Via hot en her naar Texas

Louisiana bestaat vooral uit wetlands, moerassen met drie miljoen muskieten en iets minder alligators. Ook vind je er nogal wat voormalige plantages met een verdrietig verleden: slavernij. We kwamen langs  Destrehan plantation die je kon bezoeken, waar vroeger met name suiker werd geproduceerd. Een dame in toepasselijke kledij gaf een rondleiding en je zag hoe er geleefd werd. Wat me opviel was dat er ook verteld werd hoe slaven met een bovengemiddeld niveau, bijvoorbeeld heel goed met architectuur, wat geld konden verdienen en zich uiteindelijk vrij kopen. En die dan zelf slaven aanschaften, soort omgekeerde wereld.


Er hing een prijslijst wat een slaaf moest kosten, zelfs inclusief de fysieke mankementen die de prijs dan weer drukten. Alsof het slagersprijzen betroffen wat een pond vlees moest opbrengen. Kinderen die zodra ze veertien jaar oud waren, verkocht konden worden. Stel je hier iets bij voor, dat is toch vreselijk? Het doet me denken aan Australië, daar werd van de Aborigines gedacht dat ze niet in staat waren tot menselijke gevoelens.

De slavinnen die in het huis werkten en benijd werden door de slavinnen die op het land moesten arbeiden, want die binnen konden mooiere kleding dragen. Want die waren aldoor in het zicht, zal ik maar zeggen. Maar doorgaans waren de mannelijke plantage eigenaars mensen in de politiek of rechters. Tegenwoordig worden congressen op dat vlak gehouden op speciale locaties, die had je toen niet. Dus vertoefden deelnemers in de enorme woning van de eigenaar en waren de slavenvrouwen die daar in de huishouding werkten gebruiksmateriaal. ‘Hoppa, ik mot zo nodig, dus ik pak je even.’ Situaties die zich in sommige landen, zoals India, nog regelmatig voordoen. Heel wat mannen zijn dus nog net zo primitief als honderden jaren geleden.

Verder gingen we en overnachtten op een camping met hoofdzakelijk armere bewoners. De eigenaresse was nogal verbaasd dat er een ‘overnighter’ kwam, maar we hadden niks te klagen. Het was er rustig, de andere bewoners waren vriendelijk en heetten ons welkom in hun nederzetting. De camping was pal achter de dijk van de Mississippi, inclusief bijbehorende muskieten. We zaten tot laat buiten en er kwam een auto het terrein opgereden. De meneer achter het stuur maakte allerlei gebaren die ik niet begreep. Hij keerde om en er spoot van alles uit zijn tank en gezien de tekst op de auto was hij dus van de muskietenbestrijding. Dan denk ik weer: ja leuk, muskieten zijn niet aangenaam, maar wat met al die dieren, zoals vleermuizen, die ervan leven? Die hebben geen eten meer lijkt me en als ze die vergiftigde zooi eten, gaan ze waarschijnlijk zelf dood. Dat spuiten was nogal lawaaierig en we konden hem van een afstand volgen welke zijstraten hij inreed.

De volgende dag kwamen we langs een boardwalk, aangelegd door de eigenaar van die grond. Nou ja, eigenaar van het moeras. Die boardwalks zijn ideaal: je bent zelf veilig voor wat er onder zit en je beschadigt de natuur niet. Het was er doodstil, je hoorde geritsel en vogels.

We kwamen een ander koppel tegen, die hier regelmatig komt. Ik wees ze op een autowrak dat in het moeras gezonken was. Ze vertelden dat die hoogstwaarschijnlijk was meegesleurd bij de overstromingen, veroorzaakt door een orkaan in 1985 en dat het kennelijk een El Camino was, die ze door de tijd heen verder hadden zien wegzinken en verroesten.

Of Amerikan nu zo dwars zijn, ik weet het niet, maar als ze iets verboden wordt of gevraagd het niet te doen, doen ze het juist. Dit is me nu al talloze keren opgevallen. Neem nu bij deze boardwalk. Daar staat een bord met wat dus niet mag, zoals het gebruik van vuurwapens. Dus wat vind je er? Een ongelooflijke hoeveelheid lege kogelhulzen. ‘Wat, mag ik hier geen vuurwapens gebruiken? Ik zal je eens wat laten zien!’

