Categorie archief: California

Joshua Tree National Park

Joshua Tree National Park heeft miljoenen boompjes waarvan de takken uitmonden in een soort yucca’s. Ook de cholla’s groeien er welig. Cholla’s (spreek uit tsjojja’s) zien er zacht en poezelig uit, maar de stekels zijn keihard en iedere prik veroorzaakt een wond.

Als je op de foto klikt, krijg je die groot te zien. Met het pijltje links boven in je scherm ga je weer terug naar het blog.

Joshua Tree National Park

Er zijn dieren, zoals de cactus wren (een vogel), die er graag nestelen. Me dunkt, een betere bescherming kun je niet vinden. De eerste keer dat we hier ooit waren waarschuwden Henrie en ik elkaar nog: kijk uit waar je loopt! En het volgende moment liep Henrie tegen een cholla aan. Ja, ik moest toen ook zuchten. Waarschijnlijk wilde hij zich ervan overtuigen dat die krengen nog steeds zo gevaarlijk zijn, dus besloten we hier naar toe te gaan. Op de camping kwam ’s avonds nog een camper aan, kennelijk met een vrouw aan het stuur die moeite had met het achteruit inparkeren, gezien de opmerkingen van haar man: ‘No honey, te ver, nee honey, nu rij je tegen de bomen aan, nu sta je schuin, nee verder naar achteren…. Was het toeval dat er even later een kat voorbij kwam? Er zijn genoeg mensen die hun kat(ten) meenemen op reis. Toen het te kil werd en donker gingen we naar binnen en hoorden het zieltje constant miauwen. Wat doe je dan? Juist, je lokt hem. Het was een goed verzorgd dier met bandje en informatiemedaille.

Joshua Tree National Park

Maar je zag dat hij ook wat ouder was en beginnende staar had. Een heel lief ventje met een verfrommeld oortje dat best wel wat van de macaroni lustte die over was. Hij kroelde zich op de bank neer en ook op bed en ging daarna de badkamer in. Hier stak hij zijn voetje in de wc in het water en likte het af. Dorst dus. Bakje water neergezet dat hij half leeg dronk. Ik mocht aan zijn voetjes voelen en dan merkte je dat het geen buitenkat was, want de kussentjes waren lekker zacht. Toen we naar bed gingen moesten we hem wel buiten zetten, met pijn in ons hart. Maar hij had duidelijk een baasje. Ik denk zelf dat hij het niet leuk vond zo ’s avonds buiten, dat hij daar te oud voor was. We hoorden hem nog wel een poosje miauwen, maar hadden verder ook geen keus en dus verhardden we ons hart voor zover mogelijk. De volgende dag moesten we een eind rijden, voor we bij Joshua Tree National Park zouden zijn. Onderweg tankten we bij Victorville en zagen bij dat stadje een soort poort die trots vermeldde dat het aan de route 66 lag.

Joshua Tree National Park

De stadjes die doorgaans aan dit wereldberoemde traject liggen zijn vreselijk commercieel, maar op hun eigen manier best aantrekkelijk. Eentje die we zelf bijvoorbeeld heel leuk vinden is Oatman waar ik al vaker over schreef. Ze hebben vaak authentieke gebouwen en details en andere leuke entourage. Een reden om even te gaan kijken dus.

Joshua Tree National Park

Nou, buiten die prachtige poort was het vreselijk. We zijn er helemaal doorheen gereden, maar eigenlijk was het niet meer dan een grote achterbuurt. Verlopen, verwaarloosd en wat je er zag lopen was erg genoeg om de autodeuren op slot te doen. Bij het tanken viel me al op dat zo’n figuur zijn muziek keihard aan liet staan, ook toen hij naar binnen ging om te betalen en tijdens het telefoneren daarna. Alsof hij wilde zeggen: ‘Mensen, ik heb zo’n liederlijk slechte smaak als het op muziek aankomt. Moet je nou eens luisteren, dat wil je toch niet? Maar eigenlijk hoor ik het ook niet goed meer, want ik ben er zo doof als de pest door geworden. Deze muziek past geweldig bij mijn asociale mentaliteit, alsof het voor me gemaakt is!’
Ik heb in machinekamers van zeeschepen minder lawaai gehoord en bovendien van betere kwaliteit. Dus buiten die toegangspoort had het stadje niks meer om trots op te zijn. Als ik een foto wilde maken, trok de lens van mijn camera zich spontaan terug en begon te kokhalzen. Nu wil ik ook iets zeggen over de teringzooi die je overal ziet, dat is gewoon bizar. Zoals op een prachtig uitkijkpunt waar een vat naar beneden was gegooid en het onderstel van een of andere aanhanger. En de plastic tasjes, overal die fucking plastic tasjes die voorbij komen waaien en in struiken, bomen en prikkeldraad hangen. In zaken als Walmart krijg je letterlijk voor ieder k..boodschapje een tasje mee. Pas hier in Californië vragen ze je of je dat wilt en dan moet je ervoor betalen. En op die zakjes staat dan dat ze wasbaar zijn en je ze 125 keer kunt gebruiken. Volgescheten pampers die op de parkeerplaatsen bij supermarkten liggen: ‘Je denkt toch niet dat ik de stront van mijn kind ga opruimen? Dat moet een ander maar doen.’ In België hebben we talloze groepen mensen die zwerfvuil ruimen, soms dagelijks. Zelfs die supergemotiveerde mensen zouden hier de hoop opgeven en aan de drank gaan. Tel daar nog bij dat het halve land zonder uitlaat lijkt rond te rijden, lijkt, want het zijn natuurlijk van die pochbakken, speciaal uitgevonden voor geestelijk minder valide bestuurders, en het cirkeltje is rond. Zo’n mentaliteit van: ‘Mensen, luister. We wonen hier in een verbluffend mooi, verbijsterend prachtig, spectaculair land. Laten we dit nu gaan verkloten. Laat je plastic slingeren, zodat herten en andere dieren het opeten omdat het naar menseneten ruikt. Die verhongeren dan, omdat hun maag vol onverteerbaar plastic zit. Als je de olie van je auto ververst, laat de oude troep dan gewoon op de grond weglopen, wat kan het je schelen? Tapijt of bankstel beu? Gooi in de natuur, dat moeten anderen maar opruimen.’
Misschien moet het nieuwe credo van Donald Trump maar worden: Let’s make America clean again.’ Ideetje, Donald?
Gelukkig was Joshua Tree National Park nog net zo beeldschoon als altijd. De cholla’s waren nog altijd ‘aanhankelijk’ en een meneer die het vertikte om op het wandelpad te blijven, had meteen zo’n bol aan zijn schoen die hij met moeite los kreeg.

Joshua Tree National Park
Joshua Tree National Park
Joshua Tree National Park

Overal zag je bloeiende woestijnplanten, de teerste bloemetjes met subtiele schoonheid, bloeiende schijfcactussen, creosoot, van alles. In het gedeelte waar de cholla’s staan, zie je tamelijk weinig Joshua Trees. Pas vanaf 1.000 meter boven de zeespiegel zul je deze bomen zien, niet alleen hier, maar op veel plekken in Amerika. Eigenlijk zijn het geen bomen, maar is het familie van de yucca. Aan het eind van hun takken groeien kleine yucca’s, als de handen van een soort Johnny Scissorhands.

Joshua Tree National Park

Ze kunnen zo’n 12 meter hoog worden en groeien 2,5 centimeter per jaar. Als je dus zo’n enorm exemplaar ziet, en daar zijn er duizenden van, weet je dat die een respectabele leeftijd heeft.

