Onderweg

En we zijn op weg.
Gisteren hebben we de camper opgehaald. Je moet dan bellen hoe laat je kunt komen of hoe laat je wordt opgehaald. Wij zouden worden opgehaald tussen 11.45 en 12.15 uur. Nou kennen we dat: die ophaaldienst is gratis, maar heel de papierhandel rond het ophalen van zo’n camper is gigantisch. Plus dat je een filmpje te zien krijgt en ze nog eens de camper met je nalopen om alles nog een keer uit te leggen en eventuele schades vast te leggen.
Dus vroeg ik of we op eigen gelegenheid konden komen en dus vroeg met dat ding wegrijden. No problem, na negen uur ’s morgens. Half tien stonden we er. De rit met de taxi van 23 dollar ( is nog geen 20 euro) had ik er graag voor over. Het scheelt je gewoon een dag vakantie.
Om half elf reden we weg en ging richting Arizona. In zo’n camper heb je alle spullen die je nodig hebt, maar geen andere dingen. Dus wel: borden, bestek, beddengoed, etc (moet je wel huren), maar geen eten, drinken, w.c.papier en noem maar op. Road Bear zorgt wel voor afwasmiddel een keukenrol en een sponsje, de rest haal je zelf. Dus op naar de Wal Mart. Wal Mart is een keten die door heel Amerika zit en de winkels zijn mega groot. Net als bijvoorbeeld de Carrefour en dan nog een stukje groter. Een enorm supermarkt gedeelte en dan verder ook nog kleding, drank (heel belangrijk!), apotheek, camperspullen, meubels, afijn, alles zo’n beetje.
Omdat ik jullie dat wilde laten zien dacht ik: effe een paar foto’s maken. Bij de tweede foto kwam er een nijdig mannetje op me af die me vriendelijk toesnauwde dat klanten geen foto’s mochten maken. Eerst wilde ik hem beleefd fuck off en krijg de tering antwoorden, maar hier in Amerika kun je dat beter niet doen. Nou doe ik dat normaal ook niet, maar het klonk wel stoer zo in de tekst.
Overal hangen camera’s, die zitten in een soort donkerrode bollen tegen het plafond. In Las Vegas zitten die iedere meter zo’n beetje in de casino plafonds. Wij slingerdeslang de winkel door met twee karren. Want je wil groot inslaan en dan een paar dagen wegblijven uit winkels. Dat lukt ons toch niet; vanochtend kwamen we er achter dat we vergeten waren pindakaas te kopen. He, wat vervelend nu, moeten we weer zo’n machtige zaak binnenstappen.
Dit terzijde: we kwamen bij de wijn- en bierafdeling en daar zag ik een bordje, let op! dat als je onder de veertig, 40 ja, was moest je je legitimeren als je drank wilde kopen. Met zo’n beveiligingscamera boven zijn hoofd heeft Henrie er toch een foto van gemaakt. Hij zei: als ze er weer wat van zeggen, laten we die volle karren staan en doen we ergens anders onze boodschappen wel. Maar nee, geen nijdig mannetje, niks.
En toen gingen we op weg, naar Bullhead City, zo’n 175 kilometer verderop in Arizona. We waren behoorlijk afgedraaid, want hoe geweldig, fascinerend en boeiend ook: Las Vegas sloopt je.
Een deel van die weg gaat over de historische Route 66. Je ziet borden met free range, dat is hetzelfde als open range en dat betekent dat het vee los rondloopt en je dus op een ongelegen moment geconfronteerd kan worden met een kudde koeien die oversteekt. In Bullhead City gingen we naar de camping waar we al eerder hebben gestaan, heerlijk rustig. Je rijdt dan een poos langs de Colorado River, de natuurlijke grens tussen Nevada en Arizona. Aan de overkant bij al die casino’s is het groen en mooi onderhouden, aan de kant van Arizona waar wij reden, was het zoals het normaal is in die omgeving: droog, dor en woest.
