Tagarchief: Pahrump

Op weg naar de woestijn

Een beetje noodgedwongen bleven we dus in Overton, wat we helemaal niet erg vonden. ’s Avonds zaten we onverantwoord lang buiten te genieten, bij een lampje dat Henrie had geconstrueerd van een leeg bierflesje, een bekertje en zijn gsm.

Op weg naar de woestijn

De woestijnwind streelde me en fluisterde in mijn oor: ‘Blijf bij me, je houdt van me. Wat moet je in een land met van die wisselende seizoenen? Blijf, ik zal goed voor je zijn.’ En na nog een vluchtige kus in mijn nek, warrelde hij verder naar de verte en ik dacht: ‘Ooit, misschien, maar nu nog niet.’ De camping is kennelijk een sluiproute om van de doorgaande weg, waar de enige bar van het gehucht is, naar de wijk er achter te komen. We zaten in het donker te zwijgen, toen een jonge vrouw over het grindpad liep, of liever zwalkte. Ik dacht nog: die is ook nachtblind, want zo zwalk ik ook in het donker, zelfs in onze eigen achtertuin. Dan zie ik oneffenheden waar ze niet zijn en omgekeerd. Maar deze tante was kennelijk gewoon zat, net als de volgende jongedame een uurtje later. Waarschijnlijk wordt die doorsteek vaker gebruikt, want ineens kwam er een patrouille van de highway patrol ook langsrijden, pliesie dus. Maandag hebben we de camper omgeruild. De helpdesk zei dat we best naar Las Vegas terug konden gaan, ze zouden ze inlichten dat we zouden komen. Bij aankomst werd ons verteld dat de beste oplossing was om ons een andere camper mee te geven, die hadden ze al klaar gezet. Een net zo’n gloednieuw model als waar we mee waren vertrokken met nog minder mijlen op de teller. Hier even een paar foto’s, deze is dus dezelfde als die we net hebben ingeleverd.

Op weg naar de woestijn
Slaapkamer
Op weg naar de woestijn
Badkamer
Op weg naar de woestijn
Zitgedeelt
Op weg naar de woestijn
Keuken

Toen we de camper zaterdag ophaalden, had ik om extra kussens en handdoeken gevraagd. Nu waren er drie keer zoveel kussens en een enorme stapel handdoeken en beddengoed. Ter compensatie denk ik, want ze zaten er duidelijk mee in hun maag dat we problemen hadden. Alles van de ene in de andere camper gedaan en hop, we waren op weg. Makkelijker gezegd dan gedaan, want Las Vegas op maandagmiddag is een ware heksenketel. De ene file na de andere en verkeershufters die overal tussendoor dringen met hun wrakken, met brullende uitlaat en zijramen die als een puzzel met tape bij elkaar geplakt zijn. Met zo’n camper rem je niet even makkelijk om iemand te ontwijken, dus je moet overal ogen hebben en constant in je spiegels turen en natuurlijk de weg voor je in de gaten houden, die vaak vierbaans is.

Op weg naar de woestijn

We gingen op weg naar Pahrump, een stadje met een camping waar we al eerder hebben gestaan. 10 jaar geleden met vrienden die in dezelfde tijd hier waren en een paar jaar geleden waren we hier weer. Een mooie camping met zwembad en jacuzzi en verder doodstil. Maar hij ligt ook op de route naar Death Valley, waar we naar toe gaan. Onderweg zagen we diverse waarschuwingsborden om rekening te houden met wilde paarden en burro’s (een ezelsoort), wat een extra dimensie een de rit gaf.

Op weg naar de woestijn

We deden nog een Walmart aan voor wat luttele boodschappen en de lol om er weer rond te lopen, want daar kunnen we geen genoeg van krijgen. We zagen er diverse soorten Belgisch bier, die we thuis zelden of nooit ergens zien. Pahrump is heel erg uitgestrekt en overal zie je wijken liggen, alsof ze uit zijn gestrooid, enorme einden uit elkaar. De camping was stil, wel wat vrolijke senioren met senior hondjes waar je ze regelmatig mee ziet wandelen.

Op weg naar de woestijn
De camping

Bij het zwembad was niemand, want het was ‘slechts’ 25 graden, wat hier koel is. Het water was lekker en het water van de jacuzzi ronduit warm. Zodra je er in stapte kreeg je het idee van: nog een paar bouillonblokjes en wat groente en je trekt een geweldige soep. Ik moest er na een poosje echt uitgaan, omdat ik het gevoel had dat mijn vlees van mijn botten los kwam, net zoals je wel bij soepkip ziet als je die na een poos uit het kokende water haalt.

Op weg naar de woestijn

Henrie bleef zoet van het zwembad naar de jacuzzi en andersom gaan en ik had er geen kind aan. Toen hij weer eens in de jacuzzi zat, wilde een meneer er ook in. Maar mannen doen dat kennelijk niet zomaar en hij bleef wachten tot Henrie er uit was. Vrouwen stappen gewoon bij elkaar in zo’n ding, al kennen ze elkaar niet, en binnen een kwartier weet je waar ze vandaan komen, wat ze gaan eten en verder alles over de merkwaardige seksuele trekjes van hun echtgenoot en de rariteiten van hun vriendinnen. Mannen zijn blijkbaar bang om voor ‘gay’ aangezien te worden als ze zomaar bij een man gaan zitten.

