Categorie archief: Vakantie 2016 USA

Vakantie 2016 USA

Oatman

Zoals Tombstone zijn er meerdere historische stadjes in Amerika en eentje daarvan is Oatman, gelegen in Arizona aan de beroemde route 66. Die historische stadjes zijn altijd heel behoorlijk commercieel en toch erg leuk. We hebben altijd een camping een kwartiertje rijden bij Oatman vandaan. Heerlijk doodstil en er verblijven veel mensen die in de buurt werken of de zogeheten ‘snowbirds’, senioren die hier komen overwinteren. ’s Avonds zit iedereen voor de tv, zodat je nog meer geniet van de stilte. Het is doorgaans ook onze laatste stop voor we weer aan de martelende terugreis naar huis beginnen. Die laatste stop was voor een aantal jaar in Overton, dat ligt dichterbij Las Vegas waar we de camper inleveren. Maar de laatste keer werd ik daar van het ene op het andere moment zo ontzettend doodziek (wat kort na thuiskomst dan ook in een spoedopname resulteerde) dat dat onbewust in mijn geheugen is blijfen plakken. Dus wil ik er liever niet meer naar toe, al had het natuurlijk niets met Overton te maken. De camping bij Oatman is net zo fijn, maar is verder van het verhuurstation, waar je voor 10:30 moet zijn.

Door de prachtige leegte reden we door Arizona, staken een stukje de grens over met Californië en daarna weer met Arizona. Een nieuwsgierige coyote keek ons na.

Californië is op veel vlakken een dure staat. Toen we de reis begonnen, was een gallon benzine in Florida $4,17 wat al behoorlijk is. Naarmate de reis vorderde werd die prijs hoger. Maar waar je in Arizona en andere staten $4,87 betaalt, betaal je in Californië dus bijna $7,-!

Net in Californië kwam het niet te vermijden inspectiestation. In verband met ziektes van fruit enzo word je gevraagd of je nog fruit, tomaten, paprika’s, etc bij je hebt, want dat mag je niet meenemen.

Verder gingen we, tot we op de camping waren. Het was er zoals altijd stil, een mevrouw wandelde later langs een maakte een praatje. Het was heerlijk buiten te zitten, warm, maar heel droog. Een enge spin stapte parmantig voorbij en in de bloeiende struik voor de camper, kwamen de kolibries zelfs nog toen het al donker was. Een lief konijntje kwam controleren of we ons wel gedroegen.

De volgende ochtend reden we naar Oatman, over die historische route 66. Oatman was een goudmijnstadje en de mensen gebruikten burro’s, een kleine ezelsoort, voor het vervoer van post, gereedschappen, water, van alles. Toen de mijn buiten gebruik raakte, werden de burro’s losgelaten in de woestijn, waar ze in alle vrijheid verder leefden. Het zijn geen domme ezeltjes, want de nakomelingen zijn elke dag in Oatman te vinden. Vanaf een uur of negen, als de toeristen komen, tot eind van de middag struinen ze er rond en krijgen eten, dat in elk winkeltje te koop is. Wel het vriendelijke verzoek om ze niet te voeren op het wandelpad vlak voor de nering, want als er iets bij een burro ingaat, komt er aan de andere kant wat uit.

Onderweg kwamen we de eerste tegen, we stopten voor een foto en het raam was nog niet open of hij stak zijn begerige snuit naar binnen. “En, hebbie wat? Iets lekkers?” Nee, we hadden niks, maar hebben wel een leuke foto gemaakt.

Zoals gezegd ligt Oatman aan de route 66, wat een zeer geliefde route is voor bikers en Oatman een geliefde stop.

Er liepen heel wat burroveulentjes rond, met hartvertederende gezichtjes en soms een opvallende sticker.

Er zijn namelijk nogal wat Amerikanen die hier naar toe komen en wortels meenemen voor de burro’s. Klinkt leuk, maar de burro’s werden opdringerig, omdat ze wortels wilden hebben. Ik heb zelf gezien hoe eentje de tas uit de handen van een mevrouw rukte.

Maar ze voerden die wortels dus ook aan de veulentjes en dat mag absoluut niet! Een aantal jaar geleden liepen de veulentjes er met een klein stickertje op hun voorhoofd, met een verbodsteken met een worteltje. En dan hoorde ik: “Kijk nou, wie zou dat nou gedaan hebben?” Hoe dom ben je? Lijkt me heel erg duidelijk. Ik sprak toen een mevrouw die er werkte, die vertelde dat noch het gebit noch het spijsverteringsgestel van die kleintjes bestand is tegen wortels. “Dan zeggen de mensen: ‘Zielig toch, als ze niks krijgen.’ en geven het toch”, vertelde ze. “Maar weet je wat pas zielig is? Als je bij een dood veulen staat, dat overleden is door indigestie door die wortels. Maar de toeristen zijn dan al weg en worden er niet mee geconfronteerd.” De bewoners van Oatman zijn dol op hun burro’s en op diverse plekken stonden ook zoutlikstenen, zodat hun lievelingen vooral niks te kort komen.

Ik kwam in gesprek met een Nederlands koppel, die niet eens zo ver bij ons uit de buurt woont en hij nog dichter bij ons in de buurt werkt. Ze waren lid van dezelfde Amerika Facebookgroep als wij, USA4All, toeval bestaat niet.

Sommige zaakjes waren al gesloten, want het hoogseizoen is hier eigenlijk al voorbij. Van begin juni tot begin september is bijna alles gesloten, omdat het dan gewoon veel te warm is. En droog, zelfs een cactus had zichtbaar last van de droogte.

In een van de twee eetgelegenheden hingen binnen en buiten dollarbiljetten, voorzien van namen en/of een boodschap. Iets was je hier wel vaker ziet. Eigenlijk een heel oude gewoonte, toen er nog in de mijn werd gewerkt en de mannen naderhand een lekker biertje gingen drinken. Elke week gaven ze een dollar aan de waard, zodat, als er iets onder de grond gebeurde, hij zijn geld voor de biertjes had.

Het was tijd om terug naar de camping te gaan en de boel in te gaan pakken. Onderweg kwamen we nog een burro echtpaar tegen, met een baby die even was gaan rusten.

Toen het overgrote deel was ingepakt, hebben we nog heerlijk buiten gezeten. De mevrouw van de avond ervoor kwam ook nog langs en we hebben alles wat we over hadden aan haar gegeven. Ze kenden mensen die op de camping woonden, die het niet te breed hadden en daar zou ze de spullen aan geven. Ze vroeg om het haar te laten weten als we weer kwamen, dan zou ze ons meenemen naar de mijnen. Daar komen verder geen mensen en er zijn zelfs petroglyphen te zien, ze had er foto’s van gemaakt en toonde die. Ze stond samen met haar man elk jaar een aantal maanden op deze camping en ze hadden er een stukje grond gekocht waar een mobile home geplaatst zou worden. In South Carolina hadden ze dat ook gedaan, daar waren ze de rest van het jaar. Ze stuurde me een mailtje, zodat we in contact konden blijven.

Donderdag stonden we om 06:15 op, pakten de laatste dingen in en de uitmergelende terugreis begon. Eerst twee uur naar Las Vegas, dan naar McCarren, vlucht van 9 ½ uur, dan van Schiphol naar huis, ook anderhalf uur. Het vliegtuig was bloedverziekend heet en als je dan bezweet buiten komt, kan je alleen maar hopen dat je geen pestje oploopt.

En nu zijn we weer thuis. Alles is in die maand verbijsterend groen geworden, zeer zeker in vergelijking met de droge woestijnen van Arizona, Nevada en Texas. Je hebt weer alle ruimte, kan water uit de kraan drinken, de poezen die dolblij zijn en slapen in je eigen bed. Allemaal luxe en heerlijk, maar in je hart blijft die gouden plek van dat prachtige continent, waar je altijd naar terugverlangt. De weidsheid, de vriendelijke mensen, de stilte, tijd voor en met elkaar, daar kan toch niks tegenop? We hebben drie jaar moeten wachten op ons nieuwe bezoek aan de schoot van Uncle Sam en we kunnen alleen maar hopen dat we ons volgend jaar weer aan zijn borst mogen koesteren. Dag Uncle Sam, het was meer dan geweldig om weer bij je op bezoek te mogen zijn geweest. We hebben genoten en dat is zachtjes uitgedrukt!

De laatste dagen van de vakantie…

Het weer was en bleef geweldig, 31 graden, zwoele bries en ’s avonds de muggen. Nu moeten die mij doorgaans niet hebben, ik heb teveel alcohol in mijn bloed denk ik, en nemen ze Henrie te grazen. Nu was dat even wat anders. Op mijn linkerbeen zaten zeker 100 bultjes en met de rest op arm en hand telde Henrie er in totaal zo’n 130. Dat is veel en vrijwel allemaal aan mijn linkerkant. Gelukkig slik ik dagelijks vanwege allerlei allergieën antihistamine, dus had ik geen last van de jeuk. Maar anders had ik mijn vel denk ik uitgetrokken. Antimuggenspul gekocht en zodra het begon te schemeren en de muggen zich in slagorde opstelden om me te grazen te nemen, me op te tillen en elders leeg te zuigen, smeerde ik mezelf in. Dat hielp wel, al wisten die stinkbeesten elke nanomillimimeter te vinden die ik had overgeslagen. Maar het mocht de pret niet drukken, we hebben elke avond lang buiten kunnen zitten en genieten van de heerlijke avonden.

