Tagarchief: Overton

Een onverwacht einde van een heerlijke vakantie

We waren nog niet vertrokken of we hadden al heimwee naar de camping in Bullhead City. Maar als je uiterlijk om 10:30 in heksenketel Las Vegas moet zijn, is een uur minder reistijd heel zwaarwegend. Om bij te dragen aan het heimwee was het in Overton een stuk killer. We gingen naar bed en was het een voorteken dat ik bijna tien uur sliep? Terwijl ik doorgaans na maximaal zeven uur slaap wakker ben? De volgende dag haalden we de koffers tevoorschijn, maar koesterden ons nog eerst een poos in de zon en genoten.

Maar goed, de boel moet nu eenmaal ingepakt worden en dat is altijd meer werk dan je wil. We hadden die ochtend al het pakje met gedragen kleding naar onszelf gepost, ruim vier kilo, en bij het wegen van de koffers later bleek wederom dat dat toch altijd wel een goede actie is. Nog voor ik maar een shirt in de koffer had gelegd werd ik ziek en daarmee bedoel ik ZIEK. Een uur op de bank in de camper gelegen, wat (natuurlijk) niet hielp. Zelfs mijn rummetje later smaakte niet, ik heb mijn glas leeggegooid, een sprekender voorteken bestaat bij mij niet. Eten? Hou op, het idee alleen al. De nacht was vreselijk, vol van koortsdromen en ellende en als het aan Henrie had gelegen waren we die ochtend nog naar een ziekenhuis gereden. Dat wilde ik niet en we vertrokken. Terwijl Henrie tijdens het rijden de laatste dingen in de camper op orde bracht, reed ik naar Las Vegas. Ik weet nog niet hoe me het gelukt is, zo ziek en ik kon mijn ogen niet open houden. Maar dan ben ik ook zo dwars en vertik ik het me over te geven aan ziek zijn. Over de terugvluchten zal ik maar zwijgen, ook over de eerste nacht thuis. Zaterdagochtend zijn we al vroeg naar de spoedeisende hulp vertrokken en ik mocht meteen blijven. Longontsteking en maandag wordt er verder gezocht naar mogelijk andere oorzaken. Dus even geen vergezichten, ik zal me even hier toe moeten beperken.


Geen vrolijk verhaal, maar een onverwachte afsluiter van een heerlijke vakantie op de schoot van Uncle Sam, die ik vanuit een Belgisch ziekenhuis weer respectvol groet en bedank. Bedank voor al het mooie dat we weer mochten zien. De sympathieke mensen die we mochten ontmoeten. Er zal zoals altijd geen dag voorbij gaan, zonder dat ik in gedachten door jouw spectaculaire landschappen rijd. We hopen je volgend jaar weer te zien, Uncle Sam, maar dan in een blijvende, goede gezondheid…

He he, we zijn er…

Het deed pijn toen de wekker om 03:45 ging. Je gaat douchen, bekijkt daarna je witte gezicht in de spiegel en je voelt dat je lijf schreeuwt om slaap. De afgelopen weken waren meer dan vreselijk druk en eigenlijk was nergens tijd voor, maar alles moest wel worden gedaan. Interviews plus uitwerken plus foto’s plus inplannen. En op het moment dat ik zei: ‘vanaf nu niet meer’ kwamen er weer. Daarna allerlei persberichten en de lege koffer gaapte me maar aan. De tuin keek gekweld door de droogte en de katten hadden alles achterdochtig bekeken. Toen was de grote dag daar en die verdraaide wekker ging dus om 03:45 af, terwijl we pas om middernacht in bed konden storten. We vertrokken zeker 3 kwartier te laat, onze harige vriendjes wilden niet spinnen toen we ze kroelden en keken verdrietig. Wie zegt dat dieren niks doorhebben?

De straat was nog donker, maar de vogels waren al op en zongen ons toe. Er waren geen files en we waren nog redelijk op tijd bij de Park & Fly, ook de vlucht leverde geen problemen op. Maar goed, we hadden dan ook voor KLM gekozen en niet voor de hartkwalen veroorzakende United Airlines. Daar droom ik wel eens van als ik te vet heb gegeten of te veel gedronken. Toen we zaten te wachten tot het onze tijd was om aan boord te gaan, voerde een mevrouw naast me het ene telefoongesprek na het andere in een heel onduidelijke brabbeltaal. Ze klonk een beetje als een rommelende maag van iemand die honger heeft. Dat is allemaal niet erg, maar haar adem was hopeloos. Zoiets als een kelder die jarenlang dicht is geweest en waar een grote partij overjarige mottenbalen opgeslagen ligt. Als ik zo rook ging ik naar de dokter, die me dan waarschijnlijk zou vertellen dat ik al drie jaar dood ben.

