Categorie archief: Vakantie 2016 USA

Vakantie 2016 USA

Zion

Het aparte van Zion is dat het een canyon is, waar je je onderin bevindt. Vrijwel alle andere canyons bekijk je van bovenaf. Zion is een prachtige canyon, die eerst doodlopend was, je moest dus dezelfde weg terug. Omdat dat vroeger voor het transport en vervoer niet handig was, besloten ze in 1920 een tunnel te maken. Deze was in 1930 af was en verbond Zion met de noordkant van de Grand Canyon.

Het was al lang geleden dat wij er waren. Misschien wel vijftien jaar, toen we nog met een auto rondreisden. We herinnerden ons nog de barre en woeste schoonheid en vonden dat het tijd was er weer een kijkje te gaan nemen.
De entree is $30,-, dat is bij die grote, nationale parken doorgaans de prijs, maar wilde je met een camper (en je moest wel) door de genoemde tunnel, dan betaalde je nog eens $15,-, wat het bezoekje ineens op $45,- brengt en dat is een forse prijs.

Door de jaarkaart die we van die lieve vriend kregen, viel de toegangsprijs weg. Maar nu het volgende: die tunnel is honderd jaar oud en dus niet berekend op het hedendaagse verkeer en al helemaal niet op die campers. Die moeten over de middenstreep, omdat ze vanwege hun hoogte anders de wanden van de afgeronde tunnelwanden zouden raken. Daarvoor moet het verkeer aan weerskanten stilgelegd worden, zodat campers er doorheen kunnen rijden. Dat grapje kost dus $15,-.
Maar wat hadden ze nu gedaan: het verkeer werd beurtelings door de tunnel gelaten. Dus laten we zeggen twintig voertuigen de ene keer en dan van de andere kant weer twintig voertuigen, enzovoort. Maar de auto’s hoefden geen $15,- te betalen, dit is nogal krom en ruikt naar opportunisme.

Als je door deze tunnel rijdt, kom je langs vier ‘ramen’. Er wordt uitdrukkelijk gemeld, dat dit geen uitkijkpunten zijn. Dit om te voorkomen dat mensen in die tunnel gaan stoppen om naar buiten te kijken en oohh en aaahhh te roepen. Deze ‘ramen’ werden tijdens de aanleg gebruikt om het puin naar buiten te gooien.

Bij de toegangspoort krijg je te horen dat je niet met privé voertuigen de canyon in mag. Dat kan alleen met shuttlebussen. Aan ene kant kan ik daar inkomen: de wegen zijn er niet op berekend, er zijn niet genoeg parkeerplaatsen en in zo’n nauwe canyon bouw je die ook niet zomaar bij zonder de prachtige natuur te verruineren.
Nu haat ik het gedoe met shuttlebussen. Dan ben je uitgekeken en kun je nog eens gaan wachten tot je weer verder kunt. Toegegeven: ze reden heel frequent dus van echte wachttijden was geen sprake.
Maar werd er aangegeven waar je je camper moest parkeren? Welnee. We vroegen het uiteindelijk op een camping en die meneer verwees ons naar een parking, vanwaar je nog een roteind moest lopen om bij een halte te komen. Het was dertig graden, je liep in de volle zon en als je dan weer terugkomt, doodmoe, ben je echt niet blij.
Uiteindelijk bleek vlakbij de halte een parkeerplaats te zijn, maar die eikel had daar niets van gezegd. En er stond een bordje, van zo’n tien bij vijftien centimeter. Net zo slecht als in Bryce Canyon dus en dat in een omgeving waar je alleen met eigen vervoer kunt komen, waar jaarlijks letterlijk miljoenen mensen komen, maar waar dus geen goede bewegwijzering is.

Zion maakte wel veel goed. Het is een prachtige, ruwe omgeving waar je omringd wordt door steile canyonwanden, die arrogant op je neerkijken. Dan weet je hoe een vlieg op je arm zich moet voelen.

Je kunt je ook goed voorstellen dat heel vroege volkeren, Indianen, zich hier veilig voelden. Maar dat het ook een val geweest kon zijn. Immers: het liep dood. Die miljoenen jaren oude omgeving, die gevormd is door de werking van de aarde en water en wind, staat haaks op het tere leven dat zich hier bevindt. Tijdelijk, kwetsbaar en toch onmisbaar.

Op de route van de shuttlebussen is één halte waar je ook wat te eten kunt krijgen. Hartstikke druk natuurlijk, rijen mensen voor de vette hapbalie en de ijsjesbalie. Leuk was, dat de mosterd, ketchup, etc, bij de ijsjesrij lagen. Je moest je dus door een muur mensen heenwringen, om iets te kunnen bemachtigen.
Plastic bestek, altijd handig bij een salade, moest je uit een soort automaatje halen dat natuurlijk leeg was. Achter dat apparaat lagen messen en vorken ingenieus verpakt te wachten om in dat automaatje te worden gestopt. Ik zei al: het was druk. Dus een mevrouw en ik hebben met gepast geweld bestek uit die verpakkingen gehaald, waarvoor je eigenlijk inbreker moest zijn om het open te kunnen maken.

We hebben het genuttigd op het grasveld, omringd door jengelende en jankende kinderen. Het was bloedheet, voor kinderen in ieder geval, rond een uur of drie ’s middags, dus die kinderen waren doodmoe. Ik snap werkelijk niet waarom dat grut zo nodig meegesjouwd moet worden op dit soort trips. Denken de ouders nu echt dat ze een wurm van amper twee jaar oud iets meegeven? Het lijkt me eerder een meer egoistisch streven: ja, we hebben nu wel kinderen, maar ik ga mezelf toch echt niets ontzeggen! Dan janken ze maar en als mensen daar last van hebben, gaan ze maar ergens anders zitten.

Bij iedere halte waren zogeheten trail heads. Wandelroutes met doorgaans behoorlijke afstanden. Wij vonden dat het aan het begin van zo’n route ook mooi was en weigerden verder te lopen. Langs de rivier zag je mensen genietend met hun voeten in het koude water zitten.

Zich niet bewust van deze slang die zich pal boven hun hoofden voortkronkelde, zoals vooral goed in het filmpje te zien is.

Langs de canyonwanden zie je soms op de merkwaardigste plekken begroeiing. Zo’n wand heeft dan een opening waar water doorsijpelt, waardoor die ook wel wheeping rock genoemd wordt (huilende rots) en waar plantjes genoeg vocht vinden om daar te groeien.

In de winter moet het hier heel koud zijn, in de zomer moordend heet. Op de thermiek zag je raven zweven, op de loer naar iets lekkers. Eén van de eeuwenoude bewoners, die het allemaal hebben zien gebeuren en veranderen.

Het is een prachtige omgeving, ze zouden alleen het gedoe met die shuttlebusjes niet moeten hebben…

Advertenties

Bryce Canyon

Er zijn plekken in Amerika waarvan je weet dat het er druk kan worden. Plekken die door de halve wereld gezien willen worden. Zoals de Grand Canyon natuurlijk, maar ook Bryce Canyon.
Reden om maar weer eens om vijf uur op te staan en om kwart voor zes het park binnen te rijden. En koud! Bryce Canyon ligt hoog (2700m), het had er dus ongetwijfeld gevroren die nacht en om de kou te benadrukken, stond er een stevige bries, die overal doorheen ging.
Het begon al vaag licht te worden. Aan de ene kant had je de volle maan, aan de andere kant de zon die qua kleur steeds meer aan warmte won. Niet aan temperatuur, dat duurde nog wel wat uren.

DSCN1914

DSCN1927

De weg door Bryce Canyon is een doodlopende weg van zeventien mijl lang, zo’n zevenentwintig kilometer, met op allerlei plekken uitkijkpunten. We hadden besloten meteen naar het eind te rijden en vanaf daar alle uitkijkpunten te doen.
Er was nog niemand te zien, een paar herten, meer niet. Bij één punt stond een meneer met een camera. Het was het punt waar wij stopten om foto’s van de zonsopgang te nemen, al was het nog niet het eindpunt. Waar die meneer foto’s van maakte is me niet duidelijk: hij keek niet naar de zonsopgang.

DSCN1925

Bryce Canyon is een werkelijk prachtige omgeving met overal rijen grillige pilaren. Gevormd door honderdduizenden jaren wind, water en kou. Je ziet er allerlei vormen in.

