Tagarchief: Tombstone

Via via via door groot en leeg Arizona

We liepen nog een rondje door Tombstone voor we vertrokken. Overal zag je koetsjes met paarden en ‘echte’ cowboys op de bok. Mensen in kleding uit die tijd die je uitnodigden om de mijntoer te doen of te komen kijken, tegen betaling uiteraard, naar de beroemde ‘Gunfight at the O.K. Corall’, Jammer genoeg droegen ze naast hun toepasselijke kledij ook horloges, sjieke zonnebrillen en gebruikten hun gsm’s wat nogal detoneerde.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

Het was behoorlijk warm en omdat we de camper op zijn plek hadden laten staan, aangesloten op elektriciteit, had de airco heerlijk kunnen blazen zodat de boel nog redelijk koel was. Niet lang nadat we waren vertrokken kwamen we langs een grenscontrole, die je in dit gebied en zuidelijker heel veel vindt.

Via via via door groot en leeg Arizona

Vanwege drugssmokkel vanuit Mexico en eventueel mensensmokkel. Dan maken ze een praatje met je en ondertussen loopt een collega met een speurhond rond de camper. Toen we moesten stoppen trok ik mijn sulligste gezicht en we mochten meteen doorrijden. We hebben een keer gehad dat onze papieren werden gevraagd. Die bewaar ik in de la in het uitschuifgedeelte in de slaapkamer, daar kun je dus niet zomaar bij. Dan moet je parkeren, uitschuiven, papieren pakken, weer inschuiven en mag je weer doorrijden. Toen we naar Tombstone toereden, werden we meerdere malen ingehaald door politiewagens en border patrol met gierende sirenes en zwaailichten. Een eind verder stonden meerdere wagens en een ambulance. Op de grond lag een man met alleen een lange spijkerbroek aan, op zijn buik met zijn handen aan zijn enkels geketend. Misschien was hij stout geweest, was hij illegaal, weet ik veel, maar er werd niet zachtzinnig mee omgegaan. Met de politie hier wil je gewoon geen problemen.

Via via via door groot en leeg Arizona

De volgende stop zou in Tonto Basin zijn. Onderweg rij je langs Lake Roosevelt, een prachtige omgeving met een enorm meer.

Via via via door groot en leeg Arizona

Dit gebied is duizenden jaren bewoond geweest door Apaches, Europeanen en mensen in de prehistorie. In een grot in de berg boven het meer zie je zogeheten ‘cliff dwellings’. Doorgaans als je die ergens ziet, een bekende zijn die van ‘Mesa Verde’, zijn die gebouwd door de Anasazi Indianen. De reden waarom deze dwellings gebouwd zijn is niet duidelijk, in ieder geval biedt de grot een perfecte beschutting tegen alle weersomstandigheden.

Via via via door groot en leeg Arizona

Er zijn in totaal zo’n 60 kamers en de bouw begon in 1300. Elke kamer bood onderdak aan een gezin. Het is ongelooflijk dat deze gebouwen na al die tijd in nog zo’n goede conditie staan. Gebouwd door mensen, zo lang geleden, met het inzicht om iets neer te zetten dat de eeuwen trotseert. Mensen die al lang verdwenen zijn, door niemand herinnerd. Het geeft je echt het gevoel dat je maar een spatje bent op de kalender van de wereld. We hebben overwogen de klim naar boven te maken, maar die was heel erg steil en het was 35 graden.

De camping was vol, duidelijk met allemaal stacaravans en campers van mensen die er zo’n beetje permanent wonen. Maar er was niemand te zien. Je kreeg het idee dat iedereen dood binnen lag, leeggezogen door de plaatselijke vampier of dat ze zelf in hun doodskist lagen te wachten tot ze mensen dood mochten maken.
Opeens zag ik een oudere meneer zitten, lekker aan een pintje en vroeg hem waar we ons moesten melden, want dat werd nergens aangegeven. Hij legde het uit en toen ik doorreed zag ik hem zijn gsm pakken en bellen. We werden al aangemeld dus. En inderdaad werden we al opgewacht. Het plekje dat we kregen lag aan de rand van de camping met uitzicht op een grasveldje waar ’s avonds nogal eens kalkoenen kwamen zitten.

Via via via door groot en leeg Arizona

Die werden gevoerd door de meneer in de stacaravan een klein eindje verderop, een meneer van 90! De kalkoenen lieten zich niet zien, de volle maan wel. We zaten weer tot veel te laat buiten op de doodstille camping, die eerst niet zo heel doodstil was. We dachten dat er een koppel slaande ruzie had, gezien de ‘fucks’ en weet ik veel wat. Maar ze zaten te gamen ofzo en bleken de grootste lol te hebben. Heel lang duurde het niet en vanaf half negen hoorde je niemand meer.

