Categorie archief: Nevada

Op weg naar de woestijn

Een beetje noodgedwongen bleven we dus in Overton, wat we helemaal niet erg vonden. ’s Avonds zaten we onverantwoord lang buiten te genieten, bij een lampje dat Henrie had geconstrueerd van een leeg bierflesje, een bekertje en zijn gsm.

Op weg naar de woestijn

De woestijnwind streelde me en fluisterde in mijn oor: ‘Blijf bij me, je houdt van me. Wat moet je in een land met van die wisselende seizoenen? Blijf, ik zal goed voor je zijn.’ En na nog een vluchtige kus in mijn nek, warrelde hij verder naar de verte en ik dacht: ‘Ooit, misschien, maar nu nog niet.’ De camping is kennelijk een sluiproute om van de doorgaande weg, waar de enige bar van het gehucht is, naar de wijk er achter te komen. We zaten in het donker te zwijgen, toen een jonge vrouw over het grindpad liep, of liever zwalkte. Ik dacht nog: die is ook nachtblind, want zo zwalk ik ook in het donker, zelfs in onze eigen achtertuin. Dan zie ik oneffenheden waar ze niet zijn en omgekeerd. Maar deze tante was kennelijk gewoon zat, net als de volgende jongedame een uurtje later. Waarschijnlijk wordt die doorsteek vaker gebruikt, want ineens kwam er een patrouille van de highway patrol ook langsrijden, pliesie dus. Maandag hebben we de camper omgeruild. De helpdesk zei dat we best naar Las Vegas terug konden gaan, ze zouden ze inlichten dat we zouden komen. Bij aankomst werd ons verteld dat de beste oplossing was om ons een andere camper mee te geven, die hadden ze al klaar gezet. Een net zo’n gloednieuw model als waar we mee waren vertrokken met nog minder mijlen op de teller. Hier even een paar foto’s, deze is dus dezelfde als die we net hebben ingeleverd.

Op weg naar de woestijn
Slaapkamer
Op weg naar de woestijn
Badkamer
Op weg naar de woestijn
Zitgedeelt
Op weg naar de woestijn
Keuken

Toen we de camper zaterdag ophaalden, had ik om extra kussens en handdoeken gevraagd. Nu waren er drie keer zoveel kussens en een enorme stapel handdoeken en beddengoed. Ter compensatie denk ik, want ze zaten er duidelijk mee in hun maag dat we problemen hadden. Alles van de ene in de andere camper gedaan en hop, we waren op weg. Makkelijker gezegd dan gedaan, want Las Vegas op maandagmiddag is een ware heksenketel. De ene file na de andere en verkeershufters die overal tussendoor dringen met hun wrakken, met brullende uitlaat en zijramen die als een puzzel met tape bij elkaar geplakt zijn. Met zo’n camper rem je niet even makkelijk om iemand te ontwijken, dus je moet overal ogen hebben en constant in je spiegels turen en natuurlijk de weg voor je in de gaten houden, die vaak vierbaans is.

Op weg naar de woestijn

We gingen op weg naar Pahrump, een stadje met een camping waar we al eerder hebben gestaan. 10 jaar geleden met vrienden die in dezelfde tijd hier waren en een paar jaar geleden waren we hier weer. Een mooie camping met zwembad en jacuzzi en verder doodstil. Maar hij ligt ook op de route naar Death Valley, waar we naar toe gaan. Onderweg zagen we diverse waarschuwingsborden om rekening te houden met wilde paarden en burro’s (een ezelsoort), wat een extra dimensie een de rit gaf.

Op weg naar de woestijn

We deden nog een Walmart aan voor wat luttele boodschappen en de lol om er weer rond te lopen, want daar kunnen we geen genoeg van krijgen. We zagen er diverse soorten Belgisch bier, die we thuis zelden of nooit ergens zien. Pahrump is heel erg uitgestrekt en overal zie je wijken liggen, alsof ze uit zijn gestrooid, enorme einden uit elkaar. De camping was stil, wel wat vrolijke senioren met senior hondjes waar je ze regelmatig mee ziet wandelen.

Op weg naar de woestijn
De camping

Bij het zwembad was niemand, want het was ‘slechts’ 25 graden, wat hier koel is. Het water was lekker en het water van de jacuzzi ronduit warm. Zodra je er in stapte kreeg je het idee van: nog een paar bouillonblokjes en wat groente en je trekt een geweldige soep. Ik moest er na een poosje echt uitgaan, omdat ik het gevoel had dat mijn vlees van mijn botten los kwam, net zoals je wel bij soepkip ziet als je die na een poos uit het kokende water haalt.

Op weg naar de woestijn

Henrie bleef zoet van het zwembad naar de jacuzzi en andersom gaan en ik had er geen kind aan. Toen hij weer eens in de jacuzzi zat, wilde een meneer er ook in. Maar mannen doen dat kennelijk niet zomaar en hij bleef wachten tot Henrie er uit was. Vrouwen stappen gewoon bij elkaar in zo’n ding, al kennen ze elkaar niet, en binnen een kwartier weet je waar ze vandaan komen, wat ze gaan eten en verder alles over de merkwaardige seksuele trekjes van hun echtgenoot en de rariteiten van hun vriendinnen. Mannen zijn blijkbaar bang om voor ‘gay’ aangezien te worden als ze zomaar bij een man gaan zitten.

Op weg naar de woestijn

De woestijnwind maakte het kil als je in je natte spulletje het water uitkwam, maar je was ook zo droog. Gisteren regende en onweerde het een poos en in de woestijn merk je dat meteen, die ziet er dan uit alsof er een bloemetjesbom is ontploft. Je ziet hier opvallend veel vlinders en soms lijken er grote insecten rond te vliegen, maar als je goed kijkt zie je dat het kolibri’s zijn. De sterrenhemel is ongelooflijk, net een groot vel zwart papier waar met een speld ontelbare gaatjes in zijn gemaakt en die je dan voor een lampje houdt. Het ‘steelpannetje’ staat ondersteboven en ‘Schorpioen’ is perfect te zien. Morgen gaat het richting de 40 graden, maar mijn tijdelijke minnaar, de woestijnwind, zal zorgen dat het dragelijk is. Waar we voor de volgende overnachting zullen zijn? Geen idee, Stovepipe Wells, Shoshone? We zien wel. Maar hoe stiller, hoe beter…

He he, we zijn er…

Het deed pijn toen de wekker om 03:45 ging. Je gaat douchen, bekijkt daarna je witte gezicht in de spiegel en je voelt dat je lijf schreeuwt om slaap. De afgelopen weken waren meer dan vreselijk druk en eigenlijk was nergens tijd voor, maar alles moest wel worden gedaan. Interviews plus uitwerken plus foto’s plus inplannen. En op het moment dat ik zei: ‘vanaf nu niet meer’ kwamen er weer. Daarna allerlei persberichten en de lege koffer gaapte me maar aan. De tuin keek gekweld door de droogte en de katten hadden alles achterdochtig bekeken. Toen was de grote dag daar en die verdraaide wekker ging dus om 03:45 af, terwijl we pas om middernacht in bed konden storten. We vertrokken zeker 3 kwartier te laat, onze harige vriendjes wilden niet spinnen toen we ze kroelden en keken verdrietig. Wie zegt dat dieren niks doorhebben?

De straat was nog donker, maar de vogels waren al op en zongen ons toe. Er waren geen files en we waren nog redelijk op tijd bij de Park & Fly, ook de vlucht leverde geen problemen op. Maar goed, we hadden dan ook voor KLM gekozen en niet voor de hartkwalen veroorzakende United Airlines. Daar droom ik wel eens van als ik te vet heb gegeten of te veel gedronken. Toen we zaten te wachten tot het onze tijd was om aan boord te gaan, voerde een mevrouw naast me het ene telefoongesprek na het andere in een heel onduidelijke brabbeltaal. Ze klonk een beetje als een rommelende maag van iemand die honger heeft. Dat is allemaal niet erg, maar haar adem was hopeloos. Zoiets als een kelder die jarenlang dicht is geweest en waar een grote partij overjarige mottenbalen opgeslagen ligt. Als ik zo rook ging ik naar de dokter, die me dan waarschijnlijk zou vertellen dat ik al drie jaar dood ben.

He he, we zijn er

Door de douane gaan in Minneapolis, koffers ophalen en weer inleveren en weer door security duurde vijf kwartier. Ik ben blij dat ik altijd zorg dat er minstens drie uur tussen de vluchten zit. Van wachten krijg je honger, net als van heel lang op zijn. Een broodje op de luchthaven kostte al gauw een ‘schamele’ $11,-. Nou, dan eet ik mijn portemonnee zo wel leeg. Na nog een uitmergelende vlucht van drie uur, in een vliegtuig dat gebouwd leek te zijn voor Liliputters die te klein zijn voor hun leeftijd, kwamen we aan in warm Las Vegas, 36 graden.

Je wordt zelf op het vliegveld al meteen overspoeld met gokautomaten en enorme schermen die van alles aankondigen, zoals optredens van de wereldberoemde Cirque du Soleil. Zoals een mega optreden over Michael Jackson. Geen getrut over negeren op de radio, een standbeeld verwijderen of ander gezever. Aangekomen in ons casinohotel Gold Coast, hebben we luchtiger kleding aangedaan en ons op een buffetje gestort. Aan de gang naar onze kamer leek geen einde te komen, soit, dat zijn we gewend, maar als je al een beetje op apegapen ligt van moeheid word je een beetje moedeloos.