Zoals het hele eiland het stempel van Cesar Manrique heeft, geldt dat ook voor de cactustuin, met heel apart ‘uithangbord’ voor de deur.

De tuin heeft hij zo’n dertig jaar geleden ontworpen en cactussen geplant. Zijn tuinman stond toen ook zijn collectie af en daarna werden er exemplaren van over de hele wereld hier naar toe gebracht. Met als resultaat een unieke verzameling met cactussen uit Amerika, Mexico, Madagascar, Zuid-Afrika, … Ook hier is de invloed van de kunstenaar goed merkbaar, op de pleedeur om te beginnen.

We bewonderden en bekeken al die prachtige planten, die je bij ons in een potje stopt om ze daar te koesteren en die in hun natuurlijke habitat meters hoog worden. Zonder potje of meststoffen.

Een enkele cactus leek een lief gezichtje te hebben.

Een piepklein hagedisje schoot over het zwarte lavagrit en wilde wel even poseren.

We waren er ettelijke uren zoet en vertrokken weer, betreurend dat dit de laatste bezienswaardigheid was, want de volgende dag zouden we vertrekken.

Dus weer in het hotel begin je aarzelend wat spullen in je koffer te gooien, om al gauw op het terrasje te gaan zitten en te genieten van het heerlijke weer. Een poesje dat we al vaker hadden gezien, kwam langs met haar echtgenote van wie ze zwanger was. Ze zagen er allebei prima verzorgd uit en toen het dametje via een terrasje en een schuine wand naar boven stormde, ging eegalief onder een boom op haar liggen wachten.

Ze wilden wel wat brokjes, maar het overgrote deel van de zak had ik nog over. De dame die de kamers schoonmaakte was er de volgende ochtend zielsgelukkig mee, want ze had ook een katje. Na het eten nog een poos met oud-collega en vriendin zitten kletsen. Zo apart iemand vijftien jaar niet te zien en dan meerdere malen per dag en gezellig regelmatig uren kletsen. Zij hadden all-in geboekt, dus wij hoefden de drank niet te kopen op het terras bij het restaurant. Maar dan merk je dat de hoeveelheden rum die ingeschonken worden groter zijn dan je thuis gewend bent, hik.

Er waren veel meer dierenliefhebbers aanwezig natuurlijk, zoals een mevrouw die op de hoek van haar terrasje broodkruimeltjes legde, die werden opgesnoept door vogeltjes. Zoals dit tortelduiven echtpaar, dat na het snoepen kroelend bleef zitten in de schaduw van de boom ernaast.

De terugvlucht was vreselijk. Om te beginnen een kind dat al die tijd nutteloos zo hard heeft zitten krijsen, dat je zag dat andere mensen met kinderen moordneigingen kregen. Toen de bemanning langs kwam met plastic zakken voor rommeltjes, zei iemand: ‘Is dat niet om dat jong in te douwen?’ Maar het ergste was de stoel. Kijk, ik ben 1.81 lang en mijn lengte wordt voornamelijk gemaakt door de lengte van mijn benen. Op de stoel kon ik dus niet normaal zitten, ik zat letterlijk klem tussen mijn stoel en die voor me. Nu heb ik al heel wat uren in vliegtuigen doorgebracht, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt! Je kon een andere stoel krijgen, maar dan wel vet betalen. Dus TUI is een maatschappij om te vermijden. Op de heenreis hadden we betaald voor onze plaatsen, maar een aantal mensen met kinderen (weer die f**king kinderen) hadden te laat ingecheckt en omdat TUI wil dat ouders bij hun kinderen zitten, moeten anderen maar een andere stoel dan besproken krijgen. Ondanks dat er voor betaald is. Nu deze achterlijk krappe beenruimte dus, waardoor je geforceerd zit in een onnatuurlijke houding, die ervoor zorgde dat ik na de vlucht amper nog kon lopen en dat bedoel ik letterlijk. Dus hoor je TUI (spreek uit toewie) denk dan maar gauw: doewie, je kan de pest krijgen! Een armzalige afsluiting van een heerlijke week vakantie. Maar de gouden zon straalt nog steeds na in mijn hart, het zeewater was helder en heerlijk van temperatuur, de mensen waren vriendelijk, de paar katjes die we zagen er goed uit, we hadden een mooie, ruime kamer en de service van het hotel was perfect. Hier is het weer grauw en het is koud vergeleken bij de 31 graden daar. Maar daar trekken onze katten zich niks van aan, die vinden het heerlijk overdag weer naar buiten te mogen en zijn megablij dat we er weer zijn. Acht dagen, ze zijn voorbij gevlogen, zoals dat bij een goede vakantie hoort.

Dag Lanzarote, we hebben van je genoten!

Lanzarote, we zijn er!

We mochten eindelijk weer eens wat ondernemen 

Voorjaar 2019 was onze laatste vakantie, de volgende stond voor april vorig jaar gepland, maar ik hoef jullie niet te vertellen wat er toen gebeurde. Dus dan ga je niet, maar nu mocht het weer en deden we hetzelfde als zovele andere mensen: we boekten een, korte, vakantie.
De zomer van 2021 schijnt de natste te zijn geweest sinds 1833, dus wil je wat droogte. De afgelopen weken waren geweldig, maar zodra de zon maar een beetje onderging werd het ook meteen klam en kil. Een warm land lag dus voor de hand, maar welk? We besloten tot Lanzarote, een Spaans eiland ter hoogte van Marokko.

Zaterdag gooiden we alles in onze koffers, bijgestaan door Thijsje, Sammie en Aagje. Billy vond het verraderswerk en wilde er niks mee te maken hebben.

Zondag 10 oktober vertrokken we om 09:30 richting Schiphol, het papierwerk van tevoren was meer dan bizar en een maand Amerika is een fluitje van een cent hierbij vergeleken. We wisten al dat het heel druk was met de boekingen, dus we waren er nog een beetje vroeg bij. We boekten stoelen en betaalden ervoor, geen hoog bedrag, maar als je dan twee dagen van tevoren het bericht krijgt dat TUI in zijn onwijsheid heeft besloten je niet naast, maar achter elkaar te laten zitten, komen bij al meteen stoomwolkjes uit mijn oren. De reden: mensen met kinderen hadden te laat ingecheckt en volgens TUI moeten ouders bij hun kinderen zitten. Goed, ‘kindvriendelijke’ mensen als we zijn was dat instant irritatie.

Afijn, we vertrokken, lieten de auto achter bij de Park & Fly, een andere dan normaal want door heel het coronagebeuren die bergen ellende heeft veroorzaakt, en dan bedoel ik nu op zakelijk gebied, was de ‘onze’ failliet. Deze is net zo goed met prima service en al het personeel van het andere bedrijf werkte nu hier.

We zijn vaak op Schiphol geweest, heel vaak, maar zo druk hebben we het nog niet gezien, iedereen greep de kans om even weg te mogen. Er was een nieuw systeem om je bagage in te checken. Je zet je koffer op een stukje lopende band, je print je bagagelabel uit, bevestigt het om het handvat van je koffer, drukt op weer een knop, dan komt er een soort hek overheen, vergelijk het met het scherm als je je brood snijdt in de supermarkt, en hoppa, dag koffer. Toen mochten we een mega-eind lopen naar de vertrekhal. Ik dacht eerst nog dat we lopend naar Lanzarote moesten, maar na zestien kilometer of meer kwamen we bij de security. Daar moesten ons nog net niet helemaal ontkleden, dde vullingen uit onze kiezen verwijderen en mochten we verder.

We aten nog wat, kochten een paar dingetjes en gingen aan boord. Wij en driemiljoen kleine kinderen. Jullie weten dat ik me al vaker heb afgevraagd waarom mensen met die heel kleine kinderen zo nodig ergens naar toe moeten en dan bedoel ik op een vliegtuig. Die kinderen hebben er niks aan, aan heel die vakantie niet, die realiseren zich het niet eens.

Voor ons zat een mevrouw met twee dochtertjes, ik schatte ze drie en vijf ofzo. Die snappen dat ze iets leuks gaan doen en die hebben we dan ook niet gehoord en dat gold voor meer kleine kinderen. Maar die hele kleintjes! Lawaai om hun heen, ze zijn doodmoe, de druk op hun oortjes bij het opstijgen en absoluut te jong. Ik zweer je dat ik er eentje zag waar de navelstreng over de grond sleepte en hij/zij had nog een stuk placenta op het voorhoofd. Dat is voor mij het idee: ‘Ja, ik heb er wel eentje, maar joh, ik ontzeg me toch echt niks! Hij/zij mag het hele vliegtuig bij elkaar krijsen, iedereen wakker houden, dat ze het uitzoeken!’ Zoals eentje die krijste met het geluid en het volume van een versleten cirkelzaag, die helemaal verroest is en door een boomstam gaat met spijkers. Lang leve onze oordopjes!