Joshua Tree National Park

Er wonen enorm veel dieren in deze woestijn, waar het bloedheet kan worden, maar veel zie je er niet van. De mens staat nu eenmaal niet goed aangeschreven in de dierenwereld. De rotsen hebben grillige vormen en zijn het resultaat van vulkanische activiteit, heel erg lang geleden. Een heel aparte is ‘Skull Rock’ in de vorm van een doodshoofd.

Joshua Tree National Park

Ik ken mensen die er zo uitzien na een avondje op café en ook wel enkele die er altijd zo uitzien. Rotsen, bomen, struiken, alles was prachtig afgetekend tegen de stralend blauwe lucht. Een genot om te mogen bewonderen en je wist ook: zo mooi als het hier is, krijg ik het nooit op de foto. Toen we uitbewonderd waren gingen we op weg. Californië is enorm uitgestrekt en behoorlijk leeg. Op het gebied van campings was er in die omgeving niet veel, dus moesten we een uitmergelende rit aangaan. Het eerste bord deed de moed al in je schoenen zinken: Next services next 100 miles.

Joshua Tree National Park

Oftwel: tussen hier en het volgende benzinestation of andere faciliteit, ligt 160 kilometer. En inderdaad, 160 kilometer doorgaande weg met niks. Geen steden, dorpen, huizen, niets.

Joshua Tree National Park

Wel een paar keer wegwerkzaamheden, waar een eenzame figuur het spaarzame verkeer mocht regelen.

Joshua Tree National Park

Toen we een keer langs de weg stopten was een iguana zo vriendelijk te poseren. Ik dacht altijd dat die diertjes insecten aten, maar deze was duidelijk dol op de witte bloemetjes die hij achter elkaar op at.

Joshua Tree National Park

Onderweg kwamen we nog langs een plek waar ooit een tankstation had gestaan. Aan de overblijfselen hingen honderden schoenen. Iets wat we al vaker hebben gezien aan bijvoorbeeld een boom. De bedoeling is met niet duidelijk, apart is het wel.

Joshua Tree National Park

Natuurlijk was het voor anderen ook een uitnodiging om van alles te dumpen. We zaten ook minstens 80 kilometer van de dichtstbijzijnde Mac Donald, Arby’s of KFC vandaan, maar het afval van die ketens lag er wel. Als je het nu zo lang bij je hebt, kan je het dan niet ook verder meenemen om beschaafd in een vuilbak te deponeren?
Uiteindelijk kwamen we aan bij Big River, waar we gingen overnachten. Vorig jaar waren we hier ook en het is een prachtige plek, pal aan de Colorado Rivier. De mevrouw van de camping heette Henrie welkom, keek toen naar de chauffeur, naar mij dus en begon te kraaien: ‘I remember you, I remember you!’ Helemaal blij was ze en bood ons meteen dezelfde plek aan als vorig jaar.

Joshua Tree National Park

We hebben lekker bij het water gezeten waar we gezelschap kregen van een heel grote eend, die best wel wat sneetjes brood wilde en zo tam was dat hij uit de hand at.

Joshua Tree National Park

Het water was glashelder en niet koud, je zag de tientallen kleine visjes rond je voeten zwemmen.

Joshua Tree National Park

We hebben gebarbecued en in tegenstelling tot vorig jaar barst het hier nu van de kleine vliegjes, ziljoenen van die krengen. Een keer de hordeur van de camper open en dicht doen en er zaten tientallen binnen. Dat werd dus niet buiten zitten, want je was constant bezig jezelf tegen het hoofd, benen en armen te slaan als iemand met een vorm van Gilles de la Tourette. We hadden vaag het plan opgevat nog een nacht te blijven, maar daar moeten we nog maar even over nadenken…

Lone Pine

Verder gingen we, door de gortdroge omgeving. Omdat het in de afgelopen dagen geregend had, waarschijnlijk hetzelfde regenfront als we in Las Vegas hadden, staat de woestijn helemaal in bloei.

Lone Pine

Lone Pine

De liefste bloemetjes in allerlei kleuren en wat helemaal opviel waren de enorme aantallen vlinders. Niet op een plek, maar overal. Je kent wel de wolken mugjes in de zomer die je laat in de middag in het zonlicht ziet dansen. Zulke wolken, maar dan met vlinders, waren overal. De enige plek dat we ze niet zagen was bij Badwater in Death Valley. Helaas vliegen die zich ook te pletter tegen auto’s, dus je ziet ze ook overal liggen.

Lone Pine

Enorme rupsen zag je de weg oversteken en bij eentje heb ik mijn appel gelegd zodat je goed kunt zien wat een enorme exemplaren het zijn. Ik heb die ook weer terug gezet in de zijkant, waar hij me waarschijnlijk vervloekte: Doe ik al die moeite, zet ze me weer terug!

Lone Pine

We overnachtten in Lone Pine, waar we wel vaker hebben geslapen. De man van de receptie liep niet over van levensvreugde en blijdschap, maar meer of hij net een vat azijn had leeg geslobberd. En ik dacht: Man, ben ik blij dat ik jou niet zo thuis krijg! Van een meneer met wie we in gesprek raakten in het zwembad, hoorden we over het Museum of Western Film History en besloten daar de volgende dag te gaan kijken. Het was beslist de moeite waard en zeer zeker voor de western liefhebber interessant. Heel wat klassiekers kwamen voorbij, inclusief Rawhide.

Lone Pine

Dit is ook een werkelijk prachtige omgeving om westerns te maken. Je kon een eind verderop gaan kijken waar de films werden opgenomen. Geen set of studio’s, maar gewoon de omgeving. Die was mooi, maar ik genoot vooral van al die prachtige, bloeiende woestijnbloemetjes en natuurlijk de vlinders.

Lone Pine

Henrie deed op een gegeven moment de motorkap van de camper even open en zelfs daar kwamen ze vandaan. Water morsen, hop, tientallen vlinders op het vocht.
Een eind verderop en dan met name omhoog, is Mount Whitney waar een prachtige waterval te zien is. Overal lag nog sneeuw, maar het was niet koud. De camper had moeite met de steile beklimming en stond uit te hijgen toen we een parkeerplek hadden gevonden. Bij de waterval klom Henrie nog een eind verder naar boven, maar gezien mijn talent voor vallen bleef ik maar beneden waar het ook prachtig was om te zien.

Lone Pine

Terug was weer een andere manier van sturen, maar het bleef prachtig. Alleen moest je wel naar de weg blijven kijken om er niet vanaf te rijden.

Via een Chinees buffet, een Dollar Tree en de Walmart gingen we op weg. Het was al laat, eind van de middag en dan wil ik van de weg zijn. Om te beginnen is het hier vroeger donker dan thuis en buiten de steden is totaal geen verlichting. Dan kan ik Henrie laten rijden, maar dan nog is het voor mij rampzalig vanwege mijn nachtblindheid. Plus, en dat is een zo mogelijk nog grotere reden, dat is ook het tijdstip dat de dieren tevoorschijn komen. Waar ook ter wereld, of het nu hier is, in Australië of Griekenland. Dus met de radar op scherp begon ik aan de trip die zeker een uur zou duren. We waren amper op weg of ik zag een slang de weg op schuifelen.

Zo’n bakbeest van een camper zet je niet zomaar stil, dus ik probeerde zo te sturen dat hij precies tussen de wielen door ging en ging toen aan de kant staan. Ik rende terug en zag het arme dier wel kronkelen, maar het zag er uit alsof het laatste stukje, zijn staart zal ik maar zeggen, niet meedeed. Wat moet je doen? Is hij giftig? Er was geen bloed te zien, dus was het shock? Daar sta je dan. Het was op die weg gelukkig niet druk, maar er kwam wel een auto aan. Die stopte na mijn gewuif en gebaar en wijzen op de slang. Twee mannen stapten uit en wisten ook niet of het arme dier giftig was. Langs de kant van de weg lag een soort stang die ik pakte. De ene meneer hield de slang voorzichtig tegen de grond geduwd en werd waarschijnlijk doof van mijn: DON’T KILL HIM, PLEASE, BE CAREFUL! Heel voorzichtig wist hij hem met zijn hoedje te pakken en hield hem net onder de kin in bedwang.

