Categorie archief: Utah

Van de woestijn naar de bergen

Gisteren waren we op, voor mij, de mooiste plek op aarde: Monument Valley. Dat is toch zo ontzettend prachtig, daar kan ik geen genoeg van krijgen. We spraken er een meneer, een geoloog notabene uit Californie, die er nog nooit was geweest! Hun kinderen waren het huis uit, dus nu gingen hij en zijn vrouw allerlei nationale parken bezoeken. Ze waren in Bryce Canyon geweest, Zion en nog een paar. Hij zei: “Ik was enorm onder de indruk, vooral van Bryce, maar niets haalt het bij dit. Ik kan me voorstellen dat als je niet gelovig bent, je toch zegt: Er moet wel een God zijn, om zoiets te kunnen maken.” Beter kan ik het denk ik niet omschrijven.

Als je Monument Valley uitrijdt, of inrijdt, het hangt er maar vanaf van welke kant je komt, krijg je op een bepaaald moment een vergezicht, dat ik-weet-niet-hoe-vaak gefotografeerd is. Ook door ons. Maar zo druk als het nu was hadden we nog niet meegemaakt! Natuurlijk stond er ook een buslading Chinezen en waarom weet ik niet, maar die willen altijd gefotografeerd worden als ze een gat in de lucht springen. Ook nu, midden op de weg. Verkeer moest in de ankers, maar zij bleven doorspringen met hun vingers in een V-teken.

We reden door en stopten bij de Goosenecks. Een prachtige canyon, uitgesleten door de San Juan rivier. Van waar je staat naar beneden is het 300 meter. De rivier ziet er rustig en kalm uit, maar is een gewilde plek voor rafters. Mensen die hier met een grote rubber boot overheen varen en dan is de uitdaging natuurlijk een heftige stroom. Ook nu zag je in de diepte drie van die boten die het water trotseerden en zelfs van die afstand zag je de stroomversnellingen.

We wilden een camping in Bluff. Bij de eerste die we opreden was het laatste plekje net ingepikt door mensen voor ons. Scheelde echt minuten. We reden verder naar de volgende en wat een prachtplek was dat! Het was helemaal niet erg dat we op die andere camping niet meer terecht konden. Prachtig uitzicht aan alle kanten, er stonden amper campers, wat een geluk! En heerlijk weer, we hebben nog lang buiten gezeten, en stil! Zeer zeker in de camper hoorde je gewoon je oren suizen. Wat een genot.

Vandaag gingen we richting het oosten en zijn ondertussen aangekomen op een mooie camping in Durango, Colorado. De camping heeft de romantische naam Alpen Rose RV.

We zitten hier op ruim 2.000 meter hoogte en we hebben al sneeuw gezien. Omdat de camping pal naast een berg zit, was de zon al snel weg en dat voelde je! Ook hier is het stil, althans, was. Al een poosje is zo’n kudthondje aan het blaffen. Die ga ik wurgen of ik ga er op zitten. Dan heb ik een haardkleedje voor thuis.

Even hier rondkijken? Vul dan deze coördinaten in in Google: 37.350474, -107.856528

Vanaf morgen gaan we richting het zuiden, richting New Mexico. Naar de warmte en het wordt bovendien tijd dat we weer eens wat lege huizen tegenkomen!

Via een lege bar naar Wyoming

Het zou een rit van ruim vier uur worden vandaag, een vermoeiend dagje dus. Een camper rijdt nu eenmaal anders dan een auto. We wisten van tevoren dat we door een leeg gebied zouden rijden, maar wel erg mooi en daar gaat het tenslotte om. We waren zo gelukkig om twee elanden tegen te komen, die zie je niet zo vaak: het zijn heel schuwe dieren. Eén van de twee was wel nieuwsgierig en als hij een camera had gehad, had hij foto’s van ons genomen.

Tot voor een paar dagen schijnt het hier nat en koud te zijn geweest. Het natte is nog te zien aan de diverse stukken land die blank staan. Net als bij deze wei waar stieren in het water staan te grazen.

Een jonge stier vlak bij me keek me aan, vragend, waarom snapte ik niet, tot hij weg stapte en ik zag dat hij een zere voorpoot had. Ik vond het zo zielig, want hij keek nog een paar keer om, maar ik kon hem niet helpen. Wat moest ik doen? Het was overal mijlen ver vandaan en ik had natuurlijk geen idee wie de eigenaar was.

We stegen gestaag en reden door gebieden met veel sneeuw.

Op één plek ging iemand met een sneeuwscooter de berg op, met kinderen in een soort slee achter zich aan. Op een bepaalde hoogte werden ze losgemaakt en konden ze naar beneden glijden. Ik kreeg er zelf wel een beetje zin in.

Nu ziet dat er allemaal heel koud uit, maar dat was het dus absoluut niet. Alle sneeuwfoto’s heb ik gemaakt in korte broek en t-shirt, want het was zeker twintig graden. Een heel aparte gewaarwording. Ondertussen waren we al een week in Amerika en hadden nog steeds geen hamburger gegeten en dat moet je toch wel een keer doen. Dus dan stop je ergens en ga je zo’n dingen eten, maar NIET bij een Mac Donald, dan eet ik liever niet. Je kreeg er frietjes bij die er niet als frietjes uitzagen en bij elkaar was het een behoorlijke hoeveelheid, die ik dan ook niet opgekregen heb. Maar Henrie bood zich aan om te helpen, hm. Maar goed, zonder hem was het niet gelukt.

We vervolgden onze weg en plotseling was daar de state line en reden we Idaho binnen.

We kwamen vervolgens door het plaatsje Paris, een nederzetting met 479 bewoners. Waar die dan allemaal huisden weet ik niet, want het was er uitgestorven.

Je zag geen mens en heel wat winkels, restaurants en huizen stonden te koop, een doodse bende.

Ook hier stond een mormoons tabernakel, die wel heel erg afstak bij de rest van de gebouwen. De deuren waren gesloten, dus binnen kijken ging niet door.

Ernaast stond een borstbeeld op een sokkel van ene Charles Coulson Rich, met een plaque met beschrijving van al het geweldigs dat hij tijdens zijn leven had gedaan. Het enige wat ik van die opsomming heb onthouden, is dat hij zes vrouwen had en VIJFTIG kinderen!! Twee klaslokalen vol! Moet je je al die verjaardagen voorstellen, de cadeautjes met Kerst, de maaltijden, de namen van die jong die je allemaal uit elkaar moet houden. Een nachtmerrie gewoon, al had hij dan die zes vrouwen om de boel in het gareel te houden. Zou hij met zijn eega’s in één bed hebben geslapen? Of hadden die allemaal een aparte kamer en mochten ze strootje trekken wie hij die avond zou komen bezwangeren? En die vrouwen, zouden ze wel eens ruzie hebben gehad en tegen hem hebben lopen klagen? Of waren ze eensgezind en bekritiseerden ze onderling zijn sexuele prestaties en de irritante gewoonte aldoor in zijn neus te peuteren?

Ik werd beetje moe van al die gedachtes en we wilden net verder rijden toen er een auto naast ons stopte. De mevrouw die achter het stuur zat vroeg of we meer wilden weten over het tabernakel, misschien kon ze ons helpen. Ik zei dat we in hoofdzaak binnen hadden willen kijken. Dat ging dus niet, ze wenste ons nog een goede reis en reed door, maar het was wel heel erg vriendelijk van haar.

Langs een uitgestorven stuk weg stond ineens een lege bar. Reden om op de rem te trappen en de boel te gaan verkennen. Henrie ging richting achterkant bar en ik ging de stacaravan verkennen die een eindje verderop stond. Omdat je binnen niet meteen overzicht hebt, is het wel even een beetje eng, maar ik ben toch alle kamers binnen gegaan.