We reden de volgende dag verder door groot en leeg Arizona. We kwamen door een stadje waar de helft van de gebouwen leeg stond, reden om eentje aan nader onderzoek te onderwerpen. Helaas was alles hermetisch afgesloten, zelfs Henrie vond niks om door naar binnen te komen. Door een gebroken raam zag ik allerlei interessante dingen, maar helaas.

Via via via door groot en leeg Arizona

Er stonden een paar auto’s buiten, met platte banden. Die stonden er al heel lang. Eentje had allebei de nummerplaten nog, nu niet meer, nu nog maar eentje. Maar daaruit bleek dat die auto hier al sinds 2006 zou moeten staan, wat makkelijk kon gezien zijn conditie.

Via via via door groot en leeg Arizona

We kwamen uit bij een camping in Camp Verde. We kregen een mooi plekje en kwamen al gauw in gesprek met onze buren van die nacht. Leuke mensen die hier tot 1 oktober zouden blijven. Voor onze campers waren een aantal andere bewoners bezig met een, voor ons, onduidelijk spel. Twee ballen met een touwtje verbonden die ze om een balkje moesten gooien en de stemming zat er goed in. Een van de deelnemers sprak ons aan en liet me van zijn drankje proeven: spiced rum (bruine rum) met cola light. Dat kan best lekker zijn, maar de enorme hoeveelheid rum liet de stoom uit mijn oren komen. Geen wonder dat ze het zo naar hun zin hadden.

We hadden al gehoord dat je op zaterdagochtend donuts en koffie of thee kon halen op de ontmoetingsplek van de camping. We waren niet van plan te gaan, maar ze kwamen ons halen. En het was supergezellig. Alleen, die donut, alleen al door het kijken ernaar was ik al drie kilo aangekomen. Ik kreeg het ding amper weg, zo ongelooflijk zoet, zwaar en vettig als dat was. Onze buren zaten er al en nodigden ons uit. Toen iedereen al weg was zaten we nog te kletsen en te lachen, echt zo leuk en een goede klik. Het was gewoon jammer dat we verder moesten.

Ons doel was Sedona. Dit stadje ligt in een schitterende omgeving met rode rotsen, een combinatie van Monument Valley en Canyonlands.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

Het staat bekend om zijn vortexen, magnetische velden, die bepaalde, gunstige effecten hebben op de mensen. We stopten bij een benzinestation in het stadje en terwijl Henrie tankte, snuffelde ik rond in het benzinestation en werd aangesproken door een meneer van een informatiestand. Ik zei dat ik geïnteresseerd was in die vortexen en hij werd meteen enthousiast. Hij nodigde me achter zijn informatiebalie en zei, wijzend op een plek: ‘Hier zit ook zo’n magnetisch veld.’ Hij liet me mijn armen omhoog steken, deed het zelf ook, gewoon vijf seconden ofzo, dan in je handen wrijven. Dan zijn je handpalmen wit, probeer maar. Maar we hielden onze handen boven dat veld en onze handpalmen begonnen te tintelen, werden rood met tientallen witte plekjes. Heel raar. Terwijl ik met hem stond te praten bleef ik op die plek staan en heel mijn linkerkant begon te tintelen, zelfs mijn tong.
We reden verder om naar een bepaalde vortex te gaan, maar het verkeer was rampzalig. Zo ongelooflijk druk, met de ene rotonde na de andere. Een grote file. O.k. het was zaterdag, maar dit hebben we nog nooit meegemaakt. We hadden er allebei tegelijk genoeg van, besloten een andere keer terug te komen, maar nu wegwezen.

De weg van Sedona naar de snelweg is smal, heel steil, vol haarspeldbochten en met slecht wegdek.

Laten we zeggen dat het zo slecht was, dat als ik borstvoeding had gegeven, ik alleen nog maar zure melk had kunnen produceren.
Je reed onderin een canyon en de weg slingerde zich tegen de bergen omhoog.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

De camping van vannacht is niet zo rustig, pal aan een drukke spoorlijn. Geen personenvervoer, maar in hoofdzaak containers. De treinen hier zijn al gauw anderhalve kilometer (!) lang en zo meerdere per uur. Wat ben ik blij met oordopjes!

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Als ik zeg dat internet de afgelopen dagen slecht te bereiken was, dat de verbindingen op de campings slecht waren, dan is dat heel zachtjes uitgedrukt. Af en toe een flard, als oprispingen na een maaltijd, maar verder niks. Van zo’n flard kon je dan gebruik maken om de hoognodige dingen te doen, maar vaak moest je die handelingen drie of vier keer herhalen voor het ook uiteindelijk ‘pakte’.
De middag dag we Ditte, die vriendelijke mevrouw bij de Dairy Queen, ontmoetten, hadden we eigenlijk gepland om naar Saguaro National Forest te gaan. Dus deden we dat de volgende dag.