Twee rijen voor ons zat een ventje met zijn ouders, ik schatte hem nog geen jaar oud. We hebben totaal geen last van het ventje gehad, alleen was het nogal een onsmakelijk gezicht om te zien hoe hij op de stoel stond en constant de bovenkant afsabbelde. Zijn moeder haalde een keer een doekje langs die rand om de meterslange slierten kwijl af te vegen.

Met een uur vertraging vertrokken we, redenen: in het ruim was een papegaai ontsnapt die gevangen moest worden, jaja, en iemand had kennelijk aangegeven dat hij lithiumbatterijen in de koffer had. Dat mag niet en die koffer moest opgezocht worden, batterijen eruit, koffer weer het vliegtuig in en dan wachten op toestemming om te mogen vertrekken.

We landden, hebben de auto gehaald, een Opel Corsa, gloednieuw met alle moderne gadgets die ik maar kan verzinnen en een automaat. Ik reed, zoals altijd, zodat Henrie kon navigeren. Een stop bij een supermarkt voor wat biertjes, rum, suikervrije limonade en naar het hotel. Trouwens, een liter rum kost hier 6,15, en een liter benzine 1,13, al hoef je die laatste niet te consumeren, maar de auto drinkt het wel graag.

We hebben alles neergegooid in onze, mooie en ruime kamer en zijn naar beneden gesneld om aan te schuiven bij het buffet. We kwamen de lift uit en de eerste die ik daar zag was een oud-collega met wie ik veel lol heb gehad. We ‘zitten’ op elkaars facebook, maar hebben elkaar verder in geen vijftien jaar gezien. Bleek dat hij me op Schiphol al had gezien, waar ik, zonder bril op, die zestien kilometer verbeten liep. Superleuk natuurlijk!d
Na het eten was het nog lekker nagenieten op ons terrasje. De foto waar ik over de ballustrade keek geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid, a dirty mind…

Vandaag zijn we naar National Park Timanfaya geweest. Een vulkanisch gebied met een heel zwarte, ongelooflijk grillige omgeving van gestold lava. We kwamen langs een karavaan kamelen waar je een tocht op kon maken.

Heel apart om te zien, maar ik hou niet van toeristische attracties waar dieren bij betrokken zijn. Ook niet als het kamelen zijn, die al eeuwen voor transport gebruikt worden.

Bij het hoogste uitkijkpunt waren een aantal gaten in de grond, waar iemand van het park water ingooide om de mensen te vermaken. Als een geiser kwam dat er dan weer uitspoten, wat ah’s en oh’s ontlokte. In een groter gat werd hooi gegooid wat dan meteen verbrandde.

Met de beelden van La Palma in je achterhoofd was dat toch wel heel apart. Maar een prachtige omgeving, zonder meer.


Toen we rum en bier gingen halen, kocht ik meteen een zak kattenvoer, met Griekenland in het achterhoofd waar het barst van de hongerige, magere katjes. Tot zover heb ik er maar twee gezien: een goed verzorgde, die voor een winkel zat en, tot mijn ellende, een doodgereden katje. Midden in een dorpje, gezichtje aan gruizels, al helemaal opgeblazen en vliegen erop. Mist dan niemand zo’n beestje? Vreselijk vind ik dat.

We hebben nog een eindje rondgereden, waarschijnlijk tot grote ergernis van andere automobilisten, want de snelheden wisselen hier bijna elke honderd meter. Dan weer 60, dan weer 40, overgaand naar 90 en overal mededelingen dat er radarcontrole is, terwijl je de helft van de keren niet eens weet hoe hard je mag.

Het weer is heerlijk, warm met een zalig briesje. Vandaag wat bewolking, wat niet erg was, want kwam de zon door dan was het meteen warm en deed het licht pijn aan je ogen, zo weinig zijn we nog gewend na deze zomer. Oftewel: de eerste dag was heerlijk en redelijk rustig, want we merken dat we behoorlijk gesloopt zijn.

Vanochtend zag een lief tortelduifje me en zocht contact. Dus net toen ik op ons terrasje ging zitten, kwam hij/zij lief bij me zitten.

Werd ik net nog gebeld door iemand in verband met een persmoment morgen, ik zei dat ik op Lanzarote ben. De verbinding was niet zo goed en hij dacht waarschijnlijk dat ik hem verrot schold. Lazer op ofzo zal hij misschien hebben verstaan. Maar ik kreeg nog de kans het uit te leggen…

Zion

Het aparte van Zion is dat het een canyon is, waar je je onderin bevindt. Vrijwel alle andere canyons bekijk je van bovenaf. Zion is een prachtige canyon, die eerst doodlopend was, je moest dus dezelfde weg terug. Omdat dat vroeger voor het transport en vervoer niet handig was, besloten ze in 1920 een tunnel te maken. Deze was in 1930 af was en verbond Zion met de noordkant van de Grand Canyon.

Het was al lang geleden dat wij er waren. Misschien wel vijftien jaar, toen we nog met een auto rondreisden. We herinnerden ons nog de barre en woeste schoonheid en vonden dat het tijd was er weer een kijkje te gaan nemen.
De entree is $30,-, dat is bij die grote, nationale parken doorgaans de prijs, maar wilde je met een camper (en je moest wel) door de genoemde tunnel, dan betaalde je nog eens $15,-, wat het bezoekje ineens op $45,- brengt en dat is een forse prijs.

Door de jaarkaart die we van die lieve vriend kregen, viel de toegangsprijs weg. Maar nu het volgende: die tunnel is honderd jaar oud en dus niet berekend op het hedendaagse verkeer en al helemaal niet op die campers. Die moeten over de middenstreep, omdat ze vanwege hun hoogte anders de wanden van de afgeronde tunnelwanden zouden raken. Daarvoor moet het verkeer aan weerskanten stilgelegd worden, zodat campers er doorheen kunnen rijden. Dat grapje kost dus $15,-.
Maar wat hadden ze nu gedaan: het verkeer werd beurtelings door de tunnel gelaten. Dus laten we zeggen twintig voertuigen de ene keer en dan van de andere kant weer twintig voertuigen, enzovoort. Maar de auto’s hoefden geen $15,- te betalen, dit is nogal krom en ruikt naar opportunisme.

Als je door deze tunnel rijdt, kom je langs vier ‘ramen’. Er wordt uitdrukkelijk gemeld, dat dit geen uitkijkpunten zijn. Dit om te voorkomen dat mensen in die tunnel gaan stoppen om naar buiten te kijken en oohh en aaahhh te roepen. Deze ‘ramen’ werden tijdens de aanleg gebruikt om het puin naar buiten te gooien.

Bij de toegangspoort krijg je te horen dat je niet met privé voertuigen de canyon in mag. Dat kan alleen met shuttlebussen. Aan ene kant kan ik daar inkomen: de wegen zijn er niet op berekend, er zijn niet genoeg parkeerplaatsen en in zo’n nauwe canyon bouw je die ook niet zomaar bij zonder de prachtige natuur te verruineren.
Nu haat ik het gedoe met shuttlebussen. Dan ben je uitgekeken en kun je nog eens gaan wachten tot je weer verder kunt. Toegegeven: ze reden heel frequent dus van echte wachttijden was geen sprake.
Maar werd er aangegeven waar je je camper moest parkeren? Welnee. We vroegen het uiteindelijk op een camping en die meneer verwees ons naar een parking, vanwaar je nog een roteind moest lopen om bij een halte te komen. Het was dertig graden, je liep in de volle zon en als je dan weer terugkomt, doodmoe, ben je echt niet blij.
Uiteindelijk bleek vlakbij de halte een parkeerplaats te zijn, maar die eikel had daar niets van gezegd. En er stond een bordje, van zo’n tien bij vijftien centimeter. Net zo slecht als in Bryce Canyon dus en dat in een omgeving waar je alleen met eigen vervoer kunt komen, waar jaarlijks letterlijk miljoenen mensen komen, maar waar dus geen goede bewegwijzering is.

Zion maakte wel veel goed. Het is een prachtige, ruwe omgeving waar je omringd wordt door steile canyonwanden, die arrogant op je neerkijken. Dan weet je hoe een vlieg op je arm zich moet voelen.

Je kunt je ook goed voorstellen dat heel vroege volkeren, Indianen, zich hier veilig voelden. Maar dat het ook een val geweest kon zijn. Immers: het liep dood. Die miljoenen jaren oude omgeving, die gevormd is door de werking van de aarde en water en wind, staat haaks op het tere leven dat zich hier bevindt. Tijdelijk, kwetsbaar en toch onmisbaar.