Daarna ging ik naar de achterkant van de bar, waar Henrie net breed grijnzend aan kwam lopen: hij had een open deur gevonden. Het was geweldig! Wat daar nog allemaal stond en lag, tartte alle beschrijvingen. Tot en met dozen met elpees uit de vijftiger en veertiger jaren, bakelieten exemplaren. Maar ook albums met foto’s, barklokken en -borden, glazen, een biljart, gokkasten, jukebox, dozen met speelgoed, handtassen, verzin het maar . Gezien het stof stond de boel alweer een poosje leeg.

We konden natuurlijk niet alles meenemen, helaas, maar hebben toch een aantal dingen in de camper ondergebracht. De één met van alles in de armen, de ander op de uitkijk, want het stond aan een drukke weg.

Bierreclame
Bierreclame
elpees
elpees
Peper en zoutvaatje
Peper en zoutvaatje

Hoe we het mee gaan nemen weet ik nog niet, dat moeten we nog verzinnen. Ondertussen zijn we beland op een camping in Wyoming en het heeft net geregend.

Altijd knus als je in je camper zit, als het morgen maar droog is…

Onze coördinaten? N42.91050 W110.99600

Salt Lake City

Gisteren was een reisdag, dus niet zo heel veel te melden. Onze tocht ging nog steeds door Utah, het gebied was redelijk leeg met wat nederzettingen wijd verspreid. Alle huizen in die nederzettingen waren losstaand en keurig. Allemaal leuk om te zien, maar niet veel om over te vertellen. De natuur was natuurlijk prachtig, wat dat betreft konden we onze ogen de kost geven.


Toen we bij een meer stopten en even een stukje gingen lopen, hing er een wolkje mugjes boven mijn hoofd en dat vloog met iedere stap met me mee.

Toen we Manti in kwamen rijden, viel een groot, hoog gebouw dan ook meteen op. Ik moest eigenlijk aan een casino denken, maar je weet dat dat in Utah niet voor zal komen. Henrie dacht aan een hotel, maar in deze lege omgeving, met uitsluitend laagbouw?

We besloten er brutaalweg naar toe te rijden om te gaan kijken. Voor de parkeerplaats moest je een steile helling op en we konden ons meteen vergapen aan een perfect onderhouden oldtimer. Henrie moest het kwijl van zijn kin vegen van aanbidding.

We liepen richting gebouw en ineens snapte ik het en zei: “Joh, dit is een mormonentempel!” Een oudere mevrouw die er liep beaamde dat, het was de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, waarvan de bouw in 1874 begon en hij was in 1885 klaar. Zo’n tempel mag je niet zomaar in, zoals bij ons in de kerken. Je moet echt lid zijn of expliciet zijn uitgenodigd. De tempel wordt als een heilige plek beschouwd, waar niet Jan en alleman binnen mag klossen. We liepen er omheen en in het gras naast de tempel zat een jonge vrouw met haar dochtertje: Courtney en Quinn.

Courtney en haar dochtertje Quinn
Courtney en haar dochtertje Quinn

Ik sprak haar aan en ze vertelde dat haar man binnen was bij een bruiloft, maar jonge kinderen mogen de tempel niet in. Dus was zij buiten gebleven, omdat het trouwende stel vrienden van haar man waren. Meisjes mogen dus vanaf hun 19de en jongens vanaf hun 18de de tempel in. Vroeger was dat 21 en 19, maar dat is veranderd. Mocht je 18 zijn en al getrouwd, mag je wel naar binnen, mits je de regels van de tempel respecteert. Dat houdt onder andere in: geen alcohol, thee, koffie, tattoos, drugs, kortom, alles was slecht voor je is.
Nu ben ik in alle religies geïnteresseerd: de gebruiken, de hoe en waaroms, dus het was interessant om allemaal te horen. Zo mogen kinderen vanaf hun 12de jaar tot hun 18de in naam van een ander gedoopt worden in een speciale doopkamer van de tempel.
Het mormoonse geloof zegt dat de leden van families allemaal samen moeten kunnen zijn, ook na hun overlijden en kunnen dat mensen die ongedoopt overleden zijn, via die kinderen dan toch gedoopt kunnen worden, zodat ze uiteindelijk met hun familie herenigd zullen worden in het hiernamaals. Want anders niet kan. Ze vertelde ook, en een goede vriend had ons dat al eens verteld, dat in Salt Lake City, waar de hoofdtempel van de mormonen staat, een enorme bibliotheek en databank is met gegevens van zowat iedereen op de wereld. In geschrift, maar ook op te zoeken via speciale sites op internet. De reden voor al die informatie is dus dat mensen familieleden kunnen vinden, die mogelijk ongedoopt overleden zijn en die ze op beschreven manier dus toch kunnen laten dopen. Al die dingen die ze vertelde deed ons besluiten de tempel in Salt Lake City te bezoeken. We namen afscheid en reden verder, om onderweg te zien dat iemand bisons als ‘huisdier’ had.

Een voorproefje op Yellowstone. Nadat ik foto’s had gemaakt, struikelde ik haast over een schedel van een hert. Aangereden herten laten ze hier gewoon langs de weg liggen, zodat de kraaien en gieren een macabere maaltijd kunnen genieten. Dat hoort bij de natuur, daar kan ik inkomen, maar de doodsoorzaak is altijd een onnatuurlijke auto.

We overnachtten in Springville, op een camping met de coördinaten N40.18961 W111.64094, en vanochtend stortten we ons in het verkeer. Normaal mijden we de snelwegen als de pest, maar nu moesten we wel. Salt Lake City is een stad met 1.2 miljoen mensen, dat is veel en dat merk je aan het verkeer. Druk dus.

Zo’n 46 mijl van tevoren, zo’n 73 (!) kilometer van tevoren beginnen de voorsteden al. Dat kun je je bij ons toch niet voorstellen? In die drukte kun je met zo’n grote bak geen oog van de weg houden, want hij is en wind- en rijbaan gevoelig. Hij remt door zijn gewicht ook niet zo snel als een gewone auto en heeft een langere remweg. Je kunt je voet wel goed op de rem zetten, maar als je te heftig afremt vliegen de kastjes open en ligt je hele huisraad al dan niet in scherven door je mobiele onderkomen heen.

Het rijden door Salt Lake City was geen pretje en een parkeerplek voor ons bakbeest vinden was een probleem. De parkeergarages zijn te laag, of de camper is te hoog, het is maar net hoe je het bekijkt. De openbare parkeergelegenhed waren alleen geschikt voor auto’s, ergens anders mocht je een uur staan wat te kort zou zijn, hier weer dit, daar weer dat. Uiteindelijk vonden we een eind van de tempel vandaan een plek in een straat waar je twee uur mocht parkeren.
We liepen naar Temple Square, waar het allemaal te zien was. De tempel zelf, die de hoofdtempel is van de mormonen, was natuurlijk verboden terrein, maar er was nog veel meer te zien.

We verzeilden in het tabernakel. Je hebt dus de tempel, maar ook het tabernakel plus nog een kerk, omdat er gewoon te weinig ruimte was voor alle volgelingen. Het tabernakel kon in het begin met de oorspronkelijke indeling 10.000 mensen kwijt. Het viel me op dat er een filmcamera stond en overal hingen van die speciale studiolampen. Een mevrouw sprak me aan en vroeg of ik wat wilde weten. Die camera en lampen dienen dus voor de wekelijkse uitzending op zondag. Dan wordt heel de dienst op t.v. uitgezonden. Er is dan een orkest, allemaal vrijwilligers, en een koor met 300 mensen.

Ze liet me een foto zien van de tempel van bovenaf en ik vroeg haar waarom de tempelniet in kruisvorm was gebouwd, zoals de kerken die we in Europa kennen. Haar man kwam er bij en samen vertelden ze me van alles. Ook dat het kruis geen symbool is van hun geloof en dat je nergens kruisbeelden bij hun aantreft. Omdat ze geloven in een levende Christus. Ook dat je in hun tempels geen afbeeldingen of iconen zult aantreffen, die je alleen maar afleiden. Ze stelden voor om ons een rondleiding te geven en Henrie, die net voorbij was geslopen, kwam net weer terug binnen en we werden meegenomen over het terrein naar een gebouw, waar boven een mooi beeld van Jezus stond.

