Tagarchief: Big River

Joshua Tree National Park

Joshua Tree National Park heeft miljoenen boompjes waarvan de takken uitmonden in een soort yucca’s. Ook de cholla’s groeien er welig. Cholla’s (spreek uit tsjojja’s) zien er zacht en poezelig uit, maar de stekels zijn keihard en iedere prik veroorzaakt een wond.

Als je op de foto klikt, krijg je die groot te zien. Met het pijltje links boven in je scherm ga je weer terug naar het blog.

Joshua Tree National Park

Er zijn dieren, zoals de cactus wren (een vogel), die er graag nestelen. Me dunkt, een betere bescherming kun je niet vinden. De eerste keer dat we hier ooit waren waarschuwden Henrie en ik elkaar nog: kijk uit waar je loopt! En het volgende moment liep Henrie tegen een cholla aan. Ja, ik moest toen ook zuchten. Waarschijnlijk wilde hij zich ervan overtuigen dat die krengen nog steeds zo gevaarlijk zijn, dus besloten we hier naar toe te gaan. Op de camping kwam ’s avonds nog een camper aan, kennelijk met een vrouw aan het stuur die moeite had met het achteruit inparkeren, gezien de opmerkingen van haar man: ‘No honey, te ver, nee honey, nu rij je tegen de bomen aan, nu sta je schuin, nee verder naar achteren…. Was het toeval dat er even later een kat voorbij kwam? Er zijn genoeg mensen die hun kat(ten) meenemen op reis. Toen het te kil werd en donker gingen we naar binnen en hoorden het zieltje constant miauwen. Wat doe je dan? Juist, je lokt hem. Het was een goed verzorgd dier met bandje en informatiemedaille.

Joshua Tree National Park

Maar je zag dat hij ook wat ouder was en beginnende staar had. Een heel lief ventje met een verfrommeld oortje dat best wel wat van de macaroni lustte die over was. Hij kroelde zich op de bank neer en ook op bed en ging daarna de badkamer in. Hier stak hij zijn voetje in de wc in het water en likte het af. Dorst dus. Bakje water neergezet dat hij half leeg dronk. Ik mocht aan zijn voetjes voelen en dan merkte je dat het geen buitenkat was, want de kussentjes waren lekker zacht. Toen we naar bed gingen moesten we hem wel buiten zetten, met pijn in ons hart. Maar hij had duidelijk een baasje. Ik denk zelf dat hij het niet leuk vond zo ’s avonds buiten, dat hij daar te oud voor was. We hoorden hem nog wel een poosje miauwen, maar hadden verder ook geen keus en dus verhardden we ons hart voor zover mogelijk. De volgende dag moesten we een eind rijden, voor we bij Joshua Tree National Park zouden zijn. Onderweg tankten we bij Victorville en zagen bij dat stadje een soort poort die trots vermeldde dat het aan de route 66 lag.

Joshua Tree National Park

De stadjes die doorgaans aan dit wereldberoemde traject liggen zijn vreselijk commercieel, maar op hun eigen manier best aantrekkelijk. Eentje die we zelf bijvoorbeeld heel leuk vinden is Oatman waar ik al vaker over schreef. Ze hebben vaak authentieke gebouwen en details en andere leuke entourage. Een reden om even te gaan kijken dus.

Joshua Tree National Park

Nou, buiten die prachtige poort was het vreselijk. We zijn er helemaal doorheen gereden, maar eigenlijk was het niet meer dan een grote achterbuurt. Verlopen, verwaarloosd en wat je er zag lopen was erg genoeg om de autodeuren op slot te doen. Bij het tanken viel me al op dat zo’n figuur zijn muziek keihard aan liet staan, ook toen hij naar binnen ging om te betalen en tijdens het telefoneren daarna. Alsof hij wilde zeggen: ‘Mensen, ik heb zo’n liederlijk slechte smaak als het op muziek aankomt. Moet je nou eens luisteren, dat wil je toch niet? Maar eigenlijk hoor ik het ook niet goed meer, want ik ben er zo doof als de pest door geworden. Deze muziek past geweldig bij mijn asociale mentaliteit, alsof het voor me gemaakt is!’
Ik heb in machinekamers van zeeschepen minder lawaai gehoord en bovendien van betere kwaliteit. Dus buiten die toegangspoort had het stadje niks meer om trots op te zijn. Als ik een foto wilde maken, trok de lens van mijn camera zich spontaan terug en begon te kokhalzen. Nu wil ik ook iets zeggen over de teringzooi die je overal ziet, dat is gewoon bizar. Zoals op een prachtig uitkijkpunt waar een vat naar beneden was gegooid en het onderstel van een of andere aanhanger. En de plastic tasjes, overal die fucking plastic tasjes die voorbij komen waaien en in struiken, bomen en prikkeldraad hangen. In zaken als Walmart krijg je letterlijk voor ieder k..boodschapje een tasje mee. Pas hier in Californië vragen ze je of je dat wilt en dan moet je ervoor betalen. En op die zakjes staat dan dat ze wasbaar zijn en je ze 125 keer kunt gebruiken. Volgescheten pampers die op de parkeerplaatsen bij supermarkten liggen: ‘Je denkt toch niet dat ik de stront van mijn kind ga opruimen? Dat moet een ander maar doen.’ In België hebben we talloze groepen mensen die zwerfvuil ruimen, soms dagelijks. Zelfs die supergemotiveerde mensen zouden hier de hoop opgeven en aan de drank gaan. Tel daar nog bij dat het halve land zonder uitlaat lijkt rond te rijden, lijkt, want het zijn natuurlijk van die pochbakken, speciaal uitgevonden voor geestelijk minder valide bestuurders, en het cirkeltje is rond. Zo’n mentaliteit van: ‘Mensen, luister. We wonen hier in een verbluffend mooi, verbijsterend prachtig, spectaculair land. Laten we dit nu gaan verkloten. Laat je plastic slingeren, zodat herten en andere dieren het opeten omdat het naar menseneten ruikt. Die verhongeren dan, omdat hun maag vol onverteerbaar plastic zit. Als je de olie van je auto ververst, laat de oude troep dan gewoon op de grond weglopen, wat kan het je schelen? Tapijt of bankstel beu? Gooi in de natuur, dat moeten anderen maar opruimen.’
Misschien moet het nieuwe credo van Donald Trump maar worden: Let’s make America clean again.’ Ideetje, Donald?
Gelukkig was Joshua Tree National Park nog net zo beeldschoon als altijd. De cholla’s waren nog altijd ‘aanhankelijk’ en een meneer die het vertikte om op het wandelpad te blijven, had meteen zo’n bol aan zijn schoen die hij met moeite los kreeg.