DSCN1915

DSCN1917

DSCN1923

DSCN1928

Iemand van de Paiute stam, Indiaan Dick vertelde ooit: “Voor dat hier Indianen woonden, woonden hier de Legend people. Ze leefden hier in allerlei soorten: hagedissen, vogels, dieren en ze hadden de kracht mensen van zichzelf te maken.
Maar ze waren slecht, daarom veranderde de Coyote God Sinawava ze in rots. En zo zie je ze nu ook: zittend, staand, elkaar vasthoudend. Nog steeds beschilderd in de kleuren die ze hadden toen ze in rots veranderd werden.”
En het lijken ook allemaal mensen die naar een bepaald punt kijken. Hoe de God Sinawava dat deed weet ik niet, maar ik ken ook wel wat mensen bij wie ik dat zou willen doen.

Bij een uitkijkpunt stopte in die stille, vroege ochtend een auto. Een meneer kwam luidop mompelend aangerend, nam nog steeds mompelend een foto en rende mompelend, weer terug en reed weg. Hij leek op Dustin Hoffman, maar dan met bril.

Naarmate de ochtend vorderde, werd het steeds drukker. Wat je hier heel veel ziet zijn Aziaten, ik noem ze voor het gemak Sienezen, maar dat zijn het natuurlijk niet allemaal. Ze vallen door bepaalde dingen nogal sterk op. Om te beginnen door hun talent constant in de weg te lopen. Je kan er niet langs, je kan geen foto maken want ze vormen een muur en zijn niet tevreden voor ze vijftig foto’s van elkaar gemaakt hebben. Ze zijn zeer luidruchtig en klinken als als een groep fietsen waarvan de wielen aanlopen. Ze hebben een grote voorliefde voor mondkapjes.
Op de foto willen ze altijd met hun vingers in het peace teken of op de rug genomen met gespreide armen. De jongere mannen willen doorgaans gefotografeerd worden terwijl ze omhoog springen met hun benen in spreidstand.
Of ze komen met een auto en stoppen op een onmogelijke plek, zoals de uitrijdplek van een parkeerplaats en dat zijn doorgaans jongeren. Dan laten ze alle portiers openstaan, zodat ze hun slechte smaak voor muziek keihard kenbaar maken. Werpen een blik op wat het ook moge zijn, zoals wij kijken of het water onder de aardappels kookt, rennen weer terug en rijden weg. In een heel zeldzaam geval maken ze ook nog een foto van elkaar.
Ik kan het me verbeelden, maar het komt op me over dat iedereen opgelucht ademhaalt als heel de handel weer in de touringcar is geprakt. Zodat er van de rust en het uitzicht genoten kan worden, want anders een pure onmogelijkheid is.

Het zonlicht werd ondertussen warmer en helderder en je zag de canyons veranderen en meer prijsgeven. Bryce Canyon is ongelooflijk prachtig en apart. Of er nu sneeuw ligt of bloedheet is: heel het gedetailleerde landschap zorgt ervoor dat je blijft kijken en wijzen.

DSCN1932

DSCN1939

DSCN1940

DSCN1972

Een grondeekhoorn genoot op een rots boven duizelingwekkende hoogte van de vroege ochtendzon op zijn lieve jasje te genieten.

DSCN2001

Bij het laatste uitzichtpunt vonden we nog een parkeerplaats voor de camper. De rest stond bomvol. We hebben rondgekeken, gewezen en genoten.

DSCN2019

DSCN2026

DSCN2038

DSCN2041

DSCN2061

We kwamen terug bij ons huis op wielen en vonden een enorme sticker op de zijruit. Een waarschuwing, want we mochten daar niet parkeren, inclusief een verhaal waar we niks mee konden.

DSCN2081

We zouden na dit uitkijkpunt het park uitrijden en gingen even langs het visitor center bij de uitgang, die ook ingang is. Ook hier was het sterrevus druk. Ik bleef in de camper en Henrie ging naar binnen. Van tevoren had hij een foto gemaakt van de plek waar we stonden. Nu komt het, over slechte communicatie gesproken!
Het blijkt dat je sinds 2015 vanaf 24 april tot 30 september NIET meer naar bepaalde uitkijkpunten mag met een camper die langer is dan 25 voet (7,5 meter).
Je krijgt een kaartje met die informatie als je het park inrijdt, maar die ingangen zijn voor zes uur ’s morgens niet bemand. Wordt het ergens anders aangegeven? Welnee, dat moet je maar ruiken of snappen of ben je soms achterlijk ofzo dat je dat niet weet?
Henrie meldde dat wij al voor zessen het park waren binnengereden. Waarop de man geil lachend ons even de toegangsprijs van dertig dollar wilde aanrekenen. Maar hij had buiten de jaarpas gerekend, die wij van een lieve vriend hadden gekregen die in oktober in Amerika was. Dan kun je alle national parken in, zonder verder te moeten betalen.
Maar dit was werkelijk heel slecht en onprofessioneel. Op dit soort plekken waar jaarlijks miljoenen mensen komen, mag je je beter organiseren!

We vertrokken en besloten onderweg ergens iets te eten. In het gehucht Panguitch was een fastfood restaurant dat Henries naam droeg. Volgens hem zou er dan wel haute cuisine worden geserveerd, maar gelukkig was die zaak dicht.

DSCN2086

Een eindje verderop zat een zaak die er heel erg retro uitzag en we besloten daar wat dollars uit te geven. Tot mijn geluk serveerden ze ook mijn favoriete French Dip. We wachtten en we wachtten en we wachtten en besloten maar een dutje te gaan doen tot de boel geserveerd werd. Af en toe verwijderden we wat spinnenwebben van onze armen en keken nog eens rond.
Waar Henrie en ik met elkaar praatten, communiceerde de andere mensen op een modernere manier, maar kennelijk niet graag met elkaar.

DSCN2097

DSCN2098

De meneer die onze bestelling had genomen, kwam zijn excuses maken: de kok was die dag nieuw begonnen en wist alles nog niet zo goed te vinden. Om het goed te maken zouden we als dessert gratis een bol ijs krijgen.
Na een uur (!) kwam het eten. Het was goed, het was zelfs prima, ik kan er niets van zeggen. Het ijs ook, alleen nam het maaltje wel een enorme hap uit onze middag. Hadden wij weer…

De camping had een vuurput, dus ook nu kon Henrie zijn pyromane neigingen botvieren en een fikkie stoken. Het werd weer koud die avond, niet zo erg als eergisteren, maar koud genoeg.

De camping ligt vlakbij ons volgende reisdoel. Even rondkijken? De coordinaten hier zijn N37.23588 W112.85530

Coral Pink Sand Dunes, onder andere…

We gingen op weg naar de Coral Pink Sand Dunes, duinen van oranje/roze zand. Onderweg kwamen we langs een grot die ingericht was als museum.
De buitenkant was gebouwd als een cliff dwelling die je hier in de omgeving kunt vinden: woningen van de Anasazi Indianen die in de luwte onderaan een enorme rotswand woningen bouwden.

DSCN1768

Deze grot was in de veertiger jaren een silicamijn, maar de silica die hier gevonden werd was niet goed genoeg om er glas van te maken.
Die grot werd in de eerste helft van de de vorige eeuw gebruikt voor kampvuren, vuurwerk en vuilverbranding. Daarom is het plafond helemaal wit, in plaats van oranje wat die had moeten zijn. Er was ook heel veel vandalisme, waardoor er ook veel dingen vernield en verdwenen zijn.
In deze omgeving woonden 1200 jaar geleden de Moqui Indianen, die de vooruders waren van de huidige Hopi Indianen.
In 1951 werd het stuk land, inclusief grot, gekocht door de familie Chamberlain. Deze familie had hier vijfentwintig jaar een dancing en bar, waarmee geld genoeg werd verdiend om een museum te beginnen. De artefacten die hier tentoongesteld worden, zijn over de hele wereld verzameld. Wat ook te zien is aan al het geld dat uit al die landen is meegenomen.

DSCN1811

DSCN1808

DSCN1810

Zelfs dinosaurussporen, zoals die bij Lake Powell zijn gevonden.

DSCN1780

DSCN1781

Utah werd bevokt door mormonen, nu zijn er nog een heleboel, vandaar dat je niet zomaar alcohol kunt kopen. Opa Chamberlain had zes vrouwen en vijfenvijftig kinderen, waarvan er een heel stel al jong stierven. Utah was een lege staat en door veel vrouwen te hebben en dus veel kinderen, zorg je dus voor bevolking. Al sinds langere tijd wilde Utah tot een zelfstandige staat uitgeroepen worden, maar vanwege de legale polygamie ging dat niet door.
Wat doe je dan? Dan maak je het strafbaar. Dus opa, die al sinds jaar en dag zes vrouwen had, moest ineens de gevangenis in voor zes maanden. Daarna moest hij voor iedere vrouw $100,- boete betalen. Een gigantisch bedrag in die tijd, plus een woning voor iedere vrouw zoeken. Dat is natuurlijk te bizar voor woorden. Het is toegestaan, er wordt vrolijk op los gebigamied en dan ineens is het verboden. Maak er dan een sterfhuisconstructie van: de mannen die nu in zo’n huwelijk zitten, o.k. maar geen nieuwe meer. Maar nee, we vinden wel een achterlijke oplossing.
Er zijn nog wel splintergroeperingen van mormonen die nog wel aan bigamie doen. Maar onofficieel, ze trouwen dus met één vrouw en nemen er dan nog een paar officieus bij.

