Categorie archief: Vakantie 2010 USA

San Francisco

De rit van vandaag was prachtig, maar heel bochtig en dodelijk vermoeiend. Ik heb denk ik nu meer eelt op mijn handen dan op mijn ziel. We hebben zeehonden gezien en prachtige vogels, mooie uitzichten en leuke stadjes.

En allengs kwamen we dichterbij San Francisco en werd het verkeer steeds drukker tot het een heksenketel was vergelijkbaar met die van Los Angeles. Eerst over een enorme dubbeldeksbrug, knooppunten met snelwegen over en onder elkaar heen.

En file na file, dat kun je net hebben als je vier uur gestuurd hebt.

Maar we zijn er en staan op dezelfde camping als drie jaar geleden. Langs een keidrukke weg, een auto onderdelenwinkel aan de overkant die nu nog steeds open is (het is bijna half negen ’s avonds). Het verkeer dendert voorbij, af en toe hoor je politiesirenes. Kortom alle (on)genoegens van de grote stad, maar dit was de enige camping die maar een half uur rijden van het inleverpunt is.
We zijn druk bezig met alles in te pakken, Henrie eet zich klem aan de overgebleven ijsjes en we proberen te wennen aan het idee dat het nu echt bijna voorbij is. We hebben propaan afgetankt en benzine, morgen voor half elf moeten we bij Road Bear zijn en die brengen ons met een shuttlebusje naar het vliegveld. Om vijf voor vier vliegen we en als alles goed gaat landen we vrijdag om vijf over elf ’s morgens op Schiphol. Wij en onze jetlag. Vroeger stond ik met tranen in mijn ogen op het vliegveld, ik wilde niet weg, ik vond het vreselijk want het was zo fijn. Morgen zal ik een verdrietige kneep in mijn hart hebben, dat al het geweldige weer voorbij is. Al die mooie dingen, die aardige mensen, gewoon alles. Want wat hebben we weer genoten en een prachtige dingen gezien.
Dag uncle Sam, je was weer geweldig voor ons. Het ga je goed en ik hoop je heel gauw weer terug te zien! Maar nu gaan we naar huis, naar onze harige vriendjes die achter de deur op ons wachten. Naar ons machtige thuis, in die fijne omgeving.
Naar België…

Advertenties

Een strand van glas: Glass Beach

Het strand waar de camping aan lag was prachtig en verlaten. De zon kwam door het dunne wolkendek en je voelde het steeds warmer worden.

Er lag van alles in de vloedlijn: schelpen, zeesterren en heel mooie, rond afgeslepen stukjes glas in diverse kleuren. Afkomstig van één van onze reisdoelen van vandaag: Glass Beach in Fort Bragg, dertig kilometer verderop. Jaren lang werd daar vuil in de zee gestort en toen werd er besloten de boel eens goed op te ruimen. Alle zooi werd opgeruimd, maar het glas had iets anders gedaan. Door de golven van de eeuwig deinende Oceaan waren al die stukken afgesleten tot glasstukjes met gladde, niet scherpe randen.

Bruin, wit, groen, oud groen van de oude cola flesjes, het lag er vol mee. Er lagen meer van die gladde stukjes glas dan gewone steentjes en je kon er gewoon op zitten of met blote voeten op lopen. Het was heerlijk daar te zitten en mooie stukjes uit te zoeken, er lagen ook mooie schelpjes en prachtige stukjes parelmoer en niks was scherp. Een enkel stukje glas, maar nog steeds niet scherp genoeg dat je er je handen aan open kon halen.

Er waren haast geen mensen, een jong stelletje dat daar zielsgelukkig zat te zijn met hun hondjes en een paar duikers die op visjacht waren. Die kwamen na een poos het strand op als wezens uit een science fiction film en ik, ik ben af en toe zo’n sukkel, dacht dat die ene een luchtbel in zijn pak had. Bleek natuurlijk weer zijn pens te zijn, maar ik denk dan nog positief.

We wilden nog door naar Mendocino en bij het zoeken naar leuke glasstukjes (die ik uit wil koken en in mijn aquarium doen) was ik dat voor het gemak maar weer vergeten. Maar Henrie hoopte schijnbaar nog op een onschuldige aardschok van vijf op de schaal van Richter, dus hij onderbrak mijn onschuldig gefröbel op dat strand en eiste dat ik meeging.
Mendocino was best leuk, geen aardschokken, maar wel historisch.

Niet zo prachtig als Ferndale, maar gewoon leuk. We hebben er een aardig eindje gelopen en ik moet zeggen dat ik heel blij ben met deze, laten we hopen laatste, voetoperatie. En natuurlijk de kwellingen van mijn fysio erna. In een andere situatie zouden die onder de noemer oorlogsmisdaden zijn gevallen, maar hij heeft me toch maar weer heel goed leren lopen! En daar heb ik deze vakantie dagelijks de vruchten van mogen plukken, dus hulde.