He he, we zijn er

Door de douane gaan in Minneapolis, koffers ophalen en weer inleveren en weer door security duurde vijf kwartier. Ik ben blij dat ik altijd zorg dat er minstens drie uur tussen de vluchten zit. Van wachten krijg je honger, net als van heel lang op zijn. Een broodje op de luchthaven kostte al gauw een ‘schamele’ $11,-. Nou, dan eet ik mijn portemonnee zo wel leeg. Na nog een uitmergelende vlucht van drie uur, in een vliegtuig dat gebouwd leek te zijn voor Liliputters die te klein zijn voor hun leeftijd, kwamen we aan in warm Las Vegas, 36 graden.

Je wordt zelf op het vliegveld al meteen overspoeld met gokautomaten en enorme schermen die van alles aankondigen, zoals optredens van de wereldberoemde Cirque du Soleil. Zoals een mega optreden over Michael Jackson. Geen getrut over negeren op de radio, een standbeeld verwijderen of ander gezever. Aangekomen in ons casinohotel Gold Coast, hebben we luchtiger kleding aangedaan en ons op een buffetje gestort. Aan de gang naar onze kamer leek geen einde te komen, soit, dat zijn we gewend, maar als je al een beetje op apegapen ligt van moeheid word je een beetje moedeloos.

He he, we zijn er

In zo’n casino, ongeacht welk, moet je altijd door het gokgedeelte, waar mensen hun geld voor de hypotheek en de boodschappen vergokken, in de hoop een fortuin te winnen. Maar er is er maar één die wint… Er wordt oorverdovend veel gerookt in die casino’s, ook van die enorme, dikke sigaren. Overal in Amerika ben je zo’n beetje een paria als je rookt, maar hier mag het. Als je je dollars maar meeneemt en in het casino achterlaat. Terug in onze kamer nam ik een douche waarbij het vuil van een paar continenten en vliegtuigen door het afvoerputje wegspoelde. Nu typ ik nu het eerste deel van dit blog. Het is hier 9 uur ’s avonds, Belgische/Nederlandse tijd 6 uur ’s morgens. Al 26 uur op dus. Henrie is al op een andere planeet en ik reis hem zo na. Morgen weer om 6 uur op, om om 8 uur de camper te halen, Las Vegas achter ons te laten en de stilte van de woestijn op te zoeken…

He he, we zijn er...

Zaterdag waren we zelfs te vroeg bij RoadBear, waar ze dat geen enkel probleem vonden. We kregen weer leuke cadeautjes mee, zoals een six pack bier en vier kleine flesjes wijn, een prachtige koeltas en nog wat dingetjes. Trouwe klanten worden hier echt beloond. We kregen zoals altijd een gloednieuwe camper mee, met slechts 3.000 mijl op de teller, maar dat zegt ook niet altijd alles blijkt… We deden uitgebreid boodschappen bij de Walmart, waar ik me meteen kon ergeren aan de eeuwige gemakzucht van de Amerikanen. De parkeerplaatsen bij Walmart en andere zaken zijn altijd gigantisch en overal zijn van die plekken waar je je winkelkarretje achter kan laten. En wat doet het gros? Die laat hem staan waar die uitgeladen is, gewoon, op de parkeerplaats dus. Ik heb al eens gezien hoe er zo’n karretje door harde wind tegen iemands auto aanknalde. Heb je schade? Jammer, maar ik ben toch echt te besodemieterd om dat ding even weg te zetten. Kom op zeg, ik heb net al van de winkel naar mijn auto gelopen, ik blijf niet bezig!

He he, we zijn er

We gingen ons daarna te buiten aan een Chinees buffetje. We lunchten dus om half twee ’s middags, tot die tijd nog niks gegeten en amper gedronken en vooral dat laatste gaat je opbreken. Niet alleen was het 36 graden, de luchtvochtigheid is hier ook heel laag, oftewel: je droogt uit. Bij een lunch in een restaurant drink ik altijd cola light en bij de eerste slokken merkte ik dat ik verrekte van de dorst, ruim een liter heb ik achterover geslagen en onderweg later in de camper nog een liter water. En plassen? Welnee, wel meer vocht willen. We vertrokken en verruilden binnen een half uur de chaos van Las Vegas voor de leegte van de woestijn.

He he, we zijn er

He he, we zijn er

Het besturen van zo’n bakbeest van 10 meter ben ik nog steeds niet verleerd, gelukkig maar. De camping in Overton was voller dan andere jaren, maar je ziet amper iemand. Mensen zijn te druk met t.v. kijken, het is dus doodstil net zoals altijd. De receptie was zoals altijd ook onbemand, $20,- in zo’n envelopje doen die aan de deur hangen, plek voor die nacht, naam plus datum invullen, klaar.

He he, we zijn er...