He he, we zijn er

In zo’n casino, ongeacht welk, moet je altijd door het gokgedeelte, waar mensen hun geld voor de hypotheek en de boodschappen vergokken, in de hoop een fortuin te winnen. Maar er is er maar één die wint… Er wordt oorverdovend veel gerookt in die casino’s, ook van die enorme, dikke sigaren. Overal in Amerika ben je zo’n beetje een paria als je rookt, maar hier mag het. Als je je dollars maar meeneemt en in het casino achterlaat. Terug in onze kamer nam ik een douche waarbij het vuil van een paar continenten en vliegtuigen door het afvoerputje wegspoelde. Nu typ ik nu het eerste deel van dit blog. Het is hier 9 uur ’s avonds, Belgische/Nederlandse tijd 6 uur ’s morgens. Al 26 uur op dus. Henrie is al op een andere planeet en ik reis hem zo na. Morgen weer om 6 uur op, om om 8 uur de camper te halen, Las Vegas achter ons te laten en de stilte van de woestijn op te zoeken…

He he, we zijn er...

Zaterdag waren we zelfs te vroeg bij RoadBear, waar ze dat geen enkel probleem vonden. We kregen weer leuke cadeautjes mee, zoals een six pack bier en vier kleine flesjes wijn, een prachtige koeltas en nog wat dingetjes. Trouwe klanten worden hier echt beloond. We kregen zoals altijd een gloednieuwe camper mee, met slechts 3.000 mijl op de teller, maar dat zegt ook niet altijd alles blijkt… We deden uitgebreid boodschappen bij de Walmart, waar ik me meteen kon ergeren aan de eeuwige gemakzucht van de Amerikanen. De parkeerplaatsen bij Walmart en andere zaken zijn altijd gigantisch en overal zijn van die plekken waar je je winkelkarretje achter kan laten. En wat doet het gros? Die laat hem staan waar die uitgeladen is, gewoon, op de parkeerplaats dus. Ik heb al eens gezien hoe er zo’n karretje door harde wind tegen iemands auto aanknalde. Heb je schade? Jammer, maar ik ben toch echt te besodemieterd om dat ding even weg te zetten. Kom op zeg, ik heb net al van de winkel naar mijn auto gelopen, ik blijf niet bezig!

He he, we zijn er

We gingen ons daarna te buiten aan een Chinees buffetje. We lunchten dus om half twee ’s middags, tot die tijd nog niks gegeten en amper gedronken en vooral dat laatste gaat je opbreken. Niet alleen was het 36 graden, de luchtvochtigheid is hier ook heel laag, oftewel: je droogt uit. Bij een lunch in een restaurant drink ik altijd cola light en bij de eerste slokken merkte ik dat ik verrekte van de dorst, ruim een liter heb ik achterover geslagen en onderweg later in de camper nog een liter water. En plassen? Welnee, wel meer vocht willen. We vertrokken en verruilden binnen een half uur de chaos van Las Vegas voor de leegte van de woestijn.

He he, we zijn er

He he, we zijn er

Het besturen van zo’n bakbeest van 10 meter ben ik nog steeds niet verleerd, gelukkig maar. De camping in Overton was voller dan andere jaren, maar je ziet amper iemand. Mensen zijn te druk met t.v. kijken, het is dus doodstil net zoals altijd. De receptie was zoals altijd ook onbemand, $20,- in zo’n envelopje doen die aan de deur hangen, plek voor die nacht, naam plus datum invullen, klaar.

He he, we zijn er...

Voor het gemak heb ik even een foto van vorig jaar gebruikt, de camper ziet er hetzelfde uit. Henrie ook trouwens.
En toen kwam het. Op de camping bleek de koel- vriezer het niet meer te doen en dat is meer dan waardeloos bij deze temperaturen en na het ding net volgepropt te hebben. Wij zijn de tweede huurders van deze camper, dus duidelijk nog een kinderziekte. Noodnummer van RoadBear gebeld, maar ja, zaterdag eind van de middag, die toveren ook geen garage uit hun mouw op dat tijdstip. Schuin aan de overkant van de camping zit een Family Dollar, beetje te vergelijken met de Action, en daar hebben we twee zakken ijs gehaald, tien kilo dus en die in de vriezer en de koelkast gedaan. Morgen, maandag, moeten we meteen om acht uur bellen. Gelukkig waren we al vagelijk van plan een dagje extra hier te blijven, maar dat zal nu wel moeten. Want stel dat ze zeggen: je moet een andere camper hebben, dan zouden we alleen maar verder van Las Vegas vandaan zitten in plaats van het uur rijden nu. Ik zal me vanmiddag troosten met een French Dip, want het eethuisje The Inside Scoop is nog steeds aanwezig tot onze grote vreugde. Trouwens, een French Dip is een warm broodje met een berg rosbief, daar krijg je een bakje vleessaus bij waar je het broodje in doopt, met frietjes natuurlijk. Henrie wist ondertussen de koel-/vriezer rechtstreeks op 220 aan te sluiten, zodat het spulletje werkt zolang we hier staan en aangesloten zijn op elektriciteit. Nu is hij aan het darten met de buurman. Die woont hier al een jaar of vijf in zijn trailer en heeft buiten een dartboard hangen, met aan de ene kant gewoon darten en aan de andere kant iets voor mij onduidelijks. Boys will be boys.
Veel avonturen hebben we nog niet te melden, maar wordt ongetwijfeld vervolgd…

De laatste dagen….

Langzamerhand gingen we op weg naar Las Vegas, van waar we donderdag terugvliegen. Helaas moeten we laatste nacht daar doorbrengen, we zitten liever in de woestijn. We reden door het lege land, om mijlen en mijlen zonder huis, laat staan een nederzetting, tegen te komen. Door die kennelijk zo dorre en doodse woestijn, die toch zo bruist van leven. De saguaro’s die hier al stonden voordat wij geboren waren, leken ons te wenken met hun prikkelige armen: ‘Ga toch niet weg. Je houdt van de woestijn, blijf bij ons!’

Iets wat ik maar al te graag zou doen. We aten in een stadje bij Al’s Pizza. Het stadje stond half leeg, veel nering was gesloten en een meneer die we iets vroegen, vroeg meteen om geld. Ik gaf een gemompelde versie van niks contant te hebben en reed door. Zo triest dat je zo ver moet zakken, dat je om geld moet vragen. En zijn ouders waren zo blij toen hij geboren werd. Al’s Pizza was een enorme tent met bar erbij. Twee mannen zaten aan de toog te drinken en keken star naar de diverse televisies die er hingen. Net als de mensen die er zaten te eten. Na ons kwam een groepje van zes mensen binnen en de tv bij hun tafel werd meteen aangezet.

Zwijgend hebben ze zitten kauwen, starend naar de bewegende beelden. Aan een andere tafel zat vijf mensen te praten en hun bulderende lach vulde oorverdovend de ruimte. Heerlijk. Mensen die in gesprek waren, die enorme lol hadden en niet constant met zo’n pesttelefoon in hun handen zaten om elke nanoseconde op het schermpje te kijken. Wat een opluchting en je werd er zelf helemaal vrolijk van. Voor hen geen tv, ze hadden genoeg aan elkaars gezelschap.

De camping van die nacht was in Big River in Californie, een camping pal aan de Colorado rivier. Jaren geleden zijn we hier ook geweest en hebben genoten. Net als toen heb ik er een poos op een pontonnetje gezeten.

Toen het donker was, gingen we, net als alle andere avonden, lekker buiten zitten genieten.

Om tien uur kwam de camp host in haar golfkarretje langs om alles te controleren. Een aardige, spontane vrouw die we ook al hadden gesproken toen we hier aankwamen. Ze bleef babbelen en ik bood haar wat te drinken aan. Nou, dat wilde ze wel! Ze ging even haar huis afsluiten en de hond binnenzetten. Ik zei: ‘Neem hem toch mee!’ Even later kwam ze terug met hondje Foxy. Een schatje van zeven jaar oud dat ze twee jaar geleden uit een asiel had gehaald. Die was van een oude mevrouw geweest die overleed en het hondje was zo’n beetje bij het vuil gezet. Hij zat in de kennel in een hoekje te bibberen, doodsbang van de andere honden. En nu woont hij bij haar en ze zijn duidelijk heel gelukkig samen.

Ze haalde een vouwstoeltje uit het karretje, ging zitten en begon te praten. En te praten. En te praten. Soms stelde ze een vraag en als je dan antwoordde, onderbrak ze je om verder te praten. Foxy wilde meteen bij mij op schoot en is daar de rest van de tijd gebleven, tot haar baasje om twee uur (!)’s nachts in haar karretje sprong en wij sufgel*ld naar bed mochten. Maar het was een aardig mens, zonder meer, die op haar veertigste al met pensioen was, nadat ze ruim twintig jaar in het leger had gediend.

De volgende dag kwamen we onderweg langs een Family Dollar waar ik even iets wilde halen. Henrie zag een leuk t-shirt en toen we afrekenden wilde die meneer de kleerhanger in het tasje doen. Maar om nou kleerhangers uit Amerika mee te gaan nemen zag ik niet zitten. Dus zei ik dat we die niet hoefden. Tot mijn werkelijk stomme verbazing werd het ding in de vuilbak gegooid! Ik vroeg verbijsterd of ze ze niet voor andere kleding gebruikten. Nee, dat werd weggegooid. Echt, de ecologische voetafdruk van dit land is bizar groot, tot in het belachelijke.

Onze laatste camping van deze reis is, zoals vaker, Crossroads RV aan de route 66. Vlakbij de Colorado River die de natuurlijke grens is tussen Arizona, waar we nu zijn, en Nevada. Zo luxe en groen het aan de overkant is bij al die casino’s is, zo dor is het hier. Doodstil met ’s nachts enorme vleermuizen die rond de enkele verlichting fladderen. De enorme cactus stond er nog steeds en ’s nachts gaan al die enorme knoppen open en komen handgrote, witte bloemen tevoorschijn die geen geur hebben.

In deze cactus en die van een paar meter verder, hadden Cactus Wrens zoals altijd hun nest.