Saguaro’s zijn die enorme cactussen met armen, die je ook in de Lucky Luke ziet.

De saguaro’s komen alleen in dit deel van Arizona en een deel van Mexico voor, verder nergens ter wereld. Ze worden zo’n 12 tot 15 meter hoog en daar doen ze dan wel 150 jaar over. In een ideale omgeving kunnen ze zelfs 200 jaar worden. Kan je je dat voorstellen?
We kwamen bij de ingang en gingen het Visitor Center in om de toegang te betalen. Ik had de camper schuin geparkeerd, aparte parkeerplekken voor campers waren er niet, en ervoor gezorgd dat anderen er geen last van hadden. Want zo’n ding steekt nogal uit. De hitte plofte op ons neer en een mevrouw vroeg aan me: ‘Is dat nou moeilijk om met zo’n camper te rijden?’ Ik zei dat dat niet zo’n probleem was. Ah, net als met een auto dus. Nou nee, dat ook weer niet. We kletsten wat verder en een andere vrouw kwam naar me toe. Zo’n schrale, tanige tante met een kleur haar die eigenlijk niet bestaat. Antiek touw of zo. Ze snerpte me toe: ‘Ik hoop wel dat je dat ding, de camper dus, zometeen weghaalt, want ik kan er zo niet uit.’ Ik keek en er was genoeg ruimte, genoeg zelfs voor iemand met 12 pinten op, zonder rijbewijs en slechtziend.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Dus ik zei dat er ruimte genoeg was. ‘En toch hoop ik dat je hem gauw weghaalt!’ En ze spillebeende weg, ongetwijfeld op zoek naar een ander om tegenaan te zeiken. De mevrouw die me had gevraagd hoe het rijden met een camper nu was, had het met verbazing aangekeken en ook de ruimte tussen de voertuigen bekeken. Ze zette haar handen in haar zij en zei: ‘Nou, ZIJ kan er in ieder geval niet mee rijden, ze kan nog niet met haar autootje overweg.’ De saguaro’s, met hun enorme stekels, observeerden het zwijgend, zoals ze al lang deden.

In de stammen van de saguaro’s zie je vaak gaten, door vogels gemaakt. Daar nestelen vogels zich, die zich beschermd weten door de stekels.
In films met John Wayne zie je hoe ze zo’n cactus openkappen en zich tegoed doen aan het vocht dat er in zit. Liters, ze kunnen zich douchen! Pure onzin. Ze bestaan 80% uit water, maar dat is niet te bereiken, het water is namelijk opgeslagen in pulp. Deze pulp zit tussen de bast en het houtachtige skelet en in het midden.
In de 20’er jaren van de vorige eeuw, begonnen de saguaro’s te verdwijnen, omdat ze gekapt werden voor de wegenbouw. Grazend vee beschadigde heel veel, door de zaden en heel jonge saguaro’s te vertrappen. De vooruitziende blik van de plaatselijke bevolking zorgde ervoor dat hier een stokje voor werd gestoken en Homer Shantz heeft het voortouw genomen en zich hard gemaakt voor de bescherming van deze unieke flora. Hij heeft er ook voor gezorgd dat dit uiteindelijk een nationaal park werd, dus met alle bescherming van dien.

Omdat het hier de laatste tijd behoorlijk geregend heeft en het een kletsnatte winter was, stond alles in bloei. Het was meer dan prachtig. Je moest uitkijken waar je liep om niet in allerlei stekels van uiteenlopend begroeiing vast te komen zitten, maar daardoor zag je ook meer. Net als bijzondere kevers met felle kleuren.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

We gingen uiteindelijk terug naar dezelfde camping van de nacht ervoor, met net zulk slecht internet. Wat wel leuk was, vooral voor Henrie, is dat er naast elke camper een grapefruit-, citroen-, of sinaasappelboompje stond. Vooral de grapefruits waren enorm en supersappig. Ik hou er niet van, ik vind ze te bitter, maar Henrie zorgde voor een grote voorraad om zich vol mee te douwen. Voor mij een paar citroenen, voor in mijn rum en omdat het bij mijn karakter past. De sinaasappels waren nogal droog, dus die liet hij liggen.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Zowel in Phoenix als in Tucson hadden we gehoord over het Desert Museum, een echte aanrader. Nu zijn we geen museummensen, maar we besloten er toch naar toe te gaan. En het was geweldig! Het was vlakbij Old Tucson, de set waar in het verleden heel veel westerns zijn opgenomen en waar we vorig jaar zijn geweest. De parkeerplaats voor campers was een eind van de ingang vandaan en net toen ik uitstapte, kwam er een meneer in een golfkarretje aan die daar werkte. Hij stopte om op zijn telefoon te kijken en ik zei: ‘Ah, komt u ons ophalen?’ Dat was prima, stap maar in. Ik had nog nooit in zo’n karretje gezeten, maar ik wil er nu ook eentje! De dames bij de kassa keken stomverbaasd toen ze ons aan zagen komen en een meneer die net naar buiten kwam riep: ‘Taxi!’ en ging er in zitten. Het museum was geweldig. Er waren diverse gebouwen met uitleg, zoals over het ontstaan van de aarde en al het leven er op, maar ook met slangen, kikkers, padden, zeepaardjes, teveel om op te noemen.