Voor het gemak heb ik even een foto van vorig jaar gebruikt, de camper ziet er hetzelfde uit. Henrie ook trouwens.
En toen kwam het. Op de camping bleek de koel- vriezer het niet meer te doen en dat is meer dan waardeloos bij deze temperaturen en na het ding net volgepropt te hebben. Wij zijn de tweede huurders van deze camper, dus duidelijk nog een kinderziekte. Noodnummer van RoadBear gebeld, maar ja, zaterdag eind van de middag, die toveren ook geen garage uit hun mouw op dat tijdstip. Schuin aan de overkant van de camping zit een Family Dollar, beetje te vergelijken met de Action, en daar hebben we twee zakken ijs gehaald, tien kilo dus en die in de vriezer en de koelkast gedaan. Morgen, maandag, moeten we meteen om acht uur bellen. Gelukkig waren we al vagelijk van plan een dagje extra hier te blijven, maar dat zal nu wel moeten. Want stel dat ze zeggen: je moet een andere camper hebben, dan zouden we alleen maar verder van Las Vegas vandaan zitten in plaats van het uur rijden nu. Ik zal me vanmiddag troosten met een French Dip, want het eethuisje The Inside Scoop is nog steeds aanwezig tot onze grote vreugde. Trouwens, een French Dip is een warm broodje met een berg rosbief, daar krijg je een bakje vleessaus bij waar je het broodje in doopt, met frietjes natuurlijk. Henrie wist ondertussen de koel-/vriezer rechtstreeks op 220 aan te sluiten, zodat het spulletje werkt zolang we hier staan en aangesloten zijn op elektriciteit. Nu is hij aan het darten met de buurman. Die woont hier al een jaar of vijf in zijn trailer en heeft buiten een dartboard hangen, met aan de ene kant gewoon darten en aan de andere kant iets voor mij onduidelijks. Boys will be boys.
Veel avonturen hebben we nog niet te melden, maar wordt ongetwijfeld vervolgd…

Las Vegas binnen en weer buiten

Uiteindelijk lukte het ons om in Las Vegas aan te komen, maar hoe…

We stonden braaf op, gingen braaf op tijd deur uit en stonden braaf om half acht op Schiphol, dat wel een mierennest leek. Het was de eerste dag van de schoolvakantie en half Nederland wilde kennelijk op een vliegtuig stappen. Net als wij, maar een eerste blik op de borden met de vertrektijden vertelde ons dat onze vlucht bijna drie uur vertraging had. In plaats van om vijf over elf te vertrekken, werd het nu kwart voor twee. Met fucking United Airlines is het altijd wat. Een maand of wat geleden kregen we al een schemawijziging, dat we om acht uur zouden landen in plaats van half zes ’s middags. Ook al een afknapper, want je wilt gewoon op tijd in je hotel zijn. Je weet van tevoren hoe gesloopt je aankomt.
Dus hang je rond, eet wat, krabt aan je buik en gaapt waarbij je onbeschaamd je huig en de rimpels in je maag aan iedereen toont. Henrie zat na een poosje met een rubberen nek, oftewel met zijn kin op zijn borst. Even in diepe slaap terwijl de halve wereld langs hem heen liep. Ik overwoog nog even net te doen alsof ik tegen hem praatte, zodat het leek alsof mijn vertellingen hem niet bepaald boeiden en hij letterlijk in slaap gepraat was. De mevrouw aan de balie moest mijn gemopper aanhoren toen we onze bagage incheckten. Ze bleef vriendelijk en zei dat ze er ook niks aan kon doen. Ik zei: “Dat snap ik, maar ik wil zeiken en u zit daar nu eenmaal.” Natuurlijk vertrokken we niet om kwart voor, maar om kwart over twee. Op zich niet erg, maar ik had de reis zo geboekt, dat er vier uur tussen de twee overstappen zouden zitten. Daar blijft dan niet veel van over.

Overstappen in Amerika is rampzalig. De rijen voor de douane zijn moordend, dan moet je je bagage afhalen, een eind verderop weer inleveren, met een treintje naar een ander deel van het vliegveld, daar weer door beveiliging en dan nog bij je gate zien te komen. Dat vreet bergen tijd. Nu zouden we dus nog maar een uur en een kwartier hebben en met iedere minuut later opstijgen vergroot dat de kans je aansluitende vlucht te missen. Waardoor je weer een paar uur op de volgende moet wachten, als daar al plaats is. En geloof me, dat wil je niet. Ruim tien uur duurde de vlucht, de overstap zou in Houston (Texas) zijn. Tien uur is lang, verrotte lang. Toen de meneer naast Henrie even opstond om zijn benen te strekken, vond ik dat een mooi moment om even naar de wc te gaan. Henrie liep gezellig mee, op zijn sokken, en besloot ook maar even te gaan plassen. Om niet op zijn sokken op de wc vloer te staan, deed hij even mijn instappers aan. Een meneer die daar stond te staan keek er met verbazing naar. Ik zei: “We only have one pair of shoes that we share. The time may come we’ll have to share one set of teeth.” (we hebben maar een paar schoenen die we delen. De tijd komt misschien dat we ook één gebit moeten delen)