Ik vroeg aan Henrie of hij dat geen leuk idee vond, een paar Laureentjes erbij. Of hij het een leuke gedachte vond weet ik niet, maar hij greep naar zijn hart en ik zag zijn ogen wegdraaien en zijn lippen blauw worden. Ik ben er maar niet op doorgegaan.
Tegenwoordig is de grot trouwens nog steeds in handen van de familie Chamberlain.
Nog een leuke: in 1914 werd de zesde vrouw van opa Chamberlain, samen met nog vier vrouwen, verkozen tot gemeenteraadslid van die stad. Die er behoorlijk onder floreerde, schoon was en alles goed was geregeld. Ik durf zelfs te beweren dat er amper criminaliteit was: die kerels keken wel uit en zullen zich ongetwijfeld koest hebben gehouden.
Ik bedoel: vijf vrouwen…
De Coral Sand Dunes waren mooi, apart, bijzonder, maar niet om je er uren aan vergapend rond te lopen.

DSCN1825

DSCN1826

DSCN1831

Het zand is mul en ik vond het wel best, maar Henrie, mijn stoere bergbeklimmer, beklom een duin en kwam met zes kilo zware schoenen terug. Toen hij die had leeggegooid lagen er weer twee duintjes bij.

DSCN1834

DSCN1835

Onderweg kwamen we in een piepklein gehucht van ongeveer één straat langs een Family Dollar en we besloten nog wat nodig te hebben. We hadden de spandoeken wel gelezen over de opening enzo, maar geen aandacht aan besteed.
We kwamen er binnen en het voltallige personeel begon ons toe te juichen en te verwelkomen, met één dame als prinses verkleed.

DSCN1853

DSCN1855

DSCN1856

De opening was die dag en voor zo’n gehucht natuurlijk heel wat, want in de verre omtrek is er gewoon niks en bij die Family Dollars kun je voor heel wat zaken terecht.
Met het welkomstgejuich nog in onze oren reden we verder en konden we alvast een voorproefje nemen van wat we de volgende dag gingen bekijken.

DSCN1878

DSCN1879

We kwamen er ook achter dat er mensen zijn die een wel heel alternatieve manier van reizen hebben.
DSCN1863

DSCN1865

Op de camping was het liederlijk koud. We stonden op 2300 meter hoogte en het zou nul graden worden. Wat ook gebeurde. Natuurlijk het ideale moment voor Henrie om fikkie te gaan stoken, het brandhout hadden we een poos geleden al gekocht.

DSCN1882

DSCN1891

Camping bekijken? Hier de coördinaten: N37.66851 W112.15839

Antelope Canyon

De reden om naar Page te komen was dat we een ander deel van het Antelope Canyon wilde doen. Vorig jaar deden we de zogeheten upper rim en nu wilden we de lower rim doen.
Antelope Canyon is Indianengebied en ik vertelde jullie al eens: ik ben niet zo dol op Indianen. Alleen al vanwege de beestige manier waarop ze hun dieren behandelen. Denk aan de bordercollie pup Daisey May, die we vier jaar geleden uit een reservaat midden in de woestijn hebben gered, met een stuk touw rond haar nekje. Slechts uren van haar dood verwijderd en die nu een supergeweldig thuis heeft in Monticello (Utah) bij mensen die haar aanbidden. En dat is maar een piepklein voorbeeld.
Maar goed, dit even terzijde.
Om te beginnen moest je betalen om het terrein op te mogen waar de bedrijfjes zitten die de tours doen.

Ze zeggen je niet bij de ingang dat je het net bemachtigde kaartje mee naar binnen moet nemen. Daar kom je dus pas achter als je het stuk van de camper naar het desbetreffende gebouw hebt gelopen.
Ik bedoel: je kunt er niet komen zonder langs die kassa te gaan, dus wat is dan de toegevoegde waarde? Dus Henrie in galop terug naar de camper. Sta je in de rij, zie je dat je alleen cash kunt betalen! Hier in Amerika, waar alles plastic geld is! Je zou het toevallig niet bij je hebben, kun je weer helemaal naar Page om te gaan pinnen!
Weer naar die camper, in de zandstorm die zo’n beetje heerste. Kaartje gekocht en over een half uur zou onze groep gaan. Wat ze niet vertelden, geheel passend bij het Indianenplaatje, is dat er een ongeluk in de canyon was gebeurd en dat alle tours een uur vertraagd waren.
Dan hebben ze je geld al, je staat te wachten en dan krijg je ineens die mededeling. Ze wisten dat natuurlijk allang, maar verrotten het je in te lichten.
De Indiaan die mompelend had gemeld dat de zooi een uur vertraagd was, was niet te verstaan. Dus liep ik er redelijk briesend naar toe. Het gedoe met kaartjes en cash betalen had de eikeltjes bij de ingang al een vette Nederlandse vloek opgeleverd en dan dit nog.
Naast me stond een echtpaar dat ook niet blij was en waarvan de vrouw zei: als ze dit bij de kassa hadden gezegd, waren we vertrokken!

Hij gaf hen het enige antwoord dat hij kende: hij haalde zijn schouders op, oftewel: het interesseerde hem geen bal.
Na een uur kwamen we terug, we zochten natuurlijk in de tussentijd ons heil in de camper, hoorden we dat het nog bijna een uur zou duren. De schouderophaler stond het allemaal niet te kunnen helpen, buiten dat het hem niet interesseerde. Ik ben nog net niet stampvoetend naar de balie vooraan gegaan, waar mensen een kaartje kochten. De mensen die net geholpen werden zouden om 13:00 aan de tour konden beginnen.
“Wij moeten tot 13:20 wachten en zij kunnen om 13:00 al vertrekken, terwijl wij al ruim een uur wachten?” snauwde ik vriendelijk. De man kwam achter de balie vandaan, zei dat we gewoon vooraan moesten gaan staan en zeggen dat we al eerder hadden geboekt.
Maar kennelijk hadden ze al een blik gidsen opengetrokken: buiten stonden er ineens een stuk of vijftien en werden de rondleidingen met slechts een paar minuten er tussen gegeven.

Je moest een stukje lopen over een hellend terrein en we werden al gewaarschuwd voor veel grint en losse stenen.

Om het canyon in te komen, moesten we over vijf trappen, waarvan er eentje supersteil was en die je alleen achteruit af kon dalen. Het zweet stond in mijn handen, het was vreselijk.

Maar de beloning was geweldig. Wat een prachtige omgeving! Helemaal gevormd door water die bij grote regenval hier zijn weg door zoekt.

Vroeger en dan bedoel ik in de oudheid, werd dit canyon aangedaan door Pronghorn antilopen, die hier nu niet meer komen. Veel dieren zitten hier tegenwoordig niet. Een enkele kraai die hier zijn nest bouwt en in nog zeldzamer gevallen komt hier wel eens een uil
Voor die dieren is het met al die mensen natuurlijk niet rustig en vergeet de flash floods niet. Dat zijn zeer plotselinge overstromingen die je ook niet aan ziet komen.
Die ontstaan als het in de bergen heel hard regent en als van een dak stroomt dat water dan allemaal hier doorheen. Op de bodem van het canyon ligt rood, heel fijn zand. Dat wordt na iedere flash flood aangebracht. De originele bodem bestaat uit rotsgesteente met kuilen en allerlei onregelmatigheden, wat de veiligheid niet ten goede komt.
Het eerder genoemde ongeluk was een man die van een trap was gevallen, omdat hij de laatste trede had gemist.

Hij was er nogal behoorlijk aan toe kennelijk, allerlei kneuzingen en lag behoorlijk open. Op dit terrein zijn twee bedrijfjes die deze tours doen en de man die gevallen was, deed de tour van het andere bedrijf. Dat, kennelijk Amerikaanse gewoonte, na dit ongeval meteen werd gesloten. Of dit voor een dag is of langer weet ik niet.
Onze gids, een Indiaan die Josh heette en een kop groter dan ik, drukte ons dan ook bij bijna ieder stap op het hart om toch maar heel voorzichtig te zijn.