We kregen een maquette van een dwarsdoorsnede van de tempel te zien en nog veel meer.

Dwarsdoorsnede van de tempel
Dwarsdoorsnede van de tempel

Het bleek dus al gauw dat ze dachten dat ze een paar zieltjes te winnen hadden: wij dus. Nu zei ik al dat religies me in beginsel interesseren. Twee jaar geleden deden we een privé toer in Monument Valley. De Navajo gids vertelde me, naar aanleiding van mijn vragen, alles over hun religie, hun gebruiken en gewoontes, maar heeft nooit geprobeerd me te bekeren tot het Indianengeloof. En dat vind ik dus hinderlijk van veel godsdiensten: ze proberen je te vaak te bekeren.

Martin en Judith
Martin en Judith

Martin en Judith, zoals deze mensen heetten, waren absoluut heel vriendelijk en behulpzaam. Ze spraken elkaar aan met elder en sister, een bepaalde titel binnen hun geloof. Alle mannen werden aangesproken met elder en de vrouwen met sister. Ik vroeg me prompt af of hij zijn vrouw thuis ook zo aansprak. We kregen zelfs een cadeautje: the book of Mormon. Op hun verzoek moest ik een bepaalde alinea voorlezen, ik snapte er niks van, ook niet toen ik het later herlas. Misschien betekent het wel dat we nu verbonden zijn aan de Mormoonse kerk en geen thee of alcohol meer mogen drinken. Een prima reden om het dan ook weer de rug toe te keren. Ze vroegen mijn emailadres en of we het op prijs stelden als er iemand langs kwam als we weer thuiswaren. Op de eerste vraag gaf ik mijn spam emailadres dat ik voor mailings gebruik, op de tweede vraag antwoordde ik lompweg: nee. Maar de vasthoudendheid van de mormonen kennende trekken ze zich daar toch niks van aan.
We namen afscheid en gingen naar de bibliotheek om daar een kijkje te nemen in het eerder beschreven informatiecentrum met stambomen en gegevens van mensen over de hele wereld.

Er stonden tientallen computers die bijna allemaal bezet waren en talloze boekenkasten. Geweldig om te zien, maar helaas waren de twee uur parkeertijd zo goed als op. Mijn voeten liepen al te schelden en snauwden me vriendelijk toe dat ik maar moest uitzoeken hoe ik bij de camper terug ging komen. De terugtocht was uitermate pijnlijk en moeizaam en door de warmte ook nog eens zwaar. Maar we zijn er gekomen en reden Salt Lake weer uit, althans, daar doe je wel even over. Met enig mikken vonden we een camping in Brigham (coordinaten N41.44508 W112.04160 voor degenen die even willen kijken)en we werden net uitgenodigd bij het kampvuur te komen zitten. Henrie is er vast naar toe gegaan, ik volg ook maar wilde jullie eerst laten weten dat we, ondanks alle pogingen, niet bekeerd zijn…

Een kapotte verwarming en geen internet

Het zou een koude nacht worden, daar in Cedar City, drie graden, dat is niet veel. Dus zet je de verwarming aan. Die sloeg aan en meteen weer af, en aan en meteen weer af, dat ging dan zo’n drie kwartier door voor hij het goed bleef doen. Precies hetzelfde probleem als we een paar jaar geleden hadden. Toen moest er iets verbogen worden bleek bij de garage, nadat die meneer in wanhoop uiteindelijk contact had opgenomen met Road Bear, het verhuurbedrijf. Hij kende die camper niet, omdat het een gloednieuw model was. Road Bear vervangt ieder jaar een deel van zijn vloot, campers van twee jaar oud worden verkocht, zodat alles in nieuwstaat blijft.

Er zat een garage in Cedar City vlak in de buurt van de camping en na overleg met Road Bear konden we daar naar toe. De meneer hielp ons meteen en is een paar uur bezig geweest. Uiteindelijk heeft hij de technische ondersteuning van distributeur gebeld. Een heel technische verhaal, maar uiteindelijk bleek dat de een of andere eikel bij het samenstellen iets in het gebeuren te strak had aangedraaid. De man van de garage belde weer met Road Bear om te vertellen hoe of wat en het blijkt dat over dit soort dingen al jaren geruzied wordt met de distributeur. Maar omdat al die camperbouwbedrijven door één firma zijn opgekocht, kunnen ze ook geen lange neus trekken en zeggen: barst met je zooitje, we gaan wel ergens anders naar toe.
Wij konden uiteindelijk onze weg vervolgen, al word je van dat wachten en een beetje rondhangen doodmoe. Je zit dan wel in je eigen camper, ik ging maar wat lezen, maar toch, je zit te wachten en wil verder. We hebben nog even in Cedar City rondgekeken, wat gegeten en gingen op weg.

We reden richting Salt Lake City, maar natuurlijk niet over de snelweg maar buiten om. Een prachtige, woeste omgeving met weinig verkeer en wel herten.

We stegen gestaag, op een gegeven moment zaten we op 3.000 meter hoogte, wat goed te merken was aan de ijzige wind en de sneeuw. Als je dan even uitstapt in je t-shirtje en korte broek, moet je toch even lelijk woorden zeggen van de kou.

Door die hap uit onze dag van een paar uur, zijn we minder ver gekomen dan gepland. Onze camping van die nacht was in Hatch, of liever: in the middle of nowhere. Een open vlakte, een vallei en het waaide ongelooflijk. De zon scheen wel, maar van buiten zitten was geen sprake gezien de zandwolken die voorbij kwamen.

Om acht uur de volgende ochtend moesten we er weg zijn: de boel werd opnieuw geasfalteerd en om acht uur kwamen de vrachtwagens. Vanwege een storing met de telefoonverbinding, was er ook geen internet en dus was er geen blog voor jullie toen je ’s morgens opstond. Maar och, zoveel hadden we ook niet te vertellen.
Als je hier wil rondkijken: de coördinaten van deze camping zijn: N37.66151 W112.42622. Even invullen in Google.

Vanmorgen vertrokken we dus al vroeg om een scenic route te gaan rijden, richting Salt Lake City. Het was stralend weer, alhoewel zo vroeg nog niet al te warm. We hadden besloten om niet eerst te ontbijten, dat deden we ergens onderweg wel, je hebt tenslotte alles aan boord. Op een mooie plek zijn we een anderhalf uur later gestopt, hebben tafel gedekt en zaten lekker met de deur open te ontbijten.

We hoorden een auto stoppen en even later stond er een Chinese meneer in onze deuropening. Afkomstig van die auto, die een busje bleek te zijn, afgeladen met Chinezen, waarvan die ene dus bij ons naar binnen kwam kijken. Mijn vork met stukje brood en kaas bleef halverwege bord en mond hangen, zelfs ik was verbaasd. Onze gele broeder lachte zijn nog gelere tanden bloot en vroeg, wijzend op ons onderkomen: ‘How much cost?’ Ik zei dat het een huurcamper was, maar dat ging hem te hoog: hij snapte het niet. Met de vork gebaarde ik: vier weken van ons, vier weken, niet langer. Jaja, hij knikte vriendelijk, snapte er geen bal van en liep verder. Met een landgenoot stond hij naar ons te wijzen en ze probeerden door de voorruit naar binnen te gluren. Even later zag ik hun hoofden langs het zijraam komen, alles druk bestuderend. Terwijl er toch interessantere dingen te zien waren. Hoog tegen de steile wand zag je een booginham, een dwelling, met een soort hutje erin. De Pueblo Indianen die dit gebied zo’n 10.000 jaar hebben bewoond, maakten die bouwseltjes als opslag voor hun graan.

