


Geen vrolijk verhaal, maar een onverwachte afsluiter van een heerlijke vakantie op de schoot van Uncle Sam, die ik vanuit een Belgisch ziekenhuis weer respectvol groet en bedank. Bedank voor al het mooie dat we weer mochten zien. De sympathieke mensen die we mochten ontmoeten. Er zal zoals altijd geen dag voorbij gaan, zonder dat ik in gedachten door jouw spectaculaire landschappen rijd. We hopen je volgend jaar weer te zien, Uncle Sam, maar dan in een blijvende, goede gezondheid…

Advertenties

De laatste dagen….

Op die camping aan de spoorlijn begon het steeds harder te waaien en de camper stond te schudden op zijn wielen. Dat was niet zo erg, wel dat het de volgende ochtend begon de plenzen. We stonden bij het stadje Seligman, dat aan de beroemde route 66 ligt. Die stadjes zijn doorgaans heel commercieel, maar toch wel leuk. De regen trok een streep door onze plannen om er eens rond te gaan kijken.

De laatste dagen...

We besloten meteen door te rijden naar Bullhead City, dat net in Arizona ligt. De Colorado rivier is de natuurlijke scheiding tussen Nevada en Arizona en zodra je die oversteekt en Nevada dus uitrijdt, ziet alles er meteen anders uit. Geen casino’s natuurlijk en alle bling bling is ook verdwenen.

De laatste dagen...

Bullhead City is enorm uitgestrekt en je rijdt mijlen en mijlen voor je er een beetje doorheen bent. Ons doel was de camping ‘Crossroads’ waar we bijna ieder jaar komen. Het is de stilste camping die je je kunt voorstellen. In de winter staat het er compleet vol, vanwege alle zogeheten ‘snowbirds’ die er komen overwinteren. ‘Snowbirds’ zijn gepensioneerden die in de noordelijke staten wonen, zoals Idaho, Michigan, Montana, ….. waar de winters lang en heel koud zijn. Ze zakken dan af naar het zuiden en vinden er een camping waar ze verblijven of trekken in de zuidelijke staten rond. Heel veel pensionado’s laten dan hun camper of ‘fifth wheel’ op een camping staan om er in het najaar naar toe terug te keren. Een ‘fifth wheel’ is te vergelijken met een caravan, maar veel groter om te beginnen. Het voorste, hoge deel wordt op de achterkant van een behoorlijke pick-up truck bevestigd en zo voortgetrokken. Deze dingen zijn soms wel vijftien meter lang!

De laatste dagen...

Weer anderen rijden op hun gemakje weer terug in hun camper. We hebben deze vakantie opvallend veel zogeheten ‘full-timers’ ontmoet. Mensen die hun huis hebben verkocht of verhuurd, een camper of ‘fifth wheel’ hebben gekocht en rondtrekken. Sommigen doen dat al jaren aan een stuk. Niet dat ze constant onderweg zijn, ze blijven soms ook maanden ergens staan, maar ze hebben de vrijheid omarmd en genieten van hun leven.
Crossroads was aangenaam leeg, er woonden zo’n 25 mensen en die zag of hoorde je niet.

De laatste dagen...

Het was heerlijk om in die doodstille omgeving te zijn. Er is amper tot geen verkeer op de weg die er langs loopt, de weg naar Oatman, en buiten dat je af en toe een enkele airco aan hoorde slaan was het stil. De cactus wren zat weer op haar nest. Een nest gebouwd in een cholla, zo’n cactus met walgelijk veel en scherpe stekels. Ik zag dat ze twee jongen had.

De laatste dagen...

In de enorme cactus voor de camper had een duifjeskoppel een nest gebouwd en ook zij hadden twee jongen.

De laatste dagen...

Alles ademde rust en vrede en je voelde je bloeddruk zakken.
De volgende dag gingen we naar Oatman, zo’n twaalf mijl verderop, gelegen aan die ene doorgaande, doodstille weg.

De laatste dagen...

We komen vrijwel jaarlijks in Oatman. Een vroeger mijnstadje, ook gelegen aan de route 66. Een grote attractie zijn de burro’s die er overal rondlopen. Dat is een ezelsoort die hier vroeger werd gebruikt voor het vervoer van voedsel, water, mijnwerkers naar de mijn brengen, van alles. Ze kunnen zich goed over moeilijke terreinen bewegen, weten voedsel makkelijk te vinden en zijn prima in staat zware lasten te dragen in hete, droge omgevingen.

De laatste dagen...

Toen het stadje leegliep, hebben ze de burro’s vrijgelaten in de woestijn en je ziet hier dus de rechtstreekse afstammelingen, die nog steeds in de woestijn rondzwerven. Maar slim als ze zijn, zijn ze elke ochtend aanwezig, vanaf het moment dat toeristen verwacht worden. In vrijwel ieder zaakje kun je burrovoer kopen, wat grif gedaan wordt en dat weten ze. Er wonen gewoon mensen in Oatman, niet veel, misschien zeventig in totaal, en die zijn dol op de burro’s die ze ook allemaal een naam hebben gegeven. Een bekende burro, ik ben zijn naam kwijt, heeft een geknakt oor. Gebeurd in een gevecht om de vrouwtjes.

De laatste dagen...

Het is ook overal hetzelfde. Zijn oor hing er helemaal bij en had eigenlijk geamputeerd moeten worden. Maar ze hebben het zo weten op te lappen, dat hij er nog steeds aan zit, al hangt hij op half zeven. Reden: amputeer je dat oor, dan komt er ook van alles in terecht: regen, sneeuw, vuil, van alles en dat is niet gezond. De sfeer onder de burro’s was gespannen, omdat er een vrouwtje bereidwillig was om gedekt te worden en daardoor waren er kibbelpartijen bij de heren. Die gepaard gingen met venijnige beten en trappen.
De winkeltjes waren weer leuk om rond te snuffelen, maar je zag aan alles dat het seizoen zo’n beetje voorbij was.

De laatste dagen

Veel uitverkoop en een enkele zaak al gesloten. In de zomer is het hier gewoon veel te warm en dus sluit zo’n beetje alles, om in november weer te openen. De dagelijkse ‘gunshow’ was ook weer aanwezig. Met die gratis show op straat halen zogenaamde bankrovers geld op bij het publiek, dat integraal gedoneerd wordt aan een kinderziekenhuis. Onder andere voor vervoer van ouders die hun opgenomen kinderen willen bezoeken, maar die er de middelen niet voor hebben. Door de jaren heen hebben ze al ruim $100.000- opgehaald en gedoneerd. Daar wil je wel even wat flauwe grappen voor aanhoren.

De laatste dagen...
De laatste dagen...

De zogenaamde pistoolschoten waren een aanslag op je trommelvliezen, maar de burro’s trokken zich er niets van aan. Die zijn er aan gewend.

De laatste dagen...

Het restaurant was van binnen al jaren beplakt met dollarbiljetten van klanten, maar nu tegen de ramen. Op al die biljetten hadden mensen hun naam en waar ze wonen geschreven. Maar eigenlijk is dit een heel oud gebruik, uit de tijd dat de mijnen nog in gebruik waren. De mijnwerkers gingen na hun werk een biertje halen. Ze betaalden de cafébaas van tevoren, zodat als er iets in de mijn gebeurde, hun rekening betaald was.

De laatste dagen...

Oatman was leuk, zoals altijd en de vogels op de camping waren helemaal niet boos dat we een poos weg waren geweest. We hebben tot laat buiten gezeten, genietend van de woestijnwind en de stilte. In de verte zag je de blikkerende lichtjes van Laughlin en andere gokstadjes in Nevada, aan de overkant van de Colorado rivier, wat de rust alleen maar onderschreef.

De laatste dagen...

Eigenlijk hadden we er nog langer willen blijven, maar donderdag moeten we voor 10:30 de camper in Las Vegas inleveren. Het is 120 mijl daar naar toe, meer dan twee uur rijden en dan moet je geen files of wegomleidingen hebben. Vlak voor je de camper inlevert moet je aftanken, want je kreeg hem met een volle tank mee, dus ook met een volle tank inleveren. We hebben al eens gehad dat we moesten bellen, omdat er zoveel oponthoud was dat we het niet gingen halen. En je moet ook met de shuttle mee naar het vliegveld, Mc Carren airport, om je vliegtuig te halen. Met bloedend hart zijn we vanochtend vertrokken, naar de camping in Overton waar de reis ook begon. Vanaf hier is het vijf kwartier rijden, maar we hadden er een lief ding voor gegeven als we gewoon op Crossroads hadden kunnen blijven. In de stilte, de prachtige omgeving en te luisteren naar de suizende, fluisterende woestijnwind….

Via via via door groot en leeg Arizona

We liepen nog een rondje door Tombstone voor we vertrokken. Overal zag je koetsjes met paarden en ‘echte’ cowboys op de bok. Mensen in kleding uit die tijd die je uitnodigden om de mijntoer te doen of te komen kijken, tegen betaling uiteraard, naar de beroemde ‘Gunfight at the O.K. Corall’, Jammer genoeg droegen ze naast hun toepasselijke kledij ook horloges, sjieke zonnebrillen en gebruikten hun gsm’s wat nogal detoneerde.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

Het was behoorlijk warm en omdat we de camper op zijn plek hadden laten staan, aangesloten op elektriciteit, had de airco heerlijk kunnen blazen zodat de boel nog redelijk koel was. Niet lang nadat we waren vertrokken kwamen we langs een grenscontrole, die je in dit gebied en zuidelijker heel veel vindt.