Het was warmer dan de afgelopen tijd en de zon was verzengend. De airco kon het amper bijbenen, dan is zo’n luifel toch wel fijn.

Zes mijl verderop ligt Oatman. Een historisch mijnstadje, natuurlijk zo commercieel als de pest, maar toch leuk. Vooral vanwege de bekende burro’s (een ezelsoort) die er heel de dag rondschuimen. We kwamen er aan en op de parkeerplaats stond een pickup truck te loeien met niemand er in. Die was leuk het stadje in gegaan en liet de motor draaien. Fuck de omgeving en het milieu, je denkt toch niet dat ik in een hete auto ga stappen? Over asociaal gesproken!

Oatman was leuk, zoals altijd. Overal die burro’s, waarvan alle vrouwtjes drachtig waren.


De oude winkeltjes met hun goedbedoelde rotzooi en waar soms echt heel leuke dingen bijzitten, de sfeer, alles. Die burro’s kunnen echt razend brutaal zijn en als ze ruiken dat je burrovoer hebt (kun je in elk winkeltje kopen), komen ze gewoon achter je aan. Ik had geen voer, dus ik was veilig. Ik ging ergens in de schaduw (het was bloedheet, ik schat tegen de veertig graden) op een bankje zitten en zag een burro in de deuropening van het zaakje naast me staan. De meneer probeerde hem eerst weg te sturen met een speelgoedhondje dat blafte als er iets bewoog. Maar daar trok hij zich niks van aan. Toen kwam de plantenspuit en dat maakte meer indruk.

De meneer zei tegen me: ‘Hij is de enige met wie ik problemen heb. Als je per ongeluk even niet voor in de winkel bent, dan loopt hij naar achter naar het kantoor van de baas. Daar zoekt hij naar eten. Laatst vond hij een zakje chips, dat heeft hij aan stukken gescheurd om het op te eten. En vorige week betrapte ik hem er op dat hij een zak voer te pakken had en het op zijn gemak stond op te eten. Hij liet me een foto zien, die hij op mijn verzoek aan me doorstuurde. Wij hebben zulke katten…

Het viel me daarna op dat in heel wat winkeltjes een plantenspuit was. De mensen in Oatman zijn gek op hun burro’s, maar weten ook: als er van voren iets ingaat, komt er van achteren iets uit. Je wordt ook dringend verzocht ze niet vlak voor de winkeltjes te voeren. Een heel redelijk verzoek lijkt me.

De laatste avond brak aan. We pakten zoveel mogelijk in en gingen buiten zitten, om nog een laatste keer van die doodstille woestijn te genieten. De tv is niet één keer aangeweest deze weken, maar voor de foto hebben we hem even omhoog gehaald.

De spullen en etenswaren die we over hadden, hebben we de volgende ochtend aan de meneer met zes tanden gegeven, die ons de dag ervoor verwelkomd had, omdat het kantoor al gesloten was. Hij was er superblij mee, het was een soort kerstpakket voor hem denk ik. Na bijna vier weken voornamelijk in uitgestrekte en lege gebieden te hebben rondgedoold, was de heksenketel van Las Vegas behoorlijk wennen.


We hebben gegeten in hotel/casino Rio, dat naast ons hotel/casino Gold Coast ligt en waar ze een grandioos en mega-uitgebreid buffet hebben.


In ons eigen hotel zat trouwens een Chinees restaurant, waarvan de naam rechtstreeks uit de Donald Duck leek te komen. Moet een briljante geest zijn geweest die dat heeft verzonnen, waarschijnlijk na een krat bier genuttigd te hebben en toen maar wat heeft gedaan om er vanaf te zijn.

We kwamen vanuit een andere hoek het casino binnen toen we terugkwamen en dan is het echt even zoeken. Want je kunt je heel moeilijk oriënteren: overal gokmachines, pokertafels, geen ramen en die casino’s zijn kolossaal.


En foto’s nemen moet je heel stiekem doen, want je hebt meteen beveiliging op je nek, omdat dat verboden is. Maar waar je ook naar toe gaat, je moet altijd door het casino. De gangen in het hotel boven zijn eindeloos lang en eigenlijk griezelig. Althans, ik vind ze griezelig. Al die kamers en je bent constant voorbereid dat er ineens iemand achter je loopt, dood of levend.

Morgen begint de uitmergelende reis naar huis. En ook al zal het heerlijk zijn om weer thuis te zijn, bij vier harige vriendjes die dolblij zullen zijn dat we terug zijn, je eigen bed, je eigen badkamer, het verlangen zal blijven. Het verlangen en de heimwee naar dit prachtige continent, waar we weer zoveel leuke en aparte mensen hebben ontmoet en weer prachtige dingen hebben gezien. We hebben het al vagelijk over de volgende keer gehad. Maar daar zullen we nog even op moeten wachten…

Las Vegas binnen en weer buiten

Uiteindelijk lukte het ons om in Las Vegas aan te komen, maar hoe…

We stonden braaf op, gingen braaf op tijd deur uit en stonden braaf om half acht op Schiphol, dat wel een mierennest leek. Het was de eerste dag van de schoolvakantie en half Nederland wilde kennelijk op een vliegtuig stappen. Net als wij, maar een eerste blik op de borden met de vertrektijden vertelde ons dat onze vlucht bijna drie uur vertraging had. In plaats van om vijf over elf te vertrekken, werd het nu kwart voor twee. Met fucking United Airlines is het altijd wat. Een maand of wat geleden kregen we al een schemawijziging, dat we om acht uur zouden landen in plaats van half zes ’s middags. Ook al een afknapper, want je wilt gewoon op tijd in je hotel zijn. Je weet van tevoren hoe gesloopt je aankomt.
Dus hang je rond, eet wat, krabt aan je buik en gaapt waarbij je onbeschaamd je huig en de rimpels in je maag aan iedereen toont. Henrie zat na een poosje met een rubberen nek, oftewel met zijn kin op zijn borst. Even in diepe slaap terwijl de halve wereld langs hem heen liep. Ik overwoog nog even net te doen alsof ik tegen hem praatte, zodat het leek alsof mijn vertellingen hem niet bepaald boeiden en hij letterlijk in slaap gepraat was. De mevrouw aan de balie moest mijn gemopper aanhoren toen we onze bagage incheckten. Ze bleef vriendelijk en zei dat ze er ook niks aan kon doen. Ik zei: “Dat snap ik, maar ik wil zeiken en u zit daar nu eenmaal.” Natuurlijk vertrokken we niet om kwart voor, maar om kwart over twee. Op zich niet erg, maar ik had de reis zo geboekt, dat er vier uur tussen de twee overstappen zouden zitten. Daar blijft dan niet veel van over.

Overstappen in Amerika is rampzalig. De rijen voor de douane zijn moordend, dan moet je je bagage afhalen, een eind verderop weer inleveren, met een treintje naar een ander deel van het vliegveld, daar weer door beveiliging en dan nog bij je gate zien te komen. Dat vreet bergen tijd. Nu zouden we dus nog maar een uur en een kwartier hebben en met iedere minuut later opstijgen vergroot dat de kans je aansluitende vlucht te missen. Waardoor je weer een paar uur op de volgende moet wachten, als daar al plaats is. En geloof me, dat wil je niet. Ruim tien uur duurde de vlucht, de overstap zou in Houston (Texas) zijn. Tien uur is lang, verrotte lang. Toen de meneer naast Henrie even opstond om zijn benen te strekken, vond ik dat een mooi moment om even naar de wc te gaan. Henrie liep gezellig mee, op zijn sokken, en besloot ook maar even te gaan plassen. Om niet op zijn sokken op de wc vloer te staan, deed hij even mijn instappers aan. Een meneer die daar stond te staan keek er met verbazing naar. Ik zei: “We only have one pair of shoes that we share. The time may come we’ll have to share one set of teeth.” (we hebben maar een paar schoenen die we delen. De tijd komt misschien dat we ook één gebit moeten delen)

We landden in Houston en de ellende begon. We hadden toen nog een uur en tien minuten. Een mevrouw bij de mijlenlange rij bij de douane had ik al gevraagd of er een snellere manier was. Natuurlijk niet, stomme vraag. Maar even later dirigeerde ze een hele groep, waaronder wij, naar een stel andere balies zodat we alvast een berg wachtenden misliepen. Twee mannen die voor ons stonden en als volgende aan de beurt waren, vroeg ik of ze ook een aansluitende vlucht hadden. Hadden ja,want die hadden ze dank zij United al gemist. Of wij dan even voor mochten. Na de douane zijn we naar de aangegeven carroussel gerend. Nummer 8 was gemeld. Bleek na een poosje nummer 12 te zijn. Rennen met loodzware bagage, inleveren en weer rennen. Na de ellende van eind vorig jaar, merkte ik toen helemaal dat mijn linkerbeen nog verre van goed is. Rennen met het gevoel dat je tot je nek in het water staat, maar toch vooruit moet komen. Treintje naar ander deel vliegveld, weer rennen. De gate zou om 18.19 sluiten, we kwamen er om 18.17 bezweet en uitgeput aan. Mensen met wie we voor vertrek gepraat hadden heb ik niet meer gezien, die hebben het vliegtuig dus gemist.

Weer tweeënhalf uur in het vliegtuig zitten. Afijn, we zijn in het hotel aangekomen, hebben nog wat gegeten en gedronken en zijn om half één in bed gestort, waar we om half zeven weer uit op moesten staan.

En toen… Toen kwam er om half drie een melding via alle speakers dat er een brandoefening was. Dan zit je dus rechtop in je bed, je denkt: barst en gaat weer liggen. Om kwart voor drie kwam de volgende mededeling dat dat een vergissing was geweest en dat ze zich verontschuldigden voor het ongemak. Hoezo, nachtrust naar de klote?