Over saguaro’s, de woestijn en bier
Over saguaro’s, de woestijn en bier

De wandeling ging verder grotendeels buiten over het terrein en overal waren drinkfonteintjes om je dorst te lessen en je flesje te vullen. Het is en blijft natuurlijk woestijn en toen wij er waren was het zo’n 34 graden. Op het toilet bij de wasbak hing zelfs een automaatje, net als een zeepautomaatje, maar dan met zonnebrandcrème factor 30. Er was overal aan gedacht.
Je kon leren over dinosaurussen en zoeken naar fossielen. Er lagen brokken steen die je open kon hakken en een man was zo fanatiek bezig, dat ik hem vroeg op wiens hoofd hij in gedachten aan het beuken was. Hij keek me wazig aan en zei dat hij dat leuk vond om te doen, maar volgens mij maakten zijn handen ook wurgbewegingen.

Er waren allerlei dieren te zien, woestijndieren natuurlijk, zoals de bob cats, die me heel erg aan ons spulletje thuis deden denken.

Over saguaro’s, de woestijn en bier
Over saguaro’s, de woestijn en bier

Een porcupine, een soort egel met enorme stekels die achteruit wijzen. Dus een vijand die denkt slim te zijn en ze vanachter benadert, komt van een koude kermis thuis. We hebben eens een jonge grizzly in Yellowstone zien manken met stekels door zijn poot heen, die hij er iedere keer uit zat te trekken met zijn tanden.

Er was een enorme volière met het formaat van een gigantisch huis, met allerlei soorten vogels. Net bij de ingang zat een koppel eendjes en het mannetje vloog op me af en beet in mijn schoen en in mijn been. Na een paar keer goed knijpen liep hij weg met een ruggetje alsof hij wilde zeggen: ‘Zo, en als ze nog een keer ademhaalt, krijgt ze nog meer!’
Er waren sierduiven, kwartels, veel kleurrijke vogels waarvan ik de naam niet weet maar die we al heel vaak in het wild hebben gezien. Zo was er nog een volière, maar dan alleen met kolibries. Die zijn zo schattig om te zien en waar ze op een plek in de lucht blijven ‘hangen’ hoor je een zware brom. Alsof er een groot insect vliegt. Er hing een zakje met pluizig spul waar ze een nestje mee konden bouwen en eentje was er mee bezig.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Prachtige diertjes waar je uren naar kon kijken. Het museum ging om 17:00 dicht, wij waren er om 12:30. We hebben vrijwel non-stop rondgelopen in die bloedhitte, maar het was elke stap waard. We kwamen met onze tong op de schoenen bij de uitgang, helaas was de meneer met het golfkarretje er deze keer niet.

Onze volgende reisdoel was Tombstone, daar zijn we al vaker geweest. Een supercommercieel mijnstadje, vooral bekend om de ‘gunfight’ met Whyatt Earp bij de O.K. Corall. En het is er leuk, we komen er graag. Ook nu hadden we een plek op de camping tegen het stadje aan. Alles was al verlaten omdat we wat laat waren, maar dat verhoogde de sfeer juist. In een van de etalages zag ik een t-shirt met een tekst waar ik me goed in kon vinden, al zou dat in superbetuttelend Nederland niet kunnen.

Steun het land waarin je woont, of woon in het land wat je wel steunt

Na een uurtje te hebben rondgewandeld was het tijd voor een pintje in de ‘Four Deuces Saloon’. Niet zo toeristisch met redelijk normale prijzen. Het werd mijn eerste biertje sinds 4 weken. Ik hou wel van een tapbiertje, maar verder drink ik het dus absoluut niet. De glazen waren groot en dat merkte je. Niet dat ik er zelfs maar aangeschoten van raakte, maar de hoeveelheid! Dat ben je dus totaal niet meer gewend en na een paar glazen heb je het gevoel dat je maag op je schoenen hangt. Tel daarbij dat Budweiser niet echt je van het is als je Belgisch bier gewend bent.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