Dat deed hij normaal ongetwijfeld ook, maar met deze gebeurtenis in zijn achterhoofd was hij nog meer op zijn hoede.
Vooraan liep een groep Sienezen die bij vrijwel iedere stap een foto maakten. Niet van de canyon, dat zou ik begrijpen, maar van elkaar. Of met z’n tweeën, drieën, met de gids en selfies. Waar iedereen zich vergaapte aan de omgeving, waren zij kennelijk vooral door elkaar gefascineerd. Moeten ze zelf weten, maar het hield de boel wel op.
De doorgangen zijn namelijk heel nauw en je loopt echt niet zomaar langs iemand heen. Op een gegeven moment wilde ik een foto van een kleine ruimte nemen, maar die stond vol met Sienezen die zich daar met een schoenlepel in hadden geperst.
Ik wachtte tot ze een keer doorliepen, maar ze hadden elkaar nog niet voor de zesenveertigste keer gefotografeerd en er waren ook nog niet genoeg selfies genomen. De gids snapte wel waarom ik bleef staan en maande ze een keer door te lopen. Dat ging vijf meter goed, maar ik had mijn foto tenminste.

Boven de grond waaide het nog behoorlijk wat aan het vallende zand te merken was. Vijf kwartier duurde de rondleiding, met trappen, supersmalle doorgangetjes en stukjes waar je amper je voet kon neerzetten. Lage doorgangen, zodat je met je neus tegen je knieen er door moest, maar het was vooral prachtig mooi.

Laten we zeggen dat het de ergernis van die ochtend ruimschoots compenseerde. Om de canyon uit te komen, moest je weer door een nauwe doorgang.

Buiten de uitgang was in het steen de afdruk van een dinosaurus te zien die zo’n 1.80 hoog moet zijn geweest.

Gezien het gedoe met campings gisteren, belde Henrie uit voorzorg een camping in ons volgende reisdoel: Kanab, anderhalf rijden verder, tussen Page en Kanab is niks, misschien vijf huizen, maar wel prachtige uitzichten.
Voor we verder reden moesten we nog even tanken. Ik vertelde al eens dat je hier nogal merkwaardige smaken hebt voor milkshakes, zoals een shake met bacon. Dit was de nieuwste: milkshake met de smaak van cake beslag.

We stopten bij een brug over de Glen Canyon dam, waar je van een duizelingwekkende hoogte naar beneden keek. De wind was zo hard, dat je letterlijk bij iedereen het t-shirt omhoog zag gaan. Vandaar kennelijk de term: uit je hemd waaien. Hier gebeurde het.

We hadden geluk: er was een annulering geweest, waarmee wij de laatste plek hadden. Net zoals vorig jaar het geval was, met deze zelfde camping.
De camping ligt pal in het centrum en mijn gedachten gingen meteen uit naar even een biertje halen. Op hetzelfde moment realiseerde ik me: we zitten in Utah. Mormonenstaat, dus het is een uur vroeger en geen alcohol. Nou ja, in de camper hebben we genoeg…

Even hier rondkijken? De coördinaten zijn N37.04267 W112.52475

Grand Canyon

Als je om vier opstaat omdat je met vakantie gaat, is dat al bizar. Als je op vakantie bent en je staat om half vijf op om iets te gaan bezichtigen, is dat nog veel bizarder.
Maar het zou de moeite waard zijn, al waren we er al vaker geweest. Eens in de zoveel tijd moet je even terug gaan om te kijken of het wel echt was wat je hebt gezien.
Dus vertrokken we toen het nog maar net licht was. Tegenover onze camping was een deel voor kampeerders in tenten. Dat zie je niet zo vaak hier. Toen we wegreden kwam er net een stel verkreukeld en suf naar buiten kruipen, om de tocht naar de koude w.c. te maken. We huiverden bij de aanblik en zetten de verwarming een tandje hoger. Dat mocht wel: het was twee graden buiten.
We zagen de zon boven de bergen uitkomen, stralender dan wij waren.

DSC_0689_zonsopkomst2

In het schuchtere ochtendlicht zagen we herten langs de kant van de weg grazen.

DSCN1446

DSCN1459

Tot we bij het eerste uitkijkpunt kwamen en ons vergaapten aan dat waar we zo vroeg voor waren opgestaan: de Grand Canyon in ochtendtooi. We kennen de Grand Canyon allemaal van foto’s en films, maar niet, maar dan ook niets haalt het bij de werkelijkheid.

DSC_0757_Duck-Rock

DSC_0795_rocks

DSC_0850_Laureen

DSCN1451

’s Morgens vroeg hullen de ravijnen en glooiinen zich nog in diepblauwe tinten en verbergen ze hun geheimen. Maar hoe hoger de zon, hoe feller de contouren en de kleuren worden.

DSC_0911_Colorado_River

DSC_0962_stitch_1600x641

DSCN1497

DSCN1509

Het is niet te geloven dat je gewoon tweehonderd kilometer in de verte kan kijken. Dat het populairste oversteekpunt voor vogels het deel is, waar de canyonranden ‘slechts’ dertien kilometer van elkaar verwijderd zijn.
De verantwoordelijke voor dit ongelooflijke gebied is de Colorado River, die in vijf miljoen jaar het landschap uitsleet met zijn water en alles wat er in werd meegevoerd.

DSCN1507

Het is ook niet te geloven helemaal naar Amerika te reizen, naar de Grand Canyon, om daar een Nederlandse mevrouw te zien met hetzelfde fleecevest dat ze, net als ik, al jaren heeft, omdat het zo lekker zit.

DSCN1514

Verder gingen we, genietend van alle uitzichten en ons nederig voelend: dit was er miljoenen jaren voor ons en zal er miljoenen jaren na ons zijn.

DSCN1534

Een hert stond bij een parkeerplaats genoeglijk het jonge loof van boompjes te eten en het verse gras. Dat wij keken en foto’s maakten, was totaal niet interessant. Eigenlijk verwachtte ik dat hij op een gegeven moment om wat dollars zou vragen, voor de geleverde service.

DSCN1540

We waren uitbewonderd en gingen op weg. De Grand Canyon uit, richting Page. Een paar uur rijden, wat altijd zwaar is als je al zo lang op bent en bovendien allebei amper hebt geslapen.
Het was een lange weg zonder rustpunten door Indianengebied. Waar je maar van de weg kon, stonden kraampjes met dezelfde goedbedoelde sieradenzooi die allemaal op elkaar leek.
We stopten eventjes bij een rij van die kraampjes vanwege het mooie uitzicht. Eén van de verkoopsters zat scheef op haar stoel en was in diepe slaap verzonken.
Voor ik een foto kon maken, kwam er een grote groep motorrijders aan die ook even stopte.
Ze schokte wakker en kwam duidelijk van plezieriger oorden. Waarschijnlijk had ze gedroomd dat al haar spullen waren verkocht en ze straffeloos alle toeristen op hun gezicht mocht slaan. Of scalperen.

In Page zijn slechts twee campings, wat belachelijk is voor zo’n druk gebied en allebei bleken ze voor heel de week volgeboekt. De eerstvolgende was een paar uur rijden en geloof me: dat wil je niet na zo’n volle dag.
Via een trailerpark (zoiets als bij ons een woonwagenkampje, dat is hier heel gewoon en ze zijn doorgaans superkeurig) kwamen we uit op een piepkleine camping in Big Water, Utah.
We hadden geen telefoonnummer, dus het was een gok. Een gelukkige. Het was zeker piepklein: vijf plaatsen en vier daarvan werden permanent bewoond. Via het telefoonnummer op de deur wisten we de eigenaar te bereiken en konden we de enige vrije plek in gebruik nemen, zaterdag was die alweer besproken.
De camping, voor zover je het zo kon noemen, lag op een bedrijventerrein met veel honden in de omgeving. Wat misschien wel nodig was.

DSCN1584
DSCN1600

Naast onze camper stond een piepklein geval met aan de buitenkant op ooghoogte een kooitje. Ik dacht: dat is om de airco te beschermen, die er ook inderdaad in zat. Ik liep even rond op het terreintje en zag aan de andere kant van het campertje net zo’n kooitje, met een poes! En daar achter nog eentje, een zwarte.
Ik sprak ze aan de het grijze streepje kroelde zich verlekkerd tegen het muskietengaas en tot mijn verbijstering kwamen nog twee zwartjes bij. Met nieuwsgierige ogen en afwachtende houding.

DSCN1590

DSCN1591

DSCN1593

Binnen hoorde ik de eigenaar iedere vijf seconden zijn neus snuiten, misschien was hij allergisch voor katten. Aan andere kant, bij de airco, zat een langharig, roodwit ventje.