Een taxi kwam net aanrijden toen we om half acht wit en moe buiten kwamen. De chauffeur, een meneer uit een ver land, dacht dat ik geen Engels sprak. Ik zat voorin en bij elke mededeling van zijn kant waar ik met een instemmend geluidje op reageerde, dacht hij dat ik hem niet begreep. Iedere keer herhaalde hij zijn mededeling, steeds luider tot hij hetzelfde zinnetje in mijn gezicht schreeuwde. Ik zei met wapperend haar dat ik uitstekend Engels sprak en hem begreep. Wat hem kalmeerde en mij dwong tot een vermoeide grijns bij al zijn andere opmerkingen, om maar vooral te laten merken dat ik snapte was hij zei. Hij vertelde dat hij jarig was, waarop Henrie en ik loud and happy Happy Birthday to you! begonnen te zingen. Ik geloof dat hij een beetje schrok en was daarna zeker twee minuten zwijgzaam.

Zoals altijd verraste RoadBear RV ons weer met een gloednieuwe, prachtige camper. Echt, ik blijf het zeggen: unieke, goede service, sympathieke, vriendelijke medewerkers die het naar hun zin hebben. Want aan de bekende gezichten zie je dat er niet zo heel veel verloop is. We kregen een koeltas met spulletjes en voor we vertrokken nog eentje met zes flesjes bier. Extra handdoeken omdat we een lange trip gingen maken, noem maar op. Het is nu de twaalfde keer dat we een camper van hun huren en iedere keer snap ik ook weer precies waarom. Nee, ik word voor deze mededeling niet betaald, ik ben gewoon zoals altijd weer onder de indruk van hun service!

Tijd om te fourageren. Via een Dollar Tree kwamen we bij een WalMart en toen had ik het wel gezien. Bij de WalMart heeft Henrie me op een bankje bij de paskamers neergezet, me bevolen een oogje op onze winkelkarretjes te houden en ging voor een barbecue en toebehoren naar de andere kant van de zaak. Wat een behoorlijk eind lopen is als je kapot bent met een rug die vloekt en kwelt. De mevrouw die de pashokjes bewaakte keek over me heen. Alsof ze me het kwalijk nam dat ik plaats had genomen op het foeilelijke, super ongemakkelijke rotbankje. Ik dacht: Nou? Heb je iets te zeggen? Ik ben in het juiste humeur om je van repliek te dienen! Maar dat lepelde ze kennelijk van mijn gezicht en ze zweeg. Ik zou ook niet weten wat ze te zeiken had moeten hebben. Dat ik daar niet mocht zitten, met twee overvolle winkelkarren naast me, die qua omzet ook een deel van haar salaris vertegenwoordigden? Maar misschien had ze die rotkop gewoon van zichzelf en zat haar gezicht op die manier lekker.

Onderweg naar onze eerste camping kwamen we meerdere garage sales tegen, bij eentje zijn we gestopt waar Henrie heeft lopen kwijlen bij allemaal heel oude apparatuur zoals platenspelers. Dik onder het stof, maar hij had het zo wel mee willen nemen. Hij beheerste zich en beperkte zich tot een paar kentekenplaten.

Het eerste Chinese buffetje is een feit, ook de eerste overnachting in Overton, Nevada. Eén van onze favoriete campings, omdat die zo stil is. Altijd een balsem op je ziel na de wurgend drukke dagen voor vertrek. We blijven hier nog een dagje, gewoon, om uit te rusten. Want daar blijkt vakantie dus ook voor te zijn…

Virginia City

Met pijn in ons hart vertrokken we van Cold Spring Station. Het was genieten geweest: de uitgestrektheid, de stilte en de heerlijke warmte en droge woestijnwind, om helemaal tot rust te komen.

De avond ervoor hadden we Bob nog onverwacht op visite, Jason had ons gevraagd hij hem nog even langs kon brengen zodat hij ons nog even kon zien. Zijn fysieke toestand was niet goed en vanwege de pijn had hij teveel van een bepaalde pijnstiller genomen: hij nam er nog twee toen hij bij ons was en zei dat we dat niet tegen Jason mochten zeggen. Voor we iets konden doen had hij ze al ingeslikt en even daarna zag je zag hem achteruit gaan en slapper worden. Jason en Jojanna schrokken vreselijk toen ze even later kwamen om hem weer op te halen en Jojanna huilde toen ze Bob met z’n drieën de auto in hielpen.
Het was ook geen fijn gezicht en eigenlijk vreesde ik voor die nacht, maar we hebben niets gehoofd of gezien voor we vertrokken. Ik heb het e-mailadres van Jojanna en zal ze één deze dagen een berichtje sturen. Geluk bij een ongeluk is dat Jojanna verpleegster is en een oogje op hem kan houden. Maar of we Bob nog te zien zullen krijgen de volgende keer dat we hier komen…
We kwamen langs de ‘schoenenboom’, we hebben die al vaker gezien, maar het hoe en waarom snappen we niet. Hij hangt helemaal vol en aan de voet liggen bergen schoenen die eruit zijn gevallen.

Sommige hangen er al heel erg lang. Kinderschoenen, sportschoenen, zelfs balletspitzen waren er te vinden, maar waarom? Geen idee.

Tussen Fallon en Cold Spring Station ligt niks, ja, nog een camping: Middlegate. Waar Cold Spring Station allemaal zonnepanelen heeft staan, wordt de energie op Middlegate opgewekt met generators. Binnen was het er donker en de geuren van de open keuken waar allerlei vet spul werd bereid sloeg je om de oren. Tegen het plafond waren honderden en honderden dollarbiljetten geplakt. Eigenlijk is dit een gewoonte uit mijnstadjes. De mannen uit de mijn kwamen na het werk een biertje drinken in de saloon en betaalden met een dollar. Dat was genoeg voor heel de week en gebeurde er iets in de mijn en zo’n persoon kwam niet meer terug, dan was zijn rekening betaald.

Verder gingen we en kwamen na een poos rijden en een bijzonder kronkelige weg uit in Virginia City. Virginia City ligt bijna 2.000 meter boven de zeespiegel, de winters moeten hier bepaald bars en lang zijn. Het is voornamelijk een hoofdstraat met Victoriaanse, houten gebouwen uit de negentiende eeuw. Virginia City bestaat sinds ongeveer 1859 en dankt zijn oorsprong aan de zilvermijnen. Natuurlijk is het nu zo commercieel als ik weet niet wat, met veel kunst- en souvenirwinkels, maar je krijgt toch een goed idee van hoe het toen was. De kleine huizen,de houten trottoirs, de hoofdweg die toen in hoofdzaak uit modder of stof moet hebben bestaan. Er is maar één camping, we hadden er al vaker gestaan en konden nu ook terecht. We hadden geluk, want de volgende dag zou hij drie dagen sluiten in verband met asfaltering werkzaamheden.
We hadden een mooi plekje met een vreedzaam uitzicht.

Nadat de boel was geïnstalleerd, gingen we het stadje in. Dat klinkt makkelijker dan ik het zeg: je moet daarvoor steil omhoog en met steil bedoel ik vreselijk steil. Het was dertig graden en dat merkten we toen erg goed, af en toe moesten we even stoppen, op adem komen en naar ons hart grijpen. Het was leuk om er weer rond te lopen en je proberen voor te stellen hoe het hier 150 jaar geleden was. Je hebt er diverse saloons en bij The Bucket of Blood gingen we even naar binnen om naar de optredende Comstock Cowboys te kijken, country and westernmuziek avant la lettre. De saloon zat vol met mannen met cowboyhoeden en ook de mensen in kleding van die tijd ontbraken niet.

Dat is namelijk ook zo leuk hier: er lopen veel mensen rond in kleding uit die tijd, wat het geheel een authentiekere uitstraling geeft.

Bij het etalagekijken zag ik een beeldje van Henrie en mij over vijftig jaar.

Er is ook een kleine brouwerij en de bierketels staan in de saloon. Je kunt dus biertjes rechtstreeks van het ‘vat’ drinken.

Ik ben geen bierdrinker en drink het alleen als ik op café ben. Ik mocht er een paar proeven voor ik een keuze maakte, maar eigenlijk vond ik ze allemaal niet lekker. Geef me dan maar gewoon een Jupiler, dat lust ik. Het was er rommelig druk, de muziek nog net geen house, voor ons ingrediënten om het maar bij één biertje te laten. Onderweg naar de camping liepen we langs The Red Dog saloon. Die was wel beter, maar och, we hadden het wel gezien. Op het podium lag een Rottweiler te dutten en door het licht in die hoek deed hij de naam van de tent wel eer aan.
Red Dog saloon
Routes door dit soort stadjes zijn hier altijd populair bij motorrijders. Doorgaans stoere mannen met bandana’s en stoere vrouwen achterop. De groep bikers die hier nu halt hield bestond uit alleen maar stoere vrouwen, die hun werkelijk machtige motorfietsen met rozen frutsels hadden opgesierd, zelf zwart met roze droegen en onder de tattoos zaten.

Het was nog heerlijk warm, dus pakten we de campingstoeltjes en gingen lekker buiten zitten. Een zwart katje kwam een paar keer voorbij, maar als je hem riep zette hij er de spurt erin en verdween ergens achter of onder. Het werd geleidelijk aan donker, wat meestal gebeurt ’s avonds en met het verdwijnen van de zon kwamen de sterren te voorschijn. De sterrenhemels die je hier in Amerika kunt zien zijn verbijsterend. In de woestijn kunnen ze ook zo prachtig zijn, waarschijnlijk door het gebrek aan vervuiling op zo’n plek. Ook nu waren er duizenden sterren te zien en mochten we zelfs een paar vallende sterren voorbij zien komen.