Mijn tractaatje van de dag was wederom een vreselijk bochtig stuk weg en met verbijstering zie ik de eeltplekken op mijn poezelig handjes groeien van het sturen. Maar de rit langs de kust was prachtig en we hebben genoten.
Nu staan we op een camping waar je een half uur(!) gratis internet krijgt en dan vet moet gaan betalen. De foto’s komen nu achteraan.
De enige camping in de omgeving, dus ook nog eens sterrevus duur. Het is ook hier vrijwel leeg, vroeg in het seizoen nietwaar.
We staan naast een ander campertje en toen Henrie buiten liep, kwam de buurman voor één nacht naar buiten en werd nog net niet omver gelopen door zijn herdershond. Die vloog op Henrie af en bleef met de rugharen overeind om hem heen rennen en blaffen. Henrie deed net of het hem niets deed, maar de hemel hoorde hem vloeken.
De buurman zat er overduidelijk vreselijk mee in. We waren waarschijnlijk de eerste in dagen die op deze plek kwamen te staan en kwamen daardoor in het domein van de hond. Die verder een heel goed getrainde hond is en die ook heel goed luistert. De man gaf ons nog de stamelende Amerikaanse versie van: “dat doet ze anders nooit hoor…”.
Maar eigenlijk is het een lief beest. De hond, niet de buurman…

Westport Beach

Vaak wordt er gezegd: Amerika heeft geen geschiedenis zoals Europa. Dat is natuurlijk onzin, maar dan bedoelt men: geen geschiedenis van de blanke man. De duizenden jaren van de Indianen worden dan voor het gemak vergeten. Maar als we ons even vasthouden aan de geschiedenis van die blanke man, dan is er qua gebouwen niet zo heel veel te vinden. Vroeger (ook tegenwoordig nog) werden alle huizen van hout gebouwd, dus een paar goeie fikkies en de boel is weg. Wat ze nog hebben, wordt gekoesterd en tot toeristische bezienswaardigheid verheven.
Het stadje Eureka bijvoorbeeld heeft nog een paar straten met prachtige Victoriaanse (houten) huizen.

We hebben er gewandeld en zijn die straten op en neer gereden en ineens zagen we allemaal daklozen. Hele groepen, je wist niet wat je zag! En dan kom jij voorbij sukkelen in je luxe motorhome en de hongerige blikken waarmee ze dan kijken was gewoon eng. Ik heb de autodeuren op slot gedaan. Gek, het stadje zag er verder zo welvarend en keurig uit, dit verwachtte je niet. Ik blijf het een trieste aanblik vinden en schaam me dan altijd een beetje voor mijn luxe en dat je gewoon wegrijdt zonder iets te doen. Ik zou ook niet weten wat ik moet doen, want ik kan ze niet helpen.

Verder maar weer, naar Ferndale. Dat is ook een historisch stadje, niet alleen een paar straten. In de winkelstraat hadden de uitbaters van de zaken ook hun uiterste best gedaan het interieur aan de stijl van het stadje aan te passen.

Het was geweldig, we hebben er heerlijk gegeten, einden gelopen en natuurlijk spreken allerlei mensen je aan. Er stond ook een auto met een meneer erin, die op zijn vrouw wachtte en op de stoel naast hem lag een kussentje met een heel oude, rooie kat. Een heel lief dier dat gek was op autorijden.
We slenterden verder, ons vergapend aan de huizen en onbekende planten en vogels.

In een tuin was een meneer zijn katten net aan een tuigje aan het uitlaten en dan krijg je natuurlijk een gesprek dat eerst over katten gaat en al gauw over andere dingen. Zo vertelde hij ons dat er drie maanden nog een behoorlijke aardbeving was geweest en dat wat van die historische huizen uit elkaar waren gevallen. Dat er nog steeds dingen gerepareerd werden.

Bij hem om de hoek was een enorme begraafplaats die zich uitstrekte over een heuvel. Van het type dat je in griezelfilms ziet en in die clip van Thriller van Michael Jackson.

Begraafplaatsen zijn net een verhalenboek, dus ook daar hebben we een uurtje doorgebracht.

 
Andere toeristen kwamen ook kijken, maar reden er wel heel Amerikaans in een auto rond over die zeer nauwe paadjes. Je gaat toch niet lopen? Wij werden dan ook zeer argwanend en twijfelachtig bekeken en volgens mij deden ze hun autodeuren op slot…

 

In veel stenen randen en grafkelders zag je scheuren van de aardbevingen.

De graven hadden vaak verwijzingen naar in welke oorlog die persoon had gevochten (W.O. 1, 2, Korea, Viëtnam, etc.). Kortom, een ware almanak met ook veel Europese namen. Ook Nederlandse, zoals Klaverweiden en Paasse. Rasmussen ook, is dat niet Belgisch?

We hebben overnacht in Redcrest op een camping aan de Avenue of the Giants. Ook een gebied met heel veel Redwoods, waaronder ook de wereldberoemde waar je met je auto doorheen kan rijden. Met de camper kon dat niet, dus wij zijn er doorheen gelopen. Na ons kwam een auto en ik heb aangeboden een foto te maken wat heel erg werd gewaardeerd (met hun toestel, dit voor mensen met volledigheidsdrang).

Nog een auto en allez, ik ging maar weer eens aardig zijn en bood het hun ook aan. Maar er kwam een zuinig: no thank you. Waarschijnlijk werd er gedacht dat ik er geld voor wilde hebben. Hoorde ik de sloten van de autodeuren? We liepen er tenslotte… Ook is er een boom waar mensen ooit een kamer in hebben gemaakt en daar met hun gezin in gewoond hebben.

Moegespeeld besloten we naar de kust op te gaan om daar een camping te zoeken. Helaas hebben we vandaag ‘thuisweer’ en het regent wat hier aan de kust heel normaal is. Je bent dan al moe, je moet nog een vijftig mijl rijden en verdraaid, gaat die weg natuurlijk over een hoge heuvelrug met zulke kronkelende wegen, dat dertig kilometer per uur af en toe al bijna onverantwoord was en dat over een traject van zo’n 35 kilometer. Ik heb nog net geen brandblaren op mijn handen van het sturen. En nu staan we aan een vrijwel lege camping bijna aan het strand. En natuurlijk staat er vlak bij ons een camper met een gezin met vervelende gilkinderen en twee blafhonden. Dan is het wel fijn dat het regent, moeten ze lekker binnen zitten met die manische bende.