DSCN1594

Dan denk je even heel sterk aan je eigen geteisem en mis je de vele, dagelijkse kroeltjes. Maar realiseer je je ook hoe verwend het spulletje is! Deze katten zitten in een camper die misschien in totaal twee keer zo groot is als een volkswagenbus. Die drie van ons hebben tijdens de vakantie (omdat ze dan niet buiten mogen) de woonverdieping en de kelder om zich te vermaken en elkaar op het gezicht te slaan. In totaal een ‘schamele’ 290 vierkante meter.
De volgende ochtend kwam ik in gesprek met de eigenaar van de katten. Door het kooitje, want hij lag nog in bed. Ik had hem de vorige dag wel gezien, maar hij zag er niet uit als de vijfenzeventig jaar die hij bleek te zijn. Hij had zes katten aan boord, waarvan de oudste tweeentwintig was. De rest was rond de tien jaar oud en hij had ze allemaal uit de woestijn en van de straat geplukt toen ze nog kitten waren. Het gespuis zag er fantastisch uit en er werd duidelijk heel van gehouden. De reden dat ze niet buiten mochten, was omdat het hier barst van de coyotes.|
Jullie snappen, die man verdient een standbeeld en eeuwiger roem. Op Google zagen we zelfs zijn campertje staan. De coördinaten hier zijn: N37.081609 W111.666759

Verder gingen we, naar ons volgende doel. En wat we daar weer hadden…

Oatman en Laughlin

Trouwe lezers weten dat we al vaker in Oatman zijn geweest. Een oud mijnwerkersstadje aan de route 66 waar de burro’s (een soort ezeltjes) vrij rondlopen en gekoesterd en verwend worden. Zoiets als ons kattengespuis thuis. Het is er heel commercieel en toch altijd leuk om weer naar toe te gaan.
Het ligt een kilometer of vijftien van onze camping vandaan. In de camper of met de auto stelt het helemaal niks voor, maar denk eens aan de vroegere bewoners, die dit stuk op een paard, lopend of in een huifkar aflegden. Dat is al heel wat, maar die daar ook woonden. In houten huisjes, geen airco, zelfs geen ventilator. Een open raam was alles voor verkoeling en in de winter een fornuis. Het enige communicatiemiddel dat ze hadden waren de burro’s.
Die brachten de mensen van en naar de mijn, daar werd het voedsel en de post mee vervoerd, alles eigenlijk.
Toen het stadje leegliep werden de burro’s vrijgelaten om in de woestijn rond te trekken. De burro’s die nu Oatman bevolken, zijn de rechtstreekse afstammelingen daarvan.

DSCN1294

DSCN1296

DSCN1302

DSCN1322

DSCN1401

Ze zijn slim en aan het eind van de dag, als de toeristen vertrekken, gaan zij ook op weg om de nacht in de omringende woestijn door te brengen en dan komen ze de volgende dag weer terug. Voor al het lekkers dat ze van de toeristen krijgen.
Je moet uitkijken om niet in dampende vijgen te stappen, maar dat is denk ik een deel van de charme.

De winkeltjes zijn onveranderd leuk en bieden allerlei interessante dingen aan, net als veel goedbedoelde zooi. Dingen die toeristen graag kopen en thuis denken: wat moet ik er eigenlijk mee?

DSCN1300

DSCN1312

Het was leuk er weer eens rond te kijken en te zien dat de burro met het geknakte oor er na een aantal jaren ook nog steeds rondliep.

DSCN1318

Onderweg zagen we struiken die in kerstversiering getooid waren, net als de vorige keren en de bedoeling ervan is ons nog steeds niet duidelijk. Eentje was zelfs getooid met een foto van dat ergerlijke ettertje, hoe heet hij ook alweer… O ja, Bustin Jieber.

DSCN1288

DSCN1289

Twee keer per dag geven een paar senioren een zogenaamde wildwest show op straat, waarbij onder andere een pinautomaat wordt overvallen.

DSCN1398

Flauwe mopjes die al jaren hetzelfde zijn. Na de show gaan ze met de hoed rond. Het geld dat ze ophalen wordt integraal geschonken aan een ziekenhuis in Phoenix, die daarmee het vervoer van patienten bekostigd die het niet zo breed hebben. Dat is door al die jaren heen in totaal al opgelopen tot $85.000,-. Dan wil ik wel gemaakt grijnzen om een flauw grapje: die mannen zijn onbetaalbaar!
Bij hun show schieten ze ook zogenaamd met pistolen zonder kogels, die wel veel lawaai maken. Tot grote schrik van een paar kleine kinderen en een oude hond.

Aan de overkant van de Colorado rivier ligt het gokstadje Laughlin zoals ik al vertelde. Het was heel lang geleden dat ik daar was en Henrie was er nog nooit geweest. Dus tijd er een keer doorheen te rijden. We zijn zo vaak in Bullhead City geweest aan de overkant, maar hier nog nooit.

DSCN1348

DSCN1358

DSCN1359

DSCN1364

Het stelde niet veel voor. Casino’s, leuk, maar niet zoals in Las Vegas waar ieder casino een pretpark is.
We hebben even in de Colorado Belle rondgekeken, maar buiten gokken was er niks. Tijd om door te rijden dus.

DSCN1366

Bij de Walmart in Kingman heb ik werkelijk heel merkwaardige figuren gezien, van wie je je afvroeg of ze wel bestonden. Ik zocht een bepaald artikel en een meneer vroeg aan de meneer die er stond of ze het sowieso verkochten.
De ziel begon meteen te zoeken en na wat gepruts zei ik: nee, ik geloof niet dat het er is. Hij hield meteen op met prutsen en vroeg met de speciale stem en dictie die bij geestelijk gehandicapten hoort: If they ask you, will you tell them I served you well? (als ze het vragen wil je dan zeggen dat ik je goed geholpen heb?)
Nu was ik op alles voorbereid, maar niet dit. Dus ik vroeg een beetje simpel: Sorry? Hij prutste meteen weer verder tot ik hem verloste met de woorden dat ze het echt niet hadden.
Even later zag ik hem lopen met een winkelkarretje waarin hij alle spullen verzamelde, die mensen her en der in de schappen hadden gegooid en die daar niet thuishoorden.
Mijn vraag was duidelijk boven zijn krachten geweest en hij deed zo zijn best. Jammer dat niemand me wat vroeg, ik had hem graag bejubeld.
Toen we er naar binnen liepen, kwam er een klein, heel dik vrouwtje naar buiten die een heel strak t-shirt om haar ribbel droeg. Ze was net het Michelin mannetje en op haar t-shirt stond: This morning I woke up gorgeous…

We gaven het op en reden door naar de camping van vannacht, in Williams. Onze coördinaten hier zijn: N35.32878 W112.15796

Over een oud mijnstadje en een lafhartige diefstal

Nelson wordt op internet aangemerkt als een spookstadje, wat het niet is. Maar daar heb ik het nog over, Nelson was in ieder geval ons doel van die dag en o, het was heerlijk. Je rijdt door een onherbergzaam landschap, komt door het huidige Nelson en dan zie je antieke nederzetting liggen. Ik heb er kwijlend rondgelopen: oude spullen, auto’s, nummerplaten (!), verzin het maar. Allemaal spullen die wij om ons heen graaiend in de camper zouden proppen.
Maar dit waren nu eenmaal spullen die in iemands bezit waren, dus moet je je beheersen. We zijn zelfs nergens aangekomen. Een prestatie!

foto’s
DSCN1124

DSCN1125

DSCN1126

DSCN1128

DSCN1136

DSCN1139

Toen ik een schuur binnenstapte, hoorde ik iets wegscharrelen en twee redelijk naakte kuikens waarvan de soort me niet meteen bekend was, keken me kippig aan.

DSCN1143

Een piepklein vijvertje dat water bood aan dorstige dieren, wordt regelmatig bijgevuld gezien de waterslang. Het krioelde er van de kikkervisjes en een hagedis keek me woedend aan, omdat ik hem stoorde in zijn schoonheidsslaapje.

DSCN1155

DSCN1156

Dit zogeheten spookstadje is, zoals ik al zei, geen spookstadje. Het was een goudmijnstadje dat gesticht werd in 1861 en rond 1900 woonden hier honderdnegenenveertig mensen tegenover dertig (!) in Las Vegas, wat nu een miljoenenstad is.
De naam van deze mijn was Techatticup, wat Indiaans is voor: ik heb honger. Misschien deed de mijningang de Indianen denken aan een mond die openstond van de geeuwhonger, iets anders kan ik er niet van maken.
Op een gegeven moment was iedereen hier weggetrokken en heeft de boel veertig jaar leeg gestaan en in staan storten. Tweeëntwintig jaar geleden besloten Tony en Bobbie Werly de boel te kopen, met de bedoeling er te gaan wonen.
Ze hebben alles zelf opgebouwd, ramen geplaatst, gebouwen zoveel mogelijk in de oude staat gebracht en daarnaast hadden ze nog tijd om rommelmarkten en veilingen af te lopen om te zoeken naar allerlei curiosa en antiquiteiten. Gewoon, omdat het net zulke lorrenboeren zijn als wij. Gek op alles wat oud en apart is, alleen zij hingen alles op: binnen en buiten, nog steeds niet met het idee de boel te exploiteren. Maar gewoon, omdat ze het nu eenmaal kwijt moesten. Dat doen ze al vijfendertig jaar.