Via via via door groot en leeg Arizona

Vanwege drugssmokkel vanuit Mexico en eventueel mensensmokkel. Dan maken ze een praatje met je en ondertussen loopt een collega met een speurhond rond de camper. Toen we moesten stoppen trok ik mijn sulligste gezicht en we mochten meteen doorrijden. We hebben een keer gehad dat onze papieren werden gevraagd. Die bewaar ik in de la in het uitschuifgedeelte in de slaapkamer, daar kun je dus niet zomaar bij. Dan moet je parkeren, uitschuiven, papieren pakken, weer inschuiven en mag je weer doorrijden. Toen we naar Tombstone toereden, werden we meerdere malen ingehaald door politiewagens en border patrol met gierende sirenes en zwaailichten. Een eind verder stonden meerdere wagens en een ambulance. Op de grond lag een man met alleen een lange spijkerbroek aan, op zijn buik met zijn handen aan zijn enkels geketend. Misschien was hij stout geweest, was hij illegaal, weet ik veel, maar er werd niet zachtzinnig mee omgegaan. Met de politie hier wil je gewoon geen problemen.

Via via via door groot en leeg Arizona

De volgende stop zou in Tonto Basin zijn. Onderweg rij je langs Lake Roosevelt, een prachtige omgeving met een enorm meer.

Via via via door groot en leeg Arizona

Dit gebied is duizenden jaren bewoond geweest door Apaches, Europeanen en mensen in de prehistorie. In een grot in de berg boven het meer zie je zogeheten ‘cliff dwellings’. Doorgaans als je die ergens ziet, een bekende zijn die van ‘Mesa Verde’, zijn die gebouwd door de Anasazi Indianen. De reden waarom deze dwellings gebouwd zijn is niet duidelijk, in ieder geval biedt de grot een perfecte beschutting tegen alle weersomstandigheden.

Via via via door groot en leeg Arizona

Er zijn in totaal zo’n 60 kamers en de bouw begon in 1300. Elke kamer bood onderdak aan een gezin. Het is ongelooflijk dat deze gebouwen na al die tijd in nog zo’n goede conditie staan. Gebouwd door mensen, zo lang geleden, met het inzicht om iets neer te zetten dat de eeuwen trotseert. Mensen die al lang verdwenen zijn, door niemand herinnerd. Het geeft je echt het gevoel dat je maar een spatje bent op de kalender van de wereld. We hebben overwogen de klim naar boven te maken, maar die was heel erg steil en het was 35 graden.

De camping was vol, duidelijk met allemaal stacaravans en campers van mensen die er zo’n beetje permanent wonen. Maar er was niemand te zien. Je kreeg het idee dat iedereen dood binnen lag, leeggezogen door de plaatselijke vampier of dat ze zelf in hun doodskist lagen te wachten tot ze mensen dood mochten maken.
Opeens zag ik een oudere meneer zitten, lekker aan een pintje en vroeg hem waar we ons moesten melden, want dat werd nergens aangegeven. Hij legde het uit en toen ik doorreed zag ik hem zijn gsm pakken en bellen. We werden al aangemeld dus. En inderdaad werden we al opgewacht. Het plekje dat we kregen lag aan de rand van de camping met uitzicht op een grasveldje waar ’s avonds nogal eens kalkoenen kwamen zitten.

Via via via door groot en leeg Arizona

Die werden gevoerd door de meneer in de stacaravan een klein eindje verderop, een meneer van 90! De kalkoenen lieten zich niet zien, de volle maan wel. We zaten weer tot veel te laat buiten op de doodstille camping, die eerst niet zo heel doodstil was. We dachten dat er een koppel slaande ruzie had, gezien de ‘fucks’ en weet ik veel wat. Maar ze zaten te gamen ofzo en bleken de grootste lol te hebben. Heel lang duurde het niet en vanaf half negen hoorde je niemand meer.

We reden de volgende dag verder door groot en leeg Arizona. We kwamen door een stadje waar de helft van de gebouwen leeg stond, reden om eentje aan nader onderzoek te onderwerpen. Helaas was alles hermetisch afgesloten, zelfs Henrie vond niks om door naar binnen te komen. Door een gebroken raam zag ik allerlei interessante dingen, maar helaas.

Via via via door groot en leeg Arizona

Er stonden een paar auto’s buiten, met platte banden. Die stonden er al heel lang. Eentje had allebei de nummerplaten nog, nu niet meer, nu nog maar eentje. Maar daaruit bleek dat die auto hier al sinds 2006 zou moeten staan, wat makkelijk kon gezien zijn conditie.

Via via via door groot en leeg Arizona

We kwamen uit bij een camping in Camp Verde. We kregen een mooi plekje en kwamen al gauw in gesprek met onze buren van die nacht. Leuke mensen die hier tot 1 oktober zouden blijven. Voor onze campers waren een aantal andere bewoners bezig met een, voor ons, onduidelijk spel. Twee ballen met een touwtje verbonden die ze om een balkje moesten gooien en de stemming zat er goed in. Een van de deelnemers sprak ons aan en liet me van zijn drankje proeven: spiced rum (bruine rum) met cola light. Dat kan best lekker zijn, maar de enorme hoeveelheid rum liet de stoom uit mijn oren komen. Geen wonder dat ze het zo naar hun zin hadden.

We hadden al gehoord dat je op zaterdagochtend donuts en koffie of thee kon halen op de ontmoetingsplek van de camping. We waren niet van plan te gaan, maar ze kwamen ons halen. En het was supergezellig. Alleen, die donut, alleen al door het kijken ernaar was ik al drie kilo aangekomen. Ik kreeg het ding amper weg, zo ongelooflijk zoet, zwaar en vettig als dat was. Onze buren zaten er al en nodigden ons uit. Toen iedereen al weg was zaten we nog te kletsen en te lachen, echt zo leuk en een goede klik. Het was gewoon jammer dat we verder moesten.

Ons doel was Sedona. Dit stadje ligt in een schitterende omgeving met rode rotsen, een combinatie van Monument Valley en Canyonlands.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

Het staat bekend om zijn vortexen, magnetische velden, die bepaalde, gunstige effecten hebben op de mensen. We stopten bij een benzinestation in het stadje en terwijl Henrie tankte, snuffelde ik rond in het benzinestation en werd aangesproken door een meneer van een informatiestand. Ik zei dat ik geïnteresseerd was in die vortexen en hij werd meteen enthousiast. Hij nodigde me achter zijn informatiebalie en zei, wijzend op een plek: ‘Hier zit ook zo’n magnetisch veld.’ Hij liet me mijn armen omhoog steken, deed het zelf ook, gewoon vijf seconden ofzo, dan in je handen wrijven. Dan zijn je handpalmen wit, probeer maar. Maar we hielden onze handen boven dat veld en onze handpalmen begonnen te tintelen, werden rood met tientallen witte plekjes. Heel raar. Terwijl ik met hem stond te praten bleef ik op die plek staan en heel mijn linkerkant begon te tintelen, zelfs mijn tong.
We reden verder om naar een bepaalde vortex te gaan, maar het verkeer was rampzalig. Zo ongelooflijk druk, met de ene rotonde na de andere. Een grote file. O.k. het was zaterdag, maar dit hebben we nog nooit meegemaakt. We hadden er allebei tegelijk genoeg van, besloten een andere keer terug te komen, maar nu wegwezen.

De weg van Sedona naar de snelweg is smal, heel steil, vol haarspeldbochten en met slecht wegdek.

Laten we zeggen dat het zo slecht was, dat als ik borstvoeding had gegeven, ik alleen nog maar zure melk had kunnen produceren.
Je reed onderin een canyon en de weg slingerde zich tegen de bergen omhoog.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

De camping van vannacht is niet zo rustig, pal aan een drukke spoorlijn. Geen personenvervoer, maar in hoofdzaak containers. De treinen hier zijn al gauw anderhalve kilometer (!) lang en zo meerdere per uur. Wat ben ik blij met oordopjes!

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Als ik zeg dat internet de afgelopen dagen slecht te bereiken was, dat de verbindingen op de campings slecht waren, dan is dat heel zachtjes uitgedrukt. Af en toe een flard, als oprispingen na een maaltijd, maar verder niks. Van zo’n flard kon je dan gebruik maken om de hoognodige dingen te doen, maar vaak moest je die handelingen drie of vier keer herhalen voor het ook uiteindelijk ‘pakte’.
De middag dag we Ditte, die vriendelijke mevrouw bij de Dairy Queen, ontmoetten, hadden we eigenlijk gepland om naar Saguaro National Forest te gaan. Dus deden we dat de volgende dag.

Saguaro’s zijn die enorme cactussen met armen, die je ook in de Lucky Luke ziet.

De saguaro’s komen alleen in dit deel van Arizona en een deel van Mexico voor, verder nergens ter wereld. Ze worden zo’n 12 tot 15 meter hoog en daar doen ze dan wel 150 jaar over. In een ideale omgeving kunnen ze zelfs 200 jaar worden. Kan je je dat voorstellen?
We kwamen bij de ingang en gingen het Visitor Center in om de toegang te betalen. Ik had de camper schuin geparkeerd, aparte parkeerplekken voor campers waren er niet, en ervoor gezorgd dat anderen er geen last van hadden. Want zo’n ding steekt nogal uit. De hitte plofte op ons neer en een mevrouw vroeg aan me: ‘Is dat nou moeilijk om met zo’n camper te rijden?’ Ik zei dat dat niet zo’n probleem was. Ah, net als met een auto dus. Nou nee, dat ook weer niet. We kletsten wat verder en een andere vrouw kwam naar me toe. Zo’n schrale, tanige tante met een kleur haar die eigenlijk niet bestaat. Antiek touw of zo. Ze snerpte me toe: ‘Ik hoop wel dat je dat ding, de camper dus, zometeen weghaalt, want ik kan er zo niet uit.’ Ik keek en er was genoeg ruimte, genoeg zelfs voor iemand met 12 pinten op, zonder rijbewijs en slechtziend.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Dus ik zei dat er ruimte genoeg was. ‘En toch hoop ik dat je hem gauw weghaalt!’ En ze spillebeende weg, ongetwijfeld op zoek naar een ander om tegenaan te zeiken. De mevrouw die me had gevraagd hoe het rijden met een camper nu was, had het met verbazing aangekeken en ook de ruimte tussen de voertuigen bekeken. Ze zette haar handen in haar zij en zei: ‘Nou, ZIJ kan er in ieder geval niet mee rijden, ze kan nog niet met haar autootje overweg.’ De saguaro’s, met hun enorme stekels, observeerden het zwijgend, zoals ze al lang deden.