Het is ongelooflijk wat je hier aan doodgereden dieren langs de weg ziet liggen: gordeldieren, schildpadden, jonge alligators, … Ik vind dat altijd hartverscheurend, net als thuis. De wegen lopen door het habitat van de dieren, dat ze dus stomweg wordt ontnomen. Als het donker is, is er totaal geen verlichting langs de wegen buiten de steden/dorpen en dieren worden pas gezien op het moment dat ze dood worden gereden. Op een, gelukkig, rustige weg kon ik nog maar net een kronkelende slang ontwijken, die dezelfde kleur had als het asfalt. Ik ging nog langzamer rijden en zag een eind verder een schildpad op de weg zitten. Dus dan stop je. Nu was het hier rustig, maar zo ben ik ook al eens op en sterrevus druk kruispunt gestopt, vloekend uitgestapt om een aangereden schildpad op te pakken en langs de weg te zetten. A la seconde was er een file aan beide kanten van de weg, zo druk was het. Maar ik dacht: je wacht maar! En dat deden ze dan ook braaf. Dit ventje pakte ik ook op en zetten hem in het gras, was hij blij? Ik hoorde hem schelden: ‘Ja hoor, doe ik er een halve dag over om zover te komen, zet ze me weer terug. Als ze nou een half uur blijft staan, kan ik haar in haar enkel bijten.’ Ik heb het niet afgewacht en ben verder gereden.

De volgende dag waren we onderweg en zagen een lege kerk. Qua gelovigen puilen de kerken hier uit, dus dat was apart. Door de jaren heen hebben we talloze lege woningen, hotels en bars gezien, maar nog nooit een lege kerk. Zo te zien stond het gebouw al lang leeg, de wc was nog wel gebruikt, maar zonder door te trekken (natuurlijk). Er hing nog een berg plastic kettinkjes met kruisjes en de plafondventilators waren ook ongemoeid gebleven, net als het glas in lood.

Het volgende doel was een klein natuurpark, waar alligators wonen. Nu wonen die hier overal, maar daar zitten ze veilig, zonder moordende autowielen. Het was warm, tot zover schommelen de temperaturen elke dag tussen de 29 en 32 graden, met de vochtigheid die je in deze staten kunt verwachten. De alligators verscholen zich tussen de waterplanten en dikke lagen kroos, die eruit zagen of je er op kon lopen.

Nieuwsgierige ogen volgden ons en soms zag je ze onder water verdwijnen, zonder een rimpeltje aan het oppervlak te veroorzaken. Een enkele keer een enorme plons, als een groot exemplaar geïrriteerd van de kant dook.

Het was er doodstil en over de dikke krooslaag zag je vogels lopen, libellen van ongekende grootte zwermden overal rond. Omdat dit zo’n vochtig gebied is, barst bet overal natuurlijk van de muskieten, zodat we het antimuggenspul dat we bij RoadBear mee genomen hadden, super van pas komt. Het is voorjaar en ook de muskieten paren met groot enthousiasme. Met de achterlijven aan elkaar geketend zitten ze op de voorruit en blijven daar, zelfs al je rijdt. Dus zit je de halve dag naar een soort dierenporno te kijken.

We hadden een mooie camping in Westlake, Whispering Meadows RV, waar een meneer die met zijn hond liep, ons aansprak en vervolgens een uur bleef praten. Op  de campings zitten vaak contractors, die overal en nergens werken en graag een praatje maken. Zijn hond bleef braaf zitten en probeerde af en toe wel op mijn schoot te komen zitten.

We gingen de grens met Texas over en stopten bij een Aldi om water in te slaan. Apart om dan dezelfde chocola als bij ons te zien.

De verpakkingen pretzels zijn niet hetzelfde, beetje groter.

Ondertussen zijn we beland in Giddings, Texas en hebben in totaal 1395 mijl gereden. Het is bloedheet en de airco draait weer overuren, tijd om met iets lekkers buiten te gaan zitten en straks te gaan barbecueën.


2 gedachten over “Via hot en her naar Texas”

  1. Een lege kerk…….wij zagen in Florida tot onze verbazing heel veel kerken, maar ik kan me niet voorstellen die op zondag allemaal vol zitten. Maar lege kerken heb ik daar niet gezien. Wel interessant om even rond te kijken (aan de foto’s te zien hebben jullie dat ook gedaan) Zo vaak kom je dat niet tegen……Dank voor je blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s