Op de route van de shuttlebussen is één halte waar je ook wat te eten kunt krijgen. Hartstikke druk natuurlijk, rijen mensen voor de vette hapbalie en de ijsjesbalie. Leuk was, dat de mosterd, ketchup, etc, bij de ijsjesrij lagen. Je moest je dus door een muur mensen heenwringen, om iets te kunnen bemachtigen.
Plastic bestek, altijd handig bij een salade, moest je uit een soort automaatje halen dat natuurlijk leeg was. Achter dat apparaat lagen messen en vorken ingenieus verpakt te wachten om in dat automaatje te worden gestopt. Ik zei al: het was druk. Dus een mevrouw en ik hebben met gepast geweld bestek uit die verpakkingen gehaald, waarvoor je eigenlijk inbreker moest zijn om het open te kunnen maken.

We hebben het genuttigd op het grasveld, omringd door jengelende en jankende kinderen. Het was bloedheet, voor kinderen in ieder geval, rond een uur of drie ’s middags, dus die kinderen waren doodmoe. Ik snap werkelijk niet waarom dat grut zo nodig meegesjouwd moet worden op dit soort trips. Denken de ouders nu echt dat ze een wurm van amper twee jaar oud iets meegeven? Het lijkt me eerder een meer egoistisch streven: ja, we hebben nu wel kinderen, maar ik ga mezelf toch echt niets ontzeggen! Dan janken ze maar en als mensen daar last van hebben, gaan ze maar ergens anders zitten.

Bij iedere halte waren zogeheten trail heads. Wandelroutes met doorgaans behoorlijke afstanden. Wij vonden dat het aan het begin van zo’n route ook mooi was en weigerden verder te lopen. Langs de rivier zag je mensen genietend met hun voeten in het koude water zitten.

Zich niet bewust van deze slang die zich pal boven hun hoofden voortkronkelde, zoals vooral goed in het filmpje te zien is.

Langs de canyonwanden zie je soms op de merkwaardigste plekken begroeiing. Zo’n wand heeft dan een opening waar water doorsijpelt, waardoor die ook wel wheeping rock genoemd wordt (huilende rots) en waar plantjes genoeg vocht vinden om daar te groeien.

In de winter moet het hier heel koud zijn, in de zomer moordend heet. Op de thermiek zag je raven zweven, op de loer naar iets lekkers. Eén van de eeuwenoude bewoners, die het allemaal hebben zien gebeuren en veranderen.

Het is een prachtige omgeving, ze zouden alleen het gedoe met die shuttlebusjes niet moeten hebben…

Bryce Canyon

Er zijn plekken in Amerika waarvan je weet dat het er druk kan worden. Plekken die door de halve wereld gezien willen worden. Zoals de Grand Canyon natuurlijk, maar ook Bryce Canyon.
Reden om maar weer eens om vijf uur op te staan en om kwart voor zes het park binnen te rijden. En koud! Bryce Canyon ligt hoog (2700m), het had er dus ongetwijfeld gevroren die nacht en om de kou te benadrukken, stond er een stevige bries, die overal doorheen ging.
Het begon al vaag licht te worden. Aan de ene kant had je de volle maan, aan de andere kant de zon die qua kleur steeds meer aan warmte won. Niet aan temperatuur, dat duurde nog wel wat uren.

DSCN1914

DSCN1927

De weg door Bryce Canyon is een doodlopende weg van zeventien mijl lang, zo’n zevenentwintig kilometer, met op allerlei plekken uitkijkpunten. We hadden besloten meteen naar het eind te rijden en vanaf daar alle uitkijkpunten te doen.
Er was nog niemand te zien, een paar herten, meer niet. Bij één punt stond een meneer met een camera. Het was het punt waar wij stopten om foto’s van de zonsopgang te nemen, al was het nog niet het eindpunt. Waar die meneer foto’s van maakte is me niet duidelijk: hij keek niet naar de zonsopgang.

DSCN1925

Bryce Canyon is een werkelijk prachtige omgeving met overal rijen grillige pilaren. Gevormd door honderdduizenden jaren wind, water en kou. Je ziet er allerlei vormen in.

DSCN1915

DSCN1917

DSCN1923

DSCN1928

Iemand van de Paiute stam, Indiaan Dick vertelde ooit: “Voor dat hier Indianen woonden, woonden hier de Legend people. Ze leefden hier in allerlei soorten: hagedissen, vogels, dieren en ze hadden de kracht mensen van zichzelf te maken.
Maar ze waren slecht, daarom veranderde de Coyote God Sinawava ze in rots. En zo zie je ze nu ook: zittend, staand, elkaar vasthoudend. Nog steeds beschilderd in de kleuren die ze hadden toen ze in rots veranderd werden.”
En het lijken ook allemaal mensen die naar een bepaald punt kijken. Hoe de God Sinawava dat deed weet ik niet, maar ik ken ook wel wat mensen bij wie ik dat zou willen doen.

Bij een uitkijkpunt stopte in die stille, vroege ochtend een auto. Een meneer kwam luidop mompelend aangerend, nam nog steeds mompelend een foto en rende mompelend, weer terug en reed weg. Hij leek op Dustin Hoffman, maar dan met bril.

Naarmate de ochtend vorderde, werd het steeds drukker. Wat je hier heel veel ziet zijn Aziaten, ik noem ze voor het gemak Sienezen, maar dat zijn het natuurlijk niet allemaal. Ze vallen door bepaalde dingen nogal sterk op. Om te beginnen door hun talent constant in de weg te lopen. Je kan er niet langs, je kan geen foto maken want ze vormen een muur en zijn niet tevreden voor ze vijftig foto’s van elkaar gemaakt hebben. Ze zijn zeer luidruchtig en klinken als als een groep fietsen waarvan de wielen aanlopen. Ze hebben een grote voorliefde voor mondkapjes.
Op de foto willen ze altijd met hun vingers in het peace teken of op de rug genomen met gespreide armen. De jongere mannen willen doorgaans gefotografeerd worden terwijl ze omhoog springen met hun benen in spreidstand.
Of ze komen met een auto en stoppen op een onmogelijke plek, zoals de uitrijdplek van een parkeerplaats en dat zijn doorgaans jongeren. Dan laten ze alle portiers openstaan, zodat ze hun slechte smaak voor muziek keihard kenbaar maken. Werpen een blik op wat het ook moge zijn, zoals wij kijken of het water onder de aardappels kookt, rennen weer terug en rijden weg. In een heel zeldzaam geval maken ze ook nog een foto van elkaar.
Ik kan het me verbeelden, maar het komt op me over dat iedereen opgelucht ademhaalt als heel de handel weer in de touringcar is geprakt. Zodat er van de rust en het uitzicht genoten kan worden, want anders een pure onmogelijkheid is.

Het zonlicht werd ondertussen warmer en helderder en je zag de canyons veranderen en meer prijsgeven. Bryce Canyon is ongelooflijk prachtig en apart. Of er nu sneeuw ligt of bloedheet is: heel het gedetailleerde landschap zorgt ervoor dat je blijft kijken en wijzen.

DSCN1932

DSCN1939

DSCN1940

DSCN1972

Een grondeekhoorn genoot op een rots boven duizelingwekkende hoogte van de vroege ochtendzon op zijn lieve jasje te genieten.

DSCN2001

Bij het laatste uitzichtpunt vonden we nog een parkeerplaats voor de camper. De rest stond bomvol. We hebben rondgekeken, gewezen en genoten.

DSCN2019

DSCN2026

DSCN2038

DSCN2041

DSCN2061

We kwamen terug bij ons huis op wielen en vonden een enorme sticker op de zijruit. Een waarschuwing, want we mochten daar niet parkeren, inclusief een verhaal waar we niks mee konden.

DSCN2081

We zouden na dit uitkijkpunt het park uitrijden en gingen even langs het visitor center bij de uitgang, die ook ingang is. Ook hier was het sterrevus druk. Ik bleef in de camper en Henrie ging naar binnen. Van tevoren had hij een foto gemaakt van de plek waar we stonden. Nu komt het, over slechte communicatie gesproken!
Het blijkt dat je sinds 2015 vanaf 24 april tot 30 september NIET meer naar bepaalde uitkijkpunten mag met een camper die langer is dan 25 voet (7,5 meter).
Je krijgt een kaartje met die informatie als je het park inrijdt, maar die ingangen zijn voor zes uur ’s morgens niet bemand. Wordt het ergens anders aangegeven? Welnee, dat moet je maar ruiken of snappen of ben je soms achterlijk ofzo dat je dat niet weet?
Henrie meldde dat wij al voor zessen het park waren binnengereden. Waarop de man geil lachend ons even de toegangsprijs van dertig dollar wilde aanrekenen. Maar hij had buiten de jaarpas gerekend, die wij van een lieve vriend hadden gekregen die in oktober in Amerika was. Dan kun je alle national parken in, zonder verder te moeten betalen.
Maar dit was werkelijk heel slecht en onprofessioneel. Op dit soort plekken waar jaarlijks miljoenen mensen komen, mag je je beter organiseren!