In de stammen van de saguaro’s zie je vaak gaten, door vogels gemaakt. Daar nestelen vogels zich, die zich beschermd weten door de stekels.
In films met John Wayne zie je hoe ze zo’n cactus openkappen en zich tegoed doen aan het vocht dat er in zit. Liters, ze kunnen zich douchen! Pure onzin. Ze bestaan 80% uit water, maar dat is niet te bereiken, het water is namelijk opgeslagen in pulp. Deze pulp zit tussen de bast en het houtachtige skelet en in het midden.
In de 20’er jaren van de vorige eeuw, begonnen de saguaro’s te verdwijnen, omdat ze gekapt werden voor de wegenbouw. Grazend vee beschadigde heel veel, door de zaden en heel jonge saguaro’s te vertrappen. De vooruitziende blik van de plaatselijke bevolking zorgde ervoor dat hier een stokje voor werd gestoken en Homer Shantz heeft het voortouw genomen en zich hard gemaakt voor de bescherming van deze unieke flora. Hij heeft er ook voor gezorgd dat dit uiteindelijk een nationaal park werd, dus met alle bescherming van dien.

Omdat het hier de laatste tijd behoorlijk geregend heeft en het een kletsnatte winter was, stond alles in bloei. Het was meer dan prachtig. Je moest uitkijken waar je liep om niet in allerlei stekels van uiteenlopend begroeiing vast te komen zitten, maar daardoor zag je ook meer. Net als bijzondere kevers met felle kleuren.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

We gingen uiteindelijk terug naar dezelfde camping van de nacht ervoor, met net zulk slecht internet. Wat wel leuk was, vooral voor Henrie, is dat er naast elke camper een grapefruit-, citroen-, of sinaasappelboompje stond. Vooral de grapefruits waren enorm en supersappig. Ik hou er niet van, ik vind ze te bitter, maar Henrie zorgde voor een grote voorraad om zich vol mee te douwen. Voor mij een paar citroenen, voor in mijn rum en omdat het bij mijn karakter past. De sinaasappels waren nogal droog, dus die liet hij liggen.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Zowel in Phoenix als in Tucson hadden we gehoord over het Desert Museum, een echte aanrader. Nu zijn we geen museummensen, maar we besloten er toch naar toe te gaan. En het was geweldig! Het was vlakbij Old Tucson, de set waar in het verleden heel veel westerns zijn opgenomen en waar we vorig jaar zijn geweest. De parkeerplaats voor campers was een eind van de ingang vandaan en net toen ik uitstapte, kwam er een meneer in een golfkarretje aan die daar werkte. Hij stopte om op zijn telefoon te kijken en ik zei: ‘Ah, komt u ons ophalen?’ Dat was prima, stap maar in. Ik had nog nooit in zo’n karretje gezeten, maar ik wil er nu ook eentje! De dames bij de kassa keken stomverbaasd toen ze ons aan zagen komen en een meneer die net naar buiten kwam riep: ‘Taxi!’ en ging er in zitten. Het museum was geweldig. Er waren diverse gebouwen met uitleg, zoals over het ontstaan van de aarde en al het leven er op, maar ook met slangen, kikkers, padden, zeepaardjes, teveel om op te noemen.

Over saguaro’s, de woestijn en bier
Over saguaro’s, de woestijn en bier

De wandeling ging verder grotendeels buiten over het terrein en overal waren drinkfonteintjes om je dorst te lessen en je flesje te vullen. Het is en blijft natuurlijk woestijn en toen wij er waren was het zo’n 34 graden. Op het toilet bij de wasbak hing zelfs een automaatje, net als een zeepautomaatje, maar dan met zonnebrandcrème factor 30. Er was overal aan gedacht.
Je kon leren over dinosaurussen en zoeken naar fossielen. Er lagen brokken steen die je open kon hakken en een man was zo fanatiek bezig, dat ik hem vroeg op wiens hoofd hij in gedachten aan het beuken was. Hij keek me wazig aan en zei dat hij dat leuk vond om te doen, maar volgens mij maakten zijn handen ook wurgbewegingen.

Er waren allerlei dieren te zien, woestijndieren natuurlijk, zoals de bob cats, die me heel erg aan ons spulletje thuis deden denken.

Over saguaro’s, de woestijn en bier
Over saguaro’s, de woestijn en bier

Een porcupine, een soort egel met enorme stekels die achteruit wijzen. Dus een vijand die denkt slim te zijn en ze vanachter benadert, komt van een koude kermis thuis. We hebben eens een jonge grizzly in Yellowstone zien manken met stekels door zijn poot heen, die hij er iedere keer uit zat te trekken met zijn tanden.

Er was een enorme volière met het formaat van een gigantisch huis, met allerlei soorten vogels. Net bij de ingang zat een koppel eendjes en het mannetje vloog op me af en beet in mijn schoen en in mijn been. Na een paar keer goed knijpen liep hij weg met een ruggetje alsof hij wilde zeggen: ‘Zo, en als ze nog een keer ademhaalt, krijgt ze nog meer!’
Er waren sierduiven, kwartels, veel kleurrijke vogels waarvan ik de naam niet weet maar die we al heel vaak in het wild hebben gezien. Zo was er nog een volière, maar dan alleen met kolibries. Die zijn zo schattig om te zien en waar ze op een plek in de lucht blijven ‘hangen’ hoor je een zware brom. Alsof er een groot insect vliegt. Er hing een zakje met pluizig spul waar ze een nestje mee konden bouwen en eentje was er mee bezig.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Prachtige diertjes waar je uren naar kon kijken. Het museum ging om 17:00 dicht, wij waren er om 12:30. We hebben vrijwel non-stop rondgelopen in die bloedhitte, maar het was elke stap waard. We kwamen met onze tong op de schoenen bij de uitgang, helaas was de meneer met het golfkarretje er deze keer niet.

Onze volgende reisdoel was Tombstone, daar zijn we al vaker geweest. Een supercommercieel mijnstadje, vooral bekend om de ‘gunfight’ met Whyatt Earp bij de O.K. Corall. En het is er leuk, we komen er graag. Ook nu hadden we een plek op de camping tegen het stadje aan. Alles was al verlaten omdat we wat laat waren, maar dat verhoogde de sfeer juist. In een van de etalages zag ik een t-shirt met een tekst waar ik me goed in kon vinden, al zou dat in superbetuttelend Nederland niet kunnen.

Steun het land waarin je woont, of woon in het land wat je wel steunt

Na een uurtje te hebben rondgewandeld was het tijd voor een pintje in de ‘Four Deuces Saloon’. Niet zo toeristisch met redelijk normale prijzen. Het werd mijn eerste biertje sinds 4 weken. Ik hou wel van een tapbiertje, maar verder drink ik het dus absoluut niet. De glazen waren groot en dat merkte je. Niet dat ik er zelfs maar aangeschoten van raakte, maar de hoeveelheid! Dat ben je dus totaal niet meer gewend en na een paar glazen heb je het gevoel dat je maag op je schoenen hangt. Tel daarbij dat Budweiser niet echt je van het is als je Belgisch bier gewend bent.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

De dame achter de bar, Eireen, herkende me meteen en riep: ‘Ik ken jou, je was hier vorig jaar ook!’ Eireen is ook een enorme dierenvriend en heeft ondertussen 35 honden. Allemaal honden die ze opgevangen heeft. Sinds een paar maanden heeft ze ook een pitbull, een schat van een hond die dol is op mensen. Ze had die via een asiel waar het regel is, dat als een hond drie keer wordt teruggebracht, ongeacht de reden, die stomweg afgemaakt wordt. Ze zei: ‘En zo’n mooi dier, pas 18 maanden oud!’ Ze las op facebook dat hij op die dag afgemaakt zou worden en had ze een bericht gestuurd met de vraag het niet te doen, dat ze hem de volgende dag kwam ophalen. Maar nee, dat kon niet, hij werd afgemaakt. ‘Dat asiel is in Phoenix, vijfeneenhalf uur rijden hier vandaan, dat ging me niet lukken.’ Maar wat ze ook zei, nee, hij moest dood. Dan kots je toch? Tot haar grote geluk hadden mensen deze berichten gezien, hebben het dier opgehaald en haar een bericht gestuurd. Ze zijn naar Tucson gereden, om haar halverwege te ontmoeten om de hond aan haar over te dragen. Is dat niet geweldig? Ze vertelde: ‘Het is een prachthond, maar nog jong dus hij heeft aandacht een beweging nodig.’ Eireen is al twee keer gepensioneerd en werkt zich nu nog de krampen in de saloon van 15:00 tot ongeveer 22:00. Daarna moet de biervoorraad aangevuld worden en alles, inclusief terras, gepoetst worden. Dat duurt zo’n 2 uur en dan is het nog een uur rijden naar huis. Doorgaans is ze tegen 01:00 thuis. Ze zei: ‘2 pensioenen, maar ik heb een groot huis met veel grond vanwege mijn honden, dus ik moet dit werk wel doen.’ Elke ochtend staat ze ook weer om 05:00 op om haar honden te verzorgen en andere dingen thuis te doen, voor ze weer een uur naar haar werk rijdt.