Maar omdat we vroeg in het seizoen zijn, bloeien er veel struiken. Ik word wel eens verbaasd aangekeken als ik zeg dat ik zo gek ben op de woestijn. De woestijnen in Amerika zijn geen zandvlaktes, ja, ze zijn dor en droog maar ook tegelijkertijd fascinerend mooi. Ik kan me verbazen over al die planten en dieren die zich hier weten te handhaven en voort te planten. Daar zijn wij toch maar prutsers bij. Vanochtend zijn we naar Oatman gereden. Dat ligt zo’n twintig kilometer van Bullhead City vandaan en is een voormalig mijnstadje waar in de hoogtijd, in 1902, zo’n 35.000 mannen werkten en daarom waren er vijf bordelen in dat piepkleine stadje
Het is natuurlijk nu zo toeristisch als ik weet niet wat, maar toch vind ik het leuk en wil er iedere keer opnieuw naar toe als we in de omgeving zijn.
Niet tenminste vanwege de burro’s, een ezelsoort die rechtstreeks afstamt van de burro’s van honderd jaar geleden. Toen werden ze gebruikt om de mannen te vervoeren en voedsel en water. Die burro’s hebben ze daar laten lopen en bevolken nu het stadje. Overal zie je ze, gekoesterd en bemind door de huidige luttele bevolking. Je kunt bijna overal wortels voor ze kopen, maar die mag je niet aan de kleine burro’s voeren. Die zogen nog bij de moeders en hun ingewanden kunnen niet tegen al die wortels. Maar natuurlijk geven toeristen ze toch en dat hebben ze opgelost door die kleintjes een stickertje op hun voorhoofd te plakken met een tekentje erop dat overduidelijk zegt dat je ze geen wortels mag voeren.
Henrie kwam op zijn manier aan zijn trekken: er was net een bijeenkomst van een oldtimers club en allerlei zeer oude auto’s in perfecte staat stonden daar. Hij kwijlde nog net niet. Er werd ook een wild west show opgevoerd in de hoofdstraat en die mannen riepen ook dat je de burro’s niet moest voeren tijdens de show. Ze kwamen dan op je af en bleven zaniken en pakten je tas, want daar zat misschien lekkers in.
Iedereen gaf daar braaf gehoor aan, maar die burro’s zijn net zo eigenwijs als onze katten en stapten overal tussendoor. Op een gegeven moment werd ik aan mijn korte broek getrokken en zag een ongeduldige burro die toch wel even duidelijk wilde maken, dat hij nu lang genoeg op zijn lekkers had gewacht. Zonde, ik had niks voor hem.
We hebben nog in een saloon wat gegeten en weer viel het ons op: de stemmen van de yanks en met name die van de vrouwen. Als je nu met geknepen stem praat en je knijpt je neus dicht, dan weet je hoe de doorsnee Amerikaanse vrouw praat. Heel apart.
Ondertussen zijn we aangeland in Lake Havasu, waar een meer is midden in de woestijn met de antieke London Bridge er overheen. We zijn hier al diverse malen geweest, dus voor ons is het alleen een stop om te overnachten. Op dit moment is het hier 20.40 uur. Stikdonker, lekker stil en van Michael hoorde ik al dat het pestweer is thuis. Niet leuk voor jullie, wel goed voor de tuin.
Hier is het dor, droog en warm, maar de woestijnwind waait constant en dus merk je de hitte niet zo.
Nog een nutteloze mededeling: toen we in Las Vegas waren en de laatste keer op de bus stapten, lag er een orchidee op een bankje. Die heb ik meegenomen in mijn brillenkoker en in het hotel in een bekertje gezet.
Voorzichtig meegenomen en nog steeds siert die onze camper. Nou ja, zonde toch anders?