We vertrokken en besloten onderweg ergens iets te eten. In het gehucht Panguitch was een fastfood restaurant dat Henries naam droeg. Volgens hem zou er dan wel haute cuisine worden geserveerd, maar gelukkig was die zaak dicht.

DSCN2086

Een eindje verderop zat een zaak die er heel erg retro uitzag en we besloten daar wat dollars uit te geven. Tot mijn geluk serveerden ze ook mijn favoriete French Dip. We wachtten en we wachtten en we wachtten en besloten maar een dutje te gaan doen tot de boel geserveerd werd. Af en toe verwijderden we wat spinnenwebben van onze armen en keken nog eens rond.
Waar Henrie en ik met elkaar praatten, communiceerde de andere mensen op een modernere manier, maar kennelijk niet graag met elkaar.

DSCN2097

DSCN2098

De meneer die onze bestelling had genomen, kwam zijn excuses maken: de kok was die dag nieuw begonnen en wist alles nog niet zo goed te vinden. Om het goed te maken zouden we als dessert gratis een bol ijs krijgen.
Na een uur (!) kwam het eten. Het was goed, het was zelfs prima, ik kan er niets van zeggen. Het ijs ook, alleen nam het maaltje wel een enorme hap uit onze middag. Hadden wij weer…

De camping had een vuurput, dus ook nu kon Henrie zijn pyromane neigingen botvieren en een fikkie stoken. Het werd weer koud die avond, niet zo erg als eergisteren, maar koud genoeg.

De camping ligt vlakbij ons volgende reisdoel. Even rondkijken? De coordinaten hier zijn N37.23588 W112.85530

Coral Pink Sand Dunes, onder andere…

We gingen op weg naar de Coral Pink Sand Dunes, duinen van oranje/roze zand. Onderweg kwamen we langs een grot die ingericht was als museum.
De buitenkant was gebouwd als een cliff dwelling die je hier in de omgeving kunt vinden: woningen van de Anasazi Indianen die in de luwte onderaan een enorme rotswand woningen bouwden.

DSCN1768

Deze grot was in de veertiger jaren een silicamijn, maar de silica die hier gevonden werd was niet goed genoeg om er glas van te maken.
Die grot werd in de eerste helft van de de vorige eeuw gebruikt voor kampvuren, vuurwerk en vuilverbranding. Daarom is het plafond helemaal wit, in plaats van oranje wat die had moeten zijn. Er was ook heel veel vandalisme, waardoor er ook veel dingen vernield en verdwenen zijn.
In deze omgeving woonden 1200 jaar geleden de Moqui Indianen, die de vooruders waren van de huidige Hopi Indianen.
In 1951 werd het stuk land, inclusief grot, gekocht door de familie Chamberlain. Deze familie had hier vijfentwintig jaar een dancing en bar, waarmee geld genoeg werd verdiend om een museum te beginnen. De artefacten die hier tentoongesteld worden, zijn over de hele wereld verzameld. Wat ook te zien is aan al het geld dat uit al die landen is meegenomen.

DSCN1811

DSCN1808

DSCN1810

Zelfs dinosaurussporen, zoals die bij Lake Powell zijn gevonden.

DSCN1780

DSCN1781

Utah werd bevokt door mormonen, nu zijn er nog een heleboel, vandaar dat je niet zomaar alcohol kunt kopen. Opa Chamberlain had zes vrouwen en vijfenvijftig kinderen, waarvan er een heel stel al jong stierven. Utah was een lege staat en door veel vrouwen te hebben en dus veel kinderen, zorg je dus voor bevolking. Al sinds langere tijd wilde Utah tot een zelfstandige staat uitgeroepen worden, maar vanwege de legale polygamie ging dat niet door.
Wat doe je dan? Dan maak je het strafbaar. Dus opa, die al sinds jaar en dag zes vrouwen had, moest ineens de gevangenis in voor zes maanden. Daarna moest hij voor iedere vrouw $100,- boete betalen. Een gigantisch bedrag in die tijd, plus een woning voor iedere vrouw zoeken. Dat is natuurlijk te bizar voor woorden. Het is toegestaan, er wordt vrolijk op los gebigamied en dan ineens is het verboden. Maak er dan een sterfhuisconstructie van: de mannen die nu in zo’n huwelijk zitten, o.k. maar geen nieuwe meer. Maar nee, we vinden wel een achterlijke oplossing.
Er zijn nog wel splintergroeperingen van mormonen die nog wel aan bigamie doen. Maar onofficieel, ze trouwen dus met één vrouw en nemen er dan nog een paar officieus bij.

Ik vroeg aan Henrie of hij dat geen leuk idee vond, een paar Laureentjes erbij. Of hij het een leuke gedachte vond weet ik niet, maar hij greep naar zijn hart en ik zag zijn ogen wegdraaien en zijn lippen blauw worden. Ik ben er maar niet op doorgegaan.
Tegenwoordig is de grot trouwens nog steeds in handen van de familie Chamberlain.
Nog een leuke: in 1914 werd de zesde vrouw van opa Chamberlain, samen met nog vier vrouwen, verkozen tot gemeenteraadslid van die stad. Die er behoorlijk onder floreerde, schoon was en alles goed was geregeld. Ik durf zelfs te beweren dat er amper criminaliteit was: die kerels keken wel uit en zullen zich ongetwijfeld koest hebben gehouden.
Ik bedoel: vijf vrouwen…
De Coral Sand Dunes waren mooi, apart, bijzonder, maar niet om je er uren aan vergapend rond te lopen.

DSCN1825

DSCN1826

DSCN1831

Het zand is mul en ik vond het wel best, maar Henrie, mijn stoere bergbeklimmer, beklom een duin en kwam met zes kilo zware schoenen terug. Toen hij die had leeggegooid lagen er weer twee duintjes bij.

DSCN1834

DSCN1835

Onderweg kwamen we in een piepklein gehucht van ongeveer één straat langs een Family Dollar en we besloten nog wat nodig te hebben. We hadden de spandoeken wel gelezen over de opening enzo, maar geen aandacht aan besteed.
We kwamen er binnen en het voltallige personeel begon ons toe te juichen en te verwelkomen, met één dame als prinses verkleed.

DSCN1853

DSCN1855

DSCN1856

De opening was die dag en voor zo’n gehucht natuurlijk heel wat, want in de verre omtrek is er gewoon niks en bij die Family Dollars kun je voor heel wat zaken terecht.
Met het welkomstgejuich nog in onze oren reden we verder en konden we alvast een voorproefje nemen van wat we de volgende dag gingen bekijken.

DSCN1878

DSCN1879

We kwamen er ook achter dat er mensen zijn die een wel heel alternatieve manier van reizen hebben.
DSCN1863

DSCN1865

Op de camping was het liederlijk koud. We stonden op 2300 meter hoogte en het zou nul graden worden. Wat ook gebeurde. Natuurlijk het ideale moment voor Henrie om fikkie te gaan stoken, het brandhout hadden we een poos geleden al gekocht.

DSCN1882

DSCN1891

Camping bekijken? Hier de coördinaten: N37.66851 W112.15839

Antelope Canyon

De reden om naar Page te komen was dat we een ander deel van het Antelope Canyon wilde doen. Vorig jaar deden we de zogeheten upper rim en nu wilden we de lower rim doen.
Antelope Canyon is Indianengebied en ik vertelde jullie al eens: ik ben niet zo dol op Indianen. Alleen al vanwege de beestige manier waarop ze hun dieren behandelen. Denk aan de bordercollie pup Daisey May, die we vier jaar geleden uit een reservaat midden in de woestijn hebben gered, met een stuk touw rond haar nekje. Slechts uren van haar dood verwijderd en die nu een supergeweldig thuis heeft in Monticello (Utah) bij mensen die haar aanbidden. En dat is maar een piepklein voorbeeld.
Maar goed, dit even terzijde.
Om te beginnen moest je betalen om het terrein op te mogen waar de bedrijfjes zitten die de tours doen.

Ze zeggen je niet bij de ingang dat je het net bemachtigde kaartje mee naar binnen moet nemen. Daar kom je dus pas achter als je het stuk van de camper naar het desbetreffende gebouw hebt gelopen.
Ik bedoel: je kunt er niet komen zonder langs die kassa te gaan, dus wat is dan de toegevoegde waarde? Dus Henrie in galop terug naar de camper. Sta je in de rij, zie je dat je alleen cash kunt betalen! Hier in Amerika, waar alles plastic geld is! Je zou het toevallig niet bij je hebben, kun je weer helemaal naar Page om te gaan pinnen!
Weer naar die camper, in de zandstorm die zo’n beetje heerste. Kaartje gekocht en over een half uur zou onze groep gaan. Wat ze niet vertelden, geheel passend bij het Indianenplaatje, is dat er een ongeluk in de canyon was gebeurd en dat alle tours een uur vertraagd waren.
Dan hebben ze je geld al, je staat te wachten en dan krijg je ineens die mededeling. Ze wisten dat natuurlijk allang, maar verrotten het je in te lichten.
De Indiaan die mompelend had gemeld dat de zooi een uur vertraagd was, was niet te verstaan. Dus liep ik er redelijk briesend naar toe. Het gedoe met kaartjes en cash betalen had de eikeltjes bij de ingang al een vette Nederlandse vloek opgeleverd en dan dit nog.
Naast me stond een echtpaar dat ook niet blij was en waarvan de vrouw zei: als ze dit bij de kassa hadden gezegd, waren we vertrokken!