DSCN1159

DSCN1172

DSCN1183

DSCN1185

In de gebouwen die ze dus hebben gerenoveerd en weer opgebouwd, wonen op dit moment (inclusief zijzelf) zeven mensen. In Nelson, een halve mijl verderop, wonen er dertig en veel van hen is familie van elkaar.
Tony heeft altijd kano’s verhuurd en dat doet hij nu nog. De mijn is op zijn verzoek op veiligheid geïnspecteerd door een overheidsinstantie, die daarin gespecialiseerd is en daar worden nu ook rondleidingen gegeven.

DSCN1165

Na tien jaar begonnen mensen dit nederzettinkje te ontdekken en werden Tony en Bobbie ook gecontacteerd door bedrijven die excursies organiseren. Maar ook fotografen die hier fotoshoots willen maken en je kunt hier je bruiloft organiseren. Kortom, ondanks dat het niet hun ambitie was, is het ze met hard werken gelukt hier een bloeiende omgeving van te maken. Voor de deur staat een bord met aan de ene kant: geopend en aan de andere kant: gesloten, svp niet het terrein betreden. Wij wonen hier ook. Het terrein is dus niet vierentwintig uur per dag open voor publiek.
Tijdens het rondsnuffelen in het hoofdgebouw, waar van alles stond en verkocht werd, zoals deze plak plexiglas met allerlei enge woestijnbeesten:

DSCN1167

had ik naast een antieke kassa een heel grote pot zien staan met geld. Heel veel klein geld en aardig wat papiergeld. Om donaties in te doen als tegenprestatie voor het alles gratis kunnen bekijken. Toen ik die pot zag, had ik al besloten er een paar dollar in te doen. Nadat ik een foto van Tony had gemaakt en we verder wilden rijden, liep ik met wat dollars naar die pot.

DSCN1179

Die weg was. Ik zei het tegen Tony en die dacht dat zijn vrouw die gisteren had verplaatst. Dat kon natuurlijk niet: toen was ik er niet en ik had hem zien staan.
Toen Tony even de zaak uit was en ik er rondkeek, waren er drie jonge mannen binnengekomen. Indianen of Mexicanen, ik hou ze nooit zo uit elkaar en had er ook niet echt op gelet, die Tony wilden spreken omdat ze kennelijk een kano wilden huren of die mijntoer wilden maken.
Ik liep een gangetje in waar twee vertrekken waren. Eentje met aliens, de andere een zogenaamde slaapkamer.

DSCN1168

DSCN1169

Dat duurde misschien twee minuten en toen ik terug kwam waren ze weg. Het verband was snel gelegd met die verdwenen geldpot. Ik ben daarna namelijk constant in die ruimte aanwezig geweest. Tony is ruim een kop groter dan ik en ik vind het nog steeds jammer dat hij ze niet heeft kunnen betrappen. Of ik en dan lekker klikken. Want wat is lafhartiger en smeriger dan dit: geld stelen van mensen die zich drie slagen in de rondte werken? Tony bleef er uiterlijk gezien kalm onder, knap, ik had zelf al hele scenario’s in gedachten om die gastjes te grazen te nemen, want andere personen konden het niet geweest zijn.
Er kwamen pek en veren aan te pas. Of ook leuk: drie jaar openbare w.c.’s schoonlikken, die speciaal geplaatst zijn voor mensen met kwaadaardige diarree. Dit soort wezens hoort niet in de maatschappij thuis en kan er dus maar beter geen deel van uitmaken.

Grommend en boos reden we verder, richting Bullhead City, naar één van onze favoriete campings: Crossroads die eerst Blackstone RV heette, in de Mohave woestijn. We kwamen langs Laughling, ook een gokstadje, luxueus en prachtig, alles schreeuwt geld, luxe en verspilling.

DSCN1210

DSCN1211

DSCN1212

Zelf een gratis veerbootje om jou en je dollars van de droge oever van Arizona naar de wulpse casino’s te vervoeren.

DSCN1213

De Colorado River is de natuurlijke grens tussen Nevada en Arizona. Wij waren in Arizona, droog, woest en prachtig. De camping is doodstil, precies zoals wij hem kennen. Hier zijn de coördinaten, dan kun je zelf kijken: N34.976267 W114.534274
De Cactus Wren heeft weer een nestje in de cactus naast de camper.

DSCN1224

De vorige keer was het in de andere cactus en toen waren de eieren al uitgekomen. Deze cactus staat hier al heel lang en is misschien ouder dan ik ben en zal langer leven dan ik.

DSCN1233

Pas één keer eerder hebben we hem in knop gezien, knoppen die ’s nachts open gaan en enorme, prachtige, geurloze bloemen geven. Nu mochten we dat weer meemaken. Voor het perspectief heb ik mijn hand erbij gehouden, dan zie je hoe groot de knop overdag en de bloem ’s nachts is.

knop

knop2

In de verte schitteren de lichtjes van Laughlin, lokkend en roepend, maar de roep van de woestijn is luider. Jullie zijn hier niet, anders zou ik zeggen: pak een stoel, kom bij me zitten en luister samen met mij naar de stilte van de woestijn…

DSCN1247

Red Rock Canyon

Het was zeer aangenaam om weer een paar uur in en bij een zwembad door te brengen. Je had vier zwembaden van uiteenlopende formaten. Eentje met een waterval, die was geschikt voor ijsberen gezien de temperatuur van het water.
De grootste had lekker warm water en zelfs ik zat er snel in. Normaal duurt dat een poos met veel gehijg en geklappertand. Er zaten meerdere senioren in het zwembad, misschien was het daarom zo lekker warm: omdat dit dé oplossing was voor hun incontinentie.
De jacuzzi spande de kroon: ik denk dat het water ruim veertig graden was. Eigenlijk té warm, ik weet nu hoe een soepkip zich moet voelen.
Overal hingen borden met het zwembadreglement met daarop in hoofdzaak wat niet mag. Goed, kan ik inkomen, maar het verbaasde me dat kinderen (!) onder de achttien niet zonder begeleiding het zwembad in mogen. Ik bedoel: achttien! Die zitten al in het café, hebben vaak al diverse bedpartners gehad, sommigen hebben zelfs al een kind, je rijbewijs mag je hier op je zestiende halen, maar je mag niet zonder pappa of mamma naar het zwembad, waar het diepste punt anderhalve meter is. Of nog erger: je bent zeventien en je hebt al een kind, dat kan gebeuren, dan wil je naar het zwembad, dan moeten je ouders (oftewel de opa en oma van de kleine) mee!

DSCN1037

Toen we naar het zwembad gingen, viel me weer een ander bordje op. Daarop stond wanneer het alleen voor volwassenen was. Navraag legde uit dat je heel de dag mocht zwemmen, maar dan had je kans dat er ook kinderen waren. Tja, die vinden het ook leuk om in het water te spelen.
Twee oudere dames stonden geruime tijd in het water en bespraken op zeer luide toon de tekortkomingen van de diverse personen. De één na de ander werd aan stukken gescheurd. Maar ik las niets over tijden dat er geen senioren toegelaten werden.

’s Avonds zaten we lekker buiten en zagen we uit de gaatjes van een putdeksel van een bewateringssyteem onder onze camper ineens allemaal beestjes komen, die eruit zagen als kakkerlakken. Gedverderrie en ze hielden ons de heel avond gezelschap. Omdat we hier nog een dag willen blijven, hebben we om een andere plek gevraagd, waar geen bewateringssysteem zit. De nieuwe plek is ook naast het zwembad en er staat een rij bougainvillea’s die prachtig in bloei staat.

DSCN1040

Het bleken geen kakkerlakken te zijn, maar een soort waterkevers die er wel heel erg op lijken. Alle plekken van die rij werden meteen gesloten in verband met insectenbestrijding. “Dat moet sowieso één keer per jaar en dat moment is nu dus aangebroken, want ze komen op het vocht af. We zitten tenslotte in de woestijn. Anders zwermen ze dadelijk uit over heel de camping en ook naar het zwembad, dat moeten we niet hebben.” zei de mevrouw van de camping, maar dan in het Engels.