Eireen is duidelijk niet meer de jongste, maar in dat lichaam klopt een hart van goud. In gedachten maak ik een diepe buiging voor deze vrouw. Ik vroeg haar of ze op facebook zat. Ze zei: ‘Je bedoelt om sponsors te vinden? Ik werk keihard, maar krijg het wel rond. Ik ken anderen die echt niet veel geld hebben en die ook honden en ook katten opvangen. Daar gaan ze mee naar de dierenarts en het kost allemaal bergen geld. Laat de sponsors die mensen maar steunen, die hebben het harder nodig dan ik.’ Is dat een geweldig mens of niet? En eigenlijk, al dat geld, al die moeite en inspanning, hogere leeftijd of niet, waar is het aan te danken? Aan de klootzakken van mensen die schofterig met dieren omgaan, zodat dit soort dingen nodig is. Bij deze roep ik: ‘Ga jij rot met dieren om? Dan heb je mijn haat al verdiend. Het is zo makkelijk dieren te verlaten, te mishandelen, af te laten maken. Dieren die je zelf in huis hebt gehaald, die zich aan je hebben gehecht en dan de meest misselijke behandeling krijgen. Van jou!’ En dan wil ik er nog aan toevoegen: ‘Je bent het doodtrappen niet waard.’ Niet aardig? Ik ben liever niet aardig dan een dierenmishandelaar. Eireen vertelde ook nog dat er een vent was die hondengevechten organiseerde. Iedere keer op een andere plek, zodat hij niet gepakt kon worden. Dat is toch gelukt en die vent heeft 23 jaar onvoorwaardelijk gekregen, dus zonder kans op vervroegde vrijlating. Geweldig. Plus dat hij het in de gevangenis niet makkelijk zal hebben, want de meeste mensen zijn dol op dieren. Goed zo, prima.

Er kwam die avond een meneer bij ons zitten, Steve, en die heeft heel de avond met ons gebabbeld. Een heel sympathieke man, 75 jaar en dat gaf je hem absoluut niet. Hij was een zogeheten ‘full timer’, zoals we er al diverse hebben ontmoet deze vakantie. Een ‘full timer’ is iemand die permanent in zijn camper woont en rondtrekt. Soms hebben ze hun huis verkocht, anderen verhuren het of keren af en toe een poosje terug. Hij vertelde dat er ups en downs aan dat leven zitten. De ups snap ik, wat waren de downs? Hij zei: ‘Ik ben alleen en soms zie je de prachtigste dingen, maar je hebt niemand om het mee te delen.’ Dat snapte ik en vond het triest. We zijn er nu eenmaal niet voor gemaakt om alleen te zijn. We bleven lang plakken.

Morgen nog een rondje Tombstone en dan weer verder. Het eind van de vakantie raakt in zicht, tijd om de route voor de laatste dagen uit te stippelen…

Via een spookstadje naar Tucson

Vooral meneer Eend was heel blij dat we nog een nachtje in Big River bleven. Toen hij de hoek om kwam zwemmen, spurtte hij het water uit en liep een eind mee naar de camper in afwachting van brood. Op platvoeten pletste hij naast me mee en bewees later dat hij en kon vangen en kon springen.

Via een spookstadje naar Tucson
Via een spookstadje naar Tucson

Die avond hebben we tot (veel te) laat buiten gezeten, het was genieten! We reden verder richting Phoenix. Phoenix is een heel grote stad met bijbehorend verkeer. We trotseerden de bizar drukke snelwegen, omdat we een bezoek wilden brengen aan Goldfield.

Via een spookstadje naar Tucson

Goldfield was vroeger een mijnstadje, gesticht in 1893, waar goud, zilver en koper werd gevonden. Begin 1900 stroomde het stadje leeg, om een aantal jaren weer in gebruik te worden genomen nadat er een goudvondst was gedaan. Maar om de een of andere reden vertrokken mensen weer na jaren, waarna het jaren een echt spookstadje was.

Via een spookstadje naar Tucson

In de veertiger jaren vorige eeuw, werd het een oefengebied voor het Amerikaanse leger om bommen enzo te testen. Met als logisch gevolg dat de boel een keer in vlammen opging. In de tachtiger jaren werd het opnieuw opgebouwd met hout uit de 19de eeuw, aan de hand van foto’s die er heel vroeger waren gemaakt. Maar het Goldfield zoals het er nu staat, is dus niet de originele bouw en super commercieel.

Via een spookstadje naar Tucson
Via een spookstadje naar Tucson

Maar leuk was het, absoluut. Sinds 1989 is het als toeristische trekpleister in gebruik en wordt met name in de winter druk bezocht. De zomer begint hier eigenlijk al na de Pasen en dus wordt het veel te warm. Net als op andere plekken, zoals Oatman, Death Valley, … sluiten in de zomer bijna alle zaken. Want temperaturen van ver boven de 40 graden zijn nu eenmaal niet aangenaam. Het bordeel bijvoorbeeld was al gesloten. Jammer, want dat zijn altijd interessante dingen waar je verteld wordt hoe mensen in een bepaalde tijd leefden. Maar het zat op de bovenste verdieping van een houten gebouw, waar het dus bloedheet wordt. Een huis, dat was zogenaamd de heuvel afgegleden na een aardbeving, was gebouwd met een ‘afloop’ van 33%. Ik vroeg de mevrouw wat dit mystery house inhield en ze probeerde me het uit te leggen. Nu heb ik een enorm talent voor vallen, dus superschuine vloeren en optische effecten maken me niet enthousiast. Ze vroeg of we een stukje wilde zien. We liepen door een gang naar beneden, leek het, maar eigenlijk ging die omhoog. Weer buiten liet ze een goot zien die sterk naar rechts afliep. Maar toen ze er water ingoot, kwam het er links uit. Ze opende een deur en Henrie en zij gingen naar binnen.

Via een spookstadje naar Tucson

Ik besloot ter plekke dat dit niks voor mij was. Mij krijg je al ziek op een waterfiets, dus dit soort dingen is geen aanrader. Ik maande Henrie dat hij die toer moest gaan doen, maar nee. Ondertussen kwamen er nog een paar mensen die ook wel hun evenwichtsorgaan wilden kwellen, dus ik zei tegen Henrie: ‘Ga nou met die mensen mee!’ Ik heb de toegangsprijs betaald en hem gewoon meegeduwd, want ik wist gewoon dat hij het heel erg leuk zou vinden. En moet hij zich dingen ontzeggen omdat ik het niet kan? Hoppa, mee. Ik wachtte wel, geen enkel probleem. Achteraf was hij inderdaad blij dat hij de toer toch had gedaan. Van al dat wachten moest ik plassen en 20 meter verder was een toilet, waar net een mevrouw naar buiten kwam. De enige keer dat ik zo’n w.c. zag was in Engeland en het nut ontgaat me totaal.

Via een spookstadje naar Tucson

Ik kan me werkelijk niemand voor de geest halen, met wie ik gezellig op de w.c. zou willen zitten. We hebben verder rondgekeken, wat gegeten en besloten een camping op te zoeken. Zo’n 10 mijl verderop zat er eentje en de meneer ging net weg. Hij besloot ons nog in te boeken, deed de deur open en bedacht zich. Hij zei: ‘Ik heb de kasboeken al opgemaakt, alles afgesloten, laat maar zitten. Ga maar staan, jullie hoeven niet te betalen.’ Je kan wel eens geluk hebben! Er was een heerlijk zwembad bij met jacuzzi.

Via een spookstadje naar Tucson

Even later kwam een mevrouw erbij zitten met een blik bier en binnen een kwartier wist ik over haar werk bij Walmart wat ze niet leuk vond, maar zij en haar man spaarden voor een dure cruise. Dat haar man de camper niet had opgeruimd voor hij naar zijn werk ging en dat ze hem daar wel eens over zou aanpakken. Haar dochter en schoonzoon die allebei doof waren en een horend kind hadden, wat ze veel wilde zien. Haar andere dochter met hyperactieve kinderen, het resultaat van twee verslaafde ouders, en zo nog veel meer. Een aardig mens, dat haar biertje en marguerita’s met veel plezier naar binnen sloeg, een echte levensgenieter. De camping was verder zo goed als leeg, wat altijd aangenaam is. In de winter staat het hier bomvol, met voornamelijk Canadezen.
We vertrokken richting Tucson, over een lange, lange, heel lange weg met heel af en toe een auto. We kwamen langs een Tom Mix Monument. Tom Mix was een filmster die in honderden westernfilms heeft gespeeld en op die plek verongelukt is. Het was op dat moment ook een ontmoetingspunt voor Morgan rijders, zowel Engelse als Amerikaanse.

Via een spookstadje naar Tucson

Maar ook een spin vond het kennelijk interessant. Het leek me een springer toe, als je maar een beetje in de buurt kwam ging hij op zijn achterpootjes staan en richtte zijn voorpootjes naar je op. Het bleek een red back jumping spider, dus ik zat goed met het springen. Deze spinnen kunnen behoorlijk bijten wat erg pijnlijk is, maar zijn niet zo gevaarlijk als de zeer giftige red back spider.

Via een spookstadje naar Tucson

Onderweg kwamen we langs een Dairy Queen, waarvan we weten dat ze heerlijke milkshakes hebben. Ik kwam in gesprek met de meneer achter de kassa, die wilde weten waar we vandaan kwamen. Nou, uit België en daarvoor uit Nederland. Een mevrouw die stond te wachten vroeg waar uit Nederland. Zelf, Ditte heette ze, bleek ze uit Blaricum te komen en woont al heel lang hier. Haar vader kwam uit Jogjakarta, Indonesië, net als mijn moeder. We raakten verder aan de praat en uiteindelijk schoven we met z’n drieën aan een tafeltje. Dat was om 13:30, tegen 17:00 namen we met moeite afscheid. Een heel vriendelijke, spraakzame vrouw, echt heel leuk.