We zijn aan de laatste dagen van onze trip begonnen jammer genoeg en zitten nu zo’n 214 mijl bij San Francisco vandaan. Henrie vertrouwde me al toe dat hij morgen naar Mendocino wil, dat is zo’n bijna het epicentrum van de aardbevingen. Nog een luttel detail: Henrie heeft zich verdiept in het aardbevinggebeuren hier langs de kust en vrijwel alle plaatsen waar we zijn geweest of naar toe gingen, hebben er de afgelopen weken wel eentje gehad. Doorgaans rond drie op de schaal van Richter.
Dat vindt hij waarschijnlijk niet heftig genoeg, dus daarom Mendocino…

Door de bomen de oceaan niet meer zien

Stellen jullie je even voor: honderd jaar geleden, of nog beter: de middeleeuwen, daarvoor nog, de donkere eeuwen: het jaar vijfhonderd ofzo. Kun je je er iets bij voorstellen? Ik niet. Vandaag zijn we naar een staatspark met Redwoods geweest.

Redwoods zijn bomen die, let op: meer dan honderd meter hoog kunnen worden en ruim tweeduizend jaar oud! De Redwoods, die ouder zijn dan onze jaartelling, die alles hebben meegemaakt al is het niet van dichtbij. Napoleon, Hitler, de auto, de camper, ridders, modderhutten, de uitvinding van de electriciteit en de milkshake en al die tijd stonden ze al te ruisen en zich nergens mee te bemoeien.

Ze kunnen een doorsnee krijgen van zes meter, ze hebben een bast met een dikte van dertig centimeter die hen beschermt tegen brand en ziektes.
Duizelt het je al? In de kern zitten twee bestanddelen die hen beschermt tegen schimmels en insecten. Oerbomen, bestand tegen alles. En om dit lesje biologie compleet te maken: de seqouia’s zijn nog ongelooflijker: die kunnen 3200 jaar oud worden. Laat maar zitten, ik kan me er niks bij voorstellen. Zelfs als een Redwood ziek wordt weet hij nog bij te dragen aan de tot instandhouding: er komen meteen kleine boompjes op aan zijn voet. Of haar voet. Wat is de zwakke plek? Het wortelgestel dat niet diep gaat, maar in de breedte.

In ieder geval hebben we ons aan deze scheppingen lopen vergapen vandaag. Echt weer iets voor Amerika: iets om je nietig en klein bij te voelen, zoals zoveel dingen hier. Echt, dit land blijft me verbazen en imponeren. Vroeger (vroegah) stond heel de kust aan deze kant vol met die bomen. Bijna allemaal gekapt. Decennia geleden zijn ze begonnen die kaalslag te restaureren, wegen van de toenmalige kapbedrijven dicht te gooien en het oude landschap te restaurereren.
Helaas zullen er eeuwen overheen gaan voordat daar echt iets van te zien zal zijn. We zullen het niet meemaken. De Redwoods die nu beginnen te groeien wel. En de hemel weet wat nog meer ze zullen ‘zien’.

Ook de Elk die hier rondlopen, vrij van jacht en andere menselijke, vernietigende invloeden zijn prachtig. Een Elk is een groot soort rendier dat heel erg gesteld is op privacy en eigen domein. Je werd dan ook zeer dringend gewaarschuwd bij de auto te blijven en er absoluut niet naar toe te gaan.

Indrukwekkend allemaal, en wat is daarna lekkerder dan je hoofd leeg te laten waaien op het strand? De golven van de Stille Oceaan beukten op het strand, zonder echt enorm te zijn.


Wel werd je gewaarschuwd voor de kracht van de golven.

Het strand is niet goudgeel maar grijs, dat komt doordat de heuvels en bergen van een grijs soort zandsteen zijn.

 
 
Nog meer geruststellende bordjes die je iedere zoveel honderd meter zag: de waarschuwing voor tsunami’s. We zijn hier in aarbevinggebied weet je nog?

 
 
 
 
En in de golven zagen we iedere keer iets hoekigs tevoorschijn komen, als een haaievin. Maar ook een keer een soort balletje.

Ik denk dat het neuzen waren van zeeleeuwen die daar aan het zwemmen en vissen waren. En er was niemand te zien. Californië zoals ik het ken.

Nu zijn we weer op de camping van gisteravond die zo lekker stil is en vanwaar we uit het raam in de verte de oceaan kunnen zien.
Zometeen ga ik prozaisch spaghetti koken als tegenhanger voor het geweldige van vandaag.

Misschien komt er nog een beer langs vannacht, maar er zitten ook andere knuffeldiertjes hier, wat een geruststellend idee is…

 
 

Naar de kust

In de diverse steden in Amerika staat er als je een stad(je) binnenrijdt wat extra informatie op het plaatsnaambord, bijvoorbeeld wanneer het is gesticht. In Californië staat hoe hoog het ligt en hoeveel mensen er wonen. Vandaag zagen we tijdens de prachtige rit die we hebben gemaakt aantallen als: 80 bewoners, 90 bewoners, één keer zelfs 350! Een metropool in dit gebied. Of dat er 120 stond dat handmatig is veranderd naar 122, net als in de strips van Lucky Luke, weet je nog?
Ook zagen we een paar keer groepen mannen, noeste werkers dachten we, die de berm aan het onderhouden waren. In oranje veiligheidspakken. Wat later zagen we de grote letters op hun rug: “Prisoner”.

We zijn onderweg diverse malen gestopt op prachtige plekken met de mooiste vlinders, vogels en andere dieren.