Lone Pine

Lone Pine

Het doodsangstige dier kronkelde zich vast om zijn vingers, zodat hij het lijf echt los moest draaien. Hij heeft hem een eind van de weg weer in de natuur gezet, waar het zieltje mocht bijkomen. En nu maar hopen dat hij het overleeft!

Lone Pine

Death Valley

Death Valley, vallei des doods, doet zijn naam alle eer aan. Het kan er gruwelijk heet worden, tot ruim 50 graden. Het leven hier heeft zich op alle mogelijke manieren aangepast. Waar wij, imperfecte mensen (al vinden we onszelf nog zo geweldig) ons behelpen met airco en heel veel water, leven hier dieren die het water uit de o zo droge lucht halen of vocht uit hun prooien. Hoe heet het hier ook kan worden, toch is deze schijnbaar doodse omgeving springlevend met een prachtige fauna en flora. De kleuren van de landschappen zijn spectaculair en door een enorm deel van deze vallei strekt zich een droog meer uit.

Death Valley

Dit meer was vroeger 80 meter diep en nu is het een zout- en mineralenvlakte. Het smeltwater van gletsjers en sneeuw stroomt hier naar toe, waar het vervolgens verdampt. Badwater is het laagste deel en ligt 80 meter onder de zeespiegel. Er staat hier nog wel wat water, dat vele malen zouter is dan de oceanen. En toch leven er diertjes in, zoals piepkleine schelpdiertjes en larven. Het zoutmeer mag je op, maar naar de poeltjes niet. Daar is een zogeheten board walk naar toe. De naam Badwater komt van een meneer die het zo noemde, toen hij zijn ezel hier wilde laten drinken, wat het dier heel logisch weigerde. Want het was ‘bad water’, niet giftig maar ongelooflijk vies. Op de board walk staat iedere meter een bordje dat je toch vooral hier op moet blijven, om de zo kwetsbare habitat niet te beschadigen.

Death Valley

Ragfijne, scherpe zoutpilaartjes zijn er door de jaren heen ontstaan, een kunstwerkje van de natuur. Je ziet aan het platgetreden paadje dat veel mensen schijt aan dat verbod hebben, net zoals de paar Chinezen die er nu liepen. Ik keek ze al woedend aan, maar ze zagen het niet. Ik weet niet wat het is met die lui. Bij uitkijkpunten dringen ze iedereen weg, willen gefotografeerd worden als ze in groepjes in de lucht springen, hun vingers in het ‘V’ teken en ze maken enorm kabaal. Vaak reizen ze in een touringcar waar ‘China Tours’ op staat en die bussen zijn altijd geel. Of dat sarcastisch bedoeld is of toeval weet ik niet, maar iedereen zucht als zo’n bus er aankomt. Ook als die weer vertrekt, maar dan van opluchting. Nu dit weer. De meneer had zich met enige moeite op de board walk gehesen, terwijl de twee vrouwen van het water proefden, waarvan ik hoopte dat het schelpdierdrolletjes bevatte. Daarna hesen ze zich ook op had looppad en ik wierp die ene tante een blik als een kei toe. Zo’n blik waar ik vervelende, krijsende kinderen in supermarkten mee stil krijg. Ze keek onzeker terug waarop ik brulde: “Dat mag niet, TRUT.” Ze keek benauwd, zei wat woorden die klonken als een snerpend, aanlopend fietswiel en liep schichtig voorbij. Het werd al laat, dus besloten we door te rijden naar Stovepipe Wells, een plek met een hotelletje, zwembad, plekken voor campers en restaurant. We kwamen langs Furnace Creek, een veel luxere omgeving maar die ons niet trekt. Het was er druk met onder andere wegwerkzaamheden. Tja, wat bleek, ze waren een paar weken eerder gesloten in verband met onderhoudswerkzaamheden. Zowel Furnace Creek als Stovepipe Wells zijn in de zomer gesloten in verband met de enorme hitte dus onderhoudswerkzaamheden moet je niet dan uitvoeren. De camping van Stovepipe Wells was niet vol, maar er zijn maar zestien plekken met water en elektriciteit en die waren allemaal verhuurd. We konden wel een tentplek nemen (dry camping), maar daar heb je dus geen faciliteiten zoals elektriciteit. En het is in deze hitte toch wel fijn om je airco te laten draaien. De meneer aan de receptie die het ook niet kon helpen, raadde ons aan naar Beatty te gaan (spreek uit: Bedie). Of hij een camping voor ons kon bellen. Nou, Beatty was een grote stad met veel hotels enzo. Nee, echt enorm, dus wie moest hij bellen? We moesten er maar gewoon naar toe gaan. Drie kwartier rijden over een zeer bochtig, maar wel prachtig, traject. Maar als je al moe bent, is dat toch wel even net te veel. Goed, we kwamen in Beatty aan. Een doorgaande weg met 2 campings, een casino met restaurant en meer niet. Daarbij vergeleken is Essen een booming metropool met bruisend nachtleven. Henrie nam geen risico en had van tevoren de camping in Beatty gebeld, voor het geval dat…

We konden terecht en werden, nadat we ons buiten geïnstalleerd hadden, prompt aangesproken door een meneer die wel een praatje wilde. Van een half uur. Aardige man, dat wel, die zijn huis verkocht had en nu al negen jaar met zijn vrouw rondtrok. Het is een manier van leven, hij noemde zichzelf een “full-timer”. Nadat hij weer naar zijn camper was vertrokken, genoten we van de rust en de stilte. Maar we realiseerden ons ook heel scherp dat we zo mogen genieten, omdat we kunnen bouwen op een paar geweldige vrienden die Noordernieuws tijdens onze vakantie van ons overnemen. En dan onze onvolprezen Sandra, de poezenoppas, die onze harige vriendjes en vriendinnetjes koestert, verwent, verzorgt en bemoedert.

Death Valley

We reden de volgende dag terug naar Death Valley en stopten bij de beroemde Sand Dunes, duinen dus. Miljoenen jaren worden hier stof en zand door de wind aangevoerd, die in dit dal neerslaan en zo de duinen vormen, die daarom altijd van vorm en formaat blijven veranderen. Moet je je even voorstellen, al deze duinen die op deze manier zijn ontstaan. Dat duizelt je gewoon en het is niet te bevatten hoe oud ze dan al moeten zijn.

Death Valley

In tegenstelling tot de duinen in White Sands, wordt het zandoppervlak hier loeiheet en kan in de zomer 93 graden worden (F). In White Sands wordt de hitte gereflecteerd door de spierwitte kleur van het gipspoeder, hier dus niet. Denk maar aan het hete strand in de zomer, maar dan nog tientallen graden heter. De spaarzame regen die hier valt, sijpelt door het zand naar beneden waar het terechtkomt in een natuurlijk reservoir, waar de planten hun vocht vandaan halen. Veel dieren leven onder de grond en komen ’s avonds en ’s nachts pas tevoorschijn. En dan denk ik aan de pioniers die met huifkarren door Death Valley trokken, met een aantal vaten water, voor zichzelf en hun dieren. Een expeditie die hier verdwaalde heeft hier een vreselijke dood gevonden. Het was een van die pioniersvrouwen die zich omdraaide toen ze het eind van de vallei hadden bereikten riep: ‘Vaarwel vallei des doods!’ Waarmee de naam was geboren. We besloten vroeg te stoppen, toen bleek dat bij Stovepipe Wells deze keer nog wel plek was op de camping. In Beatty hadden we amper internet en hier kon ik inloggen in het business center, maar om nu te zeggen dat het werkbaar of snel was, niet echt. We aten wat in het restaurant toen we tot onze verbazing een camper met een Belgisch kenteken aan zagen komen rijden.