Ondanks dat het kouder en kouder werd, wilden we nog niet naar binnen. Het was doodstil, iedereen lag al te slapen in zijn camper en in de doodstilte hoorde ik ineens iets. Over de camping liep een jonge coyote. In het donker had hij ons misschien niet gezien, maar wel toen ik omkeek. Hij versnelde zijn pas en verdween in het donker. We gingen veel te laat naar bed, maar hadden hier wel wat nachtrust voor over.
Onder een stralende zon reden we de volgende ochtend Virginia City uit. Hier kun je een beetje de sfeer opsnuiven. Henrie die met de videocamera aan het filmen is (ik had tijdens het sturen mijn fotocamera op het dashboard gezet om te filmen) hoor je tekst en uitleg geven:

We kwamen uiteindelijk langs Lake Tahoe (spreek uit: Tahoo), reden Californië binnen en staan nu op een camping in Truckee. We hebben niet zover gereden als gepland, dat moeten we morgen inhalen, want donderdag vertrekken we. Tot zover is het rampzalig om een camping te bespreken die op een beetje normale afstand van Road Bear ligt: of je krijgt een antwoordapparaat of ze nemen niet op. We weten dus nu al: vertrekken vanaf San Francisco is geen optie meer in de toekomst.
Op deze camping wordt je op het hart gedrukt geen afval buiten je camper de zetten ’s nachts, vanwege de beren en coyotes. Een raar idee als je de in de verte de doorgaande weg hoort razen en af en toe het gefluit van een trein. We hebben gebarbecued en de boel staat buiten af te koelen. Het is al eerder gebeurd dat de volgende dag de barbecue omver lag op een camping in the middle of nowhere, gedaan door een coyote of ander wild dier die het lekker vond ruiken en hoopte iets in de afgekoelde as te vinden.
Ondertussen zijn de laatste dagen van onze reis aangebroken, helaas…

Relaxen bij Cold Springs Station

Zoals gezegd gingen we bij Bob langs, die net op punt stond om met Didi naar de dokter in Fallon te gaan. Een zweer aan zijn voet en die kan er uiteindelijk voor zorgen dat hij zijn voet kwijtraakt. Reden: gebrek aan beweging. Bewegen kost hem veel moeite, omdat hij veel pijn heeft. Maar dat is dus ook de neergaande spiraal: niet bewegen/pijn veroorzaakt door het niet bewegen/slechte doorbloeding/nog meer pijn/open benen/amputatie. Meer bewegen is dus de enige oplossing, maar ja…
Didi is een jonge vrouw die naar de mannen omkijkt en ze vervoert waar nodig. Don ligt in het ziekenhuis, met een vergelijkbare kwaal als Bob, die hem ook zijn benen kan kosten en eigenlijk wil het ziekenhuis dat hij naar een verzorgingstehuis gaat. Wat verder niemand wil, inclusief Don, dus dat wordt nog wat. Didi en Bob vertrokken en zouden proberen die avond nog bij Cold Springs Station in de saloon langs te komen, maar dat zou pas zijn als het donker ging worden.


Fallon ligt hier 100 kilometer vandaan en tussen hier en daar is niks. En met niks bedoel ik niks. Toen we ’s avonds in de saloon een biertje dronken, belde Didi op dat ze onderweg waren en of de bar nog even open kon blijven, omdat de boel normaal acht uur sluit behalve als de tent vol zit. Kwart over acht kwamen ze binnen en Didi werd door de eigenaresse die net aanwezig was, niet bepaald vriendelijk ontvangen. Barbara, zo heet die tante, had ons de avond ervoor al wat over Didi verteld en haar vermeende drugsgebruik en dat ze net deed of ze daar werkte en hier en daar en me zussemmezo. Afijn, ze komen binnen en Didi kreeg meteen van drie centen. Ze kon haar borrel meenemen en verder had ze een minuut om buiten te komen. Didi vertrok en Corry, het vrouwtje achter de bar, werd even geïnstrueerd dat Didi nergens mocht komen. Dat ze overal maar binnen liep en weer me hier emmedaar. We dronken nog een biertje met Bob en brachten hem toen naar de pick up truck waar Didi zat te wachten met haar gin tonic. Dit is iets dat ik bij deze saloon dus meer heb gezien: je wilt nog een borrel, wat het ook is. Die schenken ze in een piepschuimen koffiebeker (de berg drank die er in gaat is niet misselijk), ze doen een rietje door de drinkopening en die neem je dan mee voor onderweg. In de auto dus, als bestuurder. Nou staat hier nog geen boom waar je tegenaan kunt rijden en die ene doorgaande weg is zo goed als uitgestorven, maar het was wel even wennen.

We hadden afgesproken dat we na elf uur de volgende dag langs zouden komen. Het stuk weg naar de afslag naar Bobs huis is ongeveer acht kilometer en dan nog een anderhalve kilometer over een ongeplaveide weg.

Bij aankomst bleek Jo aanwezig te zijn. Ongeveer een kilometer achter Bobs land woont Jo. Een superleuke vrouw van 86 (!) die veel voor Bob en Don doet. Bob en Jo hebben twintig jaar lang een relatie gehad, tot zij die verbrak. Reden: Bobs drankgebruik, wat eeuwig zonde is, want ze was echt heel erg leuk en je zag haar haar leeftijd niet aan. Was vrolijk nog aan internet begonnen, had een paar paarden die ze ergens vandaan had gehaald omdat ze daar niet goed verzorgd werden, tuinierde en was met van alles bezig.

Het was leuk om weer bij Bob te zijn. Zijn oude hond Missie was helaas overleden, er liepen nu twee andere honden rond, die regelmatig een liefdesaanval hadden en half op mijn schoot gingen zitten of op mijn benen hangen met harde ellebogen.

Ik werd regelmatig afgezeemd en ze probeerden met geregel te omhelzen, wat nogal wat krassen gaf door hun harde nagels. Poes Patches, die we nu ook al vijf jaar kennen, lag prinsheerlijk op een kussen op de stoelleuning achter Bobs hoofd en was duidelijk heel goede vriendjes met de honden.

Op zijn land was niets veranderd. De stallen van de Pony Express stonden er nog precies zo bij, net als oude voertuigen, kachels en weet ik veel wat nog meer.

We hadden die ochtend besloten nog een dagje te blijven en in de saloon hadden ze die avond hun maandelijkse fish and chips onbeperkt avond. Met clam chowder soep (heerlijk) cole slaw en frietjes. Bob zou ook komen en Jason moest hem dan halen. Jason en zijn vriendin Jojanna hadden we de vorige dag even gezien, die woonden op de camping waar wij nu staan, recht tegenover ons en gingen naar zijn land verhuizen. Bob is zo’n doodgoeie man die altijd huis en haard voor iedereen openstelt. Jojanna is een verpleegster en zou ook de mannen verzorgen waar nodig.
Eind van de middag zat ik lekker buiten te lezen toen Jason aan kwam rijden met de mededeling dat hij Bob net had afgezet. Hij zat lekker op een bankje bij de ingang van de saloon een sigaartje te roken. Die ingang hebben ze op z’n Wild West opgesierd, met een graf, een koeienschedel en wervels.


We gingen naar binnen en Jason kwam ook mee-eten. Een toffe gast die heel veel voor Bob doet.

Jojanna kwam niet, want die was bezig met spullen inpakken voor de verhuizing. Hij ging haar wat te eten brengen en kwam terug met de mededeling dat ze zich behoorlijk bezeerd had. Wat was er gebeurd: ze wilde wat op een trailer (aanhanger) zetten en, in de veronderstelling dat die aan allebei de kanten vastzat was ze er met één voet op gaan staan. Vervolgens kantelde die kant naar beneden en kwam keihard op haar voet terecht, die meteen met zwellen begon. Jason bracht haar een zak ijs en zes flesjes bier en zei toen hij terugkwam dat ze het leuk zou vinden als we bij hun wat gingen drinken. Bob werd die paar honderd meter met de auto gebracht en wij stapten even onze camper binnen. Anderhalve minuut later stonden Bob en Jason voor de deur en werd Bob naar binnen gehesen. Er was duidelijk toch iets gebroken in die voet van Jojanna en ze gingen bij een vriendin twintig kilometer verderop een soort spalk/steunkous halen. Hij was zo terug. Dat duurde dus ruim een uur en Bob begon na een poos moe te worden. Nou ja, hij is 79, dan mag dat. Uit de saloon had hij een piepschuimen koffiebeker met whisky-cola meegenomen, daar wilde hij wel wat rum bij. Een mengsel dat nog net niet tot ontploffingen leidt, maar kennelijk smaakte het goed gezien de gretigheid waarmee hij het door het bijgeleverde rietje opzoog. Uiteindelijk meldden Jason en Jojanna zich, Jojanna met een biertje in de hand, Jason wilde er wel eentje van ons.

Uiteindelijk vertrok heel de handel en konden we nog even van de stilte genieten. Diezelfde stilte heeft ons doen besluiten hier toch nog een dagje te blijven. We hebben een paar favoriete campings hier in Amerika. Niet van die prachtige, supersubliem onderhouden campings met veel groen, maar juist die stoffige in de woestijn. Black Rock RV in Arizona, Robbin’s Nest in Nevada, Stove Pipe Wells in Death Valley en Cold Springs Station dus.
Het is hier doodstil op het vogeltjesgezang na en heel af en toe komt er in de verte een auto voorbij. ’s Avonds is het nog stiller en het enige geluid is af en toe een uil of een loeiende koe. De sterrenhemel is verbijsterend en het lijkt of je de sterren zo kunt plukken. Morgen gaan en moeten we verder, maar nu nog even een dagje ontspannen in de woestijn. De zon schijnt en is warm, maar een verkoelende wind maakt het perfect. Ontspannen in de woestijn kan ook andere dingen met zich meebrengen. Ik zat net buiten te lezen en ineens kwam er een windhoos zoals ik die nog niet eerder meemaakte die zeker een halve minuut aanhield. Henries stoeltje (Henrie zat binnen) vloog weg, mijn volle kop thee en flesje water werden van tafel geblazen. Een enorme golf zand kwam mee en geselde alles wat in de weg stond. De hordeur van de camper stond open en in een paar seconden tijd was alles in het zitgedeelte met zand en stof bedekt. Toen het voorbij was kwam ik overeind, mijn haar stond alle kanten op, vol met stof, zodat ik een echt windhoos kapsel had. Achter me zag ik in de woestijn een tornado-achtig iets, een ronddraaiende kolk stof. En net zo plotseling als het opgestoken was, was het ook voorbij. Als ik mijn kiezen op elkaar zet knarst het, we hebben binnen gestoft en nu ga ik weer buiten zitten. Relaxen in de woestijn, wat een oprecht genot!