Verder gingen we door dit prachtige gebied. We kwamen langs Bryce Canyon, ook zo mooi.

En tot Henries vreugde ook door de metropool Henrieville. Henries favoriet, vanwege de naam. Het was alweer jaren geleden dat we hier waren geweest.Zo’n nederzetting waar je, als je een keer niest, alweer doorheen bent. Maar door die naam vindt Henrie het het geweldigste dat er is, hij riep met verbazing: ‘Moet je nu zien, zelfs het postkantoor is er nog.’ Inderdaad verbazingwekkend, net als het huis dat in de grond gezakt leek.

Niet alleen was het een prachtige rit door verbluffende landschappen, de geur van gras en bloemen was heerlijk. We reden over bergruggen met nog kale bomen. Zodra je weer zakte, werd alles groener en zag je bloemen. Uiteindelijk strandden we in Torrey. De eerste camping was vol, de tweede bijna. We hadden geluk en kregen een plaats aan de achterkant, waar we een prachtig zicht hadden op de rode, grillige rotsen.

We hebben buiten gezeten, gebarbecued en genoten. Zodra de zon onder was, werd het koud en nu zitten we binnen met de verwarming aan, die het gelukkig goed doet. Nu wel…

Kijken waar we zitten? N38.30265 W111.44435

Via Arizona naar Utah

Het was fijn om een dagje te relaxen, maar het was mooi geweest: we gingen verder. Voor ons vertrek sprak ik nog de ‘buurvrouw’ van de camping, die ik al vaker had gesproken als we hier waren. Tammy Symons, een kunstenares die prachtig kan schilderen, met name paarden. We kregen een potje honing mee, afkomstig van haar eigen bijen en werden getrakteerd op het Sodom en Gomorra van de schamele bevolking. In dit hele dal wonen zo’n 8.000 mensen, maar daar zitten kennelijk heel wat weirdo’s, losers en verkrachters bij. Ook Tammy vindt het volslagen normaal een revolver bij zich te dragen, maar als ik het zo hoorde was dat geen overbodige luxe. De oude mevrouw die vroeger in haar huis woonde, werd op haar 90ste verkracht door een knul van 18, die daar 7 jaar de bak voor indraaide. Een milde straf lijkt me, minstens het dubbele plus castratie met een bot, roestig scheermes had me redelijker geleken.
Omdat de zool van mijn schoen, zoals ik al vertelde, aan het loslaten was en er steeds slechter bij hing moesten we even bij een Wal Mart langs voor lijm en nog een paar dingen.

Automatisch kijk je toch nog even verder en ik blijf me verbazen over het aanbod van één bepaald product. Ik bedoel: zoveel verschillende soorten augurkjes, of tomaten in blik en dat zijn maar twee voorbeelden. Dan heb ik het nog niet over pindakaas, brood, ontbijtgranen of weet ik veel wat gehad. Eigenlijk is het bizar.

augurkjes
augurkjes
tomaten in blik
tomaten in blik

Het volgende traject zou ons door Utah leiden, een goede reden om nog even goed alcoholische snuisterijen aan te schaffen. Utah is Mormonenstaat en drank is een grote verleiding van de duivel, dus daar wat moeilijker verkrijgbaar. Koffie schijnt ook tot de vervloekingen te horen, maar bigamie weer niet. Want in dat geloof mag je aan veelwijverij doen, om zo een uitputtend sexleven te hebben, veel kinderen te krijgen, zodat de vrouwen na hun zoveelste kind moegebaard sterven en je weer aan een nieuwe vrouw en serie kinderen kunt beginnen. Maar koffie en drank, och jemig toch… Nee, dat kan echt niet.
Buiten kon Henrie het niet laten om het winkelkarretje een zet te geven en mee te rijden. Jongetjes…

Verder gingen we en moesten helaas over een stuk snelweg, iets dat we normaal proberen te vermijden, en passeerden de state line van Arizona.

Het is altijd opvallend hoe het landschap verandert als je de grens met een andere staat overgaat. Arizona is woest en soms onherbergzaam, maar vooral prachtig. Het is moeilijk foto’s maken en filmen als je tien meter woonhuis bestuurt, maar ik heb het toch geprobeerd.

Nadat we de state line van Utah ook nog eens gepasseerd waren, besloten we dat we een Chinees buffetje wilden in St. George.

We herkenden het restaurant van een vorige vakantie en mensen, wat was het eten hier goed. Bij de bak garnalen met groente zag ik een haar in het eten toen ik ging opscheppen. Ik riep iemand van de bediening, die nog net niet stuiptrekkend op de grond viel van ellende toen ik het liet zien en wilde meteen heel de bak weggooien. Ik kon hem hier van weerhouden en heb alleen het schepje met haar op een bordje gedaan om af te voeren. Ik zei, wijzend op de roze kommaatjes: anders zijn die allemaal voor niks dood gegaan. Er lag minstens anderhalve kilo garnalen in die schaal! Het Chineesje heeft me nog net niet gezoend en benadrukte hoe hij dit waardeerde. Maar Sienezen zijn klein, dus hij kon niet bij mijn wang, hoe hoog hij ook sprong.
Na het schransen kwamen we er in de camper achter dat het ineens een uur later was. Niet door het verblijf in het restaurant, maar door de tijdzone en zo is ineens je dag een uur korter. Jammer genoeg ligt de camping van vannacht in Cedar City aan een drukke, doorgaande weg. Ondanks dat je hier de prachtigste gebieden hebt, zijn de campings niet altijd goed vertegenwoordigd en heb je dus weinig keus. Ik denk dat de mannen het te druk hebben met hun horde vrouwen en al die kinderen en dus geen tijd hebben om dit soort voorzieningen aan te leggen. Bovendien: al die campers hebben koffie en alcohol aan boord. Schandalig!

Zion

Het aparte van Zion is dat het een canyon is, waar je je onderin bevindt. Vrijwel alle andere canyons bekijk je van bovenaf. Zion is een prachtige canyon, die eerst doodlopend was, je moest dus dezelfde weg terug. Omdat dat vroeger voor het transport en vervoer niet handig was, besloten ze in 1920 een tunnel te maken. Deze was in 1930 af was en verbond Zion met de noordkant van de Grand Canyon.

Het was al lang geleden dat wij er waren. Misschien wel vijftien jaar, toen we nog met een auto rondreisden. We herinnerden ons nog de barre en woeste schoonheid en vonden dat het tijd was er weer een kijkje te gaan nemen.
De entree is $30,-, dat is bij die grote, nationale parken doorgaans de prijs, maar wilde je met een camper (en je moest wel) door de genoemde tunnel, dan betaalde je nog eens $15,-, wat het bezoekje ineens op $45,- brengt en dat is een forse prijs.

Door de jaarkaart die we van die lieve vriend kregen, viel de toegangsprijs weg. Maar nu het volgende: die tunnel is honderd jaar oud en dus niet berekend op het hedendaagse verkeer en al helemaal niet op die campers. Die moeten over de middenstreep, omdat ze vanwege hun hoogte anders de wanden van de afgeronde tunnelwanden zouden raken. Daarvoor moet het verkeer aan weerskanten stilgelegd worden, zodat campers er doorheen kunnen rijden. Dat grapje kost dus $15,-.
Maar wat hadden ze nu gedaan: het verkeer werd beurtelings door de tunnel gelaten. Dus laten we zeggen twintig voertuigen de ene keer en dan van de andere kant weer twintig voertuigen, enzovoort. Maar de auto’s hoefden geen $15,- te betalen, dit is nogal krom en ruikt naar opportunisme.

Als je door deze tunnel rijdt, kom je langs vier ‘ramen’. Er wordt uitdrukkelijk gemeld, dat dit geen uitkijkpunten zijn. Dit om te voorkomen dat mensen in die tunnel gaan stoppen om naar buiten te kijken en oohh en aaahhh te roepen. Deze ‘ramen’ werden tijdens de aanleg gebruikt om het puin naar buiten te gooien.

Bij de toegangspoort krijg je te horen dat je niet met privé voertuigen de canyon in mag. Dat kan alleen met shuttlebussen. Aan ene kant kan ik daar inkomen: de wegen zijn er niet op berekend, er zijn niet genoeg parkeerplaatsen en in zo’n nauwe canyon bouw je die ook niet zomaar bij zonder de prachtige natuur te verruineren.
Nu haat ik het gedoe met shuttlebussen. Dan ben je uitgekeken en kun je nog eens gaan wachten tot je weer verder kunt. Toegegeven: ze reden heel frequent dus van echte wachttijden was geen sprake.
Maar werd er aangegeven waar je je camper moest parkeren? Welnee. We vroegen het uiteindelijk op een camping en die meneer verwees ons naar een parking, vanwaar je nog een roteind moest lopen om bij een halte te komen. Het was dertig graden, je liep in de volle zon en als je dan weer terugkomt, doodmoe, ben je echt niet blij.
Uiteindelijk bleek vlakbij de halte een parkeerplaats te zijn, maar die eikel had daar niets van gezegd. En er stond een bordje, van zo’n tien bij vijftien centimeter. Net zo slecht als in Bryce Canyon dus en dat in een omgeving waar je alleen met eigen vervoer kunt komen, waar jaarlijks letterlijk miljoenen mensen komen, maar waar dus geen goede bewegwijzering is.

Zion maakte wel veel goed. Het is een prachtige, ruwe omgeving waar je omringd wordt door steile canyonwanden, die arrogant op je neerkijken. Dan weet je hoe een vlieg op je arm zich moet voelen.

Je kunt je ook goed voorstellen dat heel vroege volkeren, Indianen, zich hier veilig voelden. Maar dat het ook een val geweest kon zijn. Immers: het liep dood. Die miljoenen jaren oude omgeving, die gevormd is door de werking van de aarde en water en wind, staat haaks op het tere leven dat zich hier bevindt. Tijdelijk, kwetsbaar en toch onmisbaar.

Op de route van de shuttlebussen is één halte waar je ook wat te eten kunt krijgen. Hartstikke druk natuurlijk, rijen mensen voor de vette hapbalie en de ijsjesbalie. Leuk was, dat de mosterd, ketchup, etc, bij de ijsjesrij lagen. Je moest je dus door een muur mensen heenwringen, om iets te kunnen bemachtigen.
Plastic bestek, altijd handig bij een salade, moest je uit een soort automaatje halen dat natuurlijk leeg was. Achter dat apparaat lagen messen en vorken ingenieus verpakt te wachten om in dat automaatje te worden gestopt. Ik zei al: het was druk. Dus een mevrouw en ik hebben met gepast geweld bestek uit die verpakkingen gehaald, waarvoor je eigenlijk inbreker moest zijn om het open te kunnen maken.

We hebben het genuttigd op het grasveld, omringd door jengelende en jankende kinderen. Het was bloedheet, voor kinderen in ieder geval, rond een uur of drie ’s middags, dus die kinderen waren doodmoe. Ik snap werkelijk niet waarom dat grut zo nodig meegesjouwd moet worden op dit soort trips. Denken de ouders nu echt dat ze een wurm van amper twee jaar oud iets meegeven? Het lijkt me eerder een meer egoistisch streven: ja, we hebben nu wel kinderen, maar ik ga mezelf toch echt niets ontzeggen! Dan janken ze maar en als mensen daar last van hebben, gaan ze maar ergens anders zitten.

Bij iedere halte waren zogeheten trail heads. Wandelroutes met doorgaans behoorlijke afstanden. Wij vonden dat het aan het begin van zo’n route ook mooi was en weigerden verder te lopen. Langs de rivier zag je mensen genietend met hun voeten in het koude water zitten.

Zich niet bewust van deze slang die zich pal boven hun hoofden voortkronkelde, zoals vooral goed in het filmpje te zien is.

Langs de canyonwanden zie je soms op de merkwaardigste plekken begroeiing. Zo’n wand heeft dan een opening waar water doorsijpelt, waardoor die ook wel wheeping rock genoemd wordt (huilende rots) en waar plantjes genoeg vocht vinden om daar te groeien.

In de winter moet het hier heel koud zijn, in de zomer moordend heet. Op de thermiek zag je raven zweven, op de loer naar iets lekkers. Eén van de eeuwenoude bewoners, die het allemaal hebben zien gebeuren en veranderen.

Het is een prachtige omgeving, ze zouden alleen het gedoe met die shuttlebusjes niet moeten hebben…

Bryce Canyon

Er zijn plekken in Amerika waarvan je weet dat het er druk kan worden. Plekken die door de halve wereld gezien willen worden. Zoals de Grand Canyon natuurlijk, maar ook Bryce Canyon.
Reden om maar weer eens om vijf uur op te staan en om kwart voor zes het park binnen te rijden. En koud! Bryce Canyon ligt hoog (2700m), het had er dus ongetwijfeld gevroren die nacht en om de kou te benadrukken, stond er een stevige bries, die overal doorheen ging.
Het begon al vaag licht te worden. Aan de ene kant had je de volle maan, aan de andere kant de zon die qua kleur steeds meer aan warmte won. Niet aan temperatuur, dat duurde nog wel wat uren.

DSCN1914

DSCN1927

De weg door Bryce Canyon is een doodlopende weg van zeventien mijl lang, zo’n zevenentwintig kilometer, met op allerlei plekken uitkijkpunten. We hadden besloten meteen naar het eind te rijden en vanaf daar alle uitkijkpunten te doen.
Er was nog niemand te zien, een paar herten, meer niet. Bij één punt stond een meneer met een camera. Het was het punt waar wij stopten om foto’s van de zonsopgang te nemen, al was het nog niet het eindpunt. Waar die meneer foto’s van maakte is me niet duidelijk: hij keek niet naar de zonsopgang.

DSCN1925

Bryce Canyon is een werkelijk prachtige omgeving met overal rijen grillige pilaren. Gevormd door honderdduizenden jaren wind, water en kou. Je ziet er allerlei vormen in.

DSCN1915

DSCN1917

DSCN1923

DSCN1928

Iemand van de Paiute stam, Indiaan Dick vertelde ooit: “Voor dat hier Indianen woonden, woonden hier de Legend people. Ze leefden hier in allerlei soorten: hagedissen, vogels, dieren en ze hadden de kracht mensen van zichzelf te maken.
Maar ze waren slecht, daarom veranderde de Coyote God Sinawava ze in rots. En zo zie je ze nu ook: zittend, staand, elkaar vasthoudend. Nog steeds beschilderd in de kleuren die ze hadden toen ze in rots veranderd werden.”
En het lijken ook allemaal mensen die naar een bepaald punt kijken. Hoe de God Sinawava dat deed weet ik niet, maar ik ken ook wel wat mensen bij wie ik dat zou willen doen.

Bij een uitkijkpunt stopte in die stille, vroege ochtend een auto. Een meneer kwam luidop mompelend aangerend, nam nog steeds mompelend een foto en rende mompelend, weer terug en reed weg. Hij leek op Dustin Hoffman, maar dan met bril.

Naarmate de ochtend vorderde, werd het steeds drukker. Wat je hier heel veel ziet zijn Aziaten, ik noem ze voor het gemak Sienezen, maar dat zijn het natuurlijk niet allemaal. Ze vallen door bepaalde dingen nogal sterk op. Om te beginnen door hun talent constant in de weg te lopen. Je kan er niet langs, je kan geen foto maken want ze vormen een muur en zijn niet tevreden voor ze vijftig foto’s van elkaar gemaakt hebben. Ze zijn zeer luidruchtig en klinken als als een groep fietsen waarvan de wielen aanlopen. Ze hebben een grote voorliefde voor mondkapjes.
Op de foto willen ze altijd met hun vingers in het peace teken of op de rug genomen met gespreide armen. De jongere mannen willen doorgaans gefotografeerd worden terwijl ze omhoog springen met hun benen in spreidstand.
Of ze komen met een auto en stoppen op een onmogelijke plek, zoals de uitrijdplek van een parkeerplaats en dat zijn doorgaans jongeren. Dan laten ze alle portiers openstaan, zodat ze hun slechte smaak voor muziek keihard kenbaar maken. Werpen een blik op wat het ook moge zijn, zoals wij kijken of het water onder de aardappels kookt, rennen weer terug en rijden weg. In een heel zeldzaam geval maken ze ook nog een foto van elkaar.
Ik kan het me verbeelden, maar het komt op me over dat iedereen opgelucht ademhaalt als heel de handel weer in de touringcar is geprakt. Zodat er van de rust en het uitzicht genoten kan worden, want anders een pure onmogelijkheid is.

Het zonlicht werd ondertussen warmer en helderder en je zag de canyons veranderen en meer prijsgeven. Bryce Canyon is ongelooflijk prachtig en apart. Of er nu sneeuw ligt of bloedheet is: heel het gedetailleerde landschap zorgt ervoor dat je blijft kijken en wijzen.

DSCN1932

DSCN1939

DSCN1940

DSCN1972

Een grondeekhoorn genoot op een rots boven duizelingwekkende hoogte van de vroege ochtendzon op zijn lieve jasje te genieten.

DSCN2001

Bij het laatste uitzichtpunt vonden we nog een parkeerplaats voor de camper. De rest stond bomvol. We hebben rondgekeken, gewezen en genoten.

DSCN2019

DSCN2026

DSCN2038

DSCN2041

DSCN2061

We kwamen terug bij ons huis op wielen en vonden een enorme sticker op de zijruit. Een waarschuwing, want we mochten daar niet parkeren, inclusief een verhaal waar we niks mee konden.

DSCN2081

We zouden na dit uitkijkpunt het park uitrijden en gingen even langs het visitor center bij de uitgang, die ook ingang is. Ook hier was het sterrevus druk. Ik bleef in de camper en Henrie ging naar binnen. Van tevoren had hij een foto gemaakt van de plek waar we stonden. Nu komt het, over slechte communicatie gesproken!
Het blijkt dat je sinds 2015 vanaf 24 april tot 30 september NIET meer naar bepaalde uitkijkpunten mag met een camper die langer is dan 25 voet (7,5 meter).
Je krijgt een kaartje met die informatie als je het park inrijdt, maar die ingangen zijn voor zes uur ’s morgens niet bemand. Wordt het ergens anders aangegeven? Welnee, dat moet je maar ruiken of snappen of ben je soms achterlijk ofzo dat je dat niet weet?
Henrie meldde dat wij al voor zessen het park waren binnengereden. Waarop de man geil lachend ons even de toegangsprijs van dertig dollar wilde aanrekenen. Maar hij had buiten de jaarpas gerekend, die wij van een lieve vriend hadden gekregen die in oktober in Amerika was. Dan kun je alle national parken in, zonder verder te moeten betalen.
Maar dit was werkelijk heel slecht en onprofessioneel. Op dit soort plekken waar jaarlijks miljoenen mensen komen, mag je je beter organiseren!

We vertrokken en besloten onderweg ergens iets te eten. In het gehucht Panguitch was een fastfood restaurant dat Henries naam droeg. Volgens hem zou er dan wel haute cuisine worden geserveerd, maar gelukkig was die zaak dicht.

DSCN2086

Een eindje verderop zat een zaak die er heel erg retro uitzag en we besloten daar wat dollars uit te geven. Tot mijn geluk serveerden ze ook mijn favoriete French Dip. We wachtten en we wachtten en we wachtten en besloten maar een dutje te gaan doen tot de boel geserveerd werd. Af en toe verwijderden we wat spinnenwebben van onze armen en keken nog eens rond.
Waar Henrie en ik met elkaar praatten, communiceerde de andere mensen op een modernere manier, maar kennelijk niet graag met elkaar.

DSCN2097

DSCN2098

De meneer die onze bestelling had genomen, kwam zijn excuses maken: de kok was die dag nieuw begonnen en wist alles nog niet zo goed te vinden. Om het goed te maken zouden we als dessert gratis een bol ijs krijgen.
Na een uur (!) kwam het eten. Het was goed, het was zelfs prima, ik kan er niets van zeggen. Het ijs ook, alleen nam het maaltje wel een enorme hap uit onze middag. Hadden wij weer…

De camping had een vuurput, dus ook nu kon Henrie zijn pyromane neigingen botvieren en een fikkie stoken. Het werd weer koud die avond, niet zo erg als eergisteren, maar koud genoeg.

De camping ligt vlakbij ons volgende reisdoel. Even rondkijken? De coordinaten hier zijn N37.23588 W112.85530

Coral Pink Sand Dunes, onder andere…

We gingen op weg naar de Coral Pink Sand Dunes, duinen van oranje/roze zand. Onderweg kwamen we langs een grot die ingericht was als museum.
De buitenkant was gebouwd als een cliff dwelling die je hier in de omgeving kunt vinden: woningen van de Anasazi Indianen die in de luwte onderaan een enorme rotswand woningen bouwden.

DSCN1768

Deze grot was in de veertiger jaren een silicamijn, maar de silica die hier gevonden werd was niet goed genoeg om er glas van te maken.
Die grot werd in de eerste helft van de de vorige eeuw gebruikt voor kampvuren, vuurwerk en vuilverbranding. Daarom is het plafond helemaal wit, in plaats van oranje wat die had moeten zijn. Er was ook heel veel vandalisme, waardoor er ook veel dingen vernield en verdwenen zijn.
In deze omgeving woonden 1200 jaar geleden de Moqui Indianen, die de vooruders waren van de huidige Hopi Indianen.
In 1951 werd het stuk land, inclusief grot, gekocht door de familie Chamberlain. Deze familie had hier vijfentwintig jaar een dancing en bar, waarmee geld genoeg werd verdiend om een museum te beginnen. De artefacten die hier tentoongesteld worden, zijn over de hele wereld verzameld. Wat ook te zien is aan al het geld dat uit al die landen is meegenomen.

DSCN1811

DSCN1808

DSCN1810

Zelfs dinosaurussporen, zoals die bij Lake Powell zijn gevonden.

DSCN1780

DSCN1781

Utah werd bevokt door mormonen, nu zijn er nog een heleboel, vandaar dat je niet zomaar alcohol kunt kopen. Opa Chamberlain had zes vrouwen en vijfenvijftig kinderen, waarvan er een heel stel al jong stierven. Utah was een lege staat en door veel vrouwen te hebben en dus veel kinderen, zorg je dus voor bevolking. Al sinds langere tijd wilde Utah tot een zelfstandige staat uitgeroepen worden, maar vanwege de legale polygamie ging dat niet door.
Wat doe je dan? Dan maak je het strafbaar. Dus opa, die al sinds jaar en dag zes vrouwen had, moest ineens de gevangenis in voor zes maanden. Daarna moest hij voor iedere vrouw $100,- boete betalen. Een gigantisch bedrag in die tijd, plus een woning voor iedere vrouw zoeken. Dat is natuurlijk te bizar voor woorden. Het is toegestaan, er wordt vrolijk op los gebigamied en dan ineens is het verboden. Maak er dan een sterfhuisconstructie van: de mannen die nu in zo’n huwelijk zitten, o.k. maar geen nieuwe meer. Maar nee, we vinden wel een achterlijke oplossing.
Er zijn nog wel splintergroeperingen van mormonen die nog wel aan bigamie doen. Maar onofficieel, ze trouwen dus met één vrouw en nemen er dan nog een paar officieus bij.

Ik vroeg aan Henrie of hij dat geen leuk idee vond, een paar Laureentjes erbij. Of hij het een leuke gedachte vond weet ik niet, maar hij greep naar zijn hart en ik zag zijn ogen wegdraaien en zijn lippen blauw worden. Ik ben er maar niet op doorgegaan.
Tegenwoordig is de grot trouwens nog steeds in handen van de familie Chamberlain.
Nog een leuke: in 1914 werd de zesde vrouw van opa Chamberlain, samen met nog vier vrouwen, verkozen tot gemeenteraadslid van die stad. Die er behoorlijk onder floreerde, schoon was en alles goed was geregeld. Ik durf zelfs te beweren dat er amper criminaliteit was: die kerels keken wel uit en zullen zich ongetwijfeld koest hebben gehouden.
Ik bedoel: vijf vrouwen…
De Coral Sand Dunes waren mooi, apart, bijzonder, maar niet om je er uren aan vergapend rond te lopen.

DSCN1825

DSCN1826

DSCN1831

Het zand is mul en ik vond het wel best, maar Henrie, mijn stoere bergbeklimmer, beklom een duin en kwam met zes kilo zware schoenen terug. Toen hij die had leeggegooid lagen er weer twee duintjes bij.

DSCN1834

DSCN1835

Onderweg kwamen we in een piepklein gehucht van ongeveer één straat langs een Family Dollar en we besloten nog wat nodig te hebben. We hadden de spandoeken wel gelezen over de opening enzo, maar geen aandacht aan besteed.
We kwamen er binnen en het voltallige personeel begon ons toe te juichen en te verwelkomen, met één dame als prinses verkleed.

DSCN1853

DSCN1855

DSCN1856

De opening was die dag en voor zo’n gehucht natuurlijk heel wat, want in de verre omtrek is er gewoon niks en bij die Family Dollars kun je voor heel wat zaken terecht.
Met het welkomstgejuich nog in onze oren reden we verder en konden we alvast een voorproefje nemen van wat we de volgende dag gingen bekijken.

DSCN1878

DSCN1879

We kwamen er ook achter dat er mensen zijn die een wel heel alternatieve manier van reizen hebben.
DSCN1863

DSCN1865

Op de camping was het liederlijk koud. We stonden op 2300 meter hoogte en het zou nul graden worden. Wat ook gebeurde. Natuurlijk het ideale moment voor Henrie om fikkie te gaan stoken, het brandhout hadden we een poos geleden al gekocht.

DSCN1882

DSCN1891

Camping bekijken? Hier de coördinaten: N37.66851 W112.15839

Grand Canyon

Als je om vier opstaat omdat je met vakantie gaat, is dat al bizar. Als je op vakantie bent en je staat om half vijf op om iets te gaan bezichtigen, is dat nog veel bizarder.
Maar het zou de moeite waard zijn, al waren we er al vaker geweest. Eens in de zoveel tijd moet je even terug gaan om te kijken of het wel echt was wat je hebt gezien.
Dus vertrokken we toen het nog maar net licht was. Tegenover onze camping was een deel voor kampeerders in tenten. Dat zie je niet zo vaak hier. Toen we wegreden kwam er net een stel verkreukeld en suf naar buiten kruipen, om de tocht naar de koude w.c. te maken. We huiverden bij de aanblik en zetten de verwarming een tandje hoger. Dat mocht wel: het was twee graden buiten.
We zagen de zon boven de bergen uitkomen, stralender dan wij waren.

DSC_0689_zonsopkomst2

In het schuchtere ochtendlicht zagen we herten langs de kant van de weg grazen.

DSCN1446

DSCN1459

Tot we bij het eerste uitkijkpunt kwamen en ons vergaapten aan dat waar we zo vroeg voor waren opgestaan: de Grand Canyon in ochtendtooi. We kennen de Grand Canyon allemaal van foto’s en films, maar niet, maar dan ook niets haalt het bij de werkelijkheid.

DSC_0757_Duck-Rock

DSC_0795_rocks

DSC_0850_Laureen

DSCN1451

’s Morgens vroeg hullen de ravijnen en glooiinen zich nog in diepblauwe tinten en verbergen ze hun geheimen. Maar hoe hoger de zon, hoe feller de contouren en de kleuren worden.

DSC_0911_Colorado_River

DSC_0962_stitch_1600x641

DSCN1497

DSCN1509

Het is niet te geloven dat je gewoon tweehonderd kilometer in de verte kan kijken. Dat het populairste oversteekpunt voor vogels het deel is, waar de canyonranden ‘slechts’ dertien kilometer van elkaar verwijderd zijn.
De verantwoordelijke voor dit ongelooflijke gebied is de Colorado River, die in vijf miljoen jaar het landschap uitsleet met zijn water en alles wat er in werd meegevoerd.

DSCN1507

Het is ook niet te geloven helemaal naar Amerika te reizen, naar de Grand Canyon, om daar een Nederlandse mevrouw te zien met hetzelfde fleecevest dat ze, net als ik, al jaren heeft, omdat het zo lekker zit.

DSCN1514

Verder gingen we, genietend van alle uitzichten en ons nederig voelend: dit was er miljoenen jaren voor ons en zal er miljoenen jaren na ons zijn.

DSCN1534

Een hert stond bij een parkeerplaats genoeglijk het jonge loof van boompjes te eten en het verse gras. Dat wij keken en foto’s maakten, was totaal niet interessant. Eigenlijk verwachtte ik dat hij op een gegeven moment om wat dollars zou vragen, voor de geleverde service.

DSCN1540

We waren uitbewonderd en gingen op weg. De Grand Canyon uit, richting Page. Een paar uur rijden, wat altijd zwaar is als je al zo lang op bent en bovendien allebei amper hebt geslapen.
Het was een lange weg zonder rustpunten door Indianengebied. Waar je maar van de weg kon, stonden kraampjes met dezelfde goedbedoelde sieradenzooi die allemaal op elkaar leek.
We stopten eventjes bij een rij van die kraampjes vanwege het mooie uitzicht. Eén van de verkoopsters zat scheef op haar stoel en was in diepe slaap verzonken.
Voor ik een foto kon maken, kwam er een grote groep motorrijders aan die ook even stopte.
Ze schokte wakker en kwam duidelijk van plezieriger oorden. Waarschijnlijk had ze gedroomd dat al haar spullen waren verkocht en ze straffeloos alle toeristen op hun gezicht mocht slaan. Of scalperen.

In Page zijn slechts twee campings, wat belachelijk is voor zo’n druk gebied en allebei bleken ze voor heel de week volgeboekt. De eerstvolgende was een paar uur rijden en geloof me: dat wil je niet na zo’n volle dag.
Via een trailerpark (zoiets als bij ons een woonwagenkampje, dat is hier heel gewoon en ze zijn doorgaans superkeurig) kwamen we uit op een piepkleine camping in Big Water, Utah.
We hadden geen telefoonnummer, dus het was een gok. Een gelukkige. Het was zeker piepklein: vijf plaatsen en vier daarvan werden permanent bewoond. Via het telefoonnummer op de deur wisten we de eigenaar te bereiken en konden we de enige vrije plek in gebruik nemen, zaterdag was die alweer besproken.
De camping, voor zover je het zo kon noemen, lag op een bedrijventerrein met veel honden in de omgeving. Wat misschien wel nodig was.

DSCN1584
DSCN1600

Naast onze camper stond een piepklein geval met aan de buitenkant op ooghoogte een kooitje. Ik dacht: dat is om de airco te beschermen, die er ook inderdaad in zat. Ik liep even rond op het terreintje en zag aan de andere kant van het campertje net zo’n kooitje, met een poes! En daar achter nog eentje, een zwarte.
Ik sprak ze aan de het grijze streepje kroelde zich verlekkerd tegen het muskietengaas en tot mijn verbijstering kwamen nog twee zwartjes bij. Met nieuwsgierige ogen en afwachtende houding.

DSCN1590

DSCN1591

DSCN1593

Binnen hoorde ik de eigenaar iedere vijf seconden zijn neus snuiten, misschien was hij allergisch voor katten. Aan andere kant, bij de airco, zat een langharig, roodwit ventje.

DSCN1594

Dan denk je even heel sterk aan je eigen geteisem en mis je de vele, dagelijkse kroeltjes. Maar realiseer je je ook hoe verwend het spulletje is! Deze katten zitten in een camper die misschien in totaal twee keer zo groot is als een volkswagenbus. Die drie van ons hebben tijdens de vakantie (omdat ze dan niet buiten mogen) de woonverdieping en de kelder om zich te vermaken en elkaar op het gezicht te slaan. In totaal een ‘schamele’ 290 vierkante meter.
De volgende ochtend kwam ik in gesprek met de eigenaar van de katten. Door het kooitje, want hij lag nog in bed. Ik had hem de vorige dag wel gezien, maar hij zag er niet uit als de vijfenzeventig jaar die hij bleek te zijn. Hij had zes katten aan boord, waarvan de oudste tweeentwintig was. De rest was rond de tien jaar oud en hij had ze allemaal uit de woestijn en van de straat geplukt toen ze nog kitten waren. Het gespuis zag er fantastisch uit en er werd duidelijk heel van gehouden. De reden dat ze niet buiten mochten, was omdat het hier barst van de coyotes.|
Jullie snappen, die man verdient een standbeeld en eeuwiger roem. Op Google zagen we zelfs zijn campertje staan. De coördinaten hier zijn: N37.081609 W111.666759

Verder gingen we, naar ons volgende doel. En wat we daar weer hadden…

Antelope Canyon

Een ander wereldberoemd fenomeen en waar iedereen wel eens foto’s van heeft gezien is Antelope Canyon. Deze canyon ligt ook in Navajo gebied en je kunt er naar toe hiken (lopen) of met een excursie. Als je wilt lopen, moet je een een aantal mijlen door een droog reservoir lopen met mul zand. Als je masochistische trekjes hebt, moet je dat vooral doen. Wij kozen voor de excursie. Dat reservoir is een overloop van de canyon, omdat er bij felle regenbuien heel wat water naar beneden komt dat zijn weg moet zoeken. Er zijn al eens twaalf mensen bij zo’n flash flood omgekomen. Omdat het wat lager ligt dan de rest van de omgeving, kan er ineens een immense hoeveelheid water komen terwijl het boven het reservoir niet eens regent.

reservoir

In het droge reservoir lagen overal koeien die aan het herkauwen waren.

koeien

Ze keken ons een beetje lodderig aan toen we voorbij kwamen stuiven en gingen geen stap opzij. Onze chauffeur en gids gaf in bochten nog eens lekker extra gas, tot groot genot van de aanwezige heren in het gezelschap.
Antelope Canyon is een heilige plaats voor de Navajo’s. Onze gids vertelde me dat er wel eens lastige mensen bij de excursies zitten, die beginnen te schelden en te schreeuwen. Hij loopt dan meteen weg, omdat hij dat niet op die plek wil.
Antelope Canyon laat zich niet beschrijven, foto’s is het beste middel. De naam komt van de pronghorn sheep die daar lang, lang geleden huisden.
De ingang is niet eens zo opvallend of spectaculair.

ingang

Maar zodra je binnen komt, word je overdonderd door de schoonheid van dit nauwe canyon. Het is gevormd door water dat er bij genoemde hevige regenbuien doorheen stroomt, wat dus die gladde, zacht gevormde wanden heeft gecreëerd. Het water kan tot vier meter hoog komen en zal alles meesleuren wat in zijn weg komt. Zoals deze boom die daar lang geleden klem kwam te zitten, hoog boven je hoofd.

boom

De kleuren en vormen hadden door kunstenaars gemaakt kunnen worden.

1235

Sommige stukken rots hebben heel herkenbare vormen, zoals bijvoorbeeld deze leeuwenkop.

4 leeuw

Of een drakenoog.

15 drakenoog

Op bepaalde plekken waar de zon mooi door naar binnen viel, gaf het een heel apart effect als er wat zand omhoog werd gegooid, die door de nauwelijks merkbare luchtstroom uiteen waaierde.

7 zand8 zand

De kokers waar het licht doorheen valt, zijn tamelijk hoog.
wij

Je krijgt een stijve nek van het omhoog kijken, maar dat heb je er met liefde voor over.

wij2

En weer denk je: hoe is het mogelijk dat de natuur dit kan maken. Zo subtiel en toch gecreëerd door meedogenloze krachten.

691011

Uiteindelijk ben je door heel de canyon gelopen en ga je dezelfde weg terug. En toch zien plekken er dan weer anders uit.
Hart1314Laureen

Ik had het al over die mevrouw in het roze en haar roze hondje in Monument Valley die zo ontzettend detoneerden in dat mooie landschap. Bij de aanblik van deze heren, na het geweldige waar je nog helemaal stil van bent, val je dan ook stijl achterover.

weirdweird2

Nog zuchtend van genot en de wetenschap dat je toch wel heel dankbaar moet zijn dat je dit allemaal hebt mogen aanschouwen, kwam ik tot de ontdekking dat ik nog melk moest hebben. Heel prozaïsch, maar we moesten langs een nog prozaïscher Walmart.
De parkeerplaatsen bij de zaken zijn enorm en overal en nergens zijn van die plekken waar je je winkelkarretje kunt achterlaten. Maar voor veel Amerikanen is die vijf meter veel te ver weg en laten ze het karretje gewoon staan waar ze het uitgeladen hebben. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik zo’n winkelwagentje bij harde wind tegen een geparkeerde auto aan zie knallen.

karretjes

Ze laten de bekende plastic tasjes er ook gewoon inliggen, die dan weer overal heen waaien. Wat dat betreft moeten ze hier nog heel wat leren. Het was een beetje killig geworden en Henrie had zijn fleecetrui aangedaan en vertegenwoordigde met zijn kleuren ons thuisland Belgie.

Belg

Onderweg kwamen we over een brug die de natuurlijke scheiding is tussen Navajo gebied en Amerikaans gebied. Deze brug was een nieuwe versie, de oude die er naast ligt volstond niet meer voor het huidige verkeer. Niet gek als je weet dat die in 1926 is gebouwd.
Met het zweet in mijn handen heb ik vanaf de zijkant foto’s gemaakt. Ik heb vreselijke hoogtevrees en als ik dikke sokken aan heb word ik al duizelig.

rivier

Even voor het perspectief: zie je dat rode stipje midden op de brug? Dat is Henrie.

bruggen

Een eind verder kwamen we langs een tankstation met een zeer uitgebreid nevenassortiment.

tankstation

En nu zitten we weer in Utah.

bord

Het is Memorial Weekend en dan kan het overal heel druk zijn. Dit plaatsje heet Kanab en er zijn drie campings. Alle drie vol. Niet leuk als je net ruim tweehonderd kilometer gestuurd hebt. We hadden gebeld, maar er werd niet opgenomen. De mevrouw van de camping zei dat ze niet verwachtte dat we nog ergens terecht konden. Op mijn verzoek heeft ze toch rondgebeld en tot ons grote geluk was er bij eentje een plek vrijgekomen, vanwege een annulering. De laatste plek in de wijde omgeving. Want in die ruim tweehonderd kilometer zijn we vrijwel niks tegengekomen.
Midden in Kanab zitten we en ik dacht nog verheugd: nou, dan kunnen we wel even een pintje ergens gaan halen. Tot het tot me doordrong: nee, we zitten in Mormonenland, dus geen druppel te bekennen. Pech, dan blijven we thuis. Ook goed. Wil je in Kanab rondkijken? Hier zijn onze coördinaten: N37.04221, W112.52435.