Meestal zag je niemand, maar waren er wel mensen dan had je meteen een gesprek van een half uur minstens te pakken. Het houdt misschien wel op, maar het is ook heel erg leuk!
We stonden bijvoorbeeld te kijken naar een snelstromend riviertje diep beneden in een hal, toen er een pick up truck stopte met twee vrouwen en die liepen meteen naar een bepaalde plek toe. Superenthousiast hoorde ik de ene vrouw tegen de andere vertellen hoe daar een paar dagen geleden een man naar beneden was gevallen, die stond te plassen. Vierhonderd meter diep, ze zei: He looked like a squashed melon (hij zag eruit als een geplette meloen). Een leuker aanknopingspunt voor een gesprek kun je niet hebben nietwaar? Ze waren op weg om een hamburger te gaan halen bij een bepaalde tent vijftien mijl verderop. Kun je je voorstellen dat je bijna dertig kilometer gaat rijden voor een hamburger? Ze raadden ons dringend aan er ook eentje te gaan halen, vooral een “big foot” burger, die zouden onovertroffen zijn.
Henrie had er wel oren naar en zo kwamen bij het burgerrestaurant terecht. Alles in die omgeving heeft Big Foot in de naam, want de vreselijke sneeuwman zou daar ergens in de bergen wonen.

De Big Foot hamburger is zelfs op een broodje in de vorm van een voet. Ik had zo vagelijk gekeken wat er opzat en argeloos die besteld, net als Henrie. Er zaten 3 (lees drie) hamburgers op en spek en kaas en weet ik veel. Ik was gewoon buiten adem toen ik hem op had. Vreselijk, maar wel erg lekker. Voorlopig moet Henrie zijn cholesterol maar niet laten testen.
Toen we zaten te knagen kwam er een auto die voor onze neus stopte met man, vrouw en drie jengelkinderen. Wij waren klaar met proppen en zochten de camper weer op. Henrie ging nog even naar de wc toen er achter me een brandweerwagen met sirene aan kwam zetten en gewoon een grasveld opreed schijnbaar. Ik stapte even uit om te kijken of er wat sensationeels was en één van die kinderen deed dat ook ook. De liefhebbende pa riep: GET BACK IN THE CAR!!! zo keihard, dat ik automatisch ook weer naar de camper liep. Het kind jankte binnen nog een beetje, tja, een brandweerauto met sirenes en zwaailichten, kun je je iets verrukkelijkers voorstellen voor een klein jongetje? En pa strafte dat meteen af door een paar gigantische lellen uit te delen en nog meer geschreeuw te laten horen. Echt zo’n man die later verbaasd is dat zijn kinderen niet meer naar hem omkijken.
Er waren trouwens in hoofdzaak merkwaardige types daar, net als dat oude mannetje met die wandelstok. Die ging terug naar zijn auto en binnen dat traject van tien meter is hij drie keer ergens gaan zitten om uit te rusten. Eindelijk zat hij in zijn auto, hoe hij wegreed weet ik niet, ik denk dat hij met zijn wandelstok het gaspedaal ingedrukt hield.

Het verhaal van vandaag schijnt vooral over mensen te gaan, want weer een eind verderop op een groot uitkijkpunt stopte een stel dat een grote leguaan als huisdier had en daar even buiten een luchtje mee gingen scheppen.

 
 

Heel leuke mensen en in de tijd dat we over van alles stonden te praten kwam iedereen die er stopte kijken en foto’s te maken en iedereen stelde dezelfde vragen. Allemaal vragen die ik ook had gesteld. En waarschijnlijk nog tientallen na en voor ons.

 
 
 
Maar wel interessant, zo leerde ik bijvoorbeeld dat je zo’n dier geen insecten moet geven. Leguanen die je insecten voert, worden agressief, dat is hun natuur. Geef ze in gevangenschap gewoon een vegetarisch dieet, dit voor het geval jullie geinspireerd worden om ook leguanen te gaan houden.

 
 
 

 
 
 


 
 
 
 
Uiteindelijk zijn we beland in Trinidad. We staan weer op een prachtige, vrijwel lege camping bij de oceaan die je vanaf hier tussen de bomen door aan de overkant van de straat kunt zien liggen.
 


 
Er steken enorme rotsen uit de zee en je hoort de zeeleeuwen brullen en gakken. Helaas is er geen pad die naar de rand leidt (we zitten net niet op zeeniveau), maar je kunt de dieren op de rotsen wel onderscheiden. Van een mevrouw hoorde ik dat er veel aan het jongen waren. Zelfs nu in de camper met de ramen dicht, het is kil, hoor ik ze brullen en gakken.

 

Natuurlijk kwam ik in gesprek met de mevrouw van de camping, die twee honden uitliet, om het verhaal compleet te maken. Eén hond was ongeveer twee keer zo groot als een Jack Russell, dus niet echt groot en de ander was formaat ijsbeer. Ik heb nog nooit zoiets gezien. Terwijl we kletsten zag ik dat haar man een enorme plaat hout op het vuil in de vuilcontainer legde en de ‘kooi’ eromheen hermetisch afsloot. Vanwege de beer die hier bijna iedere nacht zo tussen half vier-half vijf komt en soms ook om elf uur ‘s avonds. Er zitten hier beren, maar ook stinkdieren, bergleeuwen en herten die over het pad van de camping het bos ingaan. We staan met onze camper aan de rand van de camping naast een natuurgebied en je hoort weer talloze kikkers roepen om een geliefde.