Death Valley

Een heel merkwaardig voertuig, dat behoorlijk de aandacht trok. De eigenaar, een meneer uit Brussel, had het via Antwerpen laten verschepen naar Canada en trok hier nu rond. Het water in het zwembad was koud, maar heerlijk om met je benen in te bungelen terwijl de woestijnwind je haar in een windhooskapsel omtoverde. Het water is heel zacht in Amerika, dus crèmespoeling is niet nodig en de wind doet de rest. Het staat en krult alle kanten op, geen wonder dat die Chinese mevrouw zo angstig was. Ze verwachtte waarschijnlijk ook een gevorkte tong en bokkenpoten.

Death Valley

We hebben weer tot veel te laat buiten gezeten, kijkend naar de bergen die het allemaal hebben zien komen. De Indianen, de pioniers, toeristen, i-phones, hamburgers en de wegwerp luier. Ze kijken toe en zwijgen, net zoals ze dat nog steeds zullen doen als de mensheid zichzelf heeft uitgeroeid en de aarde zal bijkomen van duizenden jaren misbruik en vervuiling.

Death Valley

Californië, onze laatste staat van deze vakantie

We waren onderweg naar San Francisco, vanwaar we terug zouden vliegen. Dan rij je een eind langs Lake Tahoe, wat prachtige uitzichten geeft.


Als je het zo op de foto ziet, lijkt het een leuk stukje toeren, op je gemak, beetje blauw meer bekijken enzo. De werkelijkheid is anders, want de weg rond Lake Tahoe is sterrevus druk. Op de enkele plekken waar je kon stoppen en uitstappen stond het bomvol met auto’s. Dus ik nam deze foto’s terwijl we reden, met een enorme sliert auto’s en vrachtwagens achter me, die me allemaal zaten te haten. Het voordeel van zo’n lange camper is, dat ze je wat moeilijker inhalen. Zeer zeker op een tweebaansweg langs Lake Tahoe, oftwel: voor je heb je bijna altijd vrij zicht. De weg langs Tahoe voert je door piepkleine stadjes, soms met nog geen honderd bewoners, maar ze lijken allemaal aan elkaar vastgeplakt en vormen daardoor weer één grote bebouwde kom.
Op een gegeven moment rij je de grens over met Californië.

De weg klom over een bergrug heen en zo kwamen we weer boven de sneeuwgrens. We hebben deze vakantie meer sneeuw gezien dan heel de winter thuis. Maar hier is het, ondanks de sneeuw, 35 graden. De winter heeft dit jaar heel lang geduurd en ook hier zag je heel veel smeltwater.

Beken waren veranderd in kleine rivieren en je zag bomen en struiken in het water staan. Ook huizen waarbij het water al hoog stond.



Plekken waar normaal kleine stroompjes van de bergen komen, na bijvoorbeeld regenval, daar stortten nu watervallen naar beneden. Er waren veel herstelwerkzaamheden waar hele stukken weg waren weggeslagen. Heel apart is, dat je hier in Amerika zelden een stoplicht ziet om dan het verkeer te regelen. Meestal is het een man of een vrouw met een stopbord, die met een walkie talkie in contact staat met iemand die een eind verderop met zo’n zelfde bord staat. Als ze het bord omdraaien staat er ‘slow’ en mag je gaan rijden. Is de laatste auto vertrokken, dan geven ze door welke merk auto met welke kleur de laatste is, zodat, als die voorbij is gekomen, aan de andere kant het bord op ‘slow’ kan. De afstand tussen die twee personen kan soms verdraaide lang zijn. En moet je op dat stuk ook nog eens van baan wisselen, dan rijdt er iedere keer een zogeheten ‘pilot car’ voorop met op zijn achterkant: follow me. Aan het eind van het traject, waar je weer gewoon door mag rijden, slaat zo’n pilot car dan linksaf, zodat hij kan keren en de volgende sleep auto’s kan gidsen. Het gebeurt nogal eens dat je de eerste auto achter de pilot car dan ook linksaf ziet slaan en zich op het laatste moment corrigeert en rechtdoor rijdt. Altijd grappig als het een ander overkomt.

Omdat we Lake Tahoe alweer een eind achter ons hadden gelaten, werden de nederzettingen weer steeds schaarser. Als je dan net twintig mijl hebt gereden en je moet er nog vijftien naar het volgende stadje, heb je grote bewondering als je weer een fietser tegenkomt, die berg op, berg af zijn conditie zit te versterken. Wij haalden hem in, hij haalde ons in als we ergens foto’s stonden te maken, wij haalden hem weer in, enzovoort. Na een poosje zwaaiden we al naar elkaar alsof we oude kennissen waren die blij waren elkaar te zien.

In het volgende dorpje was een brug, een heel smalle waar je met een grote camper toch wel met enig mikken overheen moet.

Het behoeft geen uitleg dat er geen tegenligger meer bij kon. Een auto nam de bocht aan de andere kant heel ruim en stond pal voor de brug en bleef daar staan. En geloof me: zo’n camper zie je echt wel aankomen. “Vast een vrouw!” schuimbekte Henrie. Yep. Dus konden we allebei tegelijk: STOMME TRUT roepen. Het helpt niet, maar is wel lekker. Moeizaam manoeuvreerde ze achteruit en snapte niet dat ze stomweg in de weg bleef staan. Ze deed er lang over, vooruit rijden had ze minder moeite mee. Ik deed mijn armen over elkaar en bleef stomweg staan. We hadden ons bed bij ons, dus ze moest haar tijd maar nemen.

Uiteindelijk mochten we verder en stopten bij een Chinees restaurant voor onze favoriete lunch: een buffetje. Tenslotte moeten we weer lang wachten voor we ons daar weer aan kunnen verlustigen en ergeren ook. Ik heb er namelijk al vaker over gemopperd: over de ongelooflijke spilzieke mentaliteit bij dit soort gelegenheden. Zelfs in Europa herken je de Amerikanen aan wat ze op hun bord laten liggen als er ergens een buffet is. Hoppa, volladen maar en dan denken: o, ik heb geen trek meer, of: o, toch niet zo lekker. Neem dan een beetje, zie of je het lust en haal meer. Welnee, waarom al die moeite? Dan moet je zeker tien stappen extra doen en dat kan niet.
Aan twee verschillende tafels vertrokken de klanten en ik heb lompweg foto’s staan maken van hun borden.


Een boel garnalen, die om te beginnen levend gekookt worden om vervolgens in de vuilbak te mogen eindigen. Volgens mij worden onze borden bij de diverse restaurant ingelijst, omdat ze leeggegeten zijn. Precies zoals we dat thuis geleerd hebben. Bij één restaurant zagen we een bord: Eat all you want, but eat all you take (eet wat je wil, maar eet wat je neemt). Misschien is het gros van de Amerikanen dyslectisch en denken ze dat er staat: gooi je bord vol en laat dan de helft staan en ga vervolgens nog meer halen.