Terug in Nevada: Cold Springs Station

Een paar dagen geen blog, omdat we de afgelopen dagen in hoofdzaak gereden hebben. Het was prachtig, door compleet uitgestorven gebieden. Voor ons een heel mooie tocht met vaak wijzen en elkaar vertellen hoe mooi het allemaal is, maar daar vul je geen blog mee. En we hebben meer sneeuw gezien dan de afgelopen jaren thuis bij elkaar.

Maar ook kilometers en kilometers afgebrande bossen.

In een gehuchtje hebben we geluncht bij Trudy’s Restaurant in Idaho City, waar het eten gewoon goed was, het uitzicht wat minder.

De naam van het dorpje deed werelds aan, maar er woonden geloof ik nog geen 500 mensen. De grootste attractie was de begraafplaats met 3.000 graven. 300 daarvan waren geïdentificeerd en 28 daarvan behoorden toe aan mensen die een natuurlijke dood waren gestorven. In het restaurant kon je een plattegrondje van de begraafplaats krijgen en er een eindje gaan wandelen, maar we waren al vrolijk genoeg van ons zelf, dus gingen we verder.

We kwamen langs een soort dam of overloop daarvan en de kracht waarmee het water de rivier in spoot was ongelooflijk.

De camping van die nacht was beelderig, maar ook de eerste die weer in een stad lag: in Mountain Home. Je hoorde het verkeer, het doordringende fluiten van treinen en vooral veel politiesirenes, allemaal geluiden die je in de uitgestorven gebieden, waar wij ons bij voorkeur ophouden, nu eenmaal niet hoort. Even kijken naar dezeplek? N43.13177 W115.67330

Ook de volgende dag strekte Idaho zich mijl na mijl leeg en eenzaam voor ons uit. Buiten de steden is geen straatverlichting, donker is daar dus echt donker. Je wordt dan ook beroerd van de vele doodgereden dieren langs de weg. We kwamen door een stuk land waar zo’n beetje iedere paar honderd meter werd gewaarschuwd voor vee op de weg. In die enorme, open gebieden loopt het vee hier overal rond en dus soms ook op de weg. Iets waar je stomweg rekening mee moet houden en waar je tot vervelens toe voor wordt gewaarschuwd. Het kleine, doodgereden spul langs de weg is al erg genoeg, maar als je een koe doodrijdt, moet je denk ik toch tamelijk hard en lomp hebben gereden. Koeien lopen doorgaans niet zo snel en springen niet zomaar ineens voor je auto.

We gingen de grens weer over met Nevada, maar er veranderde niets aan de leegheid. Maar dat is bekend van Nevada, dat grotendeels woestijn is.

We hebben overnacht in Elko: N40.85639 W115.73794 en het was koud! De volgende ochtend sneeuwde het zelfs licht. We hadden weer een lange tocht voor de boeg van 320 kilometer, maar eerst mochten we nog bij een Wal Mart langs. Zoals altijd verbaas ik me daar over het assortiment, zo uitgebreid en soms toch zo beperkt. De groenteafdeling was weer beelderig net als de slagerij.


Maar moet je bijvoorbeeld eens kijken naar dit pad met limonade.

Ik heb met gek gezocht naar suikervrije limonade, maar er was in hoofdzaak Cola Light en Pepsi Light en als ik dat ’s avonds drink doe ik geen oog dicht. Ook zonder cafeïne durf ik dat niet aan, niet met de afstanden die ik hier dagelijks rij en dan eventueel met slaaptekort vanwege genoemde cola. Ze hadden 7up light en nog zo’n soort limonade. Verder niets, niente, nothing. Van limonade met suiker krijg ik dorst en ik lig later met verhoogde hartslag in bed, dus ik moet dat spul niet. Je zou denken met al die obese mensen hier, dat juist suikervrije limonade goed verkrijgbaar zou zijn. Je ziet mensen die amper nog kunnen lopen door hun gewicht. Wal Mart heeft van die scootmobiels voor minder valide mensen die komen winkelen. Die worden vrijwel allemaal gebruikt door mensen wiens achterwerk over het stoeltje heen valt en die een paar vierkante meter oppervlak in gebruik nemen met hun omvang. De winkels van Wal Mart zijn werkelijk kolossaal, dus het is heel attent dat ze deze voorzieningen hebben. Maar het zijn eigenlijk altijd mensen met een enorm gewicht die ze gebruiken.
Henrie pakte een verpakking kaaszoutjes, daar doe je normaal een jaar mee. Hier beantwoordt het kennelijk aan een behoefte.

We reden verder door leeg Nevada.

Bij een begraafplaats zijn we even gestopt. Ondanks de snijdende wind ben ik even gaan kijken: begraafplaatsen zijn net almanakken, er is van alles te lezen. De graven waren al oud en vele al heel lang niet bezocht. De mensen die er rusten zijn allang vergeten en er wordt nooit meer aan gedacht. Soms zijn deze laatste rustplaatsen al helemaal overwoekerd en is er buiten een hekje niets meer te zien, soms zelfs geen hekje, alleen een onleesbaar, piepklein bordje.

Een eind verder was een kleine kudde paarden zo vriendelijk te poseren. Ik betwijfel of het wilde paarden waren, maar in Idaho en Nevada weet je dat nooit zeker.

We reden mijlen over de 50, ook wel de loneliest road in America genoemd. Tussen Austin en Fallon ligt Cold Springs Station, letterlijk in the middle of nowhere. Buiten Cold Spring Station is er tussen die twee steden niets. Het is een saloon met restaurant en een camping, waar we al een paar keer eerder zijn geweest.

De eerste keer dat we hier waren en we ’s avonds in de saloon een biertje dronken, kwamen er drie groezelige senioren binnen, met wie we aan de praat raakten: Bob, Bob en Don. Die drie mannen woonden bij elkaar in een huis, wat vroeger een pleisterplek van de Pony Express was en Bob, de eigenaar van het huis en het land, nodigde ons toen uit de volgende dag bij hem langs te komen, wat we deden. De oorspronkelijke pleisterplaats was uitgebreid met meerdere, grote vertrekken het de complete omvang van het pand was kolossaal. Op het omringende land lagen allemaal spullen en gereedschappen uit de tijd van de Pony Express die toen ook gebruikt werden. Ook stonden er nog twee enorme stallen, waar ze vroeger met de koets naar binnen reden, de paarden vervangen werden en er aan de andere kant weer uitreden. In de balken zag je nog de haren zitten van paarden die daar eind 19de eeuw doorheen kwamen en gestald werden.
Vorig jaar zijn we hier teruggeweest en hebben die mannen weer opgezocht. Bob, die het jaar daarvoor al erg ziek was, was ondertussen overleden. De ene Don, een voormalig oorlogsveteraan die gedecoreerd werd met meerdere (!) Purple Hearts en Silver Crosses (de hoogste militaire onderscheidingen) woonde nog steeds in zijn campertje naast het huis.
Morgen willen we Bob opzoeken, de eigenaar van het land en huis en voormalig geoloog. Don ligt in het ziekenhuis met open benen: veroorzaakt door aldoor zitten en niet bewegen, wat hem nu waarschijnlijk ook zijn benen zal kosten. Triest.
We hebben in de saloon een paar biertjes gedronken en wat gegeten en staan met de camper naast een hut. Vanwege een enorm elektriciteitsproject is de camping vol met campers van mannen die daar aan het werk zijn. De volgende camping is in Fallon, 79 mijl verderop, 127 kilometer dus. Dat is het volgende stadje. Henrie heeft gekeken waar een buitenaansluiting van elektriciteit was en daar mochten we de camper neerzetten voor een paar luttele dollars. Ik had vandaag al 200 mijl gereden (320 kilometer) en had geen zin in nog eens anderhalf uur sturen, dus dit is een prima oplossing én we kunnen morgen Bob opzoeken. Morgennacht zullen we dus hier ook staan, in de doodse stilte van de woestijn.

Zomaar een luie dag in Overton

Voor ons een ongewone dag: een dagje van (bijna) niks doen, we zullen er aan toe zijn geweest. Ik vertelde al dat we op de camping in Overton waren beland, één van onze favorieten vanwege de rust en de omgeving. In de winter is het hier kennelijk heel druk: allemaal snowbirds die hier de winter doorbrengen. Snowbirds zijn geen vogels, al klinkt het wel zo. Snowbirds zijn mensen, doorgaans gepensioneerden, die in de noordelijke staten wonen: Michigan, Idaho,Wisconsin, etc. en waar de winters lang en koud zijn. Zodra het daar kouder wordt, stappen ze in hun camper en zakken af naar de zuidelijke staten en brengen daar de winter door. Vanaf 1 mei gaan ze op hun dooie gemak weer terug, zoiets als bij ons in Spanje overwinteren.