Joshua Tree National Park
Joshua Tree National Park
Joshua Tree National Park

Overal zag je bloeiende woestijnplanten, de teerste bloemetjes met subtiele schoonheid, bloeiende schijfcactussen, creosoot, van alles. In het gedeelte waar de cholla’s staan, zie je tamelijk weinig Joshua Trees. Pas vanaf 1.000 meter boven de zeespiegel zul je deze bomen zien, niet alleen hier, maar op veel plekken in Amerika. Eigenlijk zijn het geen bomen, maar is het familie van de yucca. Aan het eind van hun takken groeien kleine yucca’s, als de handen van een soort Johnny Scissorhands.

Joshua Tree National Park

Ze kunnen zo’n 12 meter hoog worden en groeien 2,5 centimeter per jaar. Als je dus zo’n enorm exemplaar ziet, en daar zijn er duizenden van, weet je dat die een respectabele leeftijd heeft.

Joshua Tree National Park

Er wonen enorm veel dieren in deze woestijn, waar het bloedheet kan worden, maar veel zie je er niet van. De mens staat nu eenmaal niet goed aangeschreven in de dierenwereld. De rotsen hebben grillige vormen en zijn het resultaat van vulkanische activiteit, heel erg lang geleden. Een heel aparte is ‘Skull Rock’ in de vorm van een doodshoofd.

Joshua Tree National Park

Ik ken mensen die er zo uitzien na een avondje op café en ook wel enkele die er altijd zo uitzien. Rotsen, bomen, struiken, alles was prachtig afgetekend tegen de stralend blauwe lucht. Een genot om te mogen bewonderen en je wist ook: zo mooi als het hier is, krijg ik het nooit op de foto. Toen we uitbewonderd waren gingen we op weg. Californië is enorm uitgestrekt en behoorlijk leeg. Op het gebied van campings was er in die omgeving niet veel, dus moesten we een uitmergelende rit aangaan. Het eerste bord deed de moed al in je schoenen zinken: Next services next 100 miles.

Joshua Tree National Park

Oftwel: tussen hier en het volgende benzinestation of andere faciliteit, ligt 160 kilometer. En inderdaad, 160 kilometer doorgaande weg met niks. Geen steden, dorpen, huizen, niets.

Joshua Tree National Park

Wel een paar keer wegwerkzaamheden, waar een eenzame figuur het spaarzame verkeer mocht regelen.

Joshua Tree National Park

Toen we een keer langs de weg stopten was een iguana zo vriendelijk te poseren. Ik dacht altijd dat die diertjes insecten aten, maar deze was duidelijk dol op de witte bloemetjes die hij achter elkaar op at.

Joshua Tree National Park

Onderweg kwamen we nog langs een plek waar ooit een tankstation had gestaan. Aan de overblijfselen hingen honderden schoenen. Iets wat we al vaker hebben gezien aan bijvoorbeeld een boom. De bedoeling is met niet duidelijk, apart is het wel.

Joshua Tree National Park

Natuurlijk was het voor anderen ook een uitnodiging om van alles te dumpen. We zaten ook minstens 80 kilometer van de dichtstbijzijnde Mac Donald, Arby’s of KFC vandaan, maar het afval van die ketens lag er wel. Als je het nu zo lang bij je hebt, kan je het dan niet ook verder meenemen om beschaafd in een vuilbak te deponeren?
Uiteindelijk kwamen we aan bij Big River, waar we gingen overnachten. Vorig jaar waren we hier ook en het is een prachtige plek, pal aan de Colorado Rivier. De mevrouw van de camping heette Henrie welkom, keek toen naar de chauffeur, naar mij dus en begon te kraaien: ‘I remember you, I remember you!’ Helemaal blij was ze en bood ons meteen dezelfde plek aan als vorig jaar.

Joshua Tree National Park

We hebben lekker bij het water gezeten waar we gezelschap kregen van een heel grote eend, die best wel wat sneetjes brood wilde en zo tam was dat hij uit de hand at.

Joshua Tree National Park

Het water was glashelder en niet koud, je zag de tientallen kleine visjes rond je voeten zwemmen.

Joshua Tree National Park

We hebben gebarbecued en in tegenstelling tot vorig jaar barst het hier nu van de kleine vliegjes, ziljoenen van die krengen. Een keer de hordeur van de camper open en dicht doen en er zaten tientallen binnen. Dat werd dus niet buiten zitten, want je was constant bezig jezelf tegen het hoofd, benen en armen te slaan als iemand met een vorm van Gilles de la Tourette. We hadden vaag het plan opgevat nog een nacht te blijven, maar daar moeten we nog maar even over nadenken…