We landden in Houston en de ellende begon. We hadden toen nog een uur en tien minuten. Een mevrouw bij de mijlenlange rij bij de douane had ik al gevraagd of er een snellere manier was. Natuurlijk niet, stomme vraag. Maar even later dirigeerde ze een hele groep, waaronder wij, naar een stel andere balies zodat we alvast een berg wachtenden misliepen. Twee mannen die voor ons stonden en als volgende aan de beurt waren, vroeg ik of ze ook een aansluitende vlucht hadden. Hadden ja,want die hadden ze dank zij United al gemist. Of wij dan even voor mochten. Na de douane zijn we naar de aangegeven carroussel gerend. Nummer 8 was gemeld. Bleek na een poosje nummer 12 te zijn. Rennen met loodzware bagage, inleveren en weer rennen. Na de ellende van eind vorig jaar, merkte ik toen helemaal dat mijn linkerbeen nog verre van goed is. Rennen met het gevoel dat je tot je nek in het water staat, maar toch vooruit moet komen. Treintje naar ander deel vliegveld, weer rennen. De gate zou om 18.19 sluiten, we kwamen er om 18.17 bezweet en uitgeput aan. Mensen met wie we voor vertrek gepraat hadden heb ik niet meer gezien, die hebben het vliegtuig dus gemist.

Weer tweeënhalf uur in het vliegtuig zitten. Afijn, we zijn in het hotel aangekomen, hebben nog wat gegeten en gedronken en zijn om half één in bed gestort, waar we om half zeven weer uit op moesten staan.

En toen… Toen kwam er om half drie een melding via alle speakers dat er een brandoefening was. Dan zit je dus rechtop in je bed, je denkt: barst en gaat weer liggen. Om kwart voor drie kwam de volgende mededeling dat dat een vergissing was geweest en dat ze zich verontschuldigden voor het ongemak. Hoezo, nachtrust naar de klote?

Een taxi kwam net aanrijden toen we om half acht wit en moe buiten kwamen. De chauffeur, een meneer uit een ver land, dacht dat ik geen Engels sprak. Ik zat voorin en bij elke mededeling van zijn kant waar ik met een instemmend geluidje op reageerde, dacht hij dat ik hem niet begreep. Iedere keer herhaalde hij zijn mededeling, steeds luider tot hij hetzelfde zinnetje in mijn gezicht schreeuwde. Ik zei met wapperend haar dat ik uitstekend Engels sprak en hem begreep. Wat hem kalmeerde en mij dwong tot een vermoeide grijns bij al zijn andere opmerkingen, om maar vooral te laten merken dat ik snapte was hij zei. Hij vertelde dat hij jarig was, waarop Henrie en ik loud and happy Happy Birthday to you! begonnen te zingen. Ik geloof dat hij een beetje schrok en was daarna zeker twee minuten zwijgzaam.

Zoals altijd verraste RoadBear RV ons weer met een gloednieuwe, prachtige camper. Echt, ik blijf het zeggen: unieke, goede service, sympathieke, vriendelijke medewerkers die het naar hun zin hebben. Want aan de bekende gezichten zie je dat er niet zo heel veel verloop is. We kregen een koeltas met spulletjes en voor we vertrokken nog eentje met zes flesjes bier. Extra handdoeken omdat we een lange trip gingen maken, noem maar op. Het is nu de twaalfde keer dat we een camper van hun huren en iedere keer snap ik ook weer precies waarom. Nee, ik word voor deze mededeling niet betaald, ik ben gewoon zoals altijd weer onder de indruk van hun service!

Tijd om te fourageren. Via een Dollar Tree kwamen we bij een WalMart en toen had ik het wel gezien. Bij de WalMart heeft Henrie me op een bankje bij de paskamers neergezet, me bevolen een oogje op onze winkelkarretjes te houden en ging voor een barbecue en toebehoren naar de andere kant van de zaak. Wat een behoorlijk eind lopen is als je kapot bent met een rug die vloekt en kwelt. De mevrouw die de pashokjes bewaakte keek over me heen. Alsof ze me het kwalijk nam dat ik plaats had genomen op het foeilelijke, super ongemakkelijke rotbankje. Ik dacht: Nou? Heb je iets te zeggen? Ik ben in het juiste humeur om je van repliek te dienen! Maar dat lepelde ze kennelijk van mijn gezicht en ze zweeg. Ik zou ook niet weten wat ze te zeiken had moeten hebben. Dat ik daar niet mocht zitten, met twee overvolle winkelkarren naast me, die qua omzet ook een deel van haar salaris vertegenwoordigden? Maar misschien had ze die rotkop gewoon van zichzelf en zat haar gezicht op die manier lekker.

Onderweg naar onze eerste camping kwamen we meerdere garage sales tegen, bij eentje zijn we gestopt waar Henrie heeft lopen kwijlen bij allemaal heel oude apparatuur zoals platenspelers. Dik onder het stof, maar hij had het zo wel mee willen nemen. Hij beheerste zich en beperkte zich tot een paar kentekenplaten.