En stil dat het hier is! Net als thuis, maar dan warmer…

Las Vegas

Wat een bevalling was de reis weer! Vakantie is geweldig, maar de reis er naartoe…

Maandagochtend stonden we om even na vieren ’s morgens op. Later dan gepland (tegen zessen) vertrokken we. Hoe het mogelijk is weet ik nog steeds niet, maar er was amper file en om half acht waren we op de Park & Fly. Twee uur te vroeg. Niet erg, de meneer die ons naar Schiphol ging brengen vond het wel gezellig en had hele verhalen. We vlogen pas om 12.45 uur en waren dus rijkelijk te vroeg. Henrie die gereden had was doodmoe en lag te maffen op een bankje in de vetrekhal terwijl ik ging wandelen. Het was aandoenlijk te zien hoe hij met zijn hand op het karretje met handbagage lag om diefstal te voorkomen, maar niet voelde hoe ik een flesje water pakte en mijn leesboek.

Maar goed, de vlucht naar Detroit ging nog een beetje, de overstap ook nog, maar toen die laatste vier uur. Het was vreselijk. Model vliegtuig uit de tijd dat mensen kleiner en smaller waren, dus we zaten als haringen in een ton. Eindelijk was de ellende in zicht: Las Vegas vliegveld. Wat een genot.

Nog voor de carrousels waar je je bagage kan ophalen staan de gokkasten al. Niet aan ons besteed, wij waren in hoofdzaak geinteresseerd of onze koffers aangekomen waren, iets dat ik iedere keer weer als een wonder ervaar. Naar buiten, waar we uit ervaring wisten dat er een kiosk is waar je een kaartje kunt kopen voor de shuttle bus naar je hotel, of liever casino. Dat komt in Vegas op hetzelfde neer.
Inchecken en net zoals de vorige keer dat we hier waren, waren er twee kamers voor ons gereserveerd zonder dat we erom hadden gevraagd. Bagage op de kamer gezet en snel naar het restaurantje beneden om wat te eten. Natuurlijk met de zeer verdiende pinten erbij.
En dan naar bed, o mensen, het gevoel van te kunnen liggen, geen motoren of mensen, alle ruimte voor je krakende ledematen, wat een genot!
De volgende ochtend het ontbijt genoten in de Stratosphere, wat we onszelf al hadden beloofd. De Stratosphere is 350 meter hoog en heeft de meest afschuwelijke attracties. Zoals een vrije val van 120 meter hoogte, een roller coaster aan de buitenkant op nog grotere hoogte en nog meer van dat soort enge dingen, maar daar zie je in het restaurant niks van.
Ook in de Stratosphere geldt hetzelfde als in ieder casino in Vegas. Wanneer je binnen bent, verlies je ieder gevoel van orientatie: geen ramen, niks. Gokkasten, Black Jack tafels, roulette, nog meer gokkasten en overal kunstlicht. Je moet vooral niet aan het tijdstip van de dag herinnerd worden en naar buiten lopen moet ook niet te makkelijk zijn. Overal verschillende soorten muziek, de geluiden van die honderden en honderden gokkasten, mensen die gehypnotiseerd staren naar het apparaat dat hun stelselmatig besteelt en uitgebluste mensen die alles al kwijt zijn. Tapijt dat in hoofdzaak doet denken aan duizenden vierkante meters braaksel of patronen die lijken op wat je ziet als je te hard in je ogen hebt gewreven.
Maar hun buffet is grandioos en de meest uiteenlopende gerechten tref je aan: fruit, pasta, rijst, aardappelpuree, soepen, donuts, ijs, gebak, Chinees, Italiaans, eieren op allerlei manieren, spek, brood, vleeswaren, koekjes, ach, verzin het maar… Een nachtmerrie voor iedere dietiste. Maar goed, waggelen, zweten en boeren zijn ook bezigheden en na dit banketteren gingen we op casinobezoek. Ik wilde graag naar MGM om de leeuwen te bekijken. Het was prachtig, maar het leven van de leeuwen verschilde niet veel met het leven van de mini leeuwen/tijgers die we zelf thuis hebben.Die hebben hetzelfde miserabele bestaan: slapen, eten, beetje spelen, nog meer slapen, naar elkaar gapen en dan tegen elkaar aan nog wat verder slapen. Af en toe tegen een speeltje tikken en in afwachting van het eten uit het raam kijken. Bij ons zien ze de straat, deze dieren zagen smakelijke brokken vlees achter de ramen.Ik werd er zelf een beetje slaperig van en dus besloten we naar het nieuwe casino Aria te strompelen. Tja, met mijn voeten kun je niet echt van wandelen spreken. Aria was een afknapper: in hoofdzaak gewoon een luxe casino zonder al die geweldige attracties die je elders ziet,
