Tagarchief: Crossroads RV

De laatste dagen….

Op die camping aan de spoorlijn begon het steeds harder te waaien en de camper stond te schudden op zijn wielen. Dat was niet zo erg, wel dat het de volgende ochtend begon de plenzen. We stonden bij het stadje Seligman, dat aan de beroemde route 66 ligt. Die stadjes zijn doorgaans heel commercieel, maar toch wel leuk. De regen trok een streep door onze plannen om er eens rond te gaan kijken.

De laatste dagen...

We besloten meteen door te rijden naar Bullhead City, dat net in Arizona ligt. De Colorado rivier is de natuurlijke scheiding tussen Nevada en Arizona en zodra je die oversteekt en Nevada dus uitrijdt, ziet alles er meteen anders uit. Geen casino’s natuurlijk en alle bling bling is ook verdwenen.

De laatste dagen...

Bullhead City is enorm uitgestrekt en je rijdt mijlen en mijlen voor je er een beetje doorheen bent. Ons doel was de camping ‘Crossroads’ waar we bijna ieder jaar komen. Het is de stilste camping die je je kunt voorstellen. In de winter staat het er compleet vol, vanwege alle zogeheten ‘snowbirds’ die er komen overwinteren. ‘Snowbirds’ zijn gepensioneerden die in de noordelijke staten wonen, zoals Idaho, Michigan, Montana, ….. waar de winters lang en heel koud zijn. Ze zakken dan af naar het zuiden en vinden er een camping waar ze verblijven of trekken in de zuidelijke staten rond. Heel veel pensionado’s laten dan hun camper of ‘fifth wheel’ op een camping staan om er in het najaar naar toe terug te keren. Een ‘fifth wheel’ is te vergelijken met een caravan, maar veel groter om te beginnen. Het voorste, hoge deel wordt op de achterkant van een behoorlijke pick-up truck bevestigd en zo voortgetrokken. Deze dingen zijn soms wel vijftien meter lang!

De laatste dagen...

Weer anderen rijden op hun gemakje weer terug in hun camper. We hebben deze vakantie opvallend veel zogeheten ‘full-timers’ ontmoet. Mensen die hun huis hebben verkocht of verhuurd, een camper of ‘fifth wheel’ hebben gekocht en rondtrekken. Sommigen doen dat al jaren aan een stuk. Niet dat ze constant onderweg zijn, ze blijven soms ook maanden ergens staan, maar ze hebben de vrijheid omarmd en genieten van hun leven.
Crossroads was aangenaam leeg, er woonden zo’n 25 mensen en die zag of hoorde je niet.

De laatste dagen...

Het was heerlijk om in die doodstille omgeving te zijn. Er is amper tot geen verkeer op de weg die er langs loopt, de weg naar Oatman, en buiten dat je af en toe een enkele airco aan hoorde slaan was het stil. De cactus wren zat weer op haar nest. Een nest gebouwd in een cholla, zo’n cactus met walgelijk veel en scherpe stekels. Ik zag dat ze twee jongen had.

De laatste dagen...

In de enorme cactus voor de camper had een duifjeskoppel een nest gebouwd en ook zij hadden twee jongen.

De laatste dagen...

Alles ademde rust en vrede en je voelde je bloeddruk zakken.
De volgende dag gingen we naar Oatman, zo’n twaalf mijl verderop, gelegen aan die ene doorgaande, doodstille weg.

De laatste dagen...

We komen vrijwel jaarlijks in Oatman. Een vroeger mijnstadje, ook gelegen aan de route 66. Een grote attractie zijn de burro’s die er overal rondlopen. Dat is een ezelsoort die hier vroeger werd gebruikt voor het vervoer van voedsel, water, mijnwerkers naar de mijn brengen, van alles. Ze kunnen zich goed over moeilijke terreinen bewegen, weten voedsel makkelijk te vinden en zijn prima in staat zware lasten te dragen in hete, droge omgevingen.

De laatste dagen...