Verder gingen we, richting het eind van de vakantie. De dag voor vertrek hebben we een pakketje naar onszelf opgestuurd, met kleding, handdoeken en dat soort dingen. Ruim zes kilo was het. We moesten tenslotte onze verzamelde goederen mee zien te nemen. Alles werd ingepakt en donderdagochtend leverden we de camper in, met een zwaar hart: we wilden nog wel een maandje blijven. Van tevoren hadden we nog getankt, je krijgt hem met een volle tank mee en zo lever je hem ook weer in. Bij het tankstation hing een opmerkelijk bordje bij de slang.

Mensen waren kennelijk al vaker snuivend van ongeduld binnengestormd om te vloeken over de traagheid van het ding. Uiteindelijk kwamen we bij San Francisco Airport, je wordt dan gebracht met de shuttle van Road Bear. We hebben al heel wat vliegvelden gezien, maar het ging hier niet soepel. Om te beginnen kon je niet inchecken, dus er was een enorme wachtrij voor de balie (normaal check je in aan zo’n apparaat met je paspoort en worden ter plekke je boarding passes gedrukt). Door de hoeveelheid mensen was het bord onzichtbaar waarop stond dat die rij voor mensen was die ingecheckt hadden, via internet dus. Een paar lelijke woorden met veel g’s en erren rolden van mijn lippen en twee Amerikanen voor ons, die geen Nederlands spraken, knikten instemmend. De boodschap was duidelijk dus. Weer een poos gemartel in een andere rij en toen kwam een dame roepen dat mensen die met de vlucht van 14:00 uur vertrokken, naar een compleet andere balie moesten. Weer veel g’s en erren en instemmend geknik. Bij het inleveren van onze koffers was het nog even spannend in verband met overgewicht, ondanks ons pakje. Het was tot op het pond precies het toegestane gewicht.
Het was ondertussen half één, ons ontbijt lag alweer uren achter ons en bij de gate vanwaar we vertrokken was maar één iets waar je wat kon eten. Aan een balie kon je zitten, maar dan moest je wel een alcoholische snuisterij bestellen. Daar zit je dan tussen de middag pizza te eten en bier te drinken.

Nou ja, het hielp misschien om te slapen op het vliegtuig. Mij wel in ieder geval, ik kan nu eenmaal niet tegen drank overdag, ook al was het maar één biertje. Overstap in Frankfurt, waarom je daar wel in één keer naar toe kan vliegen, maar niet naar Schiphol blijft me een raadsel en punt van irritatie.
Vrijdag om een uur of vijf waren we thuis, geen files gehad tot ons geluk en het kattengeteisem was blij ons te zien. Sammie, ons stinkpoesje, gaat, als ze haar liefde wil uiten, altijd op je voet dicht tegen je been aanstaan. Ze was zo blij, dat toen ik gedoucht had en me af stond te drogen, ze in het bad sprong om daar tegen me aan te gaan staan. Billy en Thijsje wilden vooral nog even naar buiten en Aagje had besloten dat de schoorsteenmantel er decoratiever uitzag met haar dan met de kandelaars die er normaal staan. Die, en allerlei andere dingen, waren opgeborgen om eventuele destructieve neigingen van het gebroed tijdens onze vakantie te voorkomen. Thijsje, die haar nogal eens nadoet, vond het ook wel.


We hebben al een idee hoe we volgende keer gaan rijden, daar in het verre Amerika waar we geen genoeg van kunnen krijgen. Bijna vijfduizend kilometer hebben we gereden, door zeven staten en het was geweldig.
Dank je Uncle Sam, voor al het mooie dat je ons wederom hebt laten zien. Dat je ons aan je hand hebt meegetroond langs al die mooie dingen, die prachtige dieren en de leuke mensen die we hebben ontmoet. Je gastvrijheid was weer ongekend en zal ons altijd blijven lokken. Tot volgende keer!

Virginia City

Met pijn in ons hart vertrokken we van Cold Spring Station. Het was genieten geweest: de uitgestrektheid, de stilte en de heerlijke warmte en droge woestijnwind, om helemaal tot rust te komen.

De avond ervoor hadden we Bob nog onverwacht op visite, Jason had ons gevraagd hij hem nog even langs kon brengen zodat hij ons nog even kon zien. Zijn fysieke toestand was niet goed en vanwege de pijn had hij teveel van een bepaalde pijnstiller genomen: hij nam er nog twee toen hij bij ons was en zei dat we dat niet tegen Jason mochten zeggen. Voor we iets konden doen had hij ze al ingeslikt en even daarna zag je zag hem achteruit gaan en slapper worden. Jason en Jojanna schrokken vreselijk toen ze even later kwamen om hem weer op te halen en Jojanna huilde toen ze Bob met z’n drieën de auto in hielpen.
Het was ook geen fijn gezicht en eigenlijk vreesde ik voor die nacht, maar we hebben niets gehoofd of gezien voor we vertrokken. Ik heb het e-mailadres van Jojanna en zal ze één deze dagen een berichtje sturen. Geluk bij een ongeluk is dat Jojanna verpleegster is en een oogje op hem kan houden. Maar of we Bob nog te zien zullen krijgen de volgende keer dat we hier komen…
We kwamen langs de ‘schoenenboom’, we hebben die al vaker gezien, maar het hoe en waarom snappen we niet. Hij hangt helemaal vol en aan de voet liggen bergen schoenen die eruit zijn gevallen.

Sommige hangen er al heel erg lang. Kinderschoenen, sportschoenen, zelfs balletspitzen waren er te vinden, maar waarom? Geen idee.

Tussen Fallon en Cold Spring Station ligt niks, ja, nog een camping: Middlegate. Waar Cold Spring Station allemaal zonnepanelen heeft staan, wordt de energie op Middlegate opgewekt met generators. Binnen was het er donker en de geuren van de open keuken waar allerlei vet spul werd bereid sloeg je om de oren. Tegen het plafond waren honderden en honderden dollarbiljetten geplakt. Eigenlijk is dit een gewoonte uit mijnstadjes. De mannen uit de mijn kwamen na het werk een biertje drinken in de saloon en betaalden met een dollar. Dat was genoeg voor heel de week en gebeurde er iets in de mijn en zo’n persoon kwam niet meer terug, dan was zijn rekening betaald.

Verder gingen we en kwamen na een poos rijden en een bijzonder kronkelige weg uit in Virginia City. Virginia City ligt bijna 2.000 meter boven de zeespiegel, de winters moeten hier bepaald bars en lang zijn. Het is voornamelijk een hoofdstraat met Victoriaanse, houten gebouwen uit de negentiende eeuw. Virginia City bestaat sinds ongeveer 1859 en dankt zijn oorsprong aan de zilvermijnen. Natuurlijk is het nu zo commercieel als ik weet niet wat, met veel kunst- en souvenirwinkels, maar je krijgt toch een goed idee van hoe het toen was. De kleine huizen,de houten trottoirs, de hoofdweg die toen in hoofdzaak uit modder of stof moet hebben bestaan. Er is maar één camping, we hadden er al vaker gestaan en konden nu ook terecht. We hadden geluk, want de volgende dag zou hij drie dagen sluiten in verband met asfaltering werkzaamheden.
We hadden een mooi plekje met een vreedzaam uitzicht.

Nadat de boel was geïnstalleerd, gingen we het stadje in. Dat klinkt makkelijker dan ik het zeg: je moet daarvoor steil omhoog en met steil bedoel ik vreselijk steil. Het was dertig graden en dat merkten we toen erg goed, af en toe moesten we even stoppen, op adem komen en naar ons hart grijpen. Het was leuk om er weer rond te lopen en je proberen voor te stellen hoe het hier 150 jaar geleden was. Je hebt er diverse saloons en bij The Bucket of Blood gingen we even naar binnen om naar de optredende Comstock Cowboys te kijken, country and westernmuziek avant la lettre. De saloon zat vol met mannen met cowboyhoeden en ook de mensen in kleding van die tijd ontbraken niet.