We hadden weer een heerlijke dag bij het zwembad, maar de verten begonnen weer te lokken en te trekken dus we gingen verder. De onrust joeg ons voort.

De volgende stop was Red Rock Canyon, dat onder Las Vegas ligt. We zagen onderweg de Strip zinderen in de hitte.

DSCN1054

In de canyon werden we gewaarschuwd voor weer een andere diersoort, een heel langzame.

DSCN1060

Het waaide behoorlijk, het is een enorme open vlakte waar de wind vrij spel heeft. Dat helpt mee bij je beeld hoe de natuur het landschap heeft kunnen vormen. De rotsformatie waren vroeger zandduinen, hoe ongelooflijk dat ook klinkt.

DSCN1061

DSCN1062

DSCN1063DSCN1067

De ene kant van de canyon heeft warm oranje tinten, afwisseld met bijna witte onderlagen. In de zomer moet het er moordend heet zijn, zelfs nu voel je hoe je uit staat te drogen. Honderd meter lopen en je voelt een schroeiende dorst. Heel de dag door drink je water, soms twee liter, maar plassen? Welnee, je zweet het allemaal uit, maar door de hitte en de wind merk je daar niks van.
Dan rij je verder en je ziet dat de andere kant heel andere rotsformaties heeft, grillig, woest en ruig.

DSCN1068

DSCN1072

DSCN1076

DSCN1078

DSCN1088

Na deze indrukwekkende omgeving gingen we heel prozaisch naar een Walmart, voor appels, brood en dat soort ontnuchterende dingen. En weer viel het me op hoe achteloos en nonchalant de mensen hier op veel vlakken zijn. Op de enorme parkeerplaatsen zijn ik weet niet hoeveel plekken waar je je karretje achter kunt laten. Doen de mensen dat braaf? Welnee, stel dat je vijf stappen verder moet lopen! Daar slijten je schoen van. Je ziet ze zelfs pal achter of naast zo’n plek staan. Ik heb gezien hoe bij een windvlaag zo’n los karretje tegen iemands auto knalde.
Leuk, schade aan je auto, veroorzaakt door een luie papzak die te beroerd is ietsje verder te lopen.

DSCN1091

DSCN1092

DSCN1093

DSCN1094

Nu moesten we weer een stuk door Las Vegas om bij de camping voor die nacht te komen. Als je dan na twee weken doodstille woestijn ineens door de heksenketel van Vegas moet op zaterdag, in de spits, dan is dat toch wel even wennen.

DSCN1111

We reden pal langs Mc Carren Airport en was het een komen en gaan van vliegtuigen.

DSCN1109

De camping in Boulder City is geen opzienbarende, maar wat kan ons dat schelen. Het is warm, de woestijnwind zwoel en droog en we gaan barbecuen. Wel was er een opzienbarend ‘campertje’, een soort Pipo de Clown en Mamaloewagen.

DSCN1113

Wil je even rondkijken, onze coordinaten zijn N35.97759 W114.85117

Rhyolite en Badwater

Zoals ik al vertelde zijn door overstromingen veel wegen in Death Valley onbegaanbaar op dit moment. Of zwaar beschadigd of bedekt onder een laag zand.
Heel veel jaren geleden waren we in het spookstadje Rhyolite. Dat ligt buiten Death Valley in Nevada, dus was dit een mooie gelegenheid er weer eens te gaan kijken nu we toch niet overal konden komen in deze vallei des doods. We gingen de grens over en het bord van Nevada was behoorlijk bedolven onder stickers en aan gort geschoten.

DSCN0813

Ik vind het altijd fascinerend dat we ergens jaren en jaren zijn weggebleven en dan heb ik het niet over gewone steden, maar bijvoorbeeld spookstadjes als Rhyolite en dat alles bij hetzelfde is gebleven.
Stormen hebben er overheen geraasd, winters hebben het land gegeseld, de woestijnzon heeft de boel geschroeid en er is niks veranderd.

DSCN0815

Rhyolite stamt uit het begin van de vorige eeuw en er staan overblijfselen van statige panden zoals een bank. Die overblijfselen zien er heel solide uit en ik snap dan ook niet hoe het kan, dat in nog geen honderd jaar er alleen nog maar ruines staan.

DSCN0842

DSCN0844

DSCN0846

DSCN0855

Een kennelijk dorstige meneer bouwde van flessen een huis, hij begon daarmee in september 1905 en het was klaar in februari 1906. Dat huis staat er nog helemaal perfect bij!

DSCN0859

DSCN0864

Natuurlijk wel een perfecte motivatie als mensen iets te zaniken hebben over het feit dat je teveel drinkt: ja maar, anders komt mijn huis niet af!
Er zaten ook behoorlijk unieke exemplaren bij, waarvan de inhoud voor nogal uiteenlopende kwalen bestemd was.

DSCN0872

Wat nog wel behoorlijk in tact was, was het station.

DSCN0826

DSCN0829

Ik wandelde er rond en kennelijk stoorde ik een hagedis in zijn middagdut. Het was een fraai exemplaar en van behoorlijk formaat.

DSCN0830

We waren uitgekeken en bedachten ons dat die middag in en bij het zwembad toch wel erg tof was geweest. Aangezien we een nacht hadden bijgeboekt, vonden we het ineens tijd om terug te gaan. Het was zo’n 33 graden en dan lokt dat koele water wel.
Onderweg waren we langs een museumpje gereden, gewoon in het midden van nergens, waar we nog wel even wilde kijken. Buiten stonden diverse kunstwerken die nogal luguber op me over kwamen. Nu geef ik redelijk weinig om kunst en sommige tentoongestelde dingen vond ik gewoon eng.

DSCN0889

Ghost Rider
Ghost Rider

Al die kunstwerken waren gemaakt door vier Belgen uit Antwerpen: Dre Peeters (overleden 2002), Fred Bervoets, Albert Szukatski (overleden in 2010, Poolse afkomst) en Hugo Heyrman.
Albert was de man met de macabere geest die die spookachtige dingen maakte.

DSCN0891

DSCN0892

Hugo Heyrman

Fred Bervoets die de man met de pikhouweel maakte en de pinguïn, heeft zich nooit thuisgevoeld in de woestijn, vandaar de pinguïn.

kunst

Na het zwemmen was het toch wel heel erg aangenaam om bij de camper in die zwoele woestijnwind te zitten. De dag ervoor was het ook heerlijk, maar waaide het nogal hard en werd je gezandstraald. Nu was er niet zoveel wind, precies goed. Het was genieten! Die ondergaande zon, de stilte, de donkerte en vooral de rust.

DSCN0918

DSCN0931

DSCN0935

Dan ga je te laat naar bed en sta je te vroeg op, omdat je wekker ineens een uur voorloopt. Hoe dat kon is me nog steeds een raadsel.
Niet dat dat zo erg was: we wilden naar Badwater, nog steeds in Death Valley, het laagste punt in Amerika dat 82 meter onder de zeespiegel ligt. Een gigantisch zoutmeer waar het warmer was dan op de camping waar het om tien uur ’s morgens al 33 graden was. We schatten het al gauw op 39 graden. Da’s warm, dus kun je maar beter niet wachten tot het heetste deel van de dag.
Van een afstand ziet her er uit als een sneeuwvlakte, maar het is een enorm zoutmeer.

DSCN1012

Voor we er kwamen, reden we langs Devil’s Golf Course. Alles in Amerika wat dubieus of ronduit bar en woest is, heeft het woord Devil in de naam. Dan weet je dat je nergens op hoeft te hopen.
Devil’s Golf Course is ook een zoutvlakte, alleen hier heeft het zout ophopingen gecreeerd. Die zijn keihard en messcherp. Val je, dan lig je op z’n minst open, als je niet wat gebroken botten hebt.

DSCN0983

Om er te komen moest je een paar kilometer over een vreselijke onverharde weg met ribbels, die alles deed rammelen in de camper.

DSCN0989

Badwater was niets veranderd. Het was redelijk druk en gloeiend heet als je over dat zoutpad liep. Er zijn wel een paar poelen en dat water is zouter dan dat van de oceaan. Dat water komt uit een onderaardse bron die het water omhoog duwt.Heel merkwaardig stond er een groep meeuwen tot aan hun liezen in het water: die verwacht je niet in deze omgeving. Je hoorde ze kreunen van genot bij dat pootjebaden. Veel andere manieren om af te koel zijn er hier niet.

DSCN0992

Het was niet alleen heet, maar ook heel droog. Stom genoeg had ik geen water meegenomen en ik was zo’n beetje de enige die geen petje ofzo op had. En dat merk je toch wel behoorlijk!
We liepen een eind en besloten om te keren, dan blijkt dat je toch verder bent dan je dacht. Voor het perspectief: de voorste wagen is onze camper.