Om het nog spannender te maken wist Henrie uit te vinden dat we hier staan op één van de meest seismografisch actieve regio’s: er zijn hier zo’n tachtig aardbevingen per jaar. Hiernaast een overzicht van de aardbevingen hier van de laatste 25 jaar. Dat zijn de wat “kleinere” tot 5 op de schaal van Richter, en af en toe eentje van 7 of zo. En dat zegt hij nou pas!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Terug in Californie

Kijk, op zich was er niks mis met die camping in Sparks, alleen die rotherrie. Niet veroorzaakt door andere gasten, maar door vliegtuigen. Pas toen we er stonden kwamen we erachter dat er een vliegveld in de buurt was, dat vooral werd bezocht door van die vrachtvliegtuigen met propellors. Die maakten zo’n herrie dat de vloer van de camper trilde. ’s Avonds werd dat steeds minder tot er helemaal niks meer overkwam, rond een uur of half elf. Maar de eerste drie waren er alweer tussen vier en zeven minuten over zes de volgende ochtend. En dan de treinen. Voor zover ik weet zijn goederentreinen verplicht te fluiten als ze door steden enzo komen. Dat ging echt heel de nacht door en dan hadden we nog mazzel dat het niet echt in de buurt was, maar dichtbij genoeg om er wakker van te worden. Ieder kwartier.
Om ons te troosten besloten we naar het stille Lake Almanor te gaan. De route er naar toe was echt prachtig, door de bergen en langs meren en amper stadjes of dorpjes te zien.

Toen we moe werden hebben we bij een rest area wat gegeten. Rest areas zie je vooral langs de snelweg, maar hier was een meelevende geest geweest die er hier ook eentje aan heeft laten leggen. Doorgaans is dat gewoon een parkeerplek met toiletten en wat informatie over dingen die je niet interesseren. Maar deze was prachtig, midden in het bos en werkelijk keurig onderhouden. Ik heb daar uit kunnen zweten van het stukje wegwerkzaamheden. Op een gegeven moment ging de weg namelijk tussen twee betonnen muurtjes door.

De wielen van zo’n camper passen net niet in het rijspoor van vrachtwagens en beweegt dus heel veel heen en weer en je moet aldoor bijsturen. Vreselijk op zo’n traject dat diepe wielsporen heeft én kronkelt én stijgt en daalt. Maar de rest area was balsem op mijn gestresste ziel en de natuur was zo mooi ons een apart schouwspel te laten zien. Een halo om de zon!

De hele dag was het al stralend weer en vanwege het hoger de bergen ingaan werd het steeds kouder.

Lake Almanor was echt prachtig.
De camping was nog maar een paar weken open en vrijwel leeg. De stilte was heerlijk en vanuit de camper keken we zo over het meer.

We hebben pelikanen gezien en Canadian Geese en een soort visarenden die het water indoken en met een vis in de snavel weer verder vlogen. In de schemer toeterden de ganzen nog een laatste deuntje, om er om half vijf de volgende ochtend weer mee verder te gaan. En in het water vlakbij de camper zaten in de schemer een miljoen kikkers te kletsen en te roddelen. Geweldig!

Het plaatsje waar de camping was, heette Chester. Een nogal geisoleerd plaatsje met belachelijke benzineprijzen. Maar je weet dat er niet veel andere plaatsjes zullen zijn en of dat de benzine daar goedkoper zou zijn. Toch maar tanken en we kwamen in gesprek met een meneer. De yanks hebben de gekste openingszinnen om met je in gesprek te komen. Bij deze was het: hoeveel benzine gaat er nu in die tank? Via hem kwamen we te weten dat er eergisteren nog tien centimeter sneeuw was gevallen, dat ze van de winter vijf dagen zonder electriciteit hadden gezeten na een zware sneeuwstorm. Dat dit benzinestation de enige plek was waar nog stroom was omdat ze een generator hadden en dat er ruim 1.80 meter aan sneeuw lag. Hoger dan ik lang ben.
Da’s een boel.

En verder gingen we de volgende dag, over nog een bergrug naar Lassen Volcanic Park.

Een heel eind de berg op, de wereld werd steeds witter en bij de ingang bleek dat de boel afgesloten was vanwege de nog aanwezige bergen sneeuw.

Zucht.
Terug en verder over de bergen, richting de kust.

We zijn uiteindelijk beland in Weaverville na een prachtige maar uitputtende rit over zeer kronkelige wegen en het is hier zo’n dertig graden.
Omdat we snelwegen mijden en dus door allerlei nederzettingen komen, heb je wel eens aparte situaties. Zoals na een bocht pal aan een stoplicht te komen en er allerlei borden zien en je in een nanoseconde moet kiezen welke route je moet nemen:

Er loopt hier een kat die ik kon aaien en vertelde ik al dat we op diverse plekken de afgelopen weken kolibri’s hebben gezien?

 
We hebben gisteren gebarbecued en ik zal straks iets met groente op tafel zetten.
 
 
 
 
 
 
 
Nog honderd mijl naar de kust, over net zulke of zo mogelijk nog kronkeligere en nauwere wegen dan vandaag.
Maar de omgeving is betoverend mooi en de moeite meer dan waard…
 
 
 
 
 
 

Sparks, Nevada

Door een leegte die gewoon belachelijk was om zijn leegte, hebben we 141 mijl, 228 kilometer gereden. Zeer sporadisch kwam je een nederzetting tegen en verder niks.