De dame achter de bar, Eireen, herkende me meteen en riep: ‘Ik ken jou, je was hier vorig jaar ook!’ Eireen is ook een enorme dierenvriend en heeft ondertussen 35 honden. Allemaal honden die ze opgevangen heeft. Sinds een paar maanden heeft ze ook een pitbull, een schat van een hond die dol is op mensen. Ze had die via een asiel waar het regel is, dat als een hond drie keer wordt teruggebracht, ongeacht de reden, die stomweg afgemaakt wordt. Ze zei: ‘En zo’n mooi dier, pas 18 maanden oud!’ Ze las op facebook dat hij op die dag afgemaakt zou worden en had ze een bericht gestuurd met de vraag het niet te doen, dat ze hem de volgende dag kwam ophalen. Maar nee, dat kon niet, hij werd afgemaakt. ‘Dat asiel is in Phoenix, vijfeneenhalf uur rijden hier vandaan, dat ging me niet lukken.’ Maar wat ze ook zei, nee, hij moest dood. Dan kots je toch? Tot haar grote geluk hadden mensen deze berichten gezien, hebben het dier opgehaald en haar een bericht gestuurd. Ze zijn naar Tucson gereden, om haar halverwege te ontmoeten om de hond aan haar over te dragen. Is dat niet geweldig? Ze vertelde: ‘Het is een prachthond, maar nog jong dus hij heeft aandacht een beweging nodig.’ Eireen is al twee keer gepensioneerd en werkt zich nu nog de krampen in de saloon van 15:00 tot ongeveer 22:00. Daarna moet de biervoorraad aangevuld worden en alles, inclusief terras, gepoetst worden. Dat duurt zo’n 2 uur en dan is het nog een uur rijden naar huis. Doorgaans is ze tegen 01:00 thuis. Ze zei: ‘2 pensioenen, maar ik heb een groot huis met veel grond vanwege mijn honden, dus ik moet dit werk wel doen.’ Elke ochtend staat ze ook weer om 05:00 op om haar honden te verzorgen en andere dingen thuis te doen, voor ze weer een uur naar haar werk rijdt.

Eireen is duidelijk niet meer de jongste, maar in dat lichaam klopt een hart van goud. In gedachten maak ik een diepe buiging voor deze vrouw. Ik vroeg haar of ze op facebook zat. Ze zei: ‘Je bedoelt om sponsors te vinden? Ik werk keihard, maar krijg het wel rond. Ik ken anderen die echt niet veel geld hebben en die ook honden en ook katten opvangen. Daar gaan ze mee naar de dierenarts en het kost allemaal bergen geld. Laat de sponsors die mensen maar steunen, die hebben het harder nodig dan ik.’ Is dat een geweldig mens of niet? En eigenlijk, al dat geld, al die moeite en inspanning, hogere leeftijd of niet, waar is het aan te danken? Aan de klootzakken van mensen die schofterig met dieren omgaan, zodat dit soort dingen nodig is. Bij deze roep ik: ‘Ga jij rot met dieren om? Dan heb je mijn haat al verdiend. Het is zo makkelijk dieren te verlaten, te mishandelen, af te laten maken. Dieren die je zelf in huis hebt gehaald, die zich aan je hebben gehecht en dan de meest misselijke behandeling krijgen. Van jou!’ En dan wil ik er nog aan toevoegen: ‘Je bent het doodtrappen niet waard.’ Niet aardig? Ik ben liever niet aardig dan een dierenmishandelaar. Eireen vertelde ook nog dat er een vent was die hondengevechten organiseerde. Iedere keer op een andere plek, zodat hij niet gepakt kon worden. Dat is toch gelukt en die vent heeft 23 jaar onvoorwaardelijk gekregen, dus zonder kans op vervroegde vrijlating. Geweldig. Plus dat hij het in de gevangenis niet makkelijk zal hebben, want de meeste mensen zijn dol op dieren. Goed zo, prima.

Er kwam die avond een meneer bij ons zitten, Steve, en die heeft heel de avond met ons gebabbeld. Een heel sympathieke man, 75 jaar en dat gaf je hem absoluut niet. Hij was een zogeheten ‘full timer’, zoals we er al diverse hebben ontmoet deze vakantie. Een ‘full timer’ is iemand die permanent in zijn camper woont en rondtrekt. Soms hebben ze hun huis verkocht, anderen verhuren het of keren af en toe een poosje terug. Hij vertelde dat er ups en downs aan dat leven zitten. De ups snap ik, wat waren de downs? Hij zei: ‘Ik ben alleen en soms zie je de prachtigste dingen, maar je hebt niemand om het mee te delen.’ Dat snapte ik en vond het triest. We zijn er nu eenmaal niet voor gemaakt om alleen te zijn. We bleven lang plakken.