En dat ze gelijk hebben natuurlijk. Alleen valt mij dan weer op dat je ze nooit ziet. Op dit moment zijn er op deze camping nog een aantal ‘snowbirds’ aanwezig. Omdat wij gisteren hier later aankwamen en de receptie niet meer bemand was, hadden we geen password voor het internet. Wat doe je dan, je klopt aan bij de diverse campers. Overal werden hoofden in plooien getrokken: tja, wat was het ook alweer, ik sta hier nu zes maanden en ben automatisch ingelogd. Een meneer die hier ook al maanden bivakkeerde en rook alsof hij ook al die maanden zijn camper niet uit was geweest, keek me gekweld aan en kon me ook niet helpen. Maar ik vraag me dan af: je wilt thuis niet zijn als het winter is, maar hier sluit je je op. Is het dan niet beter om je thuis op te sluiten? De muffe meneer zit van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat tv te kijken zoals buiten te horen is. Misschien is hij een kluizenaar en vindt hij het leuk om met de koude maanden thuis hier fijn mensenschuw te zijn.

Om te beginnen hebben we alles uitgepakt en ingeruimd en de camper bewoonbaar gemaakt.

Overton is eigenlijk een nederzetting aan een doorgaande weg. Wat verder de woestijn in wonen ook wel mensen, maar het stelt als stadje niet veel voor. Vanaf de camping kijk je zo de woestijn in.

Vanmiddag liepen we naar de Inside Scoop, een eetgelegenheidje, lees cafetaria, waar je lekker kunt eten zoals we uit ervaring wisten. Vooral de French Dip is hemels. Een broodje met een berg warme rosbief, een bakje smakelijke jus waar je je broodje indoopt om het vervolgens heftig morsend op te eten.

We kwamen binnen en een nogal gezette jonge vrouw zat met haar twee kinderen van alles naar binnen te werken. Gezet ja, laten we zeggen dat ik er slank bij was. Haar ene zoontje was een jaar of acht en ze had nog een jonger zoontje. Het was ongelooflijk wat een eten die weg wisten te werken. Op een gegeven moment zag ik die kereltjes met een ijs lopen. Nee, geen ijsje, want het leken wel voetballen. Toen hadden ze dus al van alles zitten (vr)eten gezien wat er op hun tafeltje stond, inclusief zakken chips. Na die ijs kwam er nog een groot bord met taco’s. Alleen al door te kijken was ik een kilo aangekomen. Met een vals smoesje heb ik een foto genomen, die alles zegt.

We wandelden daarna nog even door de plaatselijke supermarkt en hebben ons vergaapt aan de werkelijke prachtige groentenafdeling, inclusief vernevelaar die de groente ieder zoveel tijd bevochtigde. Niets bijzonders hier, maar voor ons een ongekend iets.

Daarna nog even langs een Family Dollar en liepen toen terug naar de camping. Langs de weg stond een politieauto. Waarschijnlijk waren we als verdacht opgegeven omdat we er LIEPEN. De gemiddelde Amerikaan stapt in zijn auto als ze een paar honderd meter ver moeten, wij waren dus hoogst verdacht. Je zag ook niemand lopen of fietsen en voor de normen hier was het echt niet zo warm, misschien 26 graden. Voor ons warm, maar hier zijn ze wel meer gewend.

Terug in de camper bleek de zool van mijn schoen los. Wat interesseert mij dat nou, hoor ik jullie denken of hardop zeggen. Nou, omdat één van mijn zolen thuis al los was, had Henrie die gelijmd. De andere zool begon ook een beetje los te laten, dus had ik die wandelschoenen in Essen bij de plaatselijke snelschoenmakerij gebracht. O ja? Ja. Die mopperde meteen al dat ik dat soort schoenen niet in de kast moest laten staan, maar juist dragen, omdat hij zag dat de lijm gewoon verdroogd was. Kijk, als je net zulke krakkemikkige voeten hebt als ik, waar al zeven keer in is gehakt en gebroken, dan lijst je schoenen die goed lopen in en die koester je. Dus heb ik mijn oude trekkingschoenen gedragen tot ze zo’n beetje uit elkaar vielen. Ik had nog een reservepaar, al jaren, nog nieuw en daar had dus die zool van losgelaten. Goed, ik was al blij dat hij me niet om de oren sloeg met die dingen nadat hij me de les had gelezen. De dag voor we vertrokken had ik ze opgehaald, waarbij hij me toebeet, wijzend op de zool die Henrie had gelijmd: en die gaat loslaten. O ja? Ja. Waarom? Omdat die niet met de juiste lijm geplakt is, snauwde hij me vriendelijk toe. Ik betaalde, hij groette me niet terug toen ik zijn nering verliet en zijn reparatie is dus binnen een week al ter ziele. Het dringt ineens tot me door: misschien had ik niet met die schoenen moeten lopen, maar ze weer terug in de kast moeten zetten! Ik snap ook niks.
We zullen dus lijm moeten halen, zodat Henrie mijn schoen op de juiste manier kan repareren. Misschien moet hij die meneer van de snelschoenmakerij maar even laten zien hoe het moet, zodat die voortaan ook weet hoe hij zolen moet plakken en dat hij lijm moet gebruiken en geen spuug vermengd met vervloekingen.

Vanavond hebben we zitten barbecueën, niks bijzonders en misschien denken sommigen van jullie: stelletje ouwe lullen, tweede dag in Amerika en ze ondernemen niks! Maar de mensen onder jullie die ons beter kennen weten: dan zullen ze er behoorlijk aan toe zijn geweest. Morgen trekken we verder richting het noorden, maar bij deze wil ik onze ongelooflijke dank uitspreken aan de geweldige vrienden die tijdens onze vakantie Noordernieuws.be voor ons waarnemen.
Door jullie kunnen wij bijtanken, bijslapen, ontstressen en ons hoofd leegmaken. Jullie zijn goud!

Antelope Canyon

De reden om naar Page te komen was dat we een ander deel van het Antelope Canyon wilde doen. Vorig jaar deden we de zogeheten upper rim en nu wilden we de lower rim doen.
Antelope Canyon is Indianengebied en ik vertelde jullie al eens: ik ben niet zo dol op Indianen. Alleen al vanwege de beestige manier waarop ze hun dieren behandelen. Denk aan de bordercollie pup Daisey May, die we vier jaar geleden uit een reservaat midden in de woestijn hebben gered, met een stuk touw rond haar nekje. Slechts uren van haar dood verwijderd en die nu een supergeweldig thuis heeft in Monticello (Utah) bij mensen die haar aanbidden. En dat is maar een piepklein voorbeeld.
Maar goed, dit even terzijde.
Om te beginnen moest je betalen om het terrein op te mogen waar de bedrijfjes zitten die de tours doen.

Ze zeggen je niet bij de ingang dat je het net bemachtigde kaartje mee naar binnen moet nemen. Daar kom je dus pas achter als je het stuk van de camper naar het desbetreffende gebouw hebt gelopen.
Ik bedoel: je kunt er niet komen zonder langs die kassa te gaan, dus wat is dan de toegevoegde waarde? Dus Henrie in galop terug naar de camper. Sta je in de rij, zie je dat je alleen cash kunt betalen! Hier in Amerika, waar alles plastic geld is! Je zou het toevallig niet bij je hebben, kun je weer helemaal naar Page om te gaan pinnen!
Weer naar die camper, in de zandstorm die zo’n beetje heerste. Kaartje gekocht en over een half uur zou onze groep gaan. Wat ze niet vertelden, geheel passend bij het Indianenplaatje, is dat er een ongeluk in de canyon was gebeurd en dat alle tours een uur vertraagd waren.
Dan hebben ze je geld al, je staat te wachten en dan krijg je ineens die mededeling. Ze wisten dat natuurlijk allang, maar verrotten het je in te lichten.
De Indiaan die mompelend had gemeld dat de zooi een uur vertraagd was, was niet te verstaan. Dus liep ik er redelijk briesend naar toe. Het gedoe met kaartjes en cash betalen had de eikeltjes bij de ingang al een vette Nederlandse vloek opgeleverd en dan dit nog.
Naast me stond een echtpaar dat ook niet blij was en waarvan de vrouw zei: als ze dit bij de kassa hadden gezegd, waren we vertrokken!

Hij gaf hen het enige antwoord dat hij kende: hij haalde zijn schouders op, oftewel: het interesseerde hem geen bal.
Na een uur kwamen we terug, we zochten natuurlijk in de tussentijd ons heil in de camper, hoorden we dat het nog bijna een uur zou duren. De schouderophaler stond het allemaal niet te kunnen helpen, buiten dat het hem niet interesseerde. Ik ben nog net niet stampvoetend naar de balie vooraan gegaan, waar mensen een kaartje kochten. De mensen die net geholpen werden zouden om 13:00 aan de tour konden beginnen.
“Wij moeten tot 13:20 wachten en zij kunnen om 13:00 al vertrekken, terwijl wij al ruim een uur wachten?” snauwde ik vriendelijk. De man kwam achter de balie vandaan, zei dat we gewoon vooraan moesten gaan staan en zeggen dat we al eerder hadden geboekt.
Maar kennelijk hadden ze al een blik gidsen opengetrokken: buiten stonden er ineens een stuk of vijftien en werden de rondleidingen met slechts een paar minuten er tussen gegeven.

Je moest een stukje lopen over een hellend terrein en we werden al gewaarschuwd voor veel grint en losse stenen.

Om het canyon in te komen, moesten we over vijf trappen, waarvan er eentje supersteil was en die je alleen achteruit af kon dalen. Het zweet stond in mijn handen, het was vreselijk.

Maar de beloning was geweldig. Wat een prachtige omgeving! Helemaal gevormd door water die bij grote regenval hier zijn weg door zoekt.