We zijn langs een groot meer, Walker Lake, gereden. Dat heeft voor onze begrippen een enorme oppervlakte, maar dacht je dat dat enige invloed had op de natuur er direct omheen? Droog, net als de woestijn.
Omdat we iets nodig hadden zijn we bij een Dollar Store gestopt, niet zo eentje als we gewend zijn want die zijn nogal groot. Deze zaak had de oppervlakte van een ferme postzegel en het aanbod was bedroevend. Ik denk dat wij de eerste klanten sinds een paar dagen waren. De mevrouw achter de kassa keek ons nog net niet met open mond aan. Ze hadden wel wat we nodig hadden, dus dat viel weer mee.
We hadden trek en geen zin in een broodje, luxe trek dus. We zochten een Sienees op voor een lunsjbuffetje. Lekker, o man, heerlijk en inclusief drinken was het $16,- voor ons beiden, dus zo’n 13 euro.
En toen moesten we nog even naar een Wal Mart. Die zitten hoofdzakelijk in de wat grotere nederzettingen en als je er binnenkomt hebben ze allemaal een fotogalerij boven de ingang binnen of aan de muur ernaast. Al die foto’s zijn van de militairen in Afghanistan, mannen en vrouwen. Om ze te eren en trots op te zijn. Je kunt de radio ook niet aandoen of er wordt even een zinnetje aan ze gewijd en bij de orca show in Sea World werd gevraagd of de militairen met verlof even wilden opstaan en of iedereen wilde applaudiseren. Je kunt dit overdreven vinden, maar ik snap het wel. Ook wij zijn lang geleden onder de knoet van de Duitsers uitgekomen door militairen uit Amerika, Canada, Engeland, etc. Al die levens die toen opgeofferd zijn, heeft ons onze vrijheid en ook vrijheid van meningsuiting gegeven. Bijvoorbeeld om te zeggen dat je dit soort dingen belachelijk vindt, als dat je overtuiging is. Wat anders waarschijnlijk niet had gekund zonder naar de zoutmijnen van Siberië te worden gestuurd. Bij sommige van die foto’s zag je staan: He gave the ultimate sacrifice (hij gaf het grootste offer), oftewel: hij is omgekomen.
En dan zie je foto’s die je doen denken aan het liedje indertijd van Rod McCuen: he’s old enough to kill, but not for voting (hij is oud genoeg om te doden, maar niet om te stemmen) en op de foto zie je dan mannen, liever jongens. Bloedjong. Ja, de ouders kunnen trots zijn op hun held, maar ze zijn wel hun kind kwijt. Bah, pestoorlogen.

We gingen verder de winkel in waar we aan één van de kassa’s een meneer zagen staan, die zijn middel ongeveer op zijn knieën had hangen, zijn benen daar omheen zwaaide en zijn gezicht kwam uit een griezelfilm waar ik me de naam liever niet van wil herinneren. Eerst die fotogalerij en daarna die meneer. Is het gek dat ik als eerste boodschap een fles rum pakte?

Ondertussen zijn we beland in Sparks, dat ligt zo’n beetje tegen Reno aan. Het lijkt hier op Las Vegas, alleen niet zo indrukwekkend. Er zijn hier dan ook een Circus Circus, een Harrah’s en een Flamingo Hilton.
Het waait nog steeds een beetje en het is kil, maar vanaf morgen gaat het warmer worden, ook bij Lake Tahoe (spreek uit tahoo). Daar zijn we een keer geweest toen er ijspegels van ruim een meter aan de daken hingen.

De camping is redelijk vol en er zijn veel trailers en campers die hier langere tijd staan. Je ziet hoe sommige mensen toch een domeintje proberen te maken, door er een randje steentjes omheen te leggen, plastic bloemetjes enzo.

Vlak naast de camping loopt een riviertje. Het was dan ook een briljante geest die de naam Rivers Edge aan de camping heeft gegeven. Die is daar echt de hele nacht voor opgebleven en toen de krat bier leeg was kwam deze trouvaille eruit gerold.
 
                                                       –//–

We zijn weer in Nevada


En weer staan we op een vrijwel lege camping, in Hawthorne, Nevada. En als ik zeg dat het hier waait, dan WAAIT het hier. Vanuit Lone Pine zouden we eigenlijk naar Mono Lake en Lake June gaan en eventueel Devil’s Postpile.

Lone Pine                                                   Lone Pine

Maar dat ligt niet alleen hoog qua richting het noorden, maar ook qua meters en omdat we met een temperatuursverschil zaten van meer dan 25 graden, zag ik dat niet zo zitten. Je weet dan gewoon dat het koud gaat worden, met nog sneeuw ook. En na afgelopen winter ben ik eigenlijk een beetje sneeuwmoe. En dus besloten we weer Nevada in te gaan en gaan zo via via naar Lake Tahoe.

De wind die al behoorlijk krachtig werd, ging onderweg over in stormachtig met daarbij nog windvlagen. De rit was ongelooflijk mooi door een vrijwel uitgestorven gebied tussen bergruggen door.

Met als leuke bijkomstigheid de wind die met alle kracht tegen je aan kon beuken. En dan heb ik het nog niet over de zuiging als er grote vrachtwagens je van de andere kant passeerden.