Via een spookstadje naar Tucson

Maar zo’n hele middag kletsen is ook vermoeiend en we moesten nog een camping opzoeken. De afgelopen dagen hebben we vrijwel zonder internet gezeten, op een paar flarden na, dus kon Henrie ook niks opzoeken. De gps stuurde ons naar een niet-bestaande camping, dus verder gezocht. We kwamen bij een piepkleine uit, maar daar werd alleen vanaf een maand of langer verhuurd. De uitbater was een man zonder komma’s. Wat kon die man ratelen, echt, er kwam geen eind aan. Wel een zeer vriendelijke man en heel behulpzaam, dat zijn de Amerikanen doorgaans altijd, maar er kwam geen eind aan wat hij vertelde. Foto’s op zijn telefoon werden erbij gezocht, van campers die er stonden liet hij dingen zien. We kwamen uit België, dan moest hij toch wel even echt dit laten zien en dat en zus en zo. Persoonlijk stond ik op instorten en wilde heel erg weg. Een behoorlijk eind gereden, heel de middag al zitten kletsen, nu dit en nog steeds geen plek voor de nacht. De brave ziel heeft een camping gebeld, zo’n 20 kilometer verderop. Onderweg werd de lucht steeds donkerder en we hadden nog maar net ‘aangelegd’ en Henrie had de boel net aangesloten of het noodweer brak los. Met keiharde wind en tropische regenval. We konden niet buiten zitten, maar voor de gortdroge omgeving was het een zegen. Morgen maar doen wat we vanmiddag gepland hadden, tot we bij die Dairy Queen binnenstapten…

Joshua Tree National Park

Joshua Tree National Park heeft miljoenen boompjes waarvan de takken uitmonden in een soort yucca’s. Ook de cholla’s groeien er welig. Cholla’s (spreek uit tsjojja’s) zien er zacht en poezelig uit, maar de stekels zijn keihard en iedere prik veroorzaakt een wond.

Als je op de foto klikt, krijg je die groot te zien. Met het pijltje links boven in je scherm ga je weer terug naar het blog.

Joshua Tree National Park

Er zijn dieren, zoals de cactus wren (een vogel), die er graag nestelen. Me dunkt, een betere bescherming kun je niet vinden. De eerste keer dat we hier ooit waren waarschuwden Henrie en ik elkaar nog: kijk uit waar je loopt! En het volgende moment liep Henrie tegen een cholla aan. Ja, ik moest toen ook zuchten. Waarschijnlijk wilde hij zich ervan overtuigen dat die krengen nog steeds zo gevaarlijk zijn, dus besloten we hier naar toe te gaan. Op de camping kwam ’s avonds nog een camper aan, kennelijk met een vrouw aan het stuur die moeite had met het achteruit inparkeren, gezien de opmerkingen van haar man: ‘No honey, te ver, nee honey, nu rij je tegen de bomen aan, nu sta je schuin, nee verder naar achteren…. Was het toeval dat er even later een kat voorbij kwam? Er zijn genoeg mensen die hun kat(ten) meenemen op reis. Toen het te kil werd en donker gingen we naar binnen en hoorden het zieltje constant miauwen. Wat doe je dan? Juist, je lokt hem. Het was een goed verzorgd dier met bandje en informatiemedaille.

Joshua Tree National Park

Maar je zag dat hij ook wat ouder was en beginnende staar had. Een heel lief ventje met een verfrommeld oortje dat best wel wat van de macaroni lustte die over was. Hij kroelde zich op de bank neer en ook op bed en ging daarna de badkamer in. Hier stak hij zijn voetje in de wc in het water en likte het af. Dorst dus. Bakje water neergezet dat hij half leeg dronk. Ik mocht aan zijn voetjes voelen en dan merkte je dat het geen buitenkat was, want de kussentjes waren lekker zacht. Toen we naar bed gingen moesten we hem wel buiten zetten, met pijn in ons hart. Maar hij had duidelijk een baasje. Ik denk zelf dat hij het niet leuk vond zo ’s avonds buiten, dat hij daar te oud voor was. We hoorden hem nog wel een poosje miauwen, maar hadden verder ook geen keus en dus verhardden we ons hart voor zover mogelijk. De volgende dag moesten we een eind rijden, voor we bij Joshua Tree National Park zouden zijn. Onderweg tankten we bij Victorville en zagen bij dat stadje een soort poort die trots vermeldde dat het aan de route 66 lag.

Joshua Tree National Park

De stadjes die doorgaans aan dit wereldberoemde traject liggen zijn vreselijk commercieel, maar op hun eigen manier best aantrekkelijk. Eentje die we zelf bijvoorbeeld heel leuk vinden is Oatman waar ik al vaker over schreef. Ze hebben vaak authentieke gebouwen en details en andere leuke entourage. Een reden om even te gaan kijken dus.

Joshua Tree National Park

Nou, buiten die prachtige poort was het vreselijk. We zijn er helemaal doorheen gereden, maar eigenlijk was het niet meer dan een grote achterbuurt. Verlopen, verwaarloosd en wat je er zag lopen was erg genoeg om de autodeuren op slot te doen. Bij het tanken viel me al op dat zo’n figuur zijn muziek keihard aan liet staan, ook toen hij naar binnen ging om te betalen en tijdens het telefoneren daarna. Alsof hij wilde zeggen: ‘Mensen, ik heb zo’n liederlijk slechte smaak als het op muziek aankomt. Moet je nou eens luisteren, dat wil je toch niet? Maar eigenlijk hoor ik het ook niet goed meer, want ik ben er zo doof als de pest door geworden. Deze muziek past geweldig bij mijn asociale mentaliteit, alsof het voor me gemaakt is!’
Ik heb in machinekamers van zeeschepen minder lawaai gehoord en bovendien van betere kwaliteit. Dus buiten die toegangspoort had het stadje niks meer om trots op te zijn. Als ik een foto wilde maken, trok de lens van mijn camera zich spontaan terug en begon te kokhalzen. Nu wil ik ook iets zeggen over de teringzooi die je overal ziet, dat is gewoon bizar. Zoals op een prachtig uitkijkpunt waar een vat naar beneden was gegooid en het onderstel van een of andere aanhanger. En de plastic tasjes, overal die fucking plastic tasjes die voorbij komen waaien en in struiken, bomen en prikkeldraad hangen. In zaken als Walmart krijg je letterlijk voor ieder k..boodschapje een tasje mee. Pas hier in Californië vragen ze je of je dat wilt en dan moet je ervoor betalen. En op die zakjes staat dan dat ze wasbaar zijn en je ze 125 keer kunt gebruiken. Volgescheten pampers die op de parkeerplaatsen bij supermarkten liggen: ‘Je denkt toch niet dat ik de stront van mijn kind ga opruimen? Dat moet een ander maar doen.’ In België hebben we talloze groepen mensen die zwerfvuil ruimen, soms dagelijks. Zelfs die supergemotiveerde mensen zouden hier de hoop opgeven en aan de drank gaan. Tel daar nog bij dat het halve land zonder uitlaat lijkt rond te rijden, lijkt, want het zijn natuurlijk van die pochbakken, speciaal uitgevonden voor geestelijk minder valide bestuurders, en het cirkeltje is rond. Zo’n mentaliteit van: ‘Mensen, luister. We wonen hier in een verbluffend mooi, verbijsterend prachtig, spectaculair land. Laten we dit nu gaan verkloten. Laat je plastic slingeren, zodat herten en andere dieren het opeten omdat het naar menseneten ruikt. Die verhongeren dan, omdat hun maag vol onverteerbaar plastic zit. Als je de olie van je auto ververst, laat de oude troep dan gewoon op de grond weglopen, wat kan het je schelen? Tapijt of bankstel beu? Gooi in de natuur, dat moeten anderen maar opruimen.’
Misschien moet het nieuwe credo van Donald Trump maar worden: Let’s make America clean again.’ Ideetje, Donald?
Gelukkig was Joshua Tree National Park nog net zo beeldschoon als altijd. De cholla’s waren nog altijd ‘aanhankelijk’ en een meneer die het vertikte om op het wandelpad te blijven, had meteen zo’n bol aan zijn schoen die hij met moeite los kreeg.

Joshua Tree National Park
Joshua Tree National Park
Joshua Tree National Park

Overal zag je bloeiende woestijnplanten, de teerste bloemetjes met subtiele schoonheid, bloeiende schijfcactussen, creosoot, van alles. In het gedeelte waar de cholla’s staan, zie je tamelijk weinig Joshua Trees. Pas vanaf 1.000 meter boven de zeespiegel zul je deze bomen zien, niet alleen hier, maar op veel plekken in Amerika. Eigenlijk zijn het geen bomen, maar is het familie van de yucca. Aan het eind van hun takken groeien kleine yucca’s, als de handen van een soort Johnny Scissorhands.

Joshua Tree National Park

Ze kunnen zo’n 12 meter hoog worden en groeien 2,5 centimeter per jaar. Als je dus zo’n enorm exemplaar ziet, en daar zijn er duizenden van, weet je dat die een respectabele leeftijd heeft.

Joshua Tree National Park

Er wonen enorm veel dieren in deze woestijn, waar het bloedheet kan worden, maar veel zie je er niet van. De mens staat nu eenmaal niet goed aangeschreven in de dierenwereld. De rotsen hebben grillige vormen en zijn het resultaat van vulkanische activiteit, heel erg lang geleden. Een heel aparte is ‘Skull Rock’ in de vorm van een doodshoofd.

Joshua Tree National Park

Ik ken mensen die er zo uitzien na een avondje op café en ook wel enkele die er altijd zo uitzien. Rotsen, bomen, struiken, alles was prachtig afgetekend tegen de stralend blauwe lucht. Een genot om te mogen bewonderen en je wist ook: zo mooi als het hier is, krijg ik het nooit op de foto. Toen we uitbewonderd waren gingen we op weg. Californië is enorm uitgestrekt en behoorlijk leeg. Op het gebied van campings was er in die omgeving niet veel, dus moesten we een uitmergelende rit aangaan. Het eerste bord deed de moed al in je schoenen zinken: Next services next 100 miles.

Joshua Tree National Park

Oftwel: tussen hier en het volgende benzinestation of andere faciliteit, ligt 160 kilometer. En inderdaad, 160 kilometer doorgaande weg met niks. Geen steden, dorpen, huizen, niets.

Joshua Tree National Park

Wel een paar keer wegwerkzaamheden, waar een eenzame figuur het spaarzame verkeer mocht regelen.

Joshua Tree National Park

Toen we een keer langs de weg stopten was een iguana zo vriendelijk te poseren. Ik dacht altijd dat die diertjes insecten aten, maar deze was duidelijk dol op de witte bloemetjes die hij achter elkaar op at.