Toen het stadje leegliep, hebben ze de burro’s vrijgelaten in de woestijn en je ziet hier dus de rechtstreekse afstammelingen, die nog steeds in de woestijn rondzwerven. Maar slim als ze zijn, zijn ze elke ochtend aanwezig, vanaf het moment dat toeristen verwacht worden. In vrijwel ieder zaakje kun je burrovoer kopen, wat grif gedaan wordt en dat weten ze. Er wonen gewoon mensen in Oatman, niet veel, misschien zeventig in totaal, en die zijn dol op de burro’s die ze ook allemaal een naam hebben gegeven. Een bekende burro, ik ben zijn naam kwijt, heeft een geknakt oor. Gebeurd in een gevecht om de vrouwtjes.

De laatste dagen...

Het is ook overal hetzelfde. Zijn oor hing er helemaal bij en had eigenlijk geamputeerd moeten worden. Maar ze hebben het zo weten op te lappen, dat hij er nog steeds aan zit, al hangt hij op half zeven. Reden: amputeer je dat oor, dan komt er ook van alles in terecht: regen, sneeuw, vuil, van alles en dat is niet gezond. De sfeer onder de burro’s was gespannen, omdat er een vrouwtje bereidwillig was om gedekt te worden en daardoor waren er kibbelpartijen bij de heren. Die gepaard gingen met venijnige beten en trappen.
De winkeltjes waren weer leuk om rond te snuffelen, maar je zag aan alles dat het seizoen zo’n beetje voorbij was.

De laatste dagen

Veel uitverkoop en een enkele zaak al gesloten. In de zomer is het hier gewoon veel te warm en dus sluit zo’n beetje alles, om in november weer te openen. De dagelijkse ‘gunshow’ was ook weer aanwezig. Met die gratis show op straat halen zogenaamde bankrovers geld op bij het publiek, dat integraal gedoneerd wordt aan een kinderziekenhuis. Onder andere voor vervoer van ouders die hun opgenomen kinderen willen bezoeken, maar die er de middelen niet voor hebben. Door de jaren heen hebben ze al ruim $100.000- opgehaald en gedoneerd. Daar wil je wel even wat flauwe grappen voor aanhoren.

De laatste dagen...
De laatste dagen...

De zogenaamde pistoolschoten waren een aanslag op je trommelvliezen, maar de burro’s trokken zich er niets van aan. Die zijn er aan gewend.

De laatste dagen...

Het restaurant was van binnen al jaren beplakt met dollarbiljetten van klanten, maar nu tegen de ramen. Op al die biljetten hadden mensen hun naam en waar ze wonen geschreven. Maar eigenlijk is dit een heel oud gebruik, uit de tijd dat de mijnen nog in gebruik waren. De mijnwerkers gingen na hun werk een biertje halen. Ze betaalden de cafébaas van tevoren, zodat als er iets in de mijn gebeurde, hun rekening betaald was.

De laatste dagen...

Oatman was leuk, zoals altijd en de vogels op de camping waren helemaal niet boos dat we een poos weg waren geweest. We hebben tot laat buiten gezeten, genietend van de woestijnwind en de stilte. In de verte zag je de blikkerende lichtjes van Laughlin en andere gokstadjes in Nevada, aan de overkant van de Colorado rivier, wat de rust alleen maar onderschreef.

De laatste dagen...

Eigenlijk hadden we er nog langer willen blijven, maar donderdag moeten we voor 10:30 de camper in Las Vegas inleveren. Het is 120 mijl daar naar toe, meer dan twee uur rijden en dan moet je geen files of wegomleidingen hebben. Vlak voor je de camper inlevert moet je aftanken, want je kreeg hem met een volle tank mee, dus ook met een volle tank inleveren. We hebben al eens gehad dat we moesten bellen, omdat er zoveel oponthoud was dat we het niet gingen halen. En je moet ook met de shuttle mee naar het vliegveld, Mc Carren airport, om je vliegtuig te halen. Met bloedend hart zijn we vanochtend vertrokken, naar de camping in Overton waar de reis ook begon. Vanaf hier is het vijf kwartier rijden, maar we hadden er een lief ding voor gegeven als we gewoon op Crossroads hadden kunnen blijven. In de stilte, de prachtige omgeving en te luisteren naar de suizende, fluisterende woestijnwind….

De laatste dagen….

Langzamerhand gingen we op weg naar Las Vegas, van waar we donderdag terugvliegen. Helaas moeten we laatste nacht daar doorbrengen, we zitten liever in de woestijn. We reden door het lege land, om mijlen en mijlen zonder huis, laat staan een nederzetting, tegen te komen. Door die kennelijk zo dorre en doodse woestijn, die toch zo bruist van leven. De saguaro’s die hier al stonden voordat wij geboren waren, leken ons te wenken met hun prikkelige armen: ‘Ga toch niet weg. Je houdt van de woestijn, blijf bij ons!’

Iets wat ik maar al te graag zou doen. We aten in een stadje bij Al’s Pizza. Het stadje stond half leeg, veel nering was gesloten en een meneer die we iets vroegen, vroeg meteen om geld. Ik gaf een gemompelde versie van niks contant te hebben en reed door. Zo triest dat je zo ver moet zakken, dat je om geld moet vragen. En zijn ouders waren zo blij toen hij geboren werd. Al’s Pizza was een enorme tent met bar erbij. Twee mannen zaten aan de toog te drinken en keken star naar de diverse televisies die er hingen. Net als de mensen die er zaten te eten. Na ons kwam een groepje van zes mensen binnen en de tv bij hun tafel werd meteen aangezet.

Zwijgend hebben ze zitten kauwen, starend naar de bewegende beelden. Aan een andere tafel zat vijf mensen te praten en hun bulderende lach vulde oorverdovend de ruimte. Heerlijk. Mensen die in gesprek waren, die enorme lol hadden en niet constant met zo’n pesttelefoon in hun handen zaten om elke nanoseconde op het schermpje te kijken. Wat een opluchting en je werd er zelf helemaal vrolijk van. Voor hen geen tv, ze hadden genoeg aan elkaars gezelschap.

De camping van die nacht was in Big River in Californie, een camping pal aan de Colorado rivier. Jaren geleden zijn we hier ook geweest en hebben genoten. Net als toen heb ik er een poos op een pontonnetje gezeten.

Toen het donker was, gingen we, net als alle andere avonden, lekker buiten zitten genieten.

Om tien uur kwam de camp host in haar golfkarretje langs om alles te controleren. Een aardige, spontane vrouw die we ook al hadden gesproken toen we hier aankwamen. Ze bleef babbelen en ik bood haar wat te drinken aan. Nou, dat wilde ze wel! Ze ging even haar huis afsluiten en de hond binnenzetten. Ik zei: ‘Neem hem toch mee!’ Even later kwam ze terug met hondje Foxy. Een schatje van zeven jaar oud dat ze twee jaar geleden uit een asiel had gehaald. Die was van een oude mevrouw geweest die overleed en het hondje was zo’n beetje bij het vuil gezet. Hij zat in de kennel in een hoekje te bibberen, doodsbang van de andere honden. En nu woont hij bij haar en ze zijn duidelijk heel gelukkig samen.

Ze haalde een vouwstoeltje uit het karretje, ging zitten en begon te praten. En te praten. En te praten. Soms stelde ze een vraag en als je dan antwoordde, onderbrak ze je om verder te praten. Foxy wilde meteen bij mij op schoot en is daar de rest van de tijd gebleven, tot haar baasje om twee uur (!)’s nachts in haar karretje sprong en wij sufgel*ld naar bed mochten. Maar het was een aardig mens, zonder meer, die op haar veertigste al met pensioen was, nadat ze ruim twintig jaar in het leger had gediend.

De volgende dag kwamen we onderweg langs een Family Dollar waar ik even iets wilde halen. Henrie zag een leuk t-shirt en toen we afrekenden wilde die meneer de kleerhanger in het tasje doen. Maar om nou kleerhangers uit Amerika mee te gaan nemen zag ik niet zitten. Dus zei ik dat we die niet hoefden. Tot mijn werkelijk stomme verbazing werd het ding in de vuilbak gegooid! Ik vroeg verbijsterd of ze ze niet voor andere kleding gebruikten. Nee, dat werd weggegooid. Echt, de ecologische voetafdruk van dit land is bizar groot, tot in het belachelijke.

Onze laatste camping van deze reis is, zoals vaker, Crossroads RV aan de route 66. Vlakbij de Colorado River die de natuurlijke grens is tussen Arizona, waar we nu zijn, en Nevada. Zo luxe en groen het aan de overkant is bij al die casino’s is, zo dor is het hier. Doodstil met ’s nachts enorme vleermuizen die rond de enkele verlichting fladderen. De enorme cactus stond er nog steeds en ’s nachts gaan al die enorme knoppen open en komen handgrote, witte bloemen tevoorschijn die geen geur hebben.

In deze cactus en die van een paar meter verder, hadden Cactus Wrens zoals altijd hun nest.

Het was warmer dan de afgelopen tijd en de zon was verzengend. De airco kon het amper bijbenen, dan is zo’n luifel toch wel fijn.

Zes mijl verderop ligt Oatman. Een historisch mijnstadje, natuurlijk zo commercieel als de pest, maar toch leuk. Vooral vanwege de bekende burro’s (een ezelsoort) die er heel de dag rondschuimen. We kwamen er aan en op de parkeerplaats stond een pickup truck te loeien met niemand er in. Die was leuk het stadje in gegaan en liet de motor draaien. Fuck de omgeving en het milieu, je denkt toch niet dat ik in een hete auto ga stappen? Over asociaal gesproken!

Oatman was leuk, zoals altijd. Overal die burro’s, waarvan alle vrouwtjes drachtig waren.


De oude winkeltjes met hun goedbedoelde rotzooi en waar soms echt heel leuke dingen bijzitten, de sfeer, alles. Die burro’s kunnen echt razend brutaal zijn en als ze ruiken dat je burrovoer hebt (kun je in elk winkeltje kopen), komen ze gewoon achter je aan. Ik had geen voer, dus ik was veilig. Ik ging ergens in de schaduw (het was bloedheet, ik schat tegen de veertig graden) op een bankje zitten en zag een burro in de deuropening van het zaakje naast me staan. De meneer probeerde hem eerst weg te sturen met een speelgoedhondje dat blafte als er iets bewoog. Maar daar trok hij zich niks van aan. Toen kwam de plantenspuit en dat maakte meer indruk.

De meneer zei tegen me: ‘Hij is de enige met wie ik problemen heb. Als je per ongeluk even niet voor in de winkel bent, dan loopt hij naar achter naar het kantoor van de baas. Daar zoekt hij naar eten. Laatst vond hij een zakje chips, dat heeft hij aan stukken gescheurd om het op te eten. En vorige week betrapte ik hem er op dat hij een zak voer te pakken had en het op zijn gemak stond op te eten. Hij liet me een foto zien, die hij op mijn verzoek aan me doorstuurde. Wij hebben zulke katten…

Het viel me daarna op dat in heel wat winkeltjes een plantenspuit was. De mensen in Oatman zijn gek op hun burro’s, maar weten ook: als er van voren iets ingaat, komt er van achteren iets uit. Je wordt ook dringend verzocht ze niet vlak voor de winkeltjes te voeren. Een heel redelijk verzoek lijkt me.

De laatste avond brak aan. We pakten zoveel mogelijk in en gingen buiten zitten, om nog een laatste keer van die doodstille woestijn te genieten. De tv is niet één keer aangeweest deze weken, maar voor de foto hebben we hem even omhoog gehaald.

De spullen en etenswaren die we over hadden, hebben we de volgende ochtend aan de meneer met zes tanden gegeven, die ons de dag ervoor verwelkomd had, omdat het kantoor al gesloten was. Hij was er superblij mee, het was een soort kerstpakket voor hem denk ik. Na bijna vier weken voornamelijk in uitgestrekte en lege gebieden te hebben rondgedoold, was de heksenketel van Las Vegas behoorlijk wennen.


We hebben gegeten in hotel/casino Rio, dat naast ons hotel/casino Gold Coast ligt en waar ze een grandioos en mega-uitgebreid buffet hebben.


In ons eigen hotel zat trouwens een Chinees restaurant, waarvan de naam rechtstreeks uit de Donald Duck leek te komen. Moet een briljante geest zijn geweest die dat heeft verzonnen, waarschijnlijk na een krat bier genuttigd te hebben en toen maar wat heeft gedaan om er vanaf te zijn.

We kwamen vanuit een andere hoek het casino binnen toen we terugkwamen en dan is het echt even zoeken. Want je kunt je heel moeilijk oriënteren: overal gokmachines, pokertafels, geen ramen en die casino’s zijn kolossaal.


En foto’s nemen moet je heel stiekem doen, want je hebt meteen beveiliging op je nek, omdat dat verboden is. Maar waar je ook naar toe gaat, je moet altijd door het casino. De gangen in het hotel boven zijn eindeloos lang en eigenlijk griezelig. Althans, ik vind ze griezelig. Al die kamers en je bent constant voorbereid dat er ineens iemand achter je loopt, dood of levend.