Het eerste Chinese buffetje is een feit, ook de eerste overnachting in Overton, Nevada. Eén van onze favoriete campings, omdat die zo stil is. Altijd een balsem op je ziel na de wurgend drukke dagen voor vertrek. We blijven hier nog een dagje, gewoon, om uit te rusten. Want daar blijkt vakantie dus ook voor te zijn…

Zomaar een luie dag in Overton

Voor ons een ongewone dag: een dagje van (bijna) niks doen, we zullen er aan toe zijn geweest. Ik vertelde al dat we op de camping in Overton waren beland, één van onze favorieten vanwege de rust en de omgeving. In de winter is het hier kennelijk heel druk: allemaal snowbirds die hier de winter doorbrengen. Snowbirds zijn geen vogels, al klinkt het wel zo. Snowbirds zijn mensen, doorgaans gepensioneerden, die in de noordelijke staten wonen: Michigan, Idaho,Wisconsin, etc. en waar de winters lang en koud zijn. Zodra het daar kouder wordt, stappen ze in hun camper en zakken af naar de zuidelijke staten en brengen daar de winter door. Vanaf 1 mei gaan ze op hun dooie gemak weer terug, zoiets als bij ons in Spanje overwinteren.

En dat ze gelijk hebben natuurlijk. Alleen valt mij dan weer op dat je ze nooit ziet. Op dit moment zijn er op deze camping nog een aantal ‘snowbirds’ aanwezig. Omdat wij gisteren hier later aankwamen en de receptie niet meer bemand was, hadden we geen password voor het internet. Wat doe je dan, je klopt aan bij de diverse campers. Overal werden hoofden in plooien getrokken: tja, wat was het ook alweer, ik sta hier nu zes maanden en ben automatisch ingelogd. Een meneer die hier ook al maanden bivakkeerde en rook alsof hij ook al die maanden zijn camper niet uit was geweest, keek me gekweld aan en kon me ook niet helpen. Maar ik vraag me dan af: je wilt thuis niet zijn als het winter is, maar hier sluit je je op. Is het dan niet beter om je thuis op te sluiten? De muffe meneer zit van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat tv te kijken zoals buiten te horen is. Misschien is hij een kluizenaar en vindt hij het leuk om met de koude maanden thuis hier fijn mensenschuw te zijn.

Om te beginnen hebben we alles uitgepakt en ingeruimd en de camper bewoonbaar gemaakt.

Overton is eigenlijk een nederzetting aan een doorgaande weg. Wat verder de woestijn in wonen ook wel mensen, maar het stelt als stadje niet veel voor. Vanaf de camping kijk je zo de woestijn in.

Vanmiddag liepen we naar de Inside Scoop, een eetgelegenheidje, lees cafetaria, waar je lekker kunt eten zoals we uit ervaring wisten. Vooral de French Dip is hemels. Een broodje met een berg warme rosbief, een bakje smakelijke jus waar je je broodje indoopt om het vervolgens heftig morsend op te eten.

We kwamen binnen en een nogal gezette jonge vrouw zat met haar twee kinderen van alles naar binnen te werken. Gezet ja, laten we zeggen dat ik er slank bij was. Haar ene zoontje was een jaar of acht en ze had nog een jonger zoontje. Het was ongelooflijk wat een eten die weg wisten te werken. Op een gegeven moment zag ik die kereltjes met een ijs lopen. Nee, geen ijsje, want het leken wel voetballen. Toen hadden ze dus al van alles zitten (vr)eten gezien wat er op hun tafeltje stond, inclusief zakken chips. Na die ijs kwam er nog een groot bord met taco’s. Alleen al door te kijken was ik een kilo aangekomen. Met een vals smoesje heb ik een foto genomen, die alles zegt.

We wandelden daarna nog even door de plaatselijke supermarkt en hebben ons vergaapt aan de werkelijke prachtige groentenafdeling, inclusief vernevelaar die de groente ieder zoveel tijd bevochtigde. Niets bijzonders hier, maar voor ons een ongekend iets.

Daarna nog even langs een Family Dollar en liepen toen terug naar de camping. Langs de weg stond een politieauto. Waarschijnlijk waren we als verdacht opgegeven omdat we er LIEPEN. De gemiddelde Amerikaan stapt in zijn auto als ze een paar honderd meter ver moeten, wij waren dus hoogst verdacht. Je zag ook niemand lopen of fietsen en voor de normen hier was het echt niet zo warm, misschien 26 graden. Voor ons warm, maar hier zijn ze wel meer gewend.