Joshua Tree National Park

Onderweg kwamen we nog langs een plek waar ooit een tankstation had gestaan. Aan de overblijfselen hingen honderden schoenen. Iets wat we al vaker hebben gezien aan bijvoorbeeld een boom. De bedoeling is met niet duidelijk, apart is het wel.

Joshua Tree National Park

Natuurlijk was het voor anderen ook een uitnodiging om van alles te dumpen. We zaten ook minstens 80 kilometer van de dichtstbijzijnde Mac Donald, Arby’s of KFC vandaan, maar het afval van die ketens lag er wel. Als je het nu zo lang bij je hebt, kan je het dan niet ook verder meenemen om beschaafd in een vuilbak te deponeren?
Uiteindelijk kwamen we aan bij Big River, waar we gingen overnachten. Vorig jaar waren we hier ook en het is een prachtige plek, pal aan de Colorado Rivier. De mevrouw van de camping heette Henrie welkom, keek toen naar de chauffeur, naar mij dus en begon te kraaien: ‘I remember you, I remember you!’ Helemaal blij was ze en bood ons meteen dezelfde plek aan als vorig jaar.

Joshua Tree National Park

We hebben lekker bij het water gezeten waar we gezelschap kregen van een heel grote eend, die best wel wat sneetjes brood wilde en zo tam was dat hij uit de hand at.

Joshua Tree National Park

Het water was glashelder en niet koud, je zag de tientallen kleine visjes rond je voeten zwemmen.

Joshua Tree National Park

We hebben gebarbecued en in tegenstelling tot vorig jaar barst het hier nu van de kleine vliegjes, ziljoenen van die krengen. Een keer de hordeur van de camper open en dicht doen en er zaten tientallen binnen. Dat werd dus niet buiten zitten, want je was constant bezig jezelf tegen het hoofd, benen en armen te slaan als iemand met een vorm van Gilles de la Tourette. We hadden vaag het plan opgevat nog een nacht te blijven, maar daar moeten we nog maar even over nadenken…

Lone Pine

Verder gingen we, door de gortdroge omgeving. Omdat het in de afgelopen dagen geregend had, waarschijnlijk hetzelfde regenfront als we in Las Vegas hadden, staat de woestijn helemaal in bloei.

Lone Pine

Lone Pine

De liefste bloemetjes in allerlei kleuren en wat helemaal opviel waren de enorme aantallen vlinders. Niet op een plek, maar overal. Je kent wel de wolken mugjes in de zomer die je laat in de middag in het zonlicht ziet dansen. Zulke wolken, maar dan met vlinders, waren overal. De enige plek dat we ze niet zagen was bij Badwater in Death Valley. Helaas vliegen die zich ook te pletter tegen auto’s, dus je ziet ze ook overal liggen.

Lone Pine

Enorme rupsen zag je de weg oversteken en bij eentje heb ik mijn appel gelegd zodat je goed kunt zien wat een enorme exemplaren het zijn. Ik heb die ook weer terug gezet in de zijkant, waar hij me waarschijnlijk vervloekte: Doe ik al die moeite, zet ze me weer terug!

Lone Pine

We overnachtten in Lone Pine, waar we wel vaker hebben geslapen. De man van de receptie liep niet over van levensvreugde en blijdschap, maar meer of hij net een vat azijn had leeg geslobberd. En ik dacht: Man, ben ik blij dat ik jou niet zo thuis krijg! Van een meneer met wie we in gesprek raakten in het zwembad, hoorden we over het Museum of Western Film History en besloten daar de volgende dag te gaan kijken. Het was beslist de moeite waard en zeer zeker voor de western liefhebber interessant. Heel wat klassiekers kwamen voorbij, inclusief Rawhide.

Lone Pine

Dit is ook een werkelijk prachtige omgeving om westerns te maken. Je kon een eind verderop gaan kijken waar de films werden opgenomen. Geen set of studio’s, maar gewoon de omgeving. Die was mooi, maar ik genoot vooral van al die prachtige, bloeiende woestijnbloemetjes en natuurlijk de vlinders.

Lone Pine

Henrie deed op een gegeven moment de motorkap van de camper even open en zelfs daar kwamen ze vandaan. Water morsen, hop, tientallen vlinders op het vocht.
Een eind verderop en dan met name omhoog, is Mount Whitney waar een prachtige waterval te zien is. Overal lag nog sneeuw, maar het was niet koud. De camper had moeite met de steile beklimming en stond uit te hijgen toen we een parkeerplek hadden gevonden. Bij de waterval klom Henrie nog een eind verder naar boven, maar gezien mijn talent voor vallen bleef ik maar beneden waar het ook prachtig was om te zien.

Lone Pine

Terug was weer een andere manier van sturen, maar het bleef prachtig. Alleen moest je wel naar de weg blijven kijken om er niet vanaf te rijden.

Via een Chinees buffet, een Dollar Tree en de Walmart gingen we op weg. Het was al laat, eind van de middag en dan wil ik van de weg zijn. Om te beginnen is het hier vroeger donker dan thuis en buiten de steden is totaal geen verlichting. Dan kan ik Henrie laten rijden, maar dan nog is het voor mij rampzalig vanwege mijn nachtblindheid. Plus, en dat is een zo mogelijk nog grotere reden, dat is ook het tijdstip dat de dieren tevoorschijn komen. Waar ook ter wereld, of het nu hier is, in Australië of Griekenland. Dus met de radar op scherp begon ik aan de trip die zeker een uur zou duren. We waren amper op weg of ik zag een slang de weg op schuifelen.

Zo’n bakbeest van een camper zet je niet zomaar stil, dus ik probeerde zo te sturen dat hij precies tussen de wielen door ging en ging toen aan de kant staan. Ik rende terug en zag het arme dier wel kronkelen, maar het zag er uit alsof het laatste stukje, zijn staart zal ik maar zeggen, niet meedeed. Wat moet je doen? Is hij giftig? Er was geen bloed te zien, dus was het shock? Daar sta je dan. Het was op die weg gelukkig niet druk, maar er kwam wel een auto aan. Die stopte na mijn gewuif en gebaar en wijzen op de slang. Twee mannen stapten uit en wisten ook niet of het arme dier giftig was. Langs de kant van de weg lag een soort stang die ik pakte. De ene meneer hield de slang voorzichtig tegen de grond geduwd en werd waarschijnlijk doof van mijn: DON’T KILL HIM, PLEASE, BE CAREFUL! Heel voorzichtig wist hij hem met zijn hoedje te pakken en hield hem net onder de kin in bedwang.

Lone Pine

Lone Pine

Het doodsangstige dier kronkelde zich vast om zijn vingers, zodat hij het lijf echt los moest draaien. Hij heeft hem een eind van de weg weer in de natuur gezet, waar het zieltje mocht bijkomen. En nu maar hopen dat hij het overleeft!

Lone Pine

Death Valley

Death Valley, vallei des doods, doet zijn naam alle eer aan. Het kan er gruwelijk heet worden, tot ruim 50 graden. Het leven hier heeft zich op alle mogelijke manieren aangepast. Waar wij, imperfecte mensen (al vinden we onszelf nog zo geweldig) ons behelpen met airco en heel veel water, leven hier dieren die het water uit de o zo droge lucht halen of vocht uit hun prooien. Hoe heet het hier ook kan worden, toch is deze schijnbaar doodse omgeving springlevend met een prachtige fauna en flora. De kleuren van de landschappen zijn spectaculair en door een enorm deel van deze vallei strekt zich een droog meer uit.

Death Valley

Dit meer was vroeger 80 meter diep en nu is het een zout- en mineralenvlakte. Het smeltwater van gletsjers en sneeuw stroomt hier naar toe, waar het vervolgens verdampt. Badwater is het laagste deel en ligt 80 meter onder de zeespiegel. Er staat hier nog wel wat water, dat vele malen zouter is dan de oceanen. En toch leven er diertjes in, zoals piepkleine schelpdiertjes en larven. Het zoutmeer mag je op, maar naar de poeltjes niet. Daar is een zogeheten board walk naar toe. De naam Badwater komt van een meneer die het zo noemde, toen hij zijn ezel hier wilde laten drinken, wat het dier heel logisch weigerde. Want het was ‘bad water’, niet giftig maar ongelooflijk vies. Op de board walk staat iedere meter een bordje dat je toch vooral hier op moet blijven, om de zo kwetsbare habitat niet te beschadigen.

Death Valley

Ragfijne, scherpe zoutpilaartjes zijn er door de jaren heen ontstaan, een kunstwerkje van de natuur. Je ziet aan het platgetreden paadje dat veel mensen schijt aan dat verbod hebben, net zoals de paar Chinezen die er nu liepen. Ik keek ze al woedend aan, maar ze zagen het niet. Ik weet niet wat het is met die lui. Bij uitkijkpunten dringen ze iedereen weg, willen gefotografeerd worden als ze in groepjes in de lucht springen, hun vingers in het ‘V’ teken en ze maken enorm kabaal. Vaak reizen ze in een touringcar waar ‘China Tours’ op staat en die bussen zijn altijd geel. Of dat sarcastisch bedoeld is of toeval weet ik niet, maar iedereen zucht als zo’n bus er aankomt. Ook als die weer vertrekt, maar dan van opluchting. Nu dit weer. De meneer had zich met enige moeite op de board walk gehesen, terwijl de twee vrouwen van het water proefden, waarvan ik hoopte dat het schelpdierdrolletjes bevatte. Daarna hesen ze zich ook op had looppad en ik wierp die ene tante een blik als een kei toe. Zo’n blik waar ik vervelende, krijsende kinderen in supermarkten mee stil krijg. Ze keek onzeker terug waarop ik brulde: “Dat mag niet, TRUT.” Ze keek benauwd, zei wat woorden die klonken als een snerpend, aanlopend fietswiel en liep schichtig voorbij. Het werd al laat, dus besloten we door te rijden naar Stovepipe Wells, een plek met een hotelletje, zwembad, plekken voor campers en restaurant. We kwamen langs Furnace Creek, een veel luxere omgeving maar die ons niet trekt. Het was er druk met onder andere wegwerkzaamheden. Tja, wat bleek, ze waren een paar weken eerder gesloten in verband met onderhoudswerkzaamheden. Zowel Furnace Creek als Stovepipe Wells zijn in de zomer gesloten in verband met de enorme hitte dus onderhoudswerkzaamheden moet je niet dan uitvoeren. De camping van Stovepipe Wells was niet vol, maar er zijn maar zestien plekken met water en elektriciteit en die waren allemaal verhuurd. We konden wel een tentplek nemen (dry camping), maar daar heb je dus geen faciliteiten zoals elektriciteit. En het is in deze hitte toch wel fijn om je airco te laten draaien. De meneer aan de receptie die het ook niet kon helpen, raadde ons aan naar Beatty te gaan (spreek uit: Bedie). Of hij een camping voor ons kon bellen. Nou, Beatty was een grote stad met veel hotels enzo. Nee, echt enorm, dus wie moest hij bellen? We moesten er maar gewoon naar toe gaan. Drie kwartier rijden over een zeer bochtig, maar wel prachtig, traject. Maar als je al moe bent, is dat toch wel even net te veel. Goed, we kwamen in Beatty aan. Een doorgaande weg met 2 campings, een casino met restaurant en meer niet. Daarbij vergeleken is Essen een booming metropool met bruisend nachtleven. Henrie nam geen risico en had van tevoren de camping in Beatty gebeld, voor het geval dat…