Morgen nog een rondje Tombstone en dan weer verder. Het eind van de vakantie raakt in zicht, tijd om de route voor de laatste dagen uit te stippelen…

Historisch, historischer

We waren onderweg naar Huachuca City waar we de nieuwe module voor het warme water op zouden halen. Natuurlijk volgden we ook nu geen snelwegen en toen we langs een piepklein stadje kwamen, zag ik uit mijn ooghoeken in de gauwigheid iets historisch. Bij de volgende afslag zijn we eraf gegaan en was dat even de moeite waard!

Het stadje heet Lowell en was een mijnstadje waar koper werd gevonden. De afgravingen waren nog heel erg aanwezig, terwijl de mijn sinds 1975 niet meer in gebruik is. Langs de weg waren oldtimers geparkeerd en overal werd moeite gedaan de sfeer van jaren geleden terug te halen. Een mevrouw sprak me aan en vroeg me of ik hier woonde. Ik zei dat ik niet eens op dit continent woonde.

Deze mevrouw, LaVerne Williams, was blij met haar nieuwe gesprekspartner en vertelde honderduit en het was geweldig. Deze jeugdig uitziende vrouw wordt in juli 96(!). Ze is hier met haar ouders komen wonen toen ze drieënhalf was. Haar vader had tbc en ze woonden in Oklahoma. De artsen hadden hem gezegd: ‘Verhuis naar Phoenix, met dat klimaat heb je misschien nog drie jaar te leven.’ Hij bouwde een T-ford om met matrassen om de tocht te maken, een soort vroege camper zal ik maar zeggen. Maar hij kwam bij Lowell niet over de berg en dus besloten ze daar te blijven. Haar vader heeft nog 31 jaar geleefd. Zelf was ze heel actief in haar stadje en was drie termijnen burgemeester. Nu zette ze zich vooral in om alles een beetje in de oude staat terug te brengen en was ze benoemd tot ambassadeur van Lowell.

Ze reed rond in een grote auto, met een kussen op de stoel, omdat ze anders niet over het dashboard kon kijken. Ze gaf me haar emailadres en ik heb haar beloofd de foto’s te sturen die ik van haar gemaakt had. Geweldig, daar word je toch helemaal blij van?

Verder gingen we. We haalden het onderdeel op, Henrie plaatste het zelf en het zat binnen tien minuten. Ons doel van die dag was Tombstone, waar we al vaker zijn geweest. Een, natuurlijk gecommercialiseerd, stadje dat toch erg charmant is. De camping lag tegen het centrum aan en we gingen een rondje maken. Omdat het al een uur of zes was, was alles al gesloten en doodstil.


Tombstone-Laureen-Big-Nose-Kates-Saloon

We dronken een biertje, mijn eerste pintje sinds deze vakantie, in Big Nose Kate’s Saloon.


Daarna schoven we een deurtje op naar een andere saloon waar vooral de plaatselijke bewoners komen. De mevrouw achter de toog, Eileen, was een grote dierenliefhebber en woonde met haar 45 honden, muilezels en paarden een uur rijden verderop op een ranch in een canyon. Ze had 45 jaar bij General Motors gewerkt, wilde hier nog een paar jaar werken om dan, met al haar dieren, te verkassen naar Florida. Daar woont haar dochter met haar gezin. Ze vond de enorme privacy van haar huis en land geweldig, maar verder niet. Ze zei dat mensen vaak overwogen in de regio van Tombstone te gaan wonen en dat ze iedereen altijd adviseerde alles goed te onderzoeken. Over het algemeen wordt gedacht dat het daar altijd warm en droog is. Maar vanaf juli begint de regentijd en niet zomaar regen, maar muren van regen. Dat duurt tot half september, plus de enorme wind. Die zo sterk is dat je amper vooruit kan komen.

Ze vertelde dat de bars in Tombstone niet voor negen uur ’s avonds mogen sluiten en dat iedereen om half twee ’s nachts weg moest zijn. De naam Tombstone (grafsteen) komt trouwens van een man die zei dat hij hier zijn fortuin ging zoeken. Toen was hier nog niks. Zijn vrienden zeiden: ‘Je zult daar alleen je grafsteen vinden!’ Maar het duurde niet lang voor hij zilver vond en de grond liet registreren en gaf het de naam Tombstone. Eigenlijk als grap bedoeld.


Buiten Tombstone ligt de begraafplaats Boothill. In de 19de eeuw was het zo dat als er zogeheten ‘revolverhelden’ ergens woonden, de begraafplaats automatisch de naam Boothill kreeg. Omdat mensen stierven met hun laarzen aan, doodgeschoten door ordinaire moordenaars. Op heel wat houten gedenktekens bij de graven kon je lezen hoe ze waren gestorven en dat was inderdaad nogal eens door geweld.


Opvallend was ook dat het graf van een meisje dat aan rode hond was overleden op de leeftijd van drie maanden oud heel veel geld lag. Sowieso lag er op veel graven geld, maar bij dit kindgraf was het echt bizar.