DSCN1003

Het kostte me moeite dat stuk af te leggen. Niet vanwege de afstand, maar vanwege die brandende, hete zon. Ik voelde mijn hart echt in mijn oren bonken. Maar goed, eigen schuld nietwaar? Had ik maar iets op mijn hoofd moeten doen en water mee moeten nemen.

DSCN1007

We vertrokken, met de airco op de hoogste stand. Death Valley is en blijft een geweldig mooie omgeving, eigenlijk heb je ogen tekort.

DSCN1015

DSCN1016

DSCN1020

DSCN1025

Henrie had verzonnen dat de camping voor vannacht in Pahrump zou zijn, ook weer in Nevada. Toevallig dezelfde camping als waar we zes jaar geleden met vrienden stonden. Een prachtige omgeving en Pahrump is de populaire uitvalplaats voor zogeheten snowbirds. Snowbirds zijn senioren die in het noorden van Amerika wonen, waar de winters lang en zeer streng zijn.
In het najaar vertrekken ze met hun camper, dat eigenlijk een huis op wielen is waar ook nog een auto achteraan gesleept wordt, naar warmer oorden. En in mei gaan ze weer terug.

De coordinaten van onze camping zijn: N36.31007 en W116.01714. Het is hier rustig en de camping is mooi met prachtige zwembaden en we besloten om hier maar een dagje langer te blijven. Voor ons een ongekend iets: daar hebben we doorgaans de rust niet voor. De wijde verten blijven trekken en lokken, maar nu even niet!

camping

camping2

camping3

camping4

DSCN1028

Death Valley

De dag begon donker en regenachtig, wat wel mooie uitzichten opleverde al zouden ze mooier zijn geweest met zonneschijn.

DSCN0666

We deden nog een Family Dollar aan en begonnen aan de lange weg richting Lone Pine.

DSCN0670

DSCN0671

Slechts heel af en toe was er iets van een nederzetting langs de weg. Doorgaans grotendeels uitgestorven, met verkrotte woningen waar toch nog mensen woonden. Soms met opmerkelijke auto’s in de tuin die stonden weg te roesten.

DSCN0672

DSCN0675

DSCN0676

Bedrijvigheid was er niet, behalve één onderneming. Een bordeel midden in de woestijn en het kwam er openlijk voor uit. Dat is heel wat in het doorgaans zeer preutse Amerika.

DSCN0677

DSCN0678

DSCN0681

We kwamen nog een leeg hotel tegen, maar dat was helaas niks. Gesloopt, een laag modder binnen: waarschijnlijk een keer overstroomd geweest.

DSCN0684

DSCN0685

DSCN0688

DSCN0689

DSCN0691

Iemand had een keer haar liefde betuigd aan iemand op de muur en daar is ze later kennelijk van teruggekomen.

DSCN0693

Leuk was wel de envelop met postzegel, afgestempeld in 1977.

DSCN0686

Voort slingerde de weg zich, af en toe zag je resten van wat ooit een huis of iets dergelijks moet zijn geweest. Zelfs een keer de overblijfselen van een nederzetting: Belleville, opgericht in 1873, waar erts vermalen werd en dat onder andere bekend stond om zijn moorden.

DSCN0683

Uiteindelijk kwamen we bij de camping die we uitgezocht hadden en waar we al eerder hebben gestaan in Lone Pine in Californie.

DSCN0695

De coordinaten zijn N36.54342 W118.04604 De reden dat we hier naar toe wilden is omdat we hier redelijk dicht bij Death Valley zitten. Die moordende woestijn, waar het tot 54 graden kan worden. Barbaars prachtig en woest, betoverend en subtiel. Het is alweer zes jaar geleden dat we er waren. Hoog tijd om terug te gaan!

Vanaf Lone Pine was het nog 107 mijl naar Death Valley. Als je daar wil tanken, betaal je meer dan de hoofdprijs. Reden genoeg om nog even de boel te vullen voor je die kant opgaat. De eerste pomp was afgezet, je moest naar een andere. Bij een supermarkt wilde ik pinnen, dat lukte niet. De flappentapper aan de overkant accepteerde geen Maestro en de derde was leeg.
Over tobben gesproken. Maar de route naar de vallei was prachtig en de kleuren verbluffend.

kleuren

kleuren2

kleuren3

kleuren4

kleuren5

De weg kronkelde, daalde en steeg en de wind was niet te negeren. Via een hoogte van 1500 meter gingen we in 10 minuten naar zeeniveau. Uiteindelijk reden we Death Valley National Park binnen.

DSCN0718

Death Valley heeft, zoals de naam verklapt, een dodelijk klimaat. Het kan in de zomer 54 graden worden en in de winter zijn sommige delen weer snerpend koud, met sneeuw en een ijzige wind die het landschap geselt. Op een gegeven moment reden we door een omgeving die vol stond met Joshue Trees. Die vind je alleen op een bepaalde hoogte en ze zijn kennelijk dol op een bar klimaat.

DSCN0714

De vallei dankt zijn naam aan de uitspraak van een vrouw. Ze was één van de weinigen van een groep mensen, die de tocht door de vallei overleefde nadat die was verdwaald. Toen ze de vallei uitkwamen, draaide zij zich om en riep: Goodbye Death Valley, waarmee de naam geboren was.

Op een gegeven moment zagen we in de verte auto’s en campers stilstaan, reden: een coyote echtpaar. Vooral manlief benaderde met name de campers. En dit is nu het waardeloze resultaat van het voeren van wilde dieren!

DSCN0742

DSCN0747

DSCN0755

Ze vinden hun eigen eten niet meer lekker en gaan op mensen af om wat te krijgen, met het grote risico doodgereden te worden. Het zou niet de eerste keer zijn dat we doodgereden coyotes zouden zien. Zelfs een keer een pup, je wordt er beroerd van!
Het wordt ook overal aangegeven: vogels mag je voeren, andere dieren niet. Klaar. En toch zijn er altijd minkukels die dan lekkere stukjes ham of kaas gaan geven, want: zo zielig toch, die dieren in de woestijn. Ja, daar wonen ze en weten daar al honderden jaren te overleven en zich voort te planten. Ze hebben geen ham, kaas of brood nodig, ze hebben hun eigen dieet.

Het was bijna twee uur ’s middags toen we bij Stovepipe Wells Village aankwamen. Dat is een piepkleine nederzetting, in hoofdzaak een hotelletje met restaurant, een saloon en een winkel, maar wij vinden het geweldig. Geen massa’s mensen, want te saai.
We hadden besloten om, zodra we er doorheen kwamen, een plek te reserveren en dan nog een ritje te maken. Want het is daar zo: wie het eerst komt…
We kwamen weer buiten en het zwembad lonkte toch wel heel erg. We besloten ter plekke de geplande rit niet te maken. Nee, we gingen relaxen!
De afgelopen dagen waren best kil en nu was het ineens 33 graden!
We kleedden ons om en gingen naar het zwembad, waar het niet druk was. We hadden de airco in de camper aangelaten, om niet ter plekke dood te blijven wanneer we terug kwamen.

DSCN0776

Toen we weer in de camper waren, zag ik een musje die op de droge grond naar wat te eten zocht en een raaf kwam bij het lekkende watertappunt van de plek naast ons drinken. Dus wat doe je dan? Je verkruimelt een boterham en gooit dat buiten neer. Ineens waren er tientallen musjes en de raaf begon zich er ook mee te bemoeien.

DSCN0786

DSCN0787

Dus legde ik een berg kattenbrokjes (ik heb altijd kattenvoer in de camper, je weet maar nooit wat je tegenkomt) in de waterdruppels van het lekke tappunt. Zodat ze zacht konden worden door het water en de vogels dus eten én vocht binnen zouden krijgen.
Er was eerst één raaf, ineens waren er vier en de brokjes waren heel snel op.

DSCN0791

Om tien uur ’s avonds stond de airo nog te loeien in een schrille poging de temperatuur op 22 graden te krijgen. Dus dat is nonstop zeven uur aanstaan! Buiten was het donker en met donker bedoel ik: echt niks kunnen zien. Alsof je met dichte ogen staat en het was warm. Heel warm.
Henrie bestudeerde de kaarten, want door overstromingen zijn diverse wegen zwaar beschadigd en daarom afgesloten, wat weer gevolgen had voor onze geplande route.
Overstromingen, je kunt het je gewoon niet voorstellen als je deze kurkdroge omgeving ziet. Maar wat we ook zullen gaan bekijken: het zal prachtig zijn!

Werp een blik in de omgeving, de coordinaten zijnN36.60749 W117.14662