Dat is namelijk ook zo leuk hier: er lopen veel mensen rond in kleding uit die tijd, wat het geheel een authentiekere uitstraling geeft.

Bij het etalagekijken zag ik een beeldje van Henrie en mij over vijftig jaar.

Er is ook een kleine brouwerij en de bierketels staan in de saloon. Je kunt dus biertjes rechtstreeks van het ‘vat’ drinken.

Ik ben geen bierdrinker en drink het alleen als ik op café ben. Ik mocht er een paar proeven voor ik een keuze maakte, maar eigenlijk vond ik ze allemaal niet lekker. Geef me dan maar gewoon een Jupiler, dat lust ik. Het was er rommelig druk, de muziek nog net geen house, voor ons ingrediënten om het maar bij één biertje te laten. Onderweg naar de camping liepen we langs The Red Dog saloon. Die was wel beter, maar och, we hadden het wel gezien. Op het podium lag een Rottweiler te dutten en door het licht in die hoek deed hij de naam van de tent wel eer aan.
Red Dog saloon
Routes door dit soort stadjes zijn hier altijd populair bij motorrijders. Doorgaans stoere mannen met bandana’s en stoere vrouwen achterop. De groep bikers die hier nu halt hield bestond uit alleen maar stoere vrouwen, die hun werkelijk machtige motorfietsen met rozen frutsels hadden opgesierd, zelf zwart met roze droegen en onder de tattoos zaten.

Het was nog heerlijk warm, dus pakten we de campingstoeltjes en gingen lekker buiten zitten. Een zwart katje kwam een paar keer voorbij, maar als je hem riep zette hij er de spurt erin en verdween ergens achter of onder. Het werd geleidelijk aan donker, wat meestal gebeurt ’s avonds en met het verdwijnen van de zon kwamen de sterren te voorschijn. De sterrenhemels die je hier in Amerika kunt zien zijn verbijsterend. In de woestijn kunnen ze ook zo prachtig zijn, waarschijnlijk door het gebrek aan vervuiling op zo’n plek. Ook nu waren er duizenden sterren te zien en mochten we zelfs een paar vallende sterren voorbij zien komen.

Ondanks dat het kouder en kouder werd, wilden we nog niet naar binnen. Het was doodstil, iedereen lag al te slapen in zijn camper en in de doodstilte hoorde ik ineens iets. Over de camping liep een jonge coyote. In het donker had hij ons misschien niet gezien, maar wel toen ik omkeek. Hij versnelde zijn pas en verdween in het donker. We gingen veel te laat naar bed, maar hadden hier wel wat nachtrust voor over.
Onder een stralende zon reden we de volgende ochtend Virginia City uit. Hier kun je een beetje de sfeer opsnuiven. Henrie die met de videocamera aan het filmen is (ik had tijdens het sturen mijn fotocamera op het dashboard gezet om te filmen) hoor je tekst en uitleg geven:

We kwamen uiteindelijk langs Lake Tahoe (spreek uit: Tahoo), reden Californië binnen en staan nu op een camping in Truckee. We hebben niet zover gereden als gepland, dat moeten we morgen inhalen, want donderdag vertrekken we. Tot zover is het rampzalig om een camping te bespreken die op een beetje normale afstand van Road Bear ligt: of je krijgt een antwoordapparaat of ze nemen niet op. We weten dus nu al: vertrekken vanaf San Francisco is geen optie meer in de toekomst.
Op deze camping wordt je op het hart gedrukt geen afval buiten je camper de zetten ’s nachts, vanwege de beren en coyotes. Een raar idee als je de in de verte de doorgaande weg hoort razen en af en toe het gefluit van een trein. We hebben gebarbecued en de boel staat buiten af te koelen. Het is al eerder gebeurd dat de volgende dag de barbecue omver lag op een camping in the middle of nowhere, gedaan door een coyote of ander wild dier die het lekker vond ruiken en hoopte iets in de afgekoelde as te vinden.
Ondertussen zijn de laatste dagen van onze reis aangebroken, helaas…

Rhyolite en Badwater

Zoals ik al vertelde zijn door overstromingen veel wegen in Death Valley onbegaanbaar op dit moment. Of zwaar beschadigd of bedekt onder een laag zand.
Heel veel jaren geleden waren we in het spookstadje Rhyolite. Dat ligt buiten Death Valley in Nevada, dus was dit een mooie gelegenheid er weer eens te gaan kijken nu we toch niet overal konden komen in deze vallei des doods. We gingen de grens over en het bord van Nevada was behoorlijk bedolven onder stickers en aan gort geschoten.

DSCN0813

Ik vind het altijd fascinerend dat we ergens jaren en jaren zijn weggebleven en dan heb ik het niet over gewone steden, maar bijvoorbeeld spookstadjes als Rhyolite en dat alles bij hetzelfde is gebleven.
Stormen hebben er overheen geraasd, winters hebben het land gegeseld, de woestijnzon heeft de boel geschroeid en er is niks veranderd.

DSCN0815

Rhyolite stamt uit het begin van de vorige eeuw en er staan overblijfselen van statige panden zoals een bank. Die overblijfselen zien er heel solide uit en ik snap dan ook niet hoe het kan, dat in nog geen honderd jaar er alleen nog maar ruines staan.

DSCN0842

DSCN0844

DSCN0846

DSCN0855

Een kennelijk dorstige meneer bouwde van flessen een huis, hij begon daarmee in september 1905 en het was klaar in februari 1906. Dat huis staat er nog helemaal perfect bij!

DSCN0859

DSCN0864

Natuurlijk wel een perfecte motivatie als mensen iets te zaniken hebben over het feit dat je teveel drinkt: ja maar, anders komt mijn huis niet af!
Er zaten ook behoorlijk unieke exemplaren bij, waarvan de inhoud voor nogal uiteenlopende kwalen bestemd was.

DSCN0872

Wat nog wel behoorlijk in tact was, was het station.

DSCN0826

DSCN0829

Ik wandelde er rond en kennelijk stoorde ik een hagedis in zijn middagdut. Het was een fraai exemplaar en van behoorlijk formaat.

DSCN0830

We waren uitgekeken en bedachten ons dat die middag in en bij het zwembad toch wel erg tof was geweest. Aangezien we een nacht hadden bijgeboekt, vonden we het ineens tijd om terug te gaan. Het was zo’n 33 graden en dan lokt dat koele water wel.
Onderweg waren we langs een museumpje gereden, gewoon in het midden van nergens, waar we nog wel even wilde kijken. Buiten stonden diverse kunstwerken die nogal luguber op me over kwamen. Nu geef ik redelijk weinig om kunst en sommige tentoongestelde dingen vond ik gewoon eng.

DSCN0889

Ghost Rider
Ghost Rider

Al die kunstwerken waren gemaakt door vier Belgen uit Antwerpen: Dre Peeters (overleden 2002), Fred Bervoets, Albert Szukatski (overleden in 2010, Poolse afkomst) en Hugo Heyrman.
Albert was de man met de macabere geest die die spookachtige dingen maakte.

DSCN0891

DSCN0892

Hugo Heyrman

Fred Bervoets die de man met de pikhouweel maakte en de pinguïn, heeft zich nooit thuisgevoeld in de woestijn, vandaar de pinguïn.

kunst

Na het zwemmen was het toch wel heel erg aangenaam om bij de camper in die zwoele woestijnwind te zitten. De dag ervoor was het ook heerlijk, maar waaide het nogal hard en werd je gezandstraald. Nu was er niet zoveel wind, precies goed. Het was genieten! Die ondergaande zon, de stilte, de donkerte en vooral de rust.