Terug in de camper bleek de zool van mijn schoen los. Wat interesseert mij dat nou, hoor ik jullie denken of hardop zeggen. Nou, omdat één van mijn zolen thuis al los was, had Henrie die gelijmd. De andere zool begon ook een beetje los te laten, dus had ik die wandelschoenen in Essen bij de plaatselijke snelschoenmakerij gebracht. O ja? Ja. Die mopperde meteen al dat ik dat soort schoenen niet in de kast moest laten staan, maar juist dragen, omdat hij zag dat de lijm gewoon verdroogd was. Kijk, als je net zulke krakkemikkige voeten hebt als ik, waar al zeven keer in is gehakt en gebroken, dan lijst je schoenen die goed lopen in en die koester je. Dus heb ik mijn oude trekkingschoenen gedragen tot ze zo’n beetje uit elkaar vielen. Ik had nog een reservepaar, al jaren, nog nieuw en daar had dus die zool van losgelaten. Goed, ik was al blij dat hij me niet om de oren sloeg met die dingen nadat hij me de les had gelezen. De dag voor we vertrokken had ik ze opgehaald, waarbij hij me toebeet, wijzend op de zool die Henrie had gelijmd: en die gaat loslaten. O ja? Ja. Waarom? Omdat die niet met de juiste lijm geplakt is, snauwde hij me vriendelijk toe. Ik betaalde, hij groette me niet terug toen ik zijn nering verliet en zijn reparatie is dus binnen een week al ter ziele. Het dringt ineens tot me door: misschien had ik niet met die schoenen moeten lopen, maar ze weer terug in de kast moeten zetten! Ik snap ook niks.
We zullen dus lijm moeten halen, zodat Henrie mijn schoen op de juiste manier kan repareren. Misschien moet hij die meneer van de snelschoenmakerij maar even laten zien hoe het moet, zodat die voortaan ook weet hoe hij zolen moet plakken en dat hij lijm moet gebruiken en geen spuug vermengd met vervloekingen.

Vanavond hebben we zitten barbecueën, niks bijzonders en misschien denken sommigen van jullie: stelletje ouwe lullen, tweede dag in Amerika en ze ondernemen niks! Maar de mensen onder jullie die ons beter kennen weten: dan zullen ze er behoorlijk aan toe zijn geweest. Morgen trekken we verder richting het noorden, maar bij deze wil ik onze ongelooflijke dank uitspreken aan de geweldige vrienden die tijdens onze vakantie Noordernieuws.be voor ons waarnemen.
Door jullie kunnen wij bijtanken, bijslapen, ontstressen en ons hoofd leegmaken. Jullie zijn goud!

Las Vegas

Op een onmogelijk tijdstip ging de wekker, kwart over vier stond ik onder de douche, terwijl Henrie thee zette. Zoals altijd kun je op zo’n moment van de dag maar beter zwijgen. Behalve tegen ons poezengespuis, dat we 23 keer gedag hebben gezegd. Aagje snapte er niet veel van, alleen dat er iets ging gebeuren dat niet leuk was. De anderen snapten het wel, al meteen toen de koffers van zolder kwamen. Thijsje liet zich knuffelen, maar een knorretje kon er niet vanaf. Billy keek verdrietig en Sammie nam zich al voor ons eens goed te raken als we weer terug zijn, ze was haar rechter voorpootje al aan het oefenen.

Aagje
Aagje

We trokken om half zes de deur achter ons dicht, luisterden in de donkere, stille straat nog even naar het vogelconcert dat al was losgebarsten en begonnen aan de uitmergelende, lange reis die in Las Vegas zou eindigen.
We hadden geen file, waren heel vroeg op Schiphol en zelfs het vliegtuig had geen vertraging. Het was wel aangenaam om die uren op Schiphol te wachten, gewoon niks doen en je verstand op nul zetten na de drukte van de afgelopen tijd. Kijken naar de mensen die door elkaar heenliepen. Ordeloos, kennelijk zonder doel, hun belangrijkste spullen met zich meesjouwend. Je hoorde alle talen van de wereld en het lopen door de luchthaven bracht de meest afwisselende geuren met zich mee. Het ene moment dikke walmen parfum, dan ineens afgewisseld met de lucht van frieten en hamburger en daarna weer bier of pizza.

De eerste vlucht van ruim negen uur was koud. Een fleecevest en twee dekentjes hielden me net een beetje op temperatuur, Henrie had nergens last van en snapte mijn ijshanden niet. De tweede vlucht (na een overstap van vier uur) die ook weer vier uur zou duren, was warm. Nee, heet. Vreselijk, je wist niet waar je het moest zoeken. Toen ik een keer van de wc kwam, zei ik tegen een mevrouw die op het gangpad een beetje heen en weer liep, dat het wel erg warm was. Een blik van opluchting verscheen in haar ogen en ze vertrouwde me toe dat ze dacht een heel lange opvlieger te hebben. Henrie daarentegen had heel de vlucht zijn trainingsjasje aan.