We konden terecht en werden, nadat we ons buiten geïnstalleerd hadden, prompt aangesproken door een meneer die wel een praatje wilde. Van een half uur. Aardige man, dat wel, die zijn huis verkocht had en nu al negen jaar met zijn vrouw rondtrok. Het is een manier van leven, hij noemde zichzelf een “full-timer”. Nadat hij weer naar zijn camper was vertrokken, genoten we van de rust en de stilte. Maar we realiseerden ons ook heel scherp dat we zo mogen genieten, omdat we kunnen bouwen op een paar geweldige vrienden die Noordernieuws tijdens onze vakantie van ons overnemen. En dan onze onvolprezen Sandra, de poezenoppas, die onze harige vriendjes en vriendinnetjes koestert, verwent, verzorgt en bemoedert.

Death Valley

We reden de volgende dag terug naar Death Valley en stopten bij de beroemde Sand Dunes, duinen dus. Miljoenen jaren worden hier stof en zand door de wind aangevoerd, die in dit dal neerslaan en zo de duinen vormen, die daarom altijd van vorm en formaat blijven veranderen. Moet je je even voorstellen, al deze duinen die op deze manier zijn ontstaan. Dat duizelt je gewoon en het is niet te bevatten hoe oud ze dan al moeten zijn.

Death Valley

In tegenstelling tot de duinen in White Sands, wordt het zandoppervlak hier loeiheet en kan in de zomer 93 graden worden (F). In White Sands wordt de hitte gereflecteerd door de spierwitte kleur van het gipspoeder, hier dus niet. Denk maar aan het hete strand in de zomer, maar dan nog tientallen graden heter. De spaarzame regen die hier valt, sijpelt door het zand naar beneden waar het terechtkomt in een natuurlijk reservoir, waar de planten hun vocht vandaan halen. Veel dieren leven onder de grond en komen ’s avonds en ’s nachts pas tevoorschijn. En dan denk ik aan de pioniers die met huifkarren door Death Valley trokken, met een aantal vaten water, voor zichzelf en hun dieren. Een expeditie die hier verdwaalde heeft hier een vreselijke dood gevonden. Het was een van die pioniersvrouwen die zich omdraaide toen ze het eind van de vallei hadden bereikten riep: ‘Vaarwel vallei des doods!’ Waarmee de naam was geboren. We besloten vroeg te stoppen, toen bleek dat bij Stovepipe Wells deze keer nog wel plek was op de camping. In Beatty hadden we amper internet en hier kon ik inloggen in het business center, maar om nu te zeggen dat het werkbaar of snel was, niet echt. We aten wat in het restaurant toen we tot onze verbazing een camper met een Belgisch kenteken aan zagen komen rijden.

Death Valley

Een heel merkwaardig voertuig, dat behoorlijk de aandacht trok. De eigenaar, een meneer uit Brussel, had het via Antwerpen laten verschepen naar Canada en trok hier nu rond. Het water in het zwembad was koud, maar heerlijk om met je benen in te bungelen terwijl de woestijnwind je haar in een windhooskapsel omtoverde. Het water is heel zacht in Amerika, dus crèmespoeling is niet nodig en de wind doet de rest. Het staat en krult alle kanten op, geen wonder dat die Chinese mevrouw zo angstig was. Ze verwachtte waarschijnlijk ook een gevorkte tong en bokkenpoten.

Death Valley

We hebben weer tot veel te laat buiten gezeten, kijkend naar de bergen die het allemaal hebben zien komen. De Indianen, de pioniers, toeristen, i-phones, hamburgers en de wegwerp luier. Ze kijken toe en zwijgen, net zoals ze dat nog steeds zullen doen als de mensheid zichzelf heeft uitgeroeid en de aarde zal bijkomen van duizenden jaren misbruik en vervuiling.

Death Valley

Op weg naar de woestijn

Een beetje noodgedwongen bleven we dus in Overton, wat we helemaal niet erg vonden. ’s Avonds zaten we onverantwoord lang buiten te genieten, bij een lampje dat Henrie had geconstrueerd van een leeg bierflesje, een bekertje en zijn gsm.

Op weg naar de woestijn

De woestijnwind streelde me en fluisterde in mijn oor: ‘Blijf bij me, je houdt van me. Wat moet je in een land met van die wisselende seizoenen? Blijf, ik zal goed voor je zijn.’ En na nog een vluchtige kus in mijn nek, warrelde hij verder naar de verte en ik dacht: ‘Ooit, misschien, maar nu nog niet.’ De camping is kennelijk een sluiproute om van de doorgaande weg, waar de enige bar van het gehucht is, naar de wijk er achter te komen. We zaten in het donker te zwijgen, toen een jonge vrouw over het grindpad liep, of liever zwalkte. Ik dacht nog: die is ook nachtblind, want zo zwalk ik ook in het donker, zelfs in onze eigen achtertuin. Dan zie ik oneffenheden waar ze niet zijn en omgekeerd. Maar deze tante was kennelijk gewoon zat, net als de volgende jongedame een uurtje later. Waarschijnlijk wordt die doorsteek vaker gebruikt, want ineens kwam er een patrouille van de highway patrol ook langsrijden, pliesie dus. Maandag hebben we de camper omgeruild. De helpdesk zei dat we best naar Las Vegas terug konden gaan, ze zouden ze inlichten dat we zouden komen. Bij aankomst werd ons verteld dat de beste oplossing was om ons een andere camper mee te geven, die hadden ze al klaar gezet. Een net zo’n gloednieuw model als waar we mee waren vertrokken met nog minder mijlen op de teller. Hier even een paar foto’s, deze is dus dezelfde als die we net hebben ingeleverd.

Op weg naar de woestijn
Slaapkamer
Op weg naar de woestijn
Badkamer
Op weg naar de woestijn
Zitgedeelt
Op weg naar de woestijn
Keuken

Toen we de camper zaterdag ophaalden, had ik om extra kussens en handdoeken gevraagd. Nu waren er drie keer zoveel kussens en een enorme stapel handdoeken en beddengoed. Ter compensatie denk ik, want ze zaten er duidelijk mee in hun maag dat we problemen hadden. Alles van de ene in de andere camper gedaan en hop, we waren op weg. Makkelijker gezegd dan gedaan, want Las Vegas op maandagmiddag is een ware heksenketel. De ene file na de andere en verkeershufters die overal tussendoor dringen met hun wrakken, met brullende uitlaat en zijramen die als een puzzel met tape bij elkaar geplakt zijn. Met zo’n camper rem je niet even makkelijk om iemand te ontwijken, dus je moet overal ogen hebben en constant in je spiegels turen en natuurlijk de weg voor je in de gaten houden, die vaak vierbaans is.

Op weg naar de woestijn

We gingen op weg naar Pahrump, een stadje met een camping waar we al eerder hebben gestaan. 10 jaar geleden met vrienden die in dezelfde tijd hier waren en een paar jaar geleden waren we hier weer. Een mooie camping met zwembad en jacuzzi en verder doodstil. Maar hij ligt ook op de route naar Death Valley, waar we naar toe gaan. Onderweg zagen we diverse waarschuwingsborden om rekening te houden met wilde paarden en burro’s (een ezelsoort), wat een extra dimensie een de rit gaf.

Op weg naar de woestijn

We deden nog een Walmart aan voor wat luttele boodschappen en de lol om er weer rond te lopen, want daar kunnen we geen genoeg van krijgen. We zagen er diverse soorten Belgisch bier, die we thuis zelden of nooit ergens zien. Pahrump is heel erg uitgestrekt en overal zie je wijken liggen, alsof ze uit zijn gestrooid, enorme einden uit elkaar. De camping was stil, wel wat vrolijke senioren met senior hondjes waar je ze regelmatig mee ziet wandelen.

Op weg naar de woestijn
De camping

Bij het zwembad was niemand, want het was ‘slechts’ 25 graden, wat hier koel is. Het water was lekker en het water van de jacuzzi ronduit warm. Zodra je er in stapte kreeg je het idee van: nog een paar bouillonblokjes en wat groente en je trekt een geweldige soep. Ik moest er na een poosje echt uitgaan, omdat ik het gevoel had dat mijn vlees van mijn botten los kwam, net zoals je wel bij soepkip ziet als je die na een poos uit het kokende water haalt.