DSCN0918

DSCN0931

DSCN0935

Dan ga je te laat naar bed en sta je te vroeg op, omdat je wekker ineens een uur voorloopt. Hoe dat kon is me nog steeds een raadsel.
Niet dat dat zo erg was: we wilden naar Badwater, nog steeds in Death Valley, het laagste punt in Amerika dat 82 meter onder de zeespiegel ligt. Een gigantisch zoutmeer waar het warmer was dan op de camping waar het om tien uur ’s morgens al 33 graden was. We schatten het al gauw op 39 graden. Da’s warm, dus kun je maar beter niet wachten tot het heetste deel van de dag.
Van een afstand ziet her er uit als een sneeuwvlakte, maar het is een enorm zoutmeer.

DSCN1012

Voor we er kwamen, reden we langs Devil’s Golf Course. Alles in Amerika wat dubieus of ronduit bar en woest is, heeft het woord Devil in de naam. Dan weet je dat je nergens op hoeft te hopen.
Devil’s Golf Course is ook een zoutvlakte, alleen hier heeft het zout ophopingen gecreeerd. Die zijn keihard en messcherp. Val je, dan lig je op z’n minst open, als je niet wat gebroken botten hebt.

DSCN0983

Om er te komen moest je een paar kilometer over een vreselijke onverharde weg met ribbels, die alles deed rammelen in de camper.

DSCN0989

Badwater was niets veranderd. Het was redelijk druk en gloeiend heet als je over dat zoutpad liep. Er zijn wel een paar poelen en dat water is zouter dan dat van de oceaan. Dat water komt uit een onderaardse bron die het water omhoog duwt.Heel merkwaardig stond er een groep meeuwen tot aan hun liezen in het water: die verwacht je niet in deze omgeving. Je hoorde ze kreunen van genot bij dat pootjebaden. Veel andere manieren om af te koel zijn er hier niet.

DSCN0992

Het was niet alleen heet, maar ook heel droog. Stom genoeg had ik geen water meegenomen en ik was zo’n beetje de enige die geen petje ofzo op had. En dat merk je toch wel behoorlijk!
We liepen een eind en besloten om te keren, dan blijkt dat je toch verder bent dan je dacht. Voor het perspectief: de voorste wagen is onze camper.

DSCN1003

Het kostte me moeite dat stuk af te leggen. Niet vanwege de afstand, maar vanwege die brandende, hete zon. Ik voelde mijn hart echt in mijn oren bonken. Maar goed, eigen schuld nietwaar? Had ik maar iets op mijn hoofd moeten doen en water mee moeten nemen.

DSCN1007

We vertrokken, met de airco op de hoogste stand. Death Valley is en blijft een geweldig mooie omgeving, eigenlijk heb je ogen tekort.

DSCN1015

DSCN1016

DSCN1020

DSCN1025

Henrie had verzonnen dat de camping voor vannacht in Pahrump zou zijn, ook weer in Nevada. Toevallig dezelfde camping als waar we zes jaar geleden met vrienden stonden. Een prachtige omgeving en Pahrump is de populaire uitvalplaats voor zogeheten snowbirds. Snowbirds zijn senioren die in het noorden van Amerika wonen, waar de winters lang en zeer streng zijn.
In het najaar vertrekken ze met hun camper, dat eigenlijk een huis op wielen is waar ook nog een auto achteraan gesleept wordt, naar warmer oorden. En in mei gaan ze weer terug.

De coordinaten van onze camping zijn: N36.31007 en W116.01714. Het is hier rustig en de camping is mooi met prachtige zwembaden en we besloten om hier maar een dagje langer te blijven. Voor ons een ongekend iets: daar hebben we doorgaans de rust niet voor. De wijde verten blijven trekken en lokken, maar nu even niet!

camping

camping2

camping3

camping4

DSCN1028

Death Valley

De dag begon donker en regenachtig, wat wel mooie uitzichten opleverde al zouden ze mooier zijn geweest met zonneschijn.

DSCN0666

We deden nog een Family Dollar aan en begonnen aan de lange weg richting Lone Pine.

DSCN0670

DSCN0671

Slechts heel af en toe was er iets van een nederzetting langs de weg. Doorgaans grotendeels uitgestorven, met verkrotte woningen waar toch nog mensen woonden. Soms met opmerkelijke auto’s in de tuin die stonden weg te roesten.

DSCN0672

DSCN0675

DSCN0676

Bedrijvigheid was er niet, behalve één onderneming. Een bordeel midden in de woestijn en het kwam er openlijk voor uit. Dat is heel wat in het doorgaans zeer preutse Amerika.

DSCN0677

DSCN0678

DSCN0681

We kwamen nog een leeg hotel tegen, maar dat was helaas niks. Gesloopt, een laag modder binnen: waarschijnlijk een keer overstroomd geweest.

DSCN0684

DSCN0685

DSCN0688

DSCN0689

DSCN0691

Iemand had een keer haar liefde betuigd aan iemand op de muur en daar is ze later kennelijk van teruggekomen.

DSCN0693

Leuk was wel de envelop met postzegel, afgestempeld in 1977.

DSCN0686

Voort slingerde de weg zich, af en toe zag je resten van wat ooit een huis of iets dergelijks moet zijn geweest. Zelfs een keer de overblijfselen van een nederzetting: Belleville, opgericht in 1873, waar erts vermalen werd en dat onder andere bekend stond om zijn moorden.

DSCN0683

Uiteindelijk kwamen we bij de camping die we uitgezocht hadden en waar we al eerder hebben gestaan in Lone Pine in Californie.

DSCN0695

De coordinaten zijn N36.54342 W118.04604 De reden dat we hier naar toe wilden is omdat we hier redelijk dicht bij Death Valley zitten. Die moordende woestijn, waar het tot 54 graden kan worden. Barbaars prachtig en woest, betoverend en subtiel. Het is alweer zes jaar geleden dat we er waren. Hoog tijd om terug te gaan!

Vanaf Lone Pine was het nog 107 mijl naar Death Valley. Als je daar wil tanken, betaal je meer dan de hoofdprijs. Reden genoeg om nog even de boel te vullen voor je die kant opgaat. De eerste pomp was afgezet, je moest naar een andere. Bij een supermarkt wilde ik pinnen, dat lukte niet. De flappentapper aan de overkant accepteerde geen Maestro en de derde was leeg.
Over tobben gesproken. Maar de route naar de vallei was prachtig en de kleuren verbluffend.

kleuren

kleuren2

kleuren3

kleuren4

kleuren5

De weg kronkelde, daalde en steeg en de wind was niet te negeren. Via een hoogte van 1500 meter gingen we in 10 minuten naar zeeniveau. Uiteindelijk reden we Death Valley National Park binnen.

DSCN0718

Death Valley heeft, zoals de naam verklapt, een dodelijk klimaat. Het kan in de zomer 54 graden worden en in de winter zijn sommige delen weer snerpend koud, met sneeuw en een ijzige wind die het landschap geselt. Op een gegeven moment reden we door een omgeving die vol stond met Joshue Trees. Die vind je alleen op een bepaalde hoogte en ze zijn kennelijk dol op een bar klimaat.

DSCN0714

De vallei dankt zijn naam aan de uitspraak van een vrouw. Ze was één van de weinigen van een groep mensen, die de tocht door de vallei overleefde nadat die was verdwaald. Toen ze de vallei uitkwamen, draaide zij zich om en riep: Goodbye Death Valley, waarmee de naam geboren was.

Op een gegeven moment zagen we in de verte auto’s en campers stilstaan, reden: een coyote echtpaar. Vooral manlief benaderde met name de campers. En dit is nu het waardeloze resultaat van het voeren van wilde dieren!