Hij gaf hen het enige antwoord dat hij kende: hij haalde zijn schouders op, oftewel: het interesseerde hem geen bal.
Na een uur kwamen we terug, we zochten natuurlijk in de tussentijd ons heil in de camper, hoorden we dat het nog bijna een uur zou duren. De schouderophaler stond het allemaal niet te kunnen helpen, buiten dat het hem niet interesseerde. Ik ben nog net niet stampvoetend naar de balie vooraan gegaan, waar mensen een kaartje kochten. De mensen die net geholpen werden zouden om 13:00 aan de tour konden beginnen.
“Wij moeten tot 13:20 wachten en zij kunnen om 13:00 al vertrekken, terwijl wij al ruim een uur wachten?” snauwde ik vriendelijk. De man kwam achter de balie vandaan, zei dat we gewoon vooraan moesten gaan staan en zeggen dat we al eerder hadden geboekt.
Maar kennelijk hadden ze al een blik gidsen opengetrokken: buiten stonden er ineens een stuk of vijftien en werden de rondleidingen met slechts een paar minuten er tussen gegeven.

Je moest een stukje lopen over een hellend terrein en we werden al gewaarschuwd voor veel grint en losse stenen.

Om het canyon in te komen, moesten we over vijf trappen, waarvan er eentje supersteil was en die je alleen achteruit af kon dalen. Het zweet stond in mijn handen, het was vreselijk.

Maar de beloning was geweldig. Wat een prachtige omgeving! Helemaal gevormd door water die bij grote regenval hier zijn weg door zoekt.

Vroeger en dan bedoel ik in de oudheid, werd dit canyon aangedaan door Pronghorn antilopen, die hier nu niet meer komen. Veel dieren zitten hier tegenwoordig niet. Een enkele kraai die hier zijn nest bouwt en in nog zeldzamer gevallen komt hier wel eens een uil
Voor die dieren is het met al die mensen natuurlijk niet rustig en vergeet de flash floods niet. Dat zijn zeer plotselinge overstromingen die je ook niet aan ziet komen.
Die ontstaan als het in de bergen heel hard regent en als van een dak stroomt dat water dan allemaal hier doorheen. Op de bodem van het canyon ligt rood, heel fijn zand. Dat wordt na iedere flash flood aangebracht. De originele bodem bestaat uit rotsgesteente met kuilen en allerlei onregelmatigheden, wat de veiligheid niet ten goede komt.
Het eerder genoemde ongeluk was een man die van een trap was gevallen, omdat hij de laatste trede had gemist.

Hij was er nogal behoorlijk aan toe kennelijk, allerlei kneuzingen en lag behoorlijk open. Op dit terrein zijn twee bedrijfjes die deze tours doen en de man die gevallen was, deed de tour van het andere bedrijf. Dat, kennelijk Amerikaanse gewoonte, na dit ongeval meteen werd gesloten. Of dit voor een dag is of langer weet ik niet.
Onze gids, een Indiaan die Josh heette en een kop groter dan ik, drukte ons dan ook bij bijna ieder stap op het hart om toch maar heel voorzichtig te zijn.

Dat deed hij normaal ongetwijfeld ook, maar met deze gebeurtenis in zijn achterhoofd was hij nog meer op zijn hoede.
Vooraan liep een groep Sienezen die bij vrijwel iedere stap een foto maakten. Niet van de canyon, dat zou ik begrijpen, maar van elkaar. Of met z’n tweeën, drieën, met de gids en selfies. Waar iedereen zich vergaapte aan de omgeving, waren zij kennelijk vooral door elkaar gefascineerd. Moeten ze zelf weten, maar het hield de boel wel op.
De doorgangen zijn namelijk heel nauw en je loopt echt niet zomaar langs iemand heen. Op een gegeven moment wilde ik een foto van een kleine ruimte nemen, maar die stond vol met Sienezen die zich daar met een schoenlepel in hadden geperst.
Ik wachtte tot ze een keer doorliepen, maar ze hadden elkaar nog niet voor de zesenveertigste keer gefotografeerd en er waren ook nog niet genoeg selfies genomen. De gids snapte wel waarom ik bleef staan en maande ze een keer door te lopen. Dat ging vijf meter goed, maar ik had mijn foto tenminste.

Boven de grond waaide het nog behoorlijk wat aan het vallende zand te merken was. Vijf kwartier duurde de rondleiding, met trappen, supersmalle doorgangetjes en stukjes waar je amper je voet kon neerzetten. Lage doorgangen, zodat je met je neus tegen je knieen er door moest, maar het was vooral prachtig mooi.

Laten we zeggen dat het de ergernis van die ochtend ruimschoots compenseerde. Om de canyon uit te komen, moest je weer door een nauwe doorgang.

Buiten de uitgang was in het steen de afdruk van een dinosaurus te zien die zo’n 1.80 hoog moet zijn geweest.

Gezien het gedoe met campings gisteren, belde Henrie uit voorzorg een camping in ons volgende reisdoel: Kanab, anderhalf rijden verder, tussen Page en Kanab is niks, misschien vijf huizen, maar wel prachtige uitzichten.
Voor we verder reden moesten we nog even tanken. Ik vertelde al eens dat je hier nogal merkwaardige smaken hebt voor milkshakes, zoals een shake met bacon. Dit was de nieuwste: milkshake met de smaak van cake beslag.

We stopten bij een brug over de Glen Canyon dam, waar je van een duizelingwekkende hoogte naar beneden keek. De wind was zo hard, dat je letterlijk bij iedereen het t-shirt omhoog zag gaan. Vandaar kennelijk de term: uit je hemd waaien. Hier gebeurde het.

We hadden geluk: er was een annulering geweest, waarmee wij de laatste plek hadden. Net zoals vorig jaar het geval was, met deze zelfde camping.
De camping ligt pal in het centrum en mijn gedachten gingen meteen uit naar even een biertje halen. Op hetzelfde moment realiseerde ik me: we zitten in Utah. Mormonenstaat, dus het is een uur vroeger en geen alcohol. Nou ja, in de camper hebben we genoeg…

Even hier rondkijken? De coördinaten zijn N37.04267 W112.52475

Grand Canyon

Als je om vier opstaat omdat je met vakantie gaat, is dat al bizar. Als je op vakantie bent en je staat om half vijf op om iets te gaan bezichtigen, is dat nog veel bizarder.
Maar het zou de moeite waard zijn, al waren we er al vaker geweest. Eens in de zoveel tijd moet je even terug gaan om te kijken of het wel echt was wat je hebt gezien.
Dus vertrokken we toen het nog maar net licht was. Tegenover onze camping was een deel voor kampeerders in tenten. Dat zie je niet zo vaak hier. Toen we wegreden kwam er net een stel verkreukeld en suf naar buiten kruipen, om de tocht naar de koude w.c. te maken. We huiverden bij de aanblik en zetten de verwarming een tandje hoger. Dat mocht wel: het was twee graden buiten.
We zagen de zon boven de bergen uitkomen, stralender dan wij waren.

DSC_0689_zonsopkomst2

In het schuchtere ochtendlicht zagen we herten langs de kant van de weg grazen.

DSCN1446

DSCN1459

Tot we bij het eerste uitkijkpunt kwamen en ons vergaapten aan dat waar we zo vroeg voor waren opgestaan: de Grand Canyon in ochtendtooi. We kennen de Grand Canyon allemaal van foto’s en films, maar niet, maar dan ook niets haalt het bij de werkelijkheid.

DSC_0757_Duck-Rock

DSC_0795_rocks

DSC_0850_Laureen

DSCN1451

’s Morgens vroeg hullen de ravijnen en glooiinen zich nog in diepblauwe tinten en verbergen ze hun geheimen. Maar hoe hoger de zon, hoe feller de contouren en de kleuren worden.

DSC_0911_Colorado_River

DSC_0962_stitch_1600x641

DSCN1497

DSCN1509

Het is niet te geloven dat je gewoon tweehonderd kilometer in de verte kan kijken. Dat het populairste oversteekpunt voor vogels het deel is, waar de canyonranden ‘slechts’ dertien kilometer van elkaar verwijderd zijn.
De verantwoordelijke voor dit ongelooflijke gebied is de Colorado River, die in vijf miljoen jaar het landschap uitsleet met zijn water en alles wat er in werd meegevoerd.