Op weg naar de woestijn

Henrie bleef zoet van het zwembad naar de jacuzzi en andersom gaan en ik had er geen kind aan. Toen hij weer eens in de jacuzzi zat, wilde een meneer er ook in. Maar mannen doen dat kennelijk niet zomaar en hij bleef wachten tot Henrie er uit was. Vrouwen stappen gewoon bij elkaar in zo’n ding, al kennen ze elkaar niet, en binnen een kwartier weet je waar ze vandaan komen, wat ze gaan eten en verder alles over de merkwaardige seksuele trekjes van hun echtgenoot en de rariteiten van hun vriendinnen. Mannen zijn blijkbaar bang om voor ‘gay’ aangezien te worden als ze zomaar bij een man gaan zitten.

Op weg naar de woestijn

De woestijnwind maakte het kil als je in je natte spulletje het water uitkwam, maar je was ook zo droog. Gisteren regende en onweerde het een poos en in de woestijn merk je dat meteen, die ziet er dan uit alsof er een bloemetjesbom is ontploft. Je ziet hier opvallend veel vlinders en soms lijken er grote insecten rond te vliegen, maar als je goed kijkt zie je dat het kolibri’s zijn. De sterrenhemel is ongelooflijk, net een groot vel zwart papier waar met een speld ontelbare gaatjes in zijn gemaakt en die je dan voor een lampje houdt. Het ‘steelpannetje’ staat ondersteboven en ‘Schorpioen’ is perfect te zien. Morgen gaat het richting de 40 graden, maar mijn tijdelijke minnaar, de woestijnwind, zal zorgen dat het dragelijk is. Waar we voor de volgende overnachting zullen zijn? Geen idee, Stovepipe Wells, Shoshone? We zien wel. Maar hoe stiller, hoe beter…

He he, we zijn er…

Het deed pijn toen de wekker om 03:45 ging. Je gaat douchen, bekijkt daarna je witte gezicht in de spiegel en je voelt dat je lijf schreeuwt om slaap. De afgelopen weken waren meer dan vreselijk druk en eigenlijk was nergens tijd voor, maar alles moest wel worden gedaan. Interviews plus uitwerken plus foto’s plus inplannen. En op het moment dat ik zei: ‘vanaf nu niet meer’ kwamen er weer. Daarna allerlei persberichten en de lege koffer gaapte me maar aan. De tuin keek gekweld door de droogte en de katten hadden alles achterdochtig bekeken. Toen was de grote dag daar en die verdraaide wekker ging dus om 03:45 af, terwijl we pas om middernacht in bed konden storten. We vertrokken zeker 3 kwartier te laat, onze harige vriendjes wilden niet spinnen toen we ze kroelden en keken verdrietig. Wie zegt dat dieren niks doorhebben?

De straat was nog donker, maar de vogels waren al op en zongen ons toe. Er waren geen files en we waren nog redelijk op tijd bij de Park & Fly, ook de vlucht leverde geen problemen op. Maar goed, we hadden dan ook voor KLM gekozen en niet voor de hartkwalen veroorzakende United Airlines. Daar droom ik wel eens van als ik te vet heb gegeten of te veel gedronken. Toen we zaten te wachten tot het onze tijd was om aan boord te gaan, voerde een mevrouw naast me het ene telefoongesprek na het andere in een heel onduidelijke brabbeltaal. Ze klonk een beetje als een rommelende maag van iemand die honger heeft. Dat is allemaal niet erg, maar haar adem was hopeloos. Zoiets als een kelder die jarenlang dicht is geweest en waar een grote partij overjarige mottenbalen opgeslagen ligt. Als ik zo rook ging ik naar de dokter, die me dan waarschijnlijk zou vertellen dat ik al drie jaar dood ben.

He he, we zijn er

Door de douane gaan in Minneapolis, koffers ophalen en weer inleveren en weer door security duurde vijf kwartier. Ik ben blij dat ik altijd zorg dat er minstens drie uur tussen de vluchten zit. Van wachten krijg je honger, net als van heel lang op zijn. Een broodje op de luchthaven kostte al gauw een ‘schamele’ $11,-. Nou, dan eet ik mijn portemonnee zo wel leeg. Na nog een uitmergelende vlucht van drie uur, in een vliegtuig dat gebouwd leek te zijn voor Liliputters die te klein zijn voor hun leeftijd, kwamen we aan in warm Las Vegas, 36 graden.

Je wordt zelf op het vliegveld al meteen overspoeld met gokautomaten en enorme schermen die van alles aankondigen, zoals optredens van de wereldberoemde Cirque du Soleil. Zoals een mega optreden over Michael Jackson. Geen getrut over negeren op de radio, een standbeeld verwijderen of ander gezever. Aangekomen in ons casinohotel Gold Coast, hebben we luchtiger kleding aangedaan en ons op een buffetje gestort. Aan de gang naar onze kamer leek geen einde te komen, soit, dat zijn we gewend, maar als je al een beetje op apegapen ligt van moeheid word je een beetje moedeloos.

He he, we zijn er

In zo’n casino, ongeacht welk, moet je altijd door het gokgedeelte, waar mensen hun geld voor de hypotheek en de boodschappen vergokken, in de hoop een fortuin te winnen. Maar er is er maar één die wint… Er wordt oorverdovend veel gerookt in die casino’s, ook van die enorme, dikke sigaren. Overal in Amerika ben je zo’n beetje een paria als je rookt, maar hier mag het. Als je je dollars maar meeneemt en in het casino achterlaat. Terug in onze kamer nam ik een douche waarbij het vuil van een paar continenten en vliegtuigen door het afvoerputje wegspoelde. Nu typ ik nu het eerste deel van dit blog. Het is hier 9 uur ’s avonds, Belgische/Nederlandse tijd 6 uur ’s morgens. Al 26 uur op dus. Henrie is al op een andere planeet en ik reis hem zo na. Morgen weer om 6 uur op, om om 8 uur de camper te halen, Las Vegas achter ons te laten en de stilte van de woestijn op te zoeken…

He he, we zijn er...

Zaterdag waren we zelfs te vroeg bij RoadBear, waar ze dat geen enkel probleem vonden. We kregen weer leuke cadeautjes mee, zoals een six pack bier en vier kleine flesjes wijn, een prachtige koeltas en nog wat dingetjes. Trouwe klanten worden hier echt beloond. We kregen zoals altijd een gloednieuwe camper mee, met slechts 3.000 mijl op de teller, maar dat zegt ook niet altijd alles blijkt… We deden uitgebreid boodschappen bij de Walmart, waar ik me meteen kon ergeren aan de eeuwige gemakzucht van de Amerikanen. De parkeerplaatsen bij Walmart en andere zaken zijn altijd gigantisch en overal zijn van die plekken waar je je winkelkarretje achter kan laten. En wat doet het gros? Die laat hem staan waar die uitgeladen is, gewoon, op de parkeerplaats dus. Ik heb al eens gezien hoe er zo’n karretje door harde wind tegen iemands auto aanknalde. Heb je schade? Jammer, maar ik ben toch echt te besodemieterd om dat ding even weg te zetten. Kom op zeg, ik heb net al van de winkel naar mijn auto gelopen, ik blijf niet bezig!

He he, we zijn er

We gingen ons daarna te buiten aan een Chinees buffetje. We lunchten dus om half twee ’s middags, tot die tijd nog niks gegeten en amper gedronken en vooral dat laatste gaat je opbreken. Niet alleen was het 36 graden, de luchtvochtigheid is hier ook heel laag, oftewel: je droogt uit. Bij een lunch in een restaurant drink ik altijd cola light en bij de eerste slokken merkte ik dat ik verrekte van de dorst, ruim een liter heb ik achterover geslagen en onderweg later in de camper nog een liter water. En plassen? Welnee, wel meer vocht willen. We vertrokken en verruilden binnen een half uur de chaos van Las Vegas voor de leegte van de woestijn.

He he, we zijn er

He he, we zijn er

Het besturen van zo’n bakbeest van 10 meter ben ik nog steeds niet verleerd, gelukkig maar. De camping in Overton was voller dan andere jaren, maar je ziet amper iemand. Mensen zijn te druk met t.v. kijken, het is dus doodstil net zoals altijd. De receptie was zoals altijd ook onbemand, $20,- in zo’n envelopje doen die aan de deur hangen, plek voor die nacht, naam plus datum invullen, klaar.

He he, we zijn er...

Voor het gemak heb ik even een foto van vorig jaar gebruikt, de camper ziet er hetzelfde uit. Henrie ook trouwens.
En toen kwam het. Op de camping bleek de koel- vriezer het niet meer te doen en dat is meer dan waardeloos bij deze temperaturen en na het ding net volgepropt te hebben. Wij zijn de tweede huurders van deze camper, dus duidelijk nog een kinderziekte. Noodnummer van RoadBear gebeld, maar ja, zaterdag eind van de middag, die toveren ook geen garage uit hun mouw op dat tijdstip. Schuin aan de overkant van de camping zit een Family Dollar, beetje te vergelijken met de Action, en daar hebben we twee zakken ijs gehaald, tien kilo dus en die in de vriezer en de koelkast gedaan. Morgen, maandag, moeten we meteen om acht uur bellen. Gelukkig waren we al vagelijk van plan een dagje extra hier te blijven, maar dat zal nu wel moeten. Want stel dat ze zeggen: je moet een andere camper hebben, dan zouden we alleen maar verder van Las Vegas vandaan zitten in plaats van het uur rijden nu. Ik zal me vanmiddag troosten met een French Dip, want het eethuisje The Inside Scoop is nog steeds aanwezig tot onze grote vreugde. Trouwens, een French Dip is een warm broodje met een berg rosbief, daar krijg je een bakje vleessaus bij waar je het broodje in doopt, met frietjes natuurlijk. Henrie wist ondertussen de koel-/vriezer rechtstreeks op 220 aan te sluiten, zodat het spulletje werkt zolang we hier staan en aangesloten zijn op elektriciteit. Nu is hij aan het darten met de buurman. Die woont hier al een jaar of vijf in zijn trailer en heeft buiten een dartboard hangen, met aan de ene kant gewoon darten en aan de andere kant iets voor mij onduidelijks. Boys will be boys.
Veel avonturen hebben we nog niet te melden, maar wordt ongetwijfeld vervolgd…