Morgen begint de uitmergelende reis naar huis. En ook al zal het heerlijk zijn om weer thuis te zijn, bij vier harige vriendjes die dolblij zullen zijn dat we terug zijn, je eigen bed, je eigen badkamer, het verlangen zal blijven. Het verlangen en de heimwee naar dit prachtige continent, waar we weer zoveel leuke en aparte mensen hebben ontmoet en weer prachtige dingen hebben gezien. We hebben het al vagelijk over de volgende keer gehad. Maar daar zullen we nog even op moeten wachten…

Over een oud mijnstadje en een lafhartige diefstal

Nelson wordt op internet aangemerkt als een spookstadje, wat het niet is. Maar daar heb ik het nog over, Nelson was in ieder geval ons doel van die dag en o, het was heerlijk. Je rijdt door een onherbergzaam landschap, komt door het huidige Nelson en dan zie je antieke nederzetting liggen. Ik heb er kwijlend rondgelopen: oude spullen, auto’s, nummerplaten (!), verzin het maar. Allemaal spullen die wij om ons heen graaiend in de camper zouden proppen.
Maar dit waren nu eenmaal spullen die in iemands bezit waren, dus moet je je beheersen. We zijn zelfs nergens aangekomen. Een prestatie!

foto’s
DSCN1124

DSCN1125

DSCN1126

DSCN1128

DSCN1136

DSCN1139

Toen ik een schuur binnenstapte, hoorde ik iets wegscharrelen en twee redelijk naakte kuikens waarvan de soort me niet meteen bekend was, keken me kippig aan.

DSCN1143

Een piepklein vijvertje dat water bood aan dorstige dieren, wordt regelmatig bijgevuld gezien de waterslang. Het krioelde er van de kikkervisjes en een hagedis keek me woedend aan, omdat ik hem stoorde in zijn schoonheidsslaapje.

DSCN1155

DSCN1156

Dit zogeheten spookstadje is, zoals ik al zei, geen spookstadje. Het was een goudmijnstadje dat gesticht werd in 1861 en rond 1900 woonden hier honderdnegenenveertig mensen tegenover dertig (!) in Las Vegas, wat nu een miljoenenstad is.
De naam van deze mijn was Techatticup, wat Indiaans is voor: ik heb honger. Misschien deed de mijningang de Indianen denken aan een mond die openstond van de geeuwhonger, iets anders kan ik er niet van maken.
Op een gegeven moment was iedereen hier weggetrokken en heeft de boel veertig jaar leeg gestaan en in staan storten. Tweeëntwintig jaar geleden besloten Tony en Bobbie Werly de boel te kopen, met de bedoeling er te gaan wonen.
Ze hebben alles zelf opgebouwd, ramen geplaatst, gebouwen zoveel mogelijk in de oude staat gebracht en daarnaast hadden ze nog tijd om rommelmarkten en veilingen af te lopen om te zoeken naar allerlei curiosa en antiquiteiten. Gewoon, omdat het net zulke lorrenboeren zijn als wij. Gek op alles wat oud en apart is, alleen zij hingen alles op: binnen en buiten, nog steeds niet met het idee de boel te exploiteren. Maar gewoon, omdat ze het nu eenmaal kwijt moesten. Dat doen ze al vijfendertig jaar.

DSCN1159

DSCN1172

DSCN1183

DSCN1185

In de gebouwen die ze dus hebben gerenoveerd en weer opgebouwd, wonen op dit moment (inclusief zijzelf) zeven mensen. In Nelson, een halve mijl verderop, wonen er dertig en veel van hen is familie van elkaar.
Tony heeft altijd kano’s verhuurd en dat doet hij nu nog. De mijn is op zijn verzoek op veiligheid geïnspecteerd door een overheidsinstantie, die daarin gespecialiseerd is en daar worden nu ook rondleidingen gegeven.