Het vliegveld van Las Vegas was vrijwel uitgestorven. Je moest, voor ons gevoel, ettelijke kilometers lopen en naar een andere verdieping gaan voor je bij de carrousel was waar je je bagage kon ophalen. Uiteindelijk kwamen we bij ons onderkomen van die nacht. Nou, we hebben door de jaren heen in heel wat hotels gezeten, maar dit was toch wel het dieptepunt, waar ik het reisbureau nog even over verrot moet schelden. Nou ja, zonder schuttingtaal dan. Normaal als we op Las Vegas vliegen hebben we een casino-hotel in Down Town Vegas: The Golden Nugget. Maar daar hebben ze sinds vorig jaar verzonnen dat je ter plekke een toeslag moest betalen: The Fremont Experience. Niet genoemd naar de straat met zijn spectaculaire openlucht shows, welnee. Je moest ter plekke $25,- betalen voor: de sauna, de fitness ruimte en andere onzin die wij nooit gebruiken. Het propje achter de balie kreeg een krakende nek van het nee schudden op mijn tegenwerpingen. Tot ik schuimbekkend over de balie ging hangen, haar onderkin greep en in haar gezicht siste: ‘Luister slet, we zijn 24 uur op en hebben 10.000 kilometer gereisd om hier te komen, het is negen uur ’s avonds, ik wil wat eten, me douchen en om acht uur morgenochtend moeten we bij het camperverhuurbedrijf staan. Wij-hebben-geen-tijd-voor-je-fucking-fitness!!!’ Nou ja, ik had het graag zo gedaan, maar ik zei het anders, maar de woorden kwamen wel op hetzelfde neer en zuchtend zei ze dat we het voor deze keer niet hoefden te betalen. Nee, dat klopt, want we komen niet meer terug. Dit zei ik niet, maar meldde het wel als zodanig in mijn review op Trip Advisor. Goed, dus toen we deze reis boekten zei ik tegen het reisbureau: met hotel (dat moet de eerste nacht als je met een camper gaat rijden), doe maar wat. En zodanig werd het Mardi Gras Hotel geboekt. Nee, was echt goed, ze boekten er veel klanten in, werd me gegarandeerd. We bespreken ieder jaar onze verwegreis bij hetzelfde reisbureau, je mag verwachten (kennelijk niet) dat ze het dan ook naar onze wensen doen en wij zijn niet bepaald moeilijk. We kwamen bij het Mardi Gras en in plaats van bij een hotel, leek het alsof we in een getto terecht waren gekomen. We hadden een kamer op de eerste verdieping. Er was een lift, maar dan moest je nog een eind lopen met al je bagage, trappetjes hier, trappetjes daar. De kamer was verwaarloosd, wel schoon, maar het bad had schurft als ik de enorme afgebladderde plekken bekeek en er waren rimpels in de vloerbedekking plus slijtplekken.

Voetballende kinderen voor de deuren,kennelijk van grote families die daar zo’n beetje permanent woonden. We gingen in het bijbehorende afgetrapte casino wat eten en hadden zo uitzicht op allerlei rapalje dat daar hun geld aan het verbrassen was. Heftig rokend kwamen ze geld wisselen aan de kassa van het restaurantje, zodat je al etend in de rook zat.

Naast het hekje van de eetgelegenheid (het eten was prima, eerlijk is eerlijk) zat een Aziatische mevrouw met een deken om haar schouders. Haar drie kleine kinderen reldekelden door de gang en werden op meppen getrakteerd door hun duidelijk wanhopige moeder. Ze kregen ook een deken en speelden daar nog wat mee, maar het leek of ze op dat bankje in die hal moesten slapen. Misschien wachtend op hun vader, tot die klaar was met gokken. We draaiden alle ellende onze rug toe en gingen terug naar onze afgetrapte kamer. Het was al elf uur geweest toen we een boel gebonk hoorden op de deur van een kamer tien meter verder. Ik rukte onze kamerdeur open en zag daar een stel mensen staan die aan het roepen was en stonden te bonken. Op dat moment waren wij 27 uur op en dan is mijn lontje redelijk kort. Dus ik grauwde ze met de nodige decibellen toe: DO YOU MIND!!! PEOPLE ARE TRYING TO SLEEP HERE! Kennelijk zag ik er woest uit, want ondanks hun getinte huid trokken ze wit weg en boden ze hun excuses aan.
Even later mensen die luidkeels conversatie voerden vanaf de parkeerplaats met mensen op één van de verdiepingen van het hotel. Kortom, niet de beste plek. O, ik was niet bang ofzo, daar is meer voor nodig, maar het was stinkend irritant allemaal.
Thuis had ik al een afspraak gemaakt om de camper vroeg op te halen, dus om acht uur stonden we bij Road Bear. We kregen weer een gloednieuw exemplaar mee en gingen op weg.