We besloten te gaan lunchen bij een Denny’s en op een gegeven moment werd de wind zo hard dat je van alles voorbij zag komen. Zelfs een koe. Dat is niet zo, dat verzin ik maar, maar takken wel.
En verder gingen we weer, de leegte in. Eerst zouden we naar Tonopah gaan, we hebben daar wat lieve vakantieherinneringen die ik toch met jullie wil delen. Uit de tijd dat we nog per auto rondtrokken. Zoals die agent die ons aanhield, omdat Henrie 1 mijl te hard reed. Of het hotel waar we hebben overnacht. In Amerika krijg je zelden ontbijt in hotels, maar koffie is er doorgaans wel. Meestal op je kamer, maar hier kon je het bij de receptie halen. Ik lust geen koffie, maar Henrie wel dus ging ik een beker voor hem halen. In de enorme pot zat nog maar een klein beetje en op mijn vraag of er nog was kreeg ik het antwoord: sure! En voor mijn verbaasde ogen werd een grote kan water door datzelfde filter gegoten. De vloeistof die in de pot eindigde was nog lichter dan de slappe thee die ik drink.
Of neem het restaurant waar we gingen eten. In Nevada is dat dus meestal een restaurant bij een casino. Ik lustte wel een t-bone steak en verlangde die saignant, omdat ik niet van bloederige lappen vlees hou. Toen die werd geserveerd zei de serveerster, dat als die nog te rood was hij gewoon weer op de grill gelegd ging worden. En dat ik ook een heel andere kon krijgen, want de kok had de pest in dat de kok van een ander restaurant twee keer zoveel verdiende als hij. En hij verdiende maar zes dollar per uur.
De steak was te rood en verdween terug naar de grill, onder begeleiding van hetzelfde verhaal over de kok en zijn salaris. Een poosje later kreeg ik een zwart geblakerd stukje vlees en weer dat verhaal. Ik heb het maar zo gelaten, want dat verhaal he, dat kende ik al. Vier keer was niet nodig.
Maar ondanks die lieve herinneringen, was het plaatsje Mina of Hawthorne een betere optie qua campings, zag Henrie in de gids. Dus daar naar toe, in die storm, met af en toe gordijnen van stof en zand die over de weg trokken en de camper geselden.

Mina was een gehucht, waar de meeste huizen verlaten stonden te vervallen.

Het volgende gehucht was net zo erg en nu staan we dus in Hawthorne. Een heel nieuwe camping waar de boompjes nog stoer groot moeten worden. Bij de receptie zat een oudere meneer gulzig stukjes ananas uit een zakje te snoepen en legde dat met wat tegenzin neer om ons te helpen.
Je krijgt altijd een plattegrondje mee met aanwijzingen zodat je weet hoe je moet rijden om op je plek voor die nacht terecht te komen. Op ons plattegrondje zaten stukjes ananas, ongetwijfeld nog met spuug ook…

Aan weerszijden van ons staan in de verte bergen. Boven ons is de lucht nog blauw, maar de bergen zijn aan weerszijden niet meer te zien vanwege de donkere wolken die over de ruggen naar beneden komen rollen, onze kant op.


Het begint te regenen en de wind gaat nog erger te keer dan voorheen. Ik zie dingen voorbij waaien en ik denk zo dat we nog wel wat kunnen verwachten. Dat wordt niet barbecuen, maar lasagne is ook wel aardig, toch?

Death Valley

Death Valley, vallei des doods, wat een juiste benaming voor zo’n prachtige plek. Nu is het de mooiste tijd om te gaan: alles staat in bloei en ruikt heerlijk. Over een maand zal het alleen maar dor zijn en moordend heet. De laagste plek in de vallei ligt op ongeveer 82 meter beneden de zeespiegel en daar kan het in de zomer boven de vijftig graden Celsius komen. Nu was het er rond de veertig.


Dit laagste punt is van wat oorspronkelijk een meer was maar nu niet meer dan een zoutvlakte. Op dit laagste punt staat nog wat water, water dat oorspronkelijk regen of sneeuw was in de bergen van Nevada. Vrijwel al dat water verdampt en zouten en mineralen blijven over, vandaar de term Badwater = slecht water. Bremzout is het en toch leven er piepkleine beestjes in, het is ongelooflijk.


Maar er leeft veel meer: hagedissen te over, maar ook grond eekhoors, slangen, vogels en natuurlijk coyotes.


Zoals die ene die naast de weg stond en waarschijnlijk hoopte op wat lekker menseneten. Dat heb ik niet gegeven, ik heb wel een bak water neergezet.


Met twee campers zijn we door de vallei gereden gereden, overal foto’s nemend en onder de indruk staan kijken.


Neem bijvoorbeeld de Devil’s Golfcourse. Jaren van watertoestroom wat dan weer opdroogde, zorgde voor een grillige omgeving met allemaal zoutvormen die messcherp zijn en keihard. Dat zie je op de foto, voor de verhoudingen heb ik er even de autosleutel bijgelegd.

Doorgaans als je een berg ziet is die grijs. Hier hebben ze allerlei kleuren: bruin, roze, groen, wit, zwart en de omgeving verandert constant.
En het is heet, heel heet en gortdroog. Wat zeer zeker ellendig was voor Barton en Monique: hun koelkast doet het niet. Dus al het spul dat kon bederven hebben ze in onze koelkast gedaan. Een tip voor degenen die ook zo’n trip willen ondernemen: huur geen camper via Cruise America. Die bakken zien er niet uit, zijn vies, zeer primitief ingericht en vaak met problemen. De eerste twee keren hebben wij ook via Cruise America gehuurd en die eerste keer hadden wij ook forse problemen. Maar hun prijzen zijn vaak lager en bijvoorbeeld met onbeperkte mijlen. Heb je dan nog geen ervaring in het ‘camperen’ in Amerika, dan denk je een goeie deal te hebben. Net zoals wij dat die eerste keer dachten. Toegegeven: de tweede keer waren er geen problemen, maar nu wij via RoadBear de camper bespreken kennen we het verschil maar al te goed. Dit terzijde.

Het was zo heet dat onze vrienden het op een gegeven moment opgaven om naar buiten te gaan en met een bescheiden cameraatje foto’s namen vanuit de camper.

Eind van de middag hebben we aangelegd in Furnace Creek. Er zijn twee campings in Death Valley: Furnace Creek en Stove Pipe Wells. Op deze hadden wij nog niet eerder gestaan, maar het was goed.
Natuurlijk ging de barbecue weer aan en voor de foto heb ik een arme sukkel van zijn fietsje gesleurd die op weg was naar het zwembad.