DSCN0742

DSCN0747

DSCN0755

Ze vinden hun eigen eten niet meer lekker en gaan op mensen af om wat te krijgen, met het grote risico doodgereden te worden. Het zou niet de eerste keer zijn dat we doodgereden coyotes zouden zien. Zelfs een keer een pup, je wordt er beroerd van!
Het wordt ook overal aangegeven: vogels mag je voeren, andere dieren niet. Klaar. En toch zijn er altijd minkukels die dan lekkere stukjes ham of kaas gaan geven, want: zo zielig toch, die dieren in de woestijn. Ja, daar wonen ze en weten daar al honderden jaren te overleven en zich voort te planten. Ze hebben geen ham, kaas of brood nodig, ze hebben hun eigen dieet.

Het was bijna twee uur ’s middags toen we bij Stovepipe Wells Village aankwamen. Dat is een piepkleine nederzetting, in hoofdzaak een hotelletje met restaurant, een saloon en een winkel, maar wij vinden het geweldig. Geen massa’s mensen, want te saai.
We hadden besloten om, zodra we er doorheen kwamen, een plek te reserveren en dan nog een ritje te maken. Want het is daar zo: wie het eerst komt…
We kwamen weer buiten en het zwembad lonkte toch wel heel erg. We besloten ter plekke de geplande rit niet te maken. Nee, we gingen relaxen!
De afgelopen dagen waren best kil en nu was het ineens 33 graden!
We kleedden ons om en gingen naar het zwembad, waar het niet druk was. We hadden de airco in de camper aangelaten, om niet ter plekke dood te blijven wanneer we terug kwamen.

DSCN0776

Toen we weer in de camper waren, zag ik een musje die op de droge grond naar wat te eten zocht en een raaf kwam bij het lekkende watertappunt van de plek naast ons drinken. Dus wat doe je dan? Je verkruimelt een boterham en gooit dat buiten neer. Ineens waren er tientallen musjes en de raaf begon zich er ook mee te bemoeien.

DSCN0786

DSCN0787

Dus legde ik een berg kattenbrokjes (ik heb altijd kattenvoer in de camper, je weet maar nooit wat je tegenkomt) in de waterdruppels van het lekke tappunt. Zodat ze zacht konden worden door het water en de vogels dus eten én vocht binnen zouden krijgen.
Er was eerst één raaf, ineens waren er vier en de brokjes waren heel snel op.

DSCN0791

Om tien uur ’s avonds stond de airo nog te loeien in een schrille poging de temperatuur op 22 graden te krijgen. Dus dat is nonstop zeven uur aanstaan! Buiten was het donker en met donker bedoel ik: echt niks kunnen zien. Alsof je met dichte ogen staat en het was warm. Heel warm.
Henrie bestudeerde de kaarten, want door overstromingen zijn diverse wegen zwaar beschadigd en daarom afgesloten, wat weer gevolgen had voor onze geplande route.
Overstromingen, je kunt het je gewoon niet voorstellen als je deze kurkdroge omgeving ziet. Maar wat we ook zullen gaan bekijken: het zal prachtig zijn!

Werp een blik in de omgeving, de coordinaten zijnN36.60749 W117.14662

Salton City, een uitgestorven project

Vandaag gingen we Salton Sea bekijken. De Salton Sea is ontstaan na een dijkdoorbraak in de Colorado River in 1905, waardoor het water zijn weg vond naar de daarvoor meestal geheel droogstaande Imperial Valley. Bij de overstroming van Imperial Valley kwam de spoorarbeidersnederzetting Salton onder water te liggen. De bewoners waren op tijd geëvacueerd. Het duurde twee jaar voor men het water onder controle had. In de jaren 1920 begon het meer strandgangers te trekken en ontwikkelde het zich tot een toeristische trekpleister. In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw kwam het echter weer regelmatig tot overstromingen. Salton City wat een een bruisende nederzetting was, liep leeg. Een projectontwikkelaar had een heel plan opgesteld, een complete infrastructuur aangelegd en toen hield het op.

De weg er naar toe ging door mijn favoriete omgeving: de woestijn.

onderweg

Salton City is triest, er wonen nog maar duizend mensen en het gros van de woningen staat leeg. Stukken grond en woningen staan al tientallen jaren leeg en te koop. Wij stopten bij eentje om die aan een grondig onderzoek te onderwerpen. Er lag een berg rommel, speelgoed, een oude batterij oplader en een glazen snijplank met inhoudsmaten erop.

leegleeg2leeg3

speelgoed

Buiten lag een lp die al lang aan de zon blootgesteld was geweest.

plaat
Ik vond een kinderboek met mooie tekeningen en besloot die maar mee te nemen.

boek

Net als deze kettingen waar ik verder niks aan heb.

kettingen

Dan ga je een blik op het meer werpen dat steeds verder aan het verzouten is. Vogels vonden nog van alles van hun gading.

vogels

En heel apart: je zag waar een vloedlijn heeft gelopen en daar lagen honderden dode, verdroogde vissen.

dode vissen

Oftewel: Salton City is geen plaats om vrolijk te worden, bij elkaar genomen is het een trieste bedoening waar mensen toch wonen en er het beste van proberen te maken, gezien de keurig onderhouden tuinen en woningen. Uit hoofde van het recycleren had iemand van zijn grasmaaier een brievenbus gemaakt. Je moet maar op het idee komen.

brievenbus
Wat de eigenaar van deze boot in gedachten had is me niet geheel duidelijk, maar misschien ben ik niet creatief genoeg.

boot

Verder gingen we en we kregen honger. In zo’n camper heb je natuurlijk van alles bij je, maar het wordt ook snel bloedheet binnen als het buiten vijfendertig graden is. Dus stopten we ergens waar we kennelijk iets konden eten. Enigszins achterdochtig bekeken we de nering. Het zag er nou niet bepaald uit als iets dat nog in gebruik was.

lunch buiten

De Ski Inn in Bombay, je kunt er verrassend lekker eten voor weinig. Heel de tent zit volgeplakt met dollarbiljetten.

lunchlunch2

Er is ook een bar bij en aan de toog zat een stel kerels en eentje bleef maar met luide stem praten. Je zag de anderen in slaap vallen. De meneer achter de toog (behoorlijk op leeftijd, net als zijn duifje in de keuken) zat zijn klanten uit als een gevangenisstraf en toen de prater even naar de wc was, zei ik: every bar has one: somebody who can talk a glass eye to sleep. (ieder café heeft er wel eentje: iemand die een glazen oog in slaap kan praten). Eén van de mannen aan de toog knikte somber en de senior achter de toog zei: Jawel, we zijn tot tien uur open en op zaterdag nog wel later.
???
Ik liet het maar zo en toen de prater terug kwam van de plee besloten we maar snel te vertrekken.

We reden geruime tijd langs een spoorlijn en een stilstaande trein had wel heel erg bekende containers aan boord.

Hapag

Nu staan we op een camping in El Centro. Ruim, doodstil, meertje erbij waar een eendje zwemt met haar kroost en die ik heb kunnen verblijden met brood. Het is warm. Morgen wordt het zesendertig graden en de hele week blijft het boven de dertig graden. Dat klinkt erger dan het is: de warmte is hier droog en het waait altijd, dus niet dat benauwde zoals thuis. Onze coördinaten zijn 32.7807284,-115.6847379. Even kopiëren en in Google plakken en je ziet waar we nu staan. Het is hier vroeger donker dan bij ons, de schemer is korter en ’s morgens warmt het heel snel op. We hebben al meer dan zevenhonderd mijl gereden, zo’n twaalfhonderd kilometer dus en we zijn nog steeds