Op weg naar de woestijn

De woestijnwind maakte het kil als je in je natte spulletje het water uitkwam, maar je was ook zo droog. Gisteren regende en onweerde het een poos en in de woestijn merk je dat meteen, die ziet er dan uit alsof er een bloemetjesbom is ontploft. Je ziet hier opvallend veel vlinders en soms lijken er grote insecten rond te vliegen, maar als je goed kijkt zie je dat het kolibri’s zijn. De sterrenhemel is ongelooflijk, net een groot vel zwart papier waar met een speld ontelbare gaatjes in zijn gemaakt en die je dan voor een lampje houdt. Het ‘steelpannetje’ staat ondersteboven en ‘Schorpioen’ is perfect te zien. Morgen gaat het richting de 40 graden, maar mijn tijdelijke minnaar, de woestijnwind, zal zorgen dat het dragelijk is. Waar we voor de volgende overnachting zullen zijn? Geen idee, Stovepipe Wells, Shoshone? We zien wel. Maar hoe stiller, hoe beter…

Advertenties

Van de bergen naar de woestijn

Nee, ik heb niet gespijbeld, we hadden gisteren gewoon geen internet. Uren hebben we er over gedaan om uit de heksenketel van Los Angeles te komen, wat een ramp is dat toch. De camping stond vlak langs een keidrukke weg en stond vol. Ondanks dat alles was het er doodstil, wat een geluk. Gisteren zijn we uiteindelijk gestrand in Big Bear Lake en het was prachtig.


Tweeduizend meter hoog in de bergen, midden in het bos en het was er vrijwel leeg. We kwamen er na zessen aan en dan is zo’n receptie vaak al dicht. Je betaalt dan gewoon de volgende ochtend. Op het papier dat je bij dat kantoortje mee kon nemen, stonden de beschikbare plekken.
Maar je moest wel opletten of er geen geel briefje ‘gereserveerd’ aan de paal hing bij de plekken. Nou, die hingen dus overal.
Maar allemaal voor de vrijdag en wij waren er op donderdag. Wat een prachtige plek was het.

Midden in het bos, overal eekhoorns en ’s nachts sterrevus koud.

Toen we vanochtend uit bed werden gebeld was het zes graden in de camper.

Gisteren, donderdag, zijn er ook vrienden van ons aangekomen in Las Vegas. Enthousiast gemaakt door onze verhalen besloten ze ook naar Amerika te gaan en in een camper rond te toeren. Vanochtend belden ze dat ze op weg gingen naar het camperverhuurbedrijf -wat een woord- en daarna naar Pahrump zouden rijden. En daar zouden we elkaar treffen. Vanuit Vegas naar Pahrump is het niet zo heel ver, vanuit Big Bear Lake daar naartoe wel. Meer dan driehonderd kilometer hebben we gereden.

                 Joshua Tree.

Toen wij in Barstow waren en even wat wilden gaan eten, belde Barton al op om te melden dat zij al op de camping in Pahrump stonden, net over de grens in Nevada. Wij hebben toen nog bijna drie uur gereden en zijn 1 stadje tegengekomen: Baker, met 600 inwoners. Verder niks, woestijn, prachtig. Wel mochten we nog een klein uur in een file aanschuiven na een aanrijding en hadden we oponthoud vanwege wegwerkzaamheden midden in de woestijn. Dus echt spannende dingen hebben we nu niet te melden. Al moet ik zeggen dat de Joshua trees nog steeds heel apart zijn. En weet je wat hier ook zo apart is: overal waar je rijdt kom je kruisjes tegen.

Kruisjes met speeltjes, met nepbloemen etc. Bij navraag bleek dat daar inderdaad mensen zijn begraven die daar zijn verongelukt. Soms zie je zelfs meerdere kruisjes staan. Triest.

We staan nu op de camping naast Barton en Monique en we zijn lekker aan het barbecuen.

Morgen dus met twee campers Death Valley in, Vallei des Doods. Een prachtige, dorre, dode en toch zo levende omgeving. Het kan er in de zomer over de 50 graden worden. Er is een drooggevallen meer dat helemaal wit is van het zout en de mineralen en amper water. Het water dat er sporadisch is, is ongelooflijk zout. En toch leven er kleine diertjes in.
Degenen die bij mijn boek hebben gelezen weten dat er een verhaal in staat dat zich daar afspeelt. Wat hebben we het toch weer naar ons zin. En natuurlijk zijn er allerlei andere factoren die bijdragen tot het algehele genot: weten dat het thuis minder weer is. Dan weet je dat je vakantiecenten omgezet zijn in mooi weer.
Daar worden we al voor beloond als ik de berichten mag geloven. Maar vooral de wetenschap dat het thuis goed gaat. En Sandra, onze steun en toeverlaat wist ons te melden dat het met ons kattengeteisem prima gaat. Dat ze ineens een voorliefde hebben ontwikkeld voor de mezenvoederbollen en die door het huis hebben verspreid, dat Billy nog steeds een kreunende verliefdheid heeft voor haar handtas en meer van dat soort dingen. Gelukkig weet Sandra dat allemaal prima in de hand te houden. Een extra geruststelling voor ons.

Na vandaag weet ik niet wanneer we weer internet hebben, jullie horen het wel.
O ja, de coordinaten van vandaag: 36.31019, -116.01845 en van gisteren: 34.26383, -116.91771.