DSCN1165

Na tien jaar begonnen mensen dit nederzettinkje te ontdekken en werden Tony en Bobbie ook gecontacteerd door bedrijven die excursies organiseren. Maar ook fotografen die hier fotoshoots willen maken en je kunt hier je bruiloft organiseren. Kortom, ondanks dat het niet hun ambitie was, is het ze met hard werken gelukt hier een bloeiende omgeving van te maken. Voor de deur staat een bord met aan de ene kant: geopend en aan de andere kant: gesloten, svp niet het terrein betreden. Wij wonen hier ook. Het terrein is dus niet vierentwintig uur per dag open voor publiek.
Tijdens het rondsnuffelen in het hoofdgebouw, waar van alles stond en verkocht werd, zoals deze plak plexiglas met allerlei enge woestijnbeesten:

DSCN1167

had ik naast een antieke kassa een heel grote pot zien staan met geld. Heel veel klein geld en aardig wat papiergeld. Om donaties in te doen als tegenprestatie voor het alles gratis kunnen bekijken. Toen ik die pot zag, had ik al besloten er een paar dollar in te doen. Nadat ik een foto van Tony had gemaakt en we verder wilden rijden, liep ik met wat dollars naar die pot.

DSCN1179

Die weg was. Ik zei het tegen Tony en die dacht dat zijn vrouw die gisteren had verplaatst. Dat kon natuurlijk niet: toen was ik er niet en ik had hem zien staan.
Toen Tony even de zaak uit was en ik er rondkeek, waren er drie jonge mannen binnengekomen. Indianen of Mexicanen, ik hou ze nooit zo uit elkaar en had er ook niet echt op gelet, die Tony wilden spreken omdat ze kennelijk een kano wilden huren of die mijntoer wilden maken.
Ik liep een gangetje in waar twee vertrekken waren. Eentje met aliens, de andere een zogenaamde slaapkamer.

DSCN1168

DSCN1169

Dat duurde misschien twee minuten en toen ik terug kwam waren ze weg. Het verband was snel gelegd met die verdwenen geldpot. Ik ben daarna namelijk constant in die ruimte aanwezig geweest. Tony is ruim een kop groter dan ik en ik vind het nog steeds jammer dat hij ze niet heeft kunnen betrappen. Of ik en dan lekker klikken. Want wat is lafhartiger en smeriger dan dit: geld stelen van mensen die zich drie slagen in de rondte werken? Tony bleef er uiterlijk gezien kalm onder, knap, ik had zelf al hele scenario’s in gedachten om die gastjes te grazen te nemen, want andere personen konden het niet geweest zijn.
Er kwamen pek en veren aan te pas. Of ook leuk: drie jaar openbare w.c.’s schoonlikken, die speciaal geplaatst zijn voor mensen met kwaadaardige diarree. Dit soort wezens hoort niet in de maatschappij thuis en kan er dus maar beter geen deel van uitmaken.

Grommend en boos reden we verder, richting Bullhead City, naar één van onze favoriete campings: Crossroads die eerst Blackstone RV heette, in de Mohave woestijn. We kwamen langs Laughling, ook een gokstadje, luxueus en prachtig, alles schreeuwt geld, luxe en verspilling.

DSCN1210

DSCN1211

DSCN1212

Zelf een gratis veerbootje om jou en je dollars van de droge oever van Arizona naar de wulpse casino’s te vervoeren.

DSCN1213

De Colorado River is de natuurlijke grens tussen Nevada en Arizona. Wij waren in Arizona, droog, woest en prachtig. De camping is doodstil, precies zoals wij hem kennen. Hier zijn de coördinaten, dan kun je zelf kijken: N34.976267 W114.534274
De Cactus Wren heeft weer een nestje in de cactus naast de camper.

DSCN1224

De vorige keer was het in de andere cactus en toen waren de eieren al uitgekomen. Deze cactus staat hier al heel lang en is misschien ouder dan ik ben en zal langer leven dan ik.

DSCN1233

Pas één keer eerder hebben we hem in knop gezien, knoppen die ’s nachts open gaan en enorme, prachtige, geurloze bloemen geven. Nu mochten we dat weer meemaken. Voor het perspectief heb ik mijn hand erbij gehouden, dan zie je hoe groot de knop overdag en de bloem ’s nachts is.

knop

knop2

In de verte schitteren de lichtjes van Laughlin, lokkend en roepend, maar de roep van de woestijn is luider. Jullie zijn hier niet, anders zou ik zeggen: pak een stoel, kom bij me zitten en luister samen met mij naar de stilte van de woestijn…

DSCN1247