Schuin tegenover ons stond een oudere meneer die er schijnbaar zo’n beetje permanent woonde. Net als allerlei andere senioren die voorbij kwamen in een golfkarretje voor een praatje. In plaats van een berg rollators stond er een berg golfkarretjes. Why not?

Vanochtend hebben we de rest van de vallei gedaan. Het ging steeds harder waaien en de wind bereikte een sterkte die goed was voor een weeralarm thuis.

Onderweg veroorzaakte dat nog een kleine zandstorm, maar toen waren Barton en Monique al afgeslagen richting hun volgende bestemming: Lake Isabella, om vandaar naar de kust te gaan. Wij blijven nog even in de bergen en gaan via Mammoth Lakes en via via richting Lake Tahoe.
Ik hoop dat ze het allemaal net zo prachtig gaan vinden als wij altijd doen.

We zijn beland in Lone Pine en staan op een vrijwel lege camping: coordinaten 36.54355 en -118.04613 op ruim 1200 meter hoogte.
Het is een merkwaardig stil stadje. Laten we zeggen: als het een cojbojstadje was geweest, zou het enige geluid dat van het bord van de saloon zijn dat heen en weer piept in de wind. Nou, wind is er genoeg net als de vorige twee keren dat we hier zijn geweest en het schijnt uitzonderlijk te zijn voor deze tijd van het jaar.
Hebben wij weer…

Van de bergen naar de woestijn

Nee, ik heb niet gespijbeld, we hadden gisteren gewoon geen internet. Uren hebben we er over gedaan om uit de heksenketel van Los Angeles te komen, wat een ramp is dat toch. De camping stond vlak langs een keidrukke weg en stond vol. Ondanks dat alles was het er doodstil, wat een geluk. Gisteren zijn we uiteindelijk gestrand in Big Bear Lake en het was prachtig.


Tweeduizend meter hoog in de bergen, midden in het bos en het was er vrijwel leeg. We kwamen er na zessen aan en dan is zo’n receptie vaak al dicht. Je betaalt dan gewoon de volgende ochtend. Op het papier dat je bij dat kantoortje mee kon nemen, stonden de beschikbare plekken.
Maar je moest wel opletten of er geen geel briefje ‘gereserveerd’ aan de paal hing bij de plekken. Nou, die hingen dus overal.
Maar allemaal voor de vrijdag en wij waren er op donderdag. Wat een prachtige plek was het.

Midden in het bos, overal eekhoorns en ’s nachts sterrevus koud.

Toen we vanochtend uit bed werden gebeld was het zes graden in de camper.

Gisteren, donderdag, zijn er ook vrienden van ons aangekomen in Las Vegas. Enthousiast gemaakt door onze verhalen besloten ze ook naar Amerika te gaan en in een camper rond te toeren. Vanochtend belden ze dat ze op weg gingen naar het camperverhuurbedrijf -wat een woord- en daarna naar Pahrump zouden rijden. En daar zouden we elkaar treffen. Vanuit Vegas naar Pahrump is het niet zo heel ver, vanuit Big Bear Lake daar naartoe wel. Meer dan driehonderd kilometer hebben we gereden.

                 Joshua Tree.

Toen wij in Barstow waren en even wat wilden gaan eten, belde Barton al op om te melden dat zij al op de camping in Pahrump stonden, net over de grens in Nevada. Wij hebben toen nog bijna drie uur gereden en zijn 1 stadje tegengekomen: Baker, met 600 inwoners. Verder niks, woestijn, prachtig. Wel mochten we nog een klein uur in een file aanschuiven na een aanrijding en hadden we oponthoud vanwege wegwerkzaamheden midden in de woestijn. Dus echt spannende dingen hebben we nu niet te melden. Al moet ik zeggen dat de Joshua trees nog steeds heel apart zijn. En weet je wat hier ook zo apart is: overal waar je rijdt kom je kruisjes tegen.

Kruisjes met speeltjes, met nepbloemen etc. Bij navraag bleek dat daar inderdaad mensen zijn begraven die daar zijn verongelukt. Soms zie je zelfs meerdere kruisjes staan. Triest.

We staan nu op de camping naast Barton en Monique en we zijn lekker aan het barbecuen.

Morgen dus met twee campers Death Valley in, Vallei des Doods. Een prachtige, dorre, dode en toch zo levende omgeving. Het kan er in de zomer over de 50 graden worden. Er is een drooggevallen meer dat helemaal wit is van het zout en de mineralen en amper water. Het water dat er sporadisch is, is ongelooflijk zout. En toch leven er kleine diertjes in.
Degenen die bij mijn boek hebben gelezen weten dat er een verhaal in staat dat zich daar afspeelt. Wat hebben we het toch weer naar ons zin. En natuurlijk zijn er allerlei andere factoren die bijdragen tot het algehele genot: weten dat het thuis minder weer is. Dan weet je dat je vakantiecenten omgezet zijn in mooi weer.
Daar worden we al voor beloond als ik de berichten mag geloven. Maar vooral de wetenschap dat het thuis goed gaat. En Sandra, onze steun en toeverlaat wist ons te melden dat het met ons kattengeteisem prima gaat. Dat ze ineens een voorliefde hebben ontwikkeld voor de mezenvoederbollen en die door het huis hebben verspreid, dat Billy nog steeds een kreunende verliefdheid heeft voor haar handtas en meer van dat soort dingen. Gelukkig weet Sandra dat allemaal prima in de hand te houden. Een extra geruststelling voor ons.

Na vandaag weet ik niet wanneer we weer internet hebben, jullie horen het wel.
O ja, de coordinaten van vandaag: 36.31019, -116.01845 en van gisteren: 34.26383, -116.91771.