Een groot deel van ons boodschappenlijstje haalden we bij een Family Dollar. Je hebt allerlei ketens in Amerika: Family Dollar, Dollar Tree, Dollar General en nog een paar en ze zijn te vergelijken met de Action bij ons. De rest van het lijstje werd bij de Wal Mart gehaald. We zijn gek op Wal Mart en er zijn er talloze van in Amerika. Je kunt er alles kopen en het supermarktgedeelte is geweldig, alles supervers en je kunt er alles vinden. Maar ze verkopen er ook kleding, sieraden, meubels, campingspullen, om te jagen, te vissen, verzorging, schoenen, sportspullen. Nou ja, alles eigenlijk. Van al dat boodschappen doen krijg je honger, dus ons eerste Chinese lunchbuffetje is een feit. Het was weer ongelooflijk lekker en spotgoedkoop, wat altijd een leuke bijkomstigheid is. Een stoorzender was een mevrouw met een meisje van een jaar of vijftien, die schuin tegenover ons kwamen zitten. Dat meisje was vreselijk, we kregen er de zenuwen van. Ze ratelde met keiharde stem, half Mexicaans, half Engels, achter elkaar door. Het leek wel alsof ze hardop dacht en iedere letter die in haar opkwam er meteen uitschreeuwde. En dat ging maar door, alsof ze helemaal geen adem hoefde te halen. Ik ging weer wat opscheppen en zei toen ik langs hun tafeltje kwam: ‘Kun je je rotkop niet even dichthouden?’ Ze gaf geen krimp, dit kon te maken hebben gehad met het feit dat ik het in het Nederlands zei en dat ze dat niet verstond.
We gingen verder, we wilden weer in Overton overnachten zoals we wel vaker hebben gedaan. Het verkeer in Las Vegas was druk en het was opvallend hoeveel mensen, mannen in dit geval, met open raampje keiharde muziek speelden. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de bas soms zo hard was, dat we het letterlijk in de camper konden voelen! Het was weer even wennen om zo’n bakbeest van tien meter te besturen, maar toch ook heel vertrouwd. We reden Vegas uit, zo van de heksenketel de stille woestijn in. Het was maar een uurtje naar Overton en die doodstille camping. Hier hoor je krekels, soms even een hond in de verte en verder niks. Precies dat wat we zochten: rust. Hoe druk het de laatste tijd is geweest, blijkt uit een opmerking van Henrie: ‘Eigenlijk zou ik hier morgen nog wel een dag op deze camping willen blijven.’ Terwijl we normaal niet weten hoe snel we weer verder moeten trekken, om toe te geven aan ons verlangen weer van alles te gaan bekijken en doen.
We zien wel, het is tenslotte vakantie…

Het is bijna zover…

Eigenlijk hadden we vandaag naar Las Vegas willen vertrekken, maar de camping van vannacht was zo vredig en rustig, dat we besloten hier nog een nachtje te blijven.

camping

We hebben een paar dingen gedaan, voor jullie niets spannends, maar ik wil nu toch wel even roddelen. Ik heb wel eens verteld dat als je hier alcohol koopt en je bent of lijkt veertig jaar of jonger, dan moet je je legitimeren. Ik bedoel: veertig jaar, hoe betuttelend wil je zijn? Maar let op, het wordt nog erger. Er is hier een supermarkt en daar kochten we nog een enkele kleinigheid en een paar biertjes. Bij de kassa werden onze luttele boodschappen verwerkt door een jong grietje, maar toen het op Henries biertjes aankwam, moest ze er een ander bijroepen, die moest dat aanslaan omdat zij als minderjarige geen drank mocht verkopen. Nounounou? Is dat bizar ofwat? Let wel, dit is Nevada, dus overal staan gokkasten, ook in supermarkten.

supermarkt

Overal wordt drank verkocht, maar ben je te jong dan moet je voor het aanslaan daarvan een meerderjarige inschakelen die na die actie weer weggaat. Amerika is een prachtland, maar de hypocrisie is hier onovertrefbaar. Dat zelfde grietje zuipt zich misschien ieder weekend lam aan drank door anderen gekocht, maar o wee, het aanslaan op de kassa is verdorven. Nou ja, ze zoeken het maar uit.
Wij gingen voor lunch naar een cafeetje (geen café zoals bij ons, maar een veredelde snackbar) en daar hadden ze French Dip. O ja? Ja. Dan krijg je een broodje met een aanzienlijke hoeveelheid rosbief en een bakje saus, een heerlijke jus waar je je broodje in doopt. Dat is zo ontzettend lekker, echt!

au juscafe

Verder zijn we bezig geweest met koffers inpakken en buiten zitten. Het verhuurstation is hier zo’n zeventig mijl vandaan, ruim honderdtien kilometer en daar moeten we voor half elf zijn. Dan gaan we naar ons hotel in Down Town Vegas voor onze laatste dag en nacht van deze vakantie. Zucht. Donderdag begint de uitmergelende reis naar huis. Dus na vandaag geen blog, onze laatste avonturen zal ik thuis schrijven. We weten uit ervaring dat wifi in de hotels een vermogen kost. Het weer is thuis kennelijk niet bijzonder, een hele overgang, want hier was het vandaag vierendertig graden en morgen wordt het nog een paar graden warmer. Droge warmte, dus wel fijn.
Maar onze laatste avonturen lezen jullie als we weer in België zijn!