Ondertussen was het eind van de middag en ik had – hoe is het mogelijk – een soort van kroeg ontdekt. Nou ja, echt kroegen zul je in Vegas niet treffen. Dit was ook eigenlijk meer een cantina: Mexicaans eten. Ik ben een tooghanger dus daar kwamen we ook terecht, in de happy hour. Enorm glas bier voor drie dollar, na zeven uur werd dit meteen acht dollar. Het overdekte terras keek uit op de Strip, waar je door de tijd heen steeds meer mensen zag, tot vreselijk druk. Op dinsdagavond, niet vergeten. Meer en meer lichten van billboards en reclames, tot het werd zoals Las Vegas moet zijn: een enorme zee van reclames van casino’s, restaurants tot en met drogisten toe. Auto’s met aanhangers met enorme borden met foto’s van werkneemsters van bordelen, mannen op straat die op een irritante manier visitekaartjes van beschikbare madammen aanbieden, overal mensen en muziek.
Kortom druk! We hebben nog wat gegeten en zijn naar het hotel gegaan, de wind die al heftig was, was nog sterker aangetrokken en ontwikkelde zich tot een behoorlijke storm. Op de 22e verdieping waar wij zaten, raasde hij rond het gebouw en beukte tegen de ramen.
’s Morgens was het een stuk minder, maar nog niet weg. Nu was het tijd voor Down Town Vegas, een smoezelige replica van de Strip. Net zoals op de Strip zie je ook hier overal tattoo shops en ook voor piercings, handlezers en toekomstvoorspellers, maar ook pandjeshuizen en heel veel trouwkapelletjes. Tot onze verbijstering was onze trouwkapel voorzien van een nieuwe naam. Schandalig! In plaats van Chapel of Love had het nu een onbenullige naam die ik alweer vergeten ben. En dat zonder onze toestemming.
Het pandjeshuis waar ik al veel goud weg heb gehaald, had een bedroevend aanbod. Wel wat aardige armbanden, maar met veel edelstenen en dat is duur. Hij vertelde dat de prijs van goud zo hoog lag, dat niemand in zomaar gouden sieraden geinteresseerd was. Dus dat werd omgesmolten. Zucht.
Ringen waren er genoeg, maar aangezien ik al meer ringen heb dan vingers, was dat niet echt een optie. Een eindje verderop zat nog een pandjeshuis. Twee oudere dames zaten aan een tafel waar een berg rotzooi op lag en met hun voeten hoog op een bankje werd ons gevraagd terwijl ze televisie keken, of ze ons konden helpen. Liever niet, dat zag je aan ze, maar op mijn verzoek wat armbanden te mogen zien (de vitrines waren leeg) werd met grote tegenzin voldaan. Een kluis werd opengerukt en die ene dame kwam met een tray armbaden aan die niet om aan te zien waren! Spul uit de kauwgomballen automaat was mooier.
We wisten ons gezicht in de plooi te houden en vertokken, weer de drukte in. Hoe geweldig we Las Vegas ook vinden, maar die mensenmenigte dag en nacht gaat ons te hoog. We hebben de bus weer terug genomen en hebben ons voor de rust een paar uur teruggetrokken in onze kamer. Nou ja, rust… In de kamer naast ons begon een stel nogal luidruchtig de liefde te bedrijven.
Tussen de kamers in zit een toegangsdeur die de geluidsisolatie minder maakt, Die zit natuurlijk op slot, maar daar trekt het geluid zich niks van aan. Nu hebben Henrie en ik een lelijk karakter als het op bepaalde dingen aankomt en natuurlijk stonden we met onze oren tegen die deur aan. Ach, daar kregen we redelijk snel genoeg van. Laten we zeggen dat het niet zo interessant was als die keer dat we ergens met de camper stonden en Henrie me kwam halen. Die was buiten van alles aan het aansluiten en hoorde dat het stel in de camper naast ons laaiende ruzie had. ‘ He Laureen, kom eens, hiero naast ons hebben ze ruzie.’
En dat ze tekeer gingen, het was geweldig! Schelden, schreeuwen, maar de tekst beperkte zich hoofdzakelijk tot: fuck you! No, fuck you! Het was interessanter dan het constante gekreun van die tante in de kamer naast ons. Dus ging ik maar weer verder met lezen en Henrie met de computer.
De wind begon weer aan te trekken en door die storm hebben we ons naar hetzelfde restaurant als de eerste avond begeven, wat gegeten en zijn we in ons bed gestort. Ik heb eerst nog dit verhaal geschreven voor ons blog. We hadden namelijk geen internet op onze kamer, ja, tegen grove betaling. In tegenstelling tot de vorige keer. Dus dat deden we maar niet.

Morgen de camper ophalen, nu slapen. En maar hopen dat het stel hiernaast niet weer behoefte krijgt aan gymnastiek. Niet dat dat zo erg is, maar ze maken er zo’ n lawaai bij…

Wereldvakanties

%d bloggers liken dit: