Categorie archief: Overton

Een onverwacht einde van een heerlijke vakantie

We waren nog niet vertrokken of we hadden al heimwee naar de camping in Bullhead City. Maar als je uiterlijk om 10:30 in heksenketel Las Vegas moet zijn, is een uur minder reistijd heel zwaarwegend. Om bij te dragen aan het heimwee was het in Overton een stuk killer. We gingen naar bed en was het een voorteken dat ik bijna tien uur sliep? Terwijl ik doorgaans na maximaal zeven uur slaap wakker ben? De volgende dag haalden we de koffers tevoorschijn, maar koesterden ons nog eerst een poos in de zon en genoten.

Maar goed, de boel moet nu eenmaal ingepakt worden en dat is altijd meer werk dan je wil. We hadden die ochtend al het pakje met gedragen kleding naar onszelf gepost, ruim vier kilo, en bij het wegen van de koffers later bleek wederom dat dat toch altijd wel een goede actie is. Nog voor ik maar een shirt in de koffer had gelegd werd ik ziek en daarmee bedoel ik ZIEK. Een uur op de bank in de camper gelegen, wat (natuurlijk) niet hielp. Zelfs mijn rummetje later smaakte niet, ik heb mijn glas leeggegooid, een sprekender voorteken bestaat bij mij niet. Eten? Hou op, het idee alleen al. De nacht was vreselijk, vol van koortsdromen en ellende en als het aan Henrie had gelegen waren we die ochtend nog naar een ziekenhuis gereden. Dat wilde ik niet en we vertrokken. Terwijl Henrie tijdens het rijden de laatste dingen in de camper op orde bracht, reed ik naar Las Vegas. Ik weet nog niet hoe me het gelukt is, zo ziek en ik kon mijn ogen niet open houden. Maar dan ben ik ook zo dwars en vertik ik het me over te geven aan ziek zijn. Over de terugvluchten zal ik maar zwijgen, ook over de eerste nacht thuis. Zaterdagochtend zijn we al vroeg naar de spoedeisende hulp vertrokken en ik mocht meteen blijven. Longontsteking en maandag wordt er verder gezocht naar mogelijk andere oorzaken. Dus even geen vergezichten, ik zal me even hier toe moeten beperken.


Geen vrolijk verhaal, maar een onverwachte afsluiter van een heerlijke vakantie op de schoot van Uncle Sam, die ik vanuit een Belgisch ziekenhuis weer respectvol groet en bedank. Bedank voor al het mooie dat we weer mochten zien. De sympathieke mensen die we mochten ontmoeten. Er zal zoals altijd geen dag voorbij gaan, zonder dat ik in gedachten door jouw spectaculaire landschappen rijd. We hopen je volgend jaar weer te zien, Uncle Sam, maar dan in een blijvende, goede gezondheid…

He he, we zijn er…

Het deed pijn toen de wekker om 03:45 ging. Je gaat douchen, bekijkt daarna je witte gezicht in de spiegel en je voelt dat je lijf schreeuwt om slaap. De afgelopen weken waren meer dan vreselijk druk en eigenlijk was nergens tijd voor, maar alles moest wel worden gedaan. Interviews plus uitwerken plus foto’s plus inplannen. En op het moment dat ik zei: ‘vanaf nu niet meer’ kwamen er weer. Daarna allerlei persberichten en de lege koffer gaapte me maar aan. De tuin keek gekweld door de droogte en de katten hadden alles achterdochtig bekeken. Toen was de grote dag daar en die verdraaide wekker ging dus om 03:45 af, terwijl we pas om middernacht in bed konden storten. We vertrokken zeker 3 kwartier te laat, onze harige vriendjes wilden niet spinnen toen we ze kroelden en keken verdrietig. Wie zegt dat dieren niks doorhebben?

De straat was nog donker, maar de vogels waren al op en zongen ons toe. Er waren geen files en we waren nog redelijk op tijd bij de Park & Fly, ook de vlucht leverde geen problemen op. Maar goed, we hadden dan ook voor KLM gekozen en niet voor de hartkwalen veroorzakende United Airlines. Daar droom ik wel eens van als ik te vet heb gegeten of te veel gedronken. Toen we zaten te wachten tot het onze tijd was om aan boord te gaan, voerde een mevrouw naast me het ene telefoongesprek na het andere in een heel onduidelijke brabbeltaal. Ze klonk een beetje als een rommelende maag van iemand die honger heeft. Dat is allemaal niet erg, maar haar adem was hopeloos. Zoiets als een kelder die jarenlang dicht is geweest en waar een grote partij overjarige mottenbalen opgeslagen ligt. Als ik zo rook ging ik naar de dokter, die me dan waarschijnlijk zou vertellen dat ik al drie jaar dood ben.

He he, we zijn er

Door de douane gaan in Minneapolis, koffers ophalen en weer inleveren en weer door security duurde vijf kwartier. Ik ben blij dat ik altijd zorg dat er minstens drie uur tussen de vluchten zit. Van wachten krijg je honger, net als van heel lang op zijn. Een broodje op de luchthaven kostte al gauw een ‘schamele’ $11,-. Nou, dan eet ik mijn portemonnee zo wel leeg. Na nog een uitmergelende vlucht van drie uur, in een vliegtuig dat gebouwd leek te zijn voor Liliputters die te klein zijn voor hun leeftijd, kwamen we aan in warm Las Vegas, 36 graden.

Je wordt zelf op het vliegveld al meteen overspoeld met gokautomaten en enorme schermen die van alles aankondigen, zoals optredens van de wereldberoemde Cirque du Soleil. Zoals een mega optreden over Michael Jackson. Geen getrut over negeren op de radio, een standbeeld verwijderen of ander gezever. Aangekomen in ons casinohotel Gold Coast, hebben we luchtiger kleding aangedaan en ons op een buffetje gestort. Aan de gang naar onze kamer leek geen einde te komen, soit, dat zijn we gewend, maar als je al een beetje op apegapen ligt van moeheid word je een beetje moedeloos.

He he, we zijn er

In zo’n casino, ongeacht welk, moet je altijd door het gokgedeelte, waar mensen hun geld voor de hypotheek en de boodschappen vergokken, in de hoop een fortuin te winnen. Maar er is er maar één die wint… Er wordt oorverdovend veel gerookt in die casino’s, ook van die enorme, dikke sigaren. Overal in Amerika ben je zo’n beetje een paria als je rookt, maar hier mag het. Als je je dollars maar meeneemt en in het casino achterlaat. Terug in onze kamer nam ik een douche waarbij het vuil van een paar continenten en vliegtuigen door het afvoerputje wegspoelde. Nu typ ik nu het eerste deel van dit blog. Het is hier 9 uur ’s avonds, Belgische/Nederlandse tijd 6 uur ’s morgens. Al 26 uur op dus. Henrie is al op een andere planeet en ik reis hem zo na. Morgen weer om 6 uur op, om om 8 uur de camper te halen, Las Vegas achter ons te laten en de stilte van de woestijn op te zoeken…

He he, we zijn er...

Zaterdag waren we zelfs te vroeg bij RoadBear, waar ze dat geen enkel probleem vonden. We kregen weer leuke cadeautjes mee, zoals een six pack bier en vier kleine flesjes wijn, een prachtige koeltas en nog wat dingetjes. Trouwe klanten worden hier echt beloond. We kregen zoals altijd een gloednieuwe camper mee, met slechts 3.000 mijl op de teller, maar dat zegt ook niet altijd alles blijkt… We deden uitgebreid boodschappen bij de Walmart, waar ik me meteen kon ergeren aan de eeuwige gemakzucht van de Amerikanen. De parkeerplaatsen bij Walmart en andere zaken zijn altijd gigantisch en overal zijn van die plekken waar je je winkelkarretje achter kan laten. En wat doet het gros? Die laat hem staan waar die uitgeladen is, gewoon, op de parkeerplaats dus. Ik heb al eens gezien hoe er zo’n karretje door harde wind tegen iemands auto aanknalde. Heb je schade? Jammer, maar ik ben toch echt te besodemieterd om dat ding even weg te zetten. Kom op zeg, ik heb net al van de winkel naar mijn auto gelopen, ik blijf niet bezig!

He he, we zijn er

We gingen ons daarna te buiten aan een Chinees buffetje. We lunchten dus om half twee ’s middags, tot die tijd nog niks gegeten en amper gedronken en vooral dat laatste gaat je opbreken. Niet alleen was het 36 graden, de luchtvochtigheid is hier ook heel laag, oftewel: je droogt uit. Bij een lunch in een restaurant drink ik altijd cola light en bij de eerste slokken merkte ik dat ik verrekte van de dorst, ruim een liter heb ik achterover geslagen en onderweg later in de camper nog een liter water. En plassen? Welnee, wel meer vocht willen. We vertrokken en verruilden binnen een half uur de chaos van Las Vegas voor de leegte van de woestijn.

He he, we zijn er

He he, we zijn er

Het besturen van zo’n bakbeest van 10 meter ben ik nog steeds niet verleerd, gelukkig maar. De camping in Overton was voller dan andere jaren, maar je ziet amper iemand. Mensen zijn te druk met t.v. kijken, het is dus doodstil net zoals altijd. De receptie was zoals altijd ook onbemand, $20,- in zo’n envelopje doen die aan de deur hangen, plek voor die nacht, naam plus datum invullen, klaar.

He he, we zijn er...

Voor het gemak heb ik even een foto van vorig jaar gebruikt, de camper ziet er hetzelfde uit. Henrie ook trouwens.
En toen kwam het. Op de camping bleek de koel- vriezer het niet meer te doen en dat is meer dan waardeloos bij deze temperaturen en na het ding net volgepropt te hebben. Wij zijn de tweede huurders van deze camper, dus duidelijk nog een kinderziekte. Noodnummer van RoadBear gebeld, maar ja, zaterdag eind van de middag, die toveren ook geen garage uit hun mouw op dat tijdstip. Schuin aan de overkant van de camping zit een Family Dollar, beetje te vergelijken met de Action, en daar hebben we twee zakken ijs gehaald, tien kilo dus en die in de vriezer en de koelkast gedaan. Morgen, maandag, moeten we meteen om acht uur bellen. Gelukkig waren we al vagelijk van plan een dagje extra hier te blijven, maar dat zal nu wel moeten. Want stel dat ze zeggen: je moet een andere camper hebben, dan zouden we alleen maar verder van Las Vegas vandaan zitten in plaats van het uur rijden nu. Ik zal me vanmiddag troosten met een French Dip, want het eethuisje The Inside Scoop is nog steeds aanwezig tot onze grote vreugde. Trouwens, een French Dip is een warm broodje met een berg rosbief, daar krijg je een bakje vleessaus bij waar je het broodje in doopt, met frietjes natuurlijk. Henrie wist ondertussen de koel-/vriezer rechtstreeks op 220 aan te sluiten, zodat het spulletje werkt zolang we hier staan en aangesloten zijn op elektriciteit. Nu is hij aan het darten met de buurman. Die woont hier al een jaar of vijf in zijn trailer en heeft buiten een dartboard hangen, met aan de ene kant gewoon darten en aan de andere kant iets voor mij onduidelijks. Boys will be boys.
Veel avonturen hebben we nog niet te melden, maar wordt ongetwijfeld vervolgd…

Relaxen in een bijna lege wereld

Die extra dag in Overton was heerlijk. Uitslapen, buiten zitten, ’s middags lunchen bij The Inside Scoop. Een soort cafetaria met heel lekkere dingen. Altijd als we naar deze camping gaan, eten we daar wat. In al die jaren is er totaal niks aan het interieur veranderd, zelfs de menu’s op de schoolborden zijn hetzelfde gebleven. Wat mooi voor ons is, want ik wil altijd de French dip. Een warm broodje met veel rosbief, een bakje vleesjus waar je je broodje in kan dippen en frietjes erbij. Henrie wisselt soms wel, maar de Reuben sandwich heeft toch wel zijn lichte voorkeur: pastrami met gesmolten kaas en een soort zuurkool en frietjes natuurlijk. Heerlijk en je wordt er gelukkig niet mager van…

Na het eten slenterden we nog even langs de supermarkt en de Family Dollar (een soort Action) en liepen in de brandende zon weer terug naar de camping. Verbluft nagestaard door de mensen die ons zagen, want lopen, dat doe je toch niet?
Toen we over de parkeerplaats liepen van de supermarkt hebben we ons nog even staan verbazen. Je hebt overal plekken waar je je winkelwagentje achter kan laten en je hebt invalidenparkeerplaatsen. Hier was een plek voor je winkelwagentje en er pal voor een parkeerplek voor invaliden. Welke heldere geest dat verzonnen heeft weet ik niet, maar echt snappen deed die persoon het niet.

In de camper naast ons woonde een schattig, rood katje. Het katje zag ik ’s morgens wel even buiten, met een tuigje aan. Verder zat hij binnen. Begrijpelijk, want in deze lege gebieden barst het van de coyotes. Omdat we gingen barbecueën had ik kipafsnijdsels. Die vond hij erg interessant en stak er ook een voetje naar uit. Maar eten deed hij er niet van.

De volgende ochtend vertrokken we met spijt in ons hart. We houden van deze doodstille camping, die verder niks opzienbarends heeft maar wel rust en stilte, balsem op onze ziel. Veel bijzonders hebben we niet gedaan die dag en onze volgende camping was in Hurricane, een weinig bemoedigende naam. We hadden geluk: we hadden de laatst beschikbare plek. ’s Avonds hebben we nog buiten gezeten, als enige. Het was fris, maar lekker. Soms kwam er iemand voorbij lopen, maar verder zat iedereen in de camper tv te kijken. Dus ondanks dat het druk was, was het er ook doodstil.

Gisteren begon de dag grijs en onderweg hadden we zelfs regen. Het waaide enorm en dat voel je goed als je zo’n ding bestuurt. De wind rukte en duwde en je kon niet even ergens naar kijken, want je zat meteen op de verkeerde weghelft en dat vinden de tegenliggers nooit fijn. Omdat we snelwegen altijd mijden, reden we ook nu een paar honderd mijl over een tweebaansweg, ver van de bewoonde wereld. Dat is voor auto’s altijd moeilijk inhalen, dus hadden we altijd vrij uitzicht. Als ik dan in de spiegel keek naar de weg achter ons, zag ik iedere keer een lange sliert auto’s waarvan de bestuurders me waarschijnlijk vervloekten.
Vanuit Nevada reden we Arizona binnen. Om na een poosje Utah in te rijden, waar het een uur later is en uiteindelijk kwamen we weer in Arizona terecht. Weer een uur vroeger dus. Arizona doet niet mee aan zomertijd. Dat is om het makkelijk te maken.

Onderweg kwamen we langs Colorado City. Een gehucht om verdrietig van te worden. We zijn er al eerder doorheen gereden. Wat daar is gebeurd weet ik niet, maar het is er vreselijk. Amper verharde wegen, een enkele keer een mooi huis, maar verder staat alles weg te rotten. Letterlijk, want bijna alles in Amerika is van hout gebouwd. Er staan huizen die niet af zijn, waar nooit iemand heeft gewoond en waar de gaten in de muren zitten. Er zijn ook huizen die wel bewoond zijn, maar zo verwaarloosd dat het gewoon bizar is. Paarden lopen los door de straten en er staan auto’s die compleet met onkruid en gras overwoekerd zijn. Een plek om je aan te vergapen maar ook huiverend weer snel te verlaten.

Het voordeel van een camper is, dat je overal even kan stoppen. Om te slapen, te eten of naar de wc te gaan.

Op een soort parkeerplek hebben we dan ook wat gegeten. Het landschap om ons heen was leeg, woest en het was niet moeilijk je voor te stellen dat hier dinosaurussen hebben gelopen. De wind was in sterkte toegenomen en op zo’n open vlakte merk je dat helemaal. Hij loeide en gilde naargeestig om de camper, die deinde op zijn wielen. Het klonk als het radeloze gehuil van verloren geesten, die niet snapten dat ze niet meer op deze wereld thuishoren. Die wanhopig op zoek zijn naar alles wat ze van hun leven hebben achtergelaten.

Verder gingen we, tussen het ene gehucht en het andere kan zomaar 70 kilometer liggen. Vanuit de verte kon je Utah nog zien liggen, waar het landschap zich kenmerkt met dieprode tinten. We reden langs prachtige gebergten, Vermillion Cliffs genoemd en aan de kleuren zag je waarom. Heuvels met weer andere kleuren, gelaagd en in gladde vormen. Je voelt je nietig in zo’n omgeving, immers, dit was er miljoenen jaren voor jou en zal er oneindig lang na jou nog steeds zijn.

Een van de dingen waaraan je de Indianenreservaten herkent zijn de wrakkige afdakjes waar ze allerlei souvenirs verkopen. Omdat het nog vroeg in het seizoen is, staan de meeste leeg. Waardoor ze nog armoediger overkomen in die prachtige, fascinerende omgeving. Terwijl de mensen zelf zo ontzettend in dit landschap thuishoren.
Onze camping was dit keer in Cameron, in ook weer een lege, barre omgeving. Het heeft nog even heel erg gewaaid, wat het extra knus maakt als je binnen zit in je huis op wielen. Maar geen internet, wat wel eens onhandig kan zijn als er echt iets moet gebeuren. Henrie is bij het hotel aan de overkant van de snelweg bij een hotelkamer gaan zitten op advies van iemand bij de balie. De volgende ochtend moest er weer iets gedaan worden en zouden we daar weer gaan zitten. Op een muurtje met de leuning van een trap als tafeltje. Het waaide, het had net gehageld en het was sterrevus koud. Toen we er aankwamen kwam er net een mevrouw met vuilzakjes de trap af. Die maakte daar dus schoon. Ik heb haar lief aangekeken en gevraagd of we even van één van de kamers gebruik mochten maken om even het internet op te kunnen. Wat geen probleem was. Dus zaten we aan een tafeltje in een warme kamer, wat een veel betere plek was.

Verder gingen we en hadden niet in de gaten dat het hier een uur later was. We waren nog steeds in Arizona, maar nu in een Indianenreservaat waar het dan weer wel een uur later is. Wat een gedoe!
We stapten een supermarkt binnen en toen we buiten kwamen lag er een lieve hond, nat van de regen en rood van de aarde, voor de deur te wachten. Een heel lief dier en ik kan alleen maar hopen dat hij van iemand was en niet op wat te eten lag te wachten. Want Indianen zijn niet leuk voor hun dieren. Paarden en koeien gaan doorgaans wel, niet altijd, maar honden… Hou op!

Zoals altijd blijf ik me verbazen over producten in supermarkten hier. Wat denk je van per stuk verpakte augurken?

Onderweg hebben we bij een Denny’s geluncht. Denny’s is een keten die door heel Amerika zit, waar je goed kunt eten tegen een zeer redelijke prijs. Behalve bij deze. Om te beginnen stond de muziek op danssterkte, hard dus. De muziekstijl zelf was ook niet echt om rustig bij te kunnen eten. Een tafeltje verder zaten twee Nederlandse gasten op een ADHD manier met elkaar te praten en die ene ging ineens bellen. “OPA, OPA! JE SPREEKT MET JOOST! MET JOOST! JA, WE WAREN VANOCHTEND IN ANTELOPE CANYON….” blablabla en toen ging hij zijn oma bellen. Ik bedoel, doe dit buiten en schreeuw niet de boel bij elkaar. Toen hij uitgeschreeuwd was zei hij tegen zijn maat: “Ik bel ze altijd op, ik heb ze al uit Rusland gebeld en Zuid-Amerika en me hier emme daar, blablabla” En even later: “Maar ik zeg gewoon u tegen ze, uit respect. Jij zegt jij, moet jij weten, maar ik…” Tien minuten later waren ze daar nog over bezig…
Ik zei al dat het eten goed is bij Denny’s. Maar deze keer was het waardeloos, zo ook de service. Ik denk dat dit de eerste keer is dat we in Amerika ergens hebben gegeten en dat we geen fooi hebben achtergelaten. Fooien zijn de belangrijkste inkomsten voor werknemers van restaurants, want die hebben een zeer laag salaris. Misschien had ik 25 cent achter moeten laten. Voor de moeite. Bij de kassa werd ons gevraagd of het allemaal in orde was geweest, waarop wij volmondig: ‘Nee’. zeiden. Die tante keek ons een poosje met openhangende mond aan en ging toen verder met haar werk. Over betrokkenheid gesproken.

We reden verder en vonden een plek op een camping in, voor mij de mooiste plek die er bestaat, Monument Valley. Morgen zullen we er ons weer aan vergapen en genieten…

Las Vegas binnen en weer buiten

Uiteindelijk lukte het ons om in Las Vegas aan te komen, maar hoe…

We stonden braaf op, gingen braaf op tijd deur uit en stonden braaf om half acht op Schiphol, dat wel een mierennest leek. Het was de eerste dag van de schoolvakantie en half Nederland wilde kennelijk op een vliegtuig stappen. Net als wij, maar een eerste blik op de borden met de vertrektijden vertelde ons dat onze vlucht bijna drie uur vertraging had. In plaats van om vijf over elf te vertrekken, werd het nu kwart voor twee. Met fucking United Airlines is het altijd wat. Een maand of wat geleden kregen we al een schemawijziging, dat we om acht uur zouden landen in plaats van half zes ’s middags. Ook al een afknapper, want je wilt gewoon op tijd in je hotel zijn. Je weet van tevoren hoe gesloopt je aankomt.
Dus hang je rond, eet wat, krabt aan je buik en gaapt waarbij je onbeschaamd je huig en de rimpels in je maag aan iedereen toont. Henrie zat na een poosje met een rubberen nek, oftewel met zijn kin op zijn borst. Even in diepe slaap terwijl de halve wereld langs hem heen liep. Ik overwoog nog even net te doen alsof ik tegen hem praatte, zodat het leek alsof mijn vertellingen hem niet bepaald boeiden en hij letterlijk in slaap gepraat was. De mevrouw aan de balie moest mijn gemopper aanhoren toen we onze bagage incheckten. Ze bleef vriendelijk en zei dat ze er ook niks aan kon doen. Ik zei: “Dat snap ik, maar ik wil zeiken en u zit daar nu eenmaal.” Natuurlijk vertrokken we niet om kwart voor, maar om kwart over twee. Op zich niet erg, maar ik had de reis zo geboekt, dat er vier uur tussen de twee overstappen zouden zitten. Daar blijft dan niet veel van over.

Overstappen in Amerika is rampzalig. De rijen voor de douane zijn moordend, dan moet je je bagage afhalen, een eind verderop weer inleveren, met een treintje naar een ander deel van het vliegveld, daar weer door beveiliging en dan nog bij je gate zien te komen. Dat vreet bergen tijd. Nu zouden we dus nog maar een uur en een kwartier hebben en met iedere minuut later opstijgen vergroot dat de kans je aansluitende vlucht te missen. Waardoor je weer een paar uur op de volgende moet wachten, als daar al plaats is. En geloof me, dat wil je niet. Ruim tien uur duurde de vlucht, de overstap zou in Houston (Texas) zijn. Tien uur is lang, verrotte lang. Toen de meneer naast Henrie even opstond om zijn benen te strekken, vond ik dat een mooi moment om even naar de wc te gaan. Henrie liep gezellig mee, op zijn sokken, en besloot ook maar even te gaan plassen. Om niet op zijn sokken op de wc vloer te staan, deed hij even mijn instappers aan. Een meneer die daar stond te staan keek er met verbazing naar. Ik zei: “We only have one pair of shoes that we share. The time may come we’ll have to share one set of teeth.” (we hebben maar een paar schoenen die we delen. De tijd komt misschien dat we ook één gebit moeten delen)

We landden in Houston en de ellende begon. We hadden toen nog een uur en tien minuten. Een mevrouw bij de mijlenlange rij bij de douane had ik al gevraagd of er een snellere manier was. Natuurlijk niet, stomme vraag. Maar even later dirigeerde ze een hele groep, waaronder wij, naar een stel andere balies zodat we alvast een berg wachtenden misliepen. Twee mannen die voor ons stonden en als volgende aan de beurt waren, vroeg ik of ze ook een aansluitende vlucht hadden. Hadden ja,want die hadden ze dank zij United al gemist. Of wij dan even voor mochten. Na de douane zijn we naar de aangegeven carroussel gerend. Nummer 8 was gemeld. Bleek na een poosje nummer 12 te zijn. Rennen met loodzware bagage, inleveren en weer rennen. Na de ellende van eind vorig jaar, merkte ik toen helemaal dat mijn linkerbeen nog verre van goed is. Rennen met het gevoel dat je tot je nek in het water staat, maar toch vooruit moet komen. Treintje naar ander deel vliegveld, weer rennen. De gate zou om 18.19 sluiten, we kwamen er om 18.17 bezweet en uitgeput aan. Mensen met wie we voor vertrek gepraat hadden heb ik niet meer gezien, die hebben het vliegtuig dus gemist.

Weer tweeënhalf uur in het vliegtuig zitten. Afijn, we zijn in het hotel aangekomen, hebben nog wat gegeten en gedronken en zijn om half één in bed gestort, waar we om half zeven weer uit op moesten staan.

En toen… Toen kwam er om half drie een melding via alle speakers dat er een brandoefening was. Dan zit je dus rechtop in je bed, je denkt: barst en gaat weer liggen. Om kwart voor drie kwam de volgende mededeling dat dat een vergissing was geweest en dat ze zich verontschuldigden voor het ongemak. Hoezo, nachtrust naar de klote?

Een taxi kwam net aanrijden toen we om half acht wit en moe buiten kwamen. De chauffeur, een meneer uit een ver land, dacht dat ik geen Engels sprak. Ik zat voorin en bij elke mededeling van zijn kant waar ik met een instemmend geluidje op reageerde, dacht hij dat ik hem niet begreep. Iedere keer herhaalde hij zijn mededeling, steeds luider tot hij hetzelfde zinnetje in mijn gezicht schreeuwde. Ik zei met wapperend haar dat ik uitstekend Engels sprak en hem begreep. Wat hem kalmeerde en mij dwong tot een vermoeide grijns bij al zijn andere opmerkingen, om maar vooral te laten merken dat ik snapte was hij zei. Hij vertelde dat hij jarig was, waarop Henrie en ik loud and happy Happy Birthday to you! begonnen te zingen. Ik geloof dat hij een beetje schrok en was daarna zeker twee minuten zwijgzaam.

Zoals altijd verraste RoadBear RV ons weer met een gloednieuwe, prachtige camper. Echt, ik blijf het zeggen: unieke, goede service, sympathieke, vriendelijke medewerkers die het naar hun zin hebben. Want aan de bekende gezichten zie je dat er niet zo heel veel verloop is. We kregen een koeltas met spulletjes en voor we vertrokken nog eentje met zes flesjes bier. Extra handdoeken omdat we een lange trip gingen maken, noem maar op. Het is nu de twaalfde keer dat we een camper van hun huren en iedere keer snap ik ook weer precies waarom. Nee, ik word voor deze mededeling niet betaald, ik ben gewoon zoals altijd weer onder de indruk van hun service!

Tijd om te fourageren. Via een Dollar Tree kwamen we bij een WalMart en toen had ik het wel gezien. Bij de WalMart heeft Henrie me op een bankje bij de paskamers neergezet, me bevolen een oogje op onze winkelkarretjes te houden en ging voor een barbecue en toebehoren naar de andere kant van de zaak. Wat een behoorlijk eind lopen is als je kapot bent met een rug die vloekt en kwelt. De mevrouw die de pashokjes bewaakte keek over me heen. Alsof ze me het kwalijk nam dat ik plaats had genomen op het foeilelijke, super ongemakkelijke rotbankje. Ik dacht: Nou? Heb je iets te zeggen? Ik ben in het juiste humeur om je van repliek te dienen! Maar dat lepelde ze kennelijk van mijn gezicht en ze zweeg. Ik zou ook niet weten wat ze te zeiken had moeten hebben. Dat ik daar niet mocht zitten, met twee overvolle winkelkarren naast me, die qua omzet ook een deel van haar salaris vertegenwoordigden? Maar misschien had ze die rotkop gewoon van zichzelf en zat haar gezicht op die manier lekker.

Onderweg naar onze eerste camping kwamen we meerdere garage sales tegen, bij eentje zijn we gestopt waar Henrie heeft lopen kwijlen bij allemaal heel oude apparatuur zoals platenspelers. Dik onder het stof, maar hij had het zo wel mee willen nemen. Hij beheerste zich en beperkte zich tot een paar kentekenplaten.

Het eerste Chinese buffetje is een feit, ook de eerste overnachting in Overton, Nevada. Eén van onze favoriete campings, omdat die zo stil is. Altijd een balsem op je ziel na de wurgend drukke dagen voor vertrek. We blijven hier nog een dagje, gewoon, om uit te rusten. Want daar blijkt vakantie dus ook voor te zijn…

Het is bijna zover…

Eigenlijk hadden we vandaag naar Las Vegas willen vertrekken, maar de camping van vannacht was zo vredig en rustig, dat we besloten hier nog een nachtje te blijven.

camping

We hebben een paar dingen gedaan, voor jullie niets spannends, maar ik wil nu toch wel even roddelen. Ik heb wel eens verteld dat als je hier alcohol koopt en je bent of lijkt veertig jaar of jonger, dan moet je je legitimeren. Ik bedoel: veertig jaar, hoe betuttelend wil je zijn? Maar let op, het wordt nog erger. Er is hier een supermarkt en daar kochten we nog een enkele kleinigheid en een paar biertjes. Bij de kassa werden onze luttele boodschappen verwerkt door een jong grietje, maar toen het op Henries biertjes aankwam, moest ze er een ander bijroepen, die moest dat aanslaan omdat zij als minderjarige geen drank mocht verkopen. Nounounou? Is dat bizar ofwat? Let wel, dit is Nevada, dus overal staan gokkasten, ook in supermarkten.

supermarkt

Overal wordt drank verkocht, maar ben je te jong dan moet je voor het aanslaan daarvan een meerderjarige inschakelen die na die actie weer weggaat. Amerika is een prachtland, maar de hypocrisie is hier onovertrefbaar. Dat zelfde grietje zuipt zich misschien ieder weekend lam aan drank door anderen gekocht, maar o wee, het aanslaan op de kassa is verdorven. Nou ja, ze zoeken het maar uit.
Wij gingen voor lunch naar een cafeetje (geen café zoals bij ons, maar een veredelde snackbar) en daar hadden ze French Dip. O ja? Ja. Dan krijg je een broodje met een aanzienlijke hoeveelheid rosbief en een bakje saus, een heerlijke jus waar je je broodje in doopt. Dat is zo ontzettend lekker, echt!

au juscafe

Verder zijn we bezig geweest met koffers inpakken en buiten zitten. Het verhuurstation is hier zo’n zeventig mijl vandaan, ruim honderdtien kilometer en daar moeten we voor half elf zijn. Dan gaan we naar ons hotel in Down Town Vegas voor onze laatste dag en nacht van deze vakantie. Zucht. Donderdag begint de uitmergelende reis naar huis. Dus na vandaag geen blog, onze laatste avonturen zal ik thuis schrijven. We weten uit ervaring dat wifi in de hotels een vermogen kost. Het weer is thuis kennelijk niet bijzonder, een hele overgang, want hier was het vandaag vierendertig graden en morgen wordt het nog een paar graden warmer. Droge warmte, dus wel fijn.
Maar onze laatste avonturen lezen jullie als we weer in België zijn!