De gewoonte geld achter te laten is op dit kerkhof een jaar of vier geleden begonnen en om de zoveel tijd wordt het verwijderd en gaat het naar een goed doel. Maar al snel ligt het weer vol.
Zoals gezegd lag de camping tegen het centrum aan, maar de teringherrie die je hier van verkeer hebt is ongelooflijk. Niet gewoon verkeersgeluid, maar die manier om in voertuigen te rijden die bergen lawaai maken. Alsof iedereen zonder uitlaat rijdt. Zo modern als ze hier op sommige vlakken zijn, zo achterlijk zijn ze op andere gebieden.

We reden verder door uitgedroogd Arizona en onze camping van vannacht was leeg, heel erg leeg. Er stonden campers, maar die zijn van een beurs. Zelfs hier, een behoorlijk eind van de weg, hoorden we een wagen met belachelijk veel geloei rondscheuren. Misschien zijn alle mensen hier gewoon fabrieksdoof, veroorzaakt door verkeerslawaai en valt het ze niet meer op….

Van hot naar her

We vertrokken van die heerlijke camping met de grote vleermuizen. Voor wat verse spullen deden we nog even de WalMart aan. Ik overwoog de apotheker nog even om de gelpleisters te vragen, maar heb het maar zo gelaten. Niet alleen had ik geen zin in opnieuw een schreeuwende apotheker, maar ik herinnerde me ook ineens huiverend een andere die ik iets vroeg tegen de hoest. Bij ons heb je misschien zes producten tegen de hoest, hier al gauw een veelvoud daarvan. Ik wilde een medicijn waar je niet suf van werd. De apotheker bleef me tijdens mijn vraag en zijn uitleg zo strak aankijken, dat ik dacht dat hij twee glazen ogen had.

Omdat we zo min mogelijk de snelwegen berijden, kom je dingen tegen die je nog niet eerder zag. Zoals de City of Rocks. Stel je een vulkaanuitbarsting voor, in de Chihuahuan woestijn in zuid/west New Mexico, een slordige 34,9 miljoen jaar geleden. In al die jaren is er van alles weg geërodeerd, waarna deze enorme rotsen overbleven.


Zomaar, in een groot, leeg landschap vind je deze enorme rotsen. Alsof een reus ze achteloos had neergesmeten. Hier en daar zag je afgebrokkelde stukken rots die naar beneden waren komen zetten, wat een extra dimensie gaf aan de wandeling.

Het was heet en droog. We zagen een mooie picknickplek onder de bomen en besloten daar wat te eten. Er stonden twee auto’s geparkeerd, eentje met draaiende motor. We hebben er twintig minuten gezeten, twintig minuten heeft die motor staan draaien. De mensen waren even wat gaan bezichtigen en dachten kennelijk:’Fuck you, ik ga toch echt niet bij terugkomst in een hete auto stappen. Laat draaien die hap, het heen en weer voor het milieu en de rust van andere mensen! Bizar. De ecologische voetafdruk van veel Amerikanen is gewoon belachelijk groot. Het interesseert ze gewoon geen ene hol. IK wil dat DUS doe ik dat. Net zoals je bij supermarkten auto’s met draaiende motor ziet staan, zodat ze na het boodschappen doen in een koele auto kunnen stappen.

We hadden de laatste plek op een camping bij Silver City. Net buiten de stad, prachtig gelegen en doodstil. Immers, iedereen kijkt tv en verlustigt zich liever aan kunstmatige beelden dan aan de prachtige, maar gortdroge, omgeving. Het had hier al in geen 45 dagen geregend en dat zag je aan de beplanting. We hebben daarom maar de kamperfoelie en anderen planten water gegeven en het resultaat zag je al snel. Ook de vogels wisten al snel het water te vinden dat we hadden neergezet. ’s Morgens zat er een jong konijntje alles met verbazing te kijken.

Toen ik uit de (prachtige) doucheruimte kwam, lag er een rode kater op de veranda. Die moest en zou geaaid worden, wilde dat ik op het bankje ging zitten en liep daarna mee naar de camper.

Hij kwam binnen en wilde a la onze Billy en Thijsje in mijn armen liggen bij het toetsenbord en constant gekroeld worden.


We moesten verder en zetten uiteindelijk het ventje buiten. Het brak mijn hart toen we wegreden en ik hem in de spiegel zag zitten, terwijl hij ons nakeek. Maar hij was duidelijk van iemand die veel van hem hield, die hem constant kroelde en ervoor had gezorgd dat hij de lieflijkheid zelve was bij mensen en vol vertrouwen. En ik dacht aan de mensen die gewoon hun dier buiten de auto gooien als ze er vanaf willen, als ze bijvoorbeeld op vakantie gaan. Ik snap niet dat die mensen zichzelf nog in de spiegel kunnen bekijken. Eigenlijk zou die spiegel in hun rottige gezicht moeten kapotknallen en zulke littekens achterlaten, dat ze voor altijd te herkennen zijn als minderwaardige dierenbeulen. Is dat niet aardig? Wel, dat soort mensen is nog veel minder aardig en dat is zachtjes uitgedrukt!