Vroeger en dan bedoel ik in de oudheid, werd dit canyon aangedaan door Pronghorn antilopen, die hier nu niet meer komen. Veel dieren zitten hier tegenwoordig niet. Een enkele kraai die hier zijn nest bouwt en in nog zeldzamer gevallen komt hier wel eens een uil
Voor die dieren is het met al die mensen natuurlijk niet rustig en vergeet de flash floods niet. Dat zijn zeer plotselinge overstromingen die je ook niet aan ziet komen.
Die ontstaan als het in de bergen heel hard regent en als van een dak stroomt dat water dan allemaal hier doorheen. Op de bodem van het canyon ligt rood, heel fijn zand. Dat wordt na iedere flash flood aangebracht. De originele bodem bestaat uit rotsgesteente met kuilen en allerlei onregelmatigheden, wat de veiligheid niet ten goede komt.
Het eerder genoemde ongeluk was een man die van een trap was gevallen, omdat hij de laatste trede had gemist.

Hij was er nogal behoorlijk aan toe kennelijk, allerlei kneuzingen en lag behoorlijk open. Op dit terrein zijn twee bedrijfjes die deze tours doen en de man die gevallen was, deed de tour van het andere bedrijf. Dat, kennelijk Amerikaanse gewoonte, na dit ongeval meteen werd gesloten. Of dit voor een dag is of langer weet ik niet.
Onze gids, een Indiaan die Josh heette en een kop groter dan ik, drukte ons dan ook bij bijna ieder stap op het hart om toch maar heel voorzichtig te zijn.

Dat deed hij normaal ongetwijfeld ook, maar met deze gebeurtenis in zijn achterhoofd was hij nog meer op zijn hoede.
Vooraan liep een groep Sienezen die bij vrijwel iedere stap een foto maakten. Niet van de canyon, dat zou ik begrijpen, maar van elkaar. Of met z’n tweeën, drieën, met de gids en selfies. Waar iedereen zich vergaapte aan de omgeving, waren zij kennelijk vooral door elkaar gefascineerd. Moeten ze zelf weten, maar het hield de boel wel op.
De doorgangen zijn namelijk heel nauw en je loopt echt niet zomaar langs iemand heen. Op een gegeven moment wilde ik een foto van een kleine ruimte nemen, maar die stond vol met Sienezen die zich daar met een schoenlepel in hadden geperst.
Ik wachtte tot ze een keer doorliepen, maar ze hadden elkaar nog niet voor de zesenveertigste keer gefotografeerd en er waren ook nog niet genoeg selfies genomen. De gids snapte wel waarom ik bleef staan en maande ze een keer door te lopen. Dat ging vijf meter goed, maar ik had mijn foto tenminste.

Boven de grond waaide het nog behoorlijk wat aan het vallende zand te merken was. Vijf kwartier duurde de rondleiding, met trappen, supersmalle doorgangetjes en stukjes waar je amper je voet kon neerzetten. Lage doorgangen, zodat je met je neus tegen je knieen er door moest, maar het was vooral prachtig mooi.

Laten we zeggen dat het de ergernis van die ochtend ruimschoots compenseerde. Om de canyon uit te komen, moest je weer door een nauwe doorgang.

Buiten de uitgang was in het steen de afdruk van een dinosaurus te zien die zo’n 1.80 hoog moet zijn geweest.

Gezien het gedoe met campings gisteren, belde Henrie uit voorzorg een camping in ons volgende reisdoel: Kanab, anderhalf rijden verder, tussen Page en Kanab is niks, misschien vijf huizen, maar wel prachtige uitzichten.
Voor we verder reden moesten we nog even tanken. Ik vertelde al eens dat je hier nogal merkwaardige smaken hebt voor milkshakes, zoals een shake met bacon. Dit was de nieuwste: milkshake met de smaak van cake beslag.

We stopten bij een brug over de Glen Canyon dam, waar je van een duizelingwekkende hoogte naar beneden keek. De wind was zo hard, dat je letterlijk bij iedereen het t-shirt omhoog zag gaan. Vandaar kennelijk de term: uit je hemd waaien. Hier gebeurde het.

We hadden geluk: er was een annulering geweest, waarmee wij de laatste plek hadden. Net zoals vorig jaar het geval was, met deze zelfde camping.
De camping ligt pal in het centrum en mijn gedachten gingen meteen uit naar even een biertje halen. Op hetzelfde moment realiseerde ik me: we zitten in Utah. Mormonenstaat, dus het is een uur vroeger en geen alcohol. Nou ja, in de camper hebben we genoeg…

Even hier rondkijken? De coördinaten zijn N37.04267 W112.52475

Oatman en Laughlin

Trouwe lezers weten dat we al vaker in Oatman zijn geweest. Een oud mijnwerkersstadje aan de route 66 waar de burro’s (een soort ezeltjes) vrij rondlopen en gekoesterd en verwend worden. Zoiets als ons kattengespuis thuis. Het is er heel commercieel en toch altijd leuk om weer naar toe te gaan.
Het ligt een kilometer of vijftien van onze camping vandaan. In de camper of met de auto stelt het helemaal niks voor, maar denk eens aan de vroegere bewoners, die dit stuk op een paard, lopend of in een huifkar aflegden. Dat is al heel wat, maar die daar ook woonden. In houten huisjes, geen airco, zelfs geen ventilator. Een open raam was alles voor verkoeling en in de winter een fornuis. Het enige communicatiemiddel dat ze hadden waren de burro’s.
Die brachten de mensen van en naar de mijn, daar werd het voedsel en de post mee vervoerd, alles eigenlijk.
Toen het stadje leegliep werden de burro’s vrijgelaten om in de woestijn rond te trekken. De burro’s die nu Oatman bevolken, zijn de rechtstreekse afstammelingen daarvan.

DSCN1294

DSCN1296

DSCN1302

DSCN1322

DSCN1401

Ze zijn slim en aan het eind van de dag, als de toeristen vertrekken, gaan zij ook op weg om de nacht in de omringende woestijn door te brengen en dan komen ze de volgende dag weer terug. Voor al het lekkers dat ze van de toeristen krijgen.
Je moet uitkijken om niet in dampende vijgen te stappen, maar dat is denk ik een deel van de charme.

De winkeltjes zijn onveranderd leuk en bieden allerlei interessante dingen aan, net als veel goedbedoelde zooi. Dingen die toeristen graag kopen en thuis denken: wat moet ik er eigenlijk mee?

DSCN1300

DSCN1312

Het was leuk er weer eens rond te kijken en te zien dat de burro met het geknakte oor er na een aantal jaren ook nog steeds rondliep.

DSCN1318

Onderweg zagen we struiken die in kerstversiering getooid waren, net als de vorige keren en de bedoeling ervan is ons nog steeds niet duidelijk. Eentje was zelfs getooid met een foto van dat ergerlijke ettertje, hoe heet hij ook alweer… O ja, Bustin Jieber.

DSCN1288

DSCN1289

Twee keer per dag geven een paar senioren een zogenaamde wildwest show op straat, waarbij onder andere een pinautomaat wordt overvallen.

DSCN1398

Flauwe mopjes die al jaren hetzelfde zijn. Na de show gaan ze met de hoed rond. Het geld dat ze ophalen wordt integraal geschonken aan een ziekenhuis in Phoenix, die daarmee het vervoer van patienten bekostigd die het niet zo breed hebben. Dat is door al die jaren heen in totaal al opgelopen tot $85.000,-. Dan wil ik wel gemaakt grijnzen om een flauw grapje: die mannen zijn onbetaalbaar!
Bij hun show schieten ze ook zogenaamd met pistolen zonder kogels, die wel veel lawaai maken. Tot grote schrik van een paar kleine kinderen en een oude hond.

Aan de overkant van de Colorado rivier ligt het gokstadje Laughlin zoals ik al vertelde. Het was heel lang geleden dat ik daar was en Henrie was er nog nooit geweest. Dus tijd er een keer doorheen te rijden. We zijn zo vaak in Bullhead City geweest aan de overkant, maar hier nog nooit.

DSCN1348

DSCN1358

DSCN1359

DSCN1364

Het stelde niet veel voor. Casino’s, leuk, maar niet zoals in Las Vegas waar ieder casino een pretpark is.
We hebben even in de Colorado Belle rondgekeken, maar buiten gokken was er niks. Tijd om door te rijden dus.

DSCN1366

Bij de Walmart in Kingman heb ik werkelijk heel merkwaardige figuren gezien, van wie je je afvroeg of ze wel bestonden. Ik zocht een bepaald artikel en een meneer vroeg aan de meneer die er stond of ze het sowieso verkochten.
De ziel begon meteen te zoeken en na wat gepruts zei ik: nee, ik geloof niet dat het er is. Hij hield meteen op met prutsen en vroeg met de speciale stem en dictie die bij geestelijk gehandicapten hoort: If they ask you, will you tell them I served you well? (als ze het vragen wil je dan zeggen dat ik je goed geholpen heb?)
Nu was ik op alles voorbereid, maar niet dit. Dus ik vroeg een beetje simpel: Sorry? Hij prutste meteen weer verder tot ik hem verloste met de woorden dat ze het echt niet hadden.
Even later zag ik hem lopen met een winkelkarretje waarin hij alle spullen verzamelde, die mensen her en der in de schappen hadden gegooid en die daar niet thuishoorden.
Mijn vraag was duidelijk boven zijn krachten geweest en hij deed zo zijn best. Jammer dat niemand me wat vroeg, ik had hem graag bejubeld.
Toen we er naar binnen liepen, kwam er een klein, heel dik vrouwtje naar buiten die een heel strak t-shirt om haar ribbel droeg. Ze was net het Michelin mannetje en op haar t-shirt stond: This morning I woke up gorgeous…

We gaven het op en reden door naar de camping van vannacht, in Williams. Onze coördinaten hier zijn: N35.32878 W112.15796