DSCN1507

Het is ook niet te geloven helemaal naar Amerika te reizen, naar de Grand Canyon, om daar een Nederlandse mevrouw te zien met hetzelfde fleecevest dat ze, net als ik, al jaren heeft, omdat het zo lekker zit.

DSCN1514

Verder gingen we, genietend van alle uitzichten en ons nederig voelend: dit was er miljoenen jaren voor ons en zal er miljoenen jaren na ons zijn.

DSCN1534

Een hert stond bij een parkeerplaats genoeglijk het jonge loof van boompjes te eten en het verse gras. Dat wij keken en foto’s maakten, was totaal niet interessant. Eigenlijk verwachtte ik dat hij op een gegeven moment om wat dollars zou vragen, voor de geleverde service.

DSCN1540

We waren uitbewonderd en gingen op weg. De Grand Canyon uit, richting Page. Een paar uur rijden, wat altijd zwaar is als je al zo lang op bent en bovendien allebei amper hebt geslapen.
Het was een lange weg zonder rustpunten door Indianengebied. Waar je maar van de weg kon, stonden kraampjes met dezelfde goedbedoelde sieradenzooi die allemaal op elkaar leek.
We stopten eventjes bij een rij van die kraampjes vanwege het mooie uitzicht. Eén van de verkoopsters zat scheef op haar stoel en was in diepe slaap verzonken.
Voor ik een foto kon maken, kwam er een grote groep motorrijders aan die ook even stopte.
Ze schokte wakker en kwam duidelijk van plezieriger oorden. Waarschijnlijk had ze gedroomd dat al haar spullen waren verkocht en ze straffeloos alle toeristen op hun gezicht mocht slaan. Of scalperen.

In Page zijn slechts twee campings, wat belachelijk is voor zo’n druk gebied en allebei bleken ze voor heel de week volgeboekt. De eerstvolgende was een paar uur rijden en geloof me: dat wil je niet na zo’n volle dag.
Via een trailerpark (zoiets als bij ons een woonwagenkampje, dat is hier heel gewoon en ze zijn doorgaans superkeurig) kwamen we uit op een piepkleine camping in Big Water, Utah.
We hadden geen telefoonnummer, dus het was een gok. Een gelukkige. Het was zeker piepklein: vijf plaatsen en vier daarvan werden permanent bewoond. Via het telefoonnummer op de deur wisten we de eigenaar te bereiken en konden we de enige vrije plek in gebruik nemen, zaterdag was die alweer besproken.
De camping, voor zover je het zo kon noemen, lag op een bedrijventerrein met veel honden in de omgeving. Wat misschien wel nodig was.

DSCN1584
DSCN1600

Naast onze camper stond een piepklein geval met aan de buitenkant op ooghoogte een kooitje. Ik dacht: dat is om de airco te beschermen, die er ook inderdaad in zat. Ik liep even rond op het terreintje en zag aan de andere kant van het campertje net zo’n kooitje, met een poes! En daar achter nog eentje, een zwarte.
Ik sprak ze aan de het grijze streepje kroelde zich verlekkerd tegen het muskietengaas en tot mijn verbijstering kwamen nog twee zwartjes bij. Met nieuwsgierige ogen en afwachtende houding.

DSCN1590

DSCN1591

DSCN1593

Binnen hoorde ik de eigenaar iedere vijf seconden zijn neus snuiten, misschien was hij allergisch voor katten. Aan andere kant, bij de airco, zat een langharig, roodwit ventje.

DSCN1594

Dan denk je even heel sterk aan je eigen geteisem en mis je de vele, dagelijkse kroeltjes. Maar realiseer je je ook hoe verwend het spulletje is! Deze katten zitten in een camper die misschien in totaal twee keer zo groot is als een volkswagenbus. Die drie van ons hebben tijdens de vakantie (omdat ze dan niet buiten mogen) de woonverdieping en de kelder om zich te vermaken en elkaar op het gezicht te slaan. In totaal een ‘schamele’ 290 vierkante meter.
De volgende ochtend kwam ik in gesprek met de eigenaar van de katten. Door het kooitje, want hij lag nog in bed. Ik had hem de vorige dag wel gezien, maar hij zag er niet uit als de vijfenzeventig jaar die hij bleek te zijn. Hij had zes katten aan boord, waarvan de oudste tweeentwintig was. De rest was rond de tien jaar oud en hij had ze allemaal uit de woestijn en van de straat geplukt toen ze nog kitten waren. Het gespuis zag er fantastisch uit en er werd duidelijk heel van gehouden. De reden dat ze niet buiten mochten, was omdat het hier barst van de coyotes.|
Jullie snappen, die man verdient een standbeeld en eeuwiger roem. Op Google zagen we zelfs zijn campertje staan. De coördinaten hier zijn: N37.081609 W111.666759

Verder gingen we, naar ons volgende doel. En wat we daar weer hadden…

Oatman en Laughlin

Trouwe lezers weten dat we al vaker in Oatman zijn geweest. Een oud mijnwerkersstadje aan de route 66 waar de burro’s (een soort ezeltjes) vrij rondlopen en gekoesterd en verwend worden. Zoiets als ons kattengespuis thuis. Het is er heel commercieel en toch altijd leuk om weer naar toe te gaan.
Het ligt een kilometer of vijftien van onze camping vandaan. In de camper of met de auto stelt het helemaal niks voor, maar denk eens aan de vroegere bewoners, die dit stuk op een paard, lopend of in een huifkar aflegden. Dat is al heel wat, maar die daar ook woonden. In houten huisjes, geen airco, zelfs geen ventilator. Een open raam was alles voor verkoeling en in de winter een fornuis. Het enige communicatiemiddel dat ze hadden waren de burro’s.
Die brachten de mensen van en naar de mijn, daar werd het voedsel en de post mee vervoerd, alles eigenlijk.
Toen het stadje leegliep werden de burro’s vrijgelaten om in de woestijn rond te trekken. De burro’s die nu Oatman bevolken, zijn de rechtstreekse afstammelingen daarvan.

DSCN1294

DSCN1296

DSCN1302

DSCN1322

DSCN1401

Ze zijn slim en aan het eind van de dag, als de toeristen vertrekken, gaan zij ook op weg om de nacht in de omringende woestijn door te brengen en dan komen ze de volgende dag weer terug. Voor al het lekkers dat ze van de toeristen krijgen.
Je moet uitkijken om niet in dampende vijgen te stappen, maar dat is denk ik een deel van de charme.

De winkeltjes zijn onveranderd leuk en bieden allerlei interessante dingen aan, net als veel goedbedoelde zooi. Dingen die toeristen graag kopen en thuis denken: wat moet ik er eigenlijk mee?

DSCN1300

DSCN1312

Het was leuk er weer eens rond te kijken en te zien dat de burro met het geknakte oor er na een aantal jaren ook nog steeds rondliep.

DSCN1318

Onderweg zagen we struiken die in kerstversiering getooid waren, net als de vorige keren en de bedoeling ervan is ons nog steeds niet duidelijk. Eentje was zelfs getooid met een foto van dat ergerlijke ettertje, hoe heet hij ook alweer… O ja, Bustin Jieber.

DSCN1288

DSCN1289

Twee keer per dag geven een paar senioren een zogenaamde wildwest show op straat, waarbij onder andere een pinautomaat wordt overvallen.

DSCN1398

Flauwe mopjes die al jaren hetzelfde zijn. Na de show gaan ze met de hoed rond. Het geld dat ze ophalen wordt integraal geschonken aan een ziekenhuis in Phoenix, die daarmee het vervoer van patienten bekostigd die het niet zo breed hebben. Dat is door al die jaren heen in totaal al opgelopen tot $85.000,-. Dan wil ik wel gemaakt grijnzen om een flauw grapje: die mannen zijn onbetaalbaar!
Bij hun show schieten ze ook zogenaamd met pistolen zonder kogels, die wel veel lawaai maken. Tot grote schrik van een paar kleine kinderen en een oude hond.

Aan de overkant van de Colorado rivier ligt het gokstadje Laughlin zoals ik al vertelde. Het was heel lang geleden dat ik daar was en Henrie was er nog nooit geweest. Dus tijd er een keer doorheen te rijden. We zijn zo vaak in Bullhead City geweest aan de overkant, maar hier nog nooit.

DSCN1348

DSCN1358

DSCN1359

DSCN1364

Het stelde niet veel voor. Casino’s, leuk, maar niet zoals in Las Vegas waar ieder casino een pretpark is.
We hebben even in de Colorado Belle rondgekeken, maar buiten gokken was er niks. Tijd om door te rijden dus.