We gingen Silver City in. Het was een beetje rampzalig om in het historische centrum te komen, maar het lukte uiteindelijk wel. Het was wel aardig, maar niet overdonderend. Wat historische gebouwen, waarvan een deel leeg stond en een groot deel van de nering was gesloten. Het was leuk om te zien, maar niet om te zeggen: Tjonge, dat was leuk!


We vervolgden onze weg, door groot en leeg New Mexico. Je werd regelmatig gewaarschuwd voor zandstormen met instructies wat je moest doen als je erin verzeild raakte.
We kwamen nog langs een leeg hotel. Kijk, dat zo’n ding wordt leeggehaald, ook al is het niet goed, kan ik me nog voorstellen. Maar gewoon slopen om het slopen, dat ontgaat me. En dat was hier dus gebeurd. Gaten in ramen, terwijl de deur openstond, oude televisies bij het zwembad, kapot gegooide spiegels, van alles. Een soort ‘lang-leve-de-lol’ die ik niet begrijp. Vroeger niet en nu niet. Wat wel opvallend was, dat de bijbels, die hier door de Gideons in alle hotels worden achtergelaten, allemaal puntgaaf waren. Dik onder het stof, maar dat respect was dus wel aanwezig.



Er lagen een berg oude conservenblikken met inhoud. Wat er inzat weet ik niet, ik heb het ook niet onderzocht.

Een piepklein eindje verder was een zaak dat vuurwerk verkocht. Die hadden een wel heel makkelijke manier gevonden om van hun verpakkingsmateriaal af te komen.

Vannacht stonden we op Rusty’s RV Ranch in Rodeo. Als je het over ‘the middle of nowhere’ hebt, dan heb je het over die camping. Er stond haast niemand. Over de doorgaande weg kwam gemiddeld één keer per anderhalf uur een auto. De sterrenhemel was weer zo bespikkeld, dat het zelfs moeilijk was het ons welbekende steelpannetje te zien. Er was van alles aan diersoorten aanwezig. De eigenaar van de camping had twee ruime vijvers aangelegd en er stonden diverse volières onder de bomen. Op al dat water komen natuurlijk allerlei dieren op af en in de vijvers woonden tientallen stierkikkers, die enorme afmetingen kunnen krijgen. Je hoorde hun typerende geluid over en weer gaan. Een skunk (groot stinkdier) kwam ook nog voorbij, gelukkig niet te dichtbij, en natuurlijk de enorme vleermuizen. Maar ook kwam er zo af en toe een kakkerlak voorbij. Dat vind ik dus vieze beesten, maar goed, ook dat zijn woestijnbewoners. We besloten het buitenlicht van de camper uit te doen, om de sterrenhemel nog meer te bewonderen. Na een paar minuten deed Henrie zijn zaklampje even aan, om tot de ontdekking te komen dat er ineens wel heel veel kakkerlakken rondliepen. Gedver, dus in vredesnaam het buitenlicht maar weer aangezet. Zo kien zijn ze niet op licht, dus verdwenen ze gelukkig snel.

We moesten vandaag verder. We hadden nog steeds geen warm water en RoadBear had een zaak gevonden die het onderdeel in voorraad had, onderweg naar Tombstone, onze volgende stop. De camping waar we wilden staan ligt direct tegen het oude centrum aan en voor de zekerheid hadden we die maar besproken. We zaten heel dichtbij de Mexicaanse grens, dus daar moet je dan wel langsrijden. Tussen de twee grenzen was een heel diepe geul die aan de Mexicaanse grens schuin naar benden liep en aan de Amerikaanse kant stijl omhoog en daarna afgezoomd was met prikkeldraad. Overal zag je enorme verlichtingen en camera’s.



We hebben het onderdeel voor de waterverwarming, Henrie heeft het zelf vervangen en nu zijn we in Tombstone. Eén van de historische, en natuurlijk best commerciële, stadjes die we gewoon leuk vinden. Het moge duidelijk zijn dat we genieten, iedere dag opnieuw. Maar we hadden nooit zoveel rust en ontspanning kunnen vinden als onze geweldige vrienden, Liesbeth en Vincent, Noordernieuws niet hadden waargenomen. Bij deze dan ook onze enorme dank! Onze vakantie zou niet zo ontspannen en relaxt zijn geweest zonder jullie. In gedachten geef ik jullie een enorme kroel, al weet ik dat jullie zouden zeggen: ‘He gedsie, hou eens op…”