DSCN1366

Bij de Walmart in Kingman heb ik werkelijk heel merkwaardige figuren gezien, van wie je je afvroeg of ze wel bestonden. Ik zocht een bepaald artikel en een meneer vroeg aan de meneer die er stond of ze het sowieso verkochten.
De ziel begon meteen te zoeken en na wat gepruts zei ik: nee, ik geloof niet dat het er is. Hij hield meteen op met prutsen en vroeg met de speciale stem en dictie die bij geestelijk gehandicapten hoort: If they ask you, will you tell them I served you well? (als ze het vragen wil je dan zeggen dat ik je goed geholpen heb?)
Nu was ik op alles voorbereid, maar niet dit. Dus ik vroeg een beetje simpel: Sorry? Hij prutste meteen weer verder tot ik hem verloste met de woorden dat ze het echt niet hadden.
Even later zag ik hem lopen met een winkelkarretje waarin hij alle spullen verzamelde, die mensen her en der in de schappen hadden gegooid en die daar niet thuishoorden.
Mijn vraag was duidelijk boven zijn krachten geweest en hij deed zo zijn best. Jammer dat niemand me wat vroeg, ik had hem graag bejubeld.
Toen we er naar binnen liepen, kwam er een klein, heel dik vrouwtje naar buiten die een heel strak t-shirt om haar ribbel droeg. Ze was net het Michelin mannetje en op haar t-shirt stond: This morning I woke up gorgeous…

We gaven het op en reden door naar de camping van vannacht, in Williams. Onze coördinaten hier zijn: N35.32878 W112.15796

Over een oud mijnstadje en een lafhartige diefstal

Nelson wordt op internet aangemerkt als een spookstadje, wat het niet is. Maar daar heb ik het nog over, Nelson was in ieder geval ons doel van die dag en o, het was heerlijk. Je rijdt door een onherbergzaam landschap, komt door het huidige Nelson en dan zie je antieke nederzetting liggen. Ik heb er kwijlend rondgelopen: oude spullen, auto’s, nummerplaten (!), verzin het maar. Allemaal spullen die wij om ons heen graaiend in de camper zouden proppen.
Maar dit waren nu eenmaal spullen die in iemands bezit waren, dus moet je je beheersen. We zijn zelfs nergens aangekomen. Een prestatie!

foto’s
DSCN1124

DSCN1125

DSCN1126

DSCN1128

DSCN1136

DSCN1139

Toen ik een schuur binnenstapte, hoorde ik iets wegscharrelen en twee redelijk naakte kuikens waarvan de soort me niet meteen bekend was, keken me kippig aan.

DSCN1143

Een piepklein vijvertje dat water bood aan dorstige dieren, wordt regelmatig bijgevuld gezien de waterslang. Het krioelde er van de kikkervisjes en een hagedis keek me woedend aan, omdat ik hem stoorde in zijn schoonheidsslaapje.

DSCN1155

DSCN1156

Dit zogeheten spookstadje is, zoals ik al zei, geen spookstadje. Het was een goudmijnstadje dat gesticht werd in 1861 en rond 1900 woonden hier honderdnegenenveertig mensen tegenover dertig (!) in Las Vegas, wat nu een miljoenenstad is.
De naam van deze mijn was Techatticup, wat Indiaans is voor: ik heb honger. Misschien deed de mijningang de Indianen denken aan een mond die openstond van de geeuwhonger, iets anders kan ik er niet van maken.
Op een gegeven moment was iedereen hier weggetrokken en heeft de boel veertig jaar leeg gestaan en in staan storten. Tweeëntwintig jaar geleden besloten Tony en Bobbie Werly de boel te kopen, met de bedoeling er te gaan wonen.
Ze hebben alles zelf opgebouwd, ramen geplaatst, gebouwen zoveel mogelijk in de oude staat gebracht en daarnaast hadden ze nog tijd om rommelmarkten en veilingen af te lopen om te zoeken naar allerlei curiosa en antiquiteiten. Gewoon, omdat het net zulke lorrenboeren zijn als wij. Gek op alles wat oud en apart is, alleen zij hingen alles op: binnen en buiten, nog steeds niet met het idee de boel te exploiteren. Maar gewoon, omdat ze het nu eenmaal kwijt moesten. Dat doen ze al vijfendertig jaar.

DSCN1159

DSCN1172

DSCN1183

DSCN1185

In de gebouwen die ze dus hebben gerenoveerd en weer opgebouwd, wonen op dit moment (inclusief zijzelf) zeven mensen. In Nelson, een halve mijl verderop, wonen er dertig en veel van hen is familie van elkaar.
Tony heeft altijd kano’s verhuurd en dat doet hij nu nog. De mijn is op zijn verzoek op veiligheid geïnspecteerd door een overheidsinstantie, die daarin gespecialiseerd is en daar worden nu ook rondleidingen gegeven.

DSCN1165

Na tien jaar begonnen mensen dit nederzettinkje te ontdekken en werden Tony en Bobbie ook gecontacteerd door bedrijven die excursies organiseren. Maar ook fotografen die hier fotoshoots willen maken en je kunt hier je bruiloft organiseren. Kortom, ondanks dat het niet hun ambitie was, is het ze met hard werken gelukt hier een bloeiende omgeving van te maken. Voor de deur staat een bord met aan de ene kant: geopend en aan de andere kant: gesloten, svp niet het terrein betreden. Wij wonen hier ook. Het terrein is dus niet vierentwintig uur per dag open voor publiek.
Tijdens het rondsnuffelen in het hoofdgebouw, waar van alles stond en verkocht werd, zoals deze plak plexiglas met allerlei enge woestijnbeesten:

DSCN1167

had ik naast een antieke kassa een heel grote pot zien staan met geld. Heel veel klein geld en aardig wat papiergeld. Om donaties in te doen als tegenprestatie voor het alles gratis kunnen bekijken. Toen ik die pot zag, had ik al besloten er een paar dollar in te doen. Nadat ik een foto van Tony had gemaakt en we verder wilden rijden, liep ik met wat dollars naar die pot.

DSCN1179

Die weg was. Ik zei het tegen Tony en die dacht dat zijn vrouw die gisteren had verplaatst. Dat kon natuurlijk niet: toen was ik er niet en ik had hem zien staan.
Toen Tony even de zaak uit was en ik er rondkeek, waren er drie jonge mannen binnengekomen. Indianen of Mexicanen, ik hou ze nooit zo uit elkaar en had er ook niet echt op gelet, die Tony wilden spreken omdat ze kennelijk een kano wilden huren of die mijntoer wilden maken.
Ik liep een gangetje in waar twee vertrekken waren. Eentje met aliens, de andere een zogenaamde slaapkamer.

DSCN1168

DSCN1169

Dat duurde misschien twee minuten en toen ik terug kwam waren ze weg. Het verband was snel gelegd met die verdwenen geldpot. Ik ben daarna namelijk constant in die ruimte aanwezig geweest. Tony is ruim een kop groter dan ik en ik vind het nog steeds jammer dat hij ze niet heeft kunnen betrappen. Of ik en dan lekker klikken. Want wat is lafhartiger en smeriger dan dit: geld stelen van mensen die zich drie slagen in de rondte werken? Tony bleef er uiterlijk gezien kalm onder, knap, ik had zelf al hele scenario’s in gedachten om die gastjes te grazen te nemen, want andere personen konden het niet geweest zijn.
Er kwamen pek en veren aan te pas. Of ook leuk: drie jaar openbare w.c.’s schoonlikken, die speciaal geplaatst zijn voor mensen met kwaadaardige diarree. Dit soort wezens hoort niet in de maatschappij thuis en kan er dus maar beter geen deel van uitmaken.

Grommend en boos reden we verder, richting Bullhead City, naar één van onze favoriete campings: Crossroads die eerst Blackstone RV heette, in de Mohave woestijn. We kwamen langs Laughling, ook een gokstadje, luxueus en prachtig, alles schreeuwt geld, luxe en verspilling.

DSCN1210

DSCN1211

DSCN1212

Zelf een gratis veerbootje om jou en je dollars van de droge oever van Arizona naar de wulpse casino’s te vervoeren.

DSCN1213

De Colorado River is de natuurlijke grens tussen Nevada en Arizona. Wij waren in Arizona, droog, woest en prachtig. De camping is doodstil, precies zoals wij hem kennen. Hier zijn de coördinaten, dan kun je zelf kijken: N34.976267 W114.534274
De Cactus Wren heeft weer een nestje in de cactus naast de camper.

DSCN1224

De vorige keer was het in de andere cactus en toen waren de eieren al uitgekomen. Deze cactus staat hier al heel lang en is misschien ouder dan ik ben en zal langer leven dan ik.

DSCN1233

Pas één keer eerder hebben we hem in knop gezien, knoppen die ’s nachts open gaan en enorme, prachtige, geurloze bloemen geven. Nu mochten we dat weer meemaken. Voor het perspectief heb ik mijn hand erbij gehouden, dan zie je hoe groot de knop overdag en de bloem ’s nachts is.

knop

knop2

In de verte schitteren de lichtjes van Laughlin, lokkend en roepend, maar de roep van de woestijn is luider. Jullie zijn hier niet, anders zou ik zeggen: pak een stoel, kom bij me zitten en luister samen met mij naar de stilte van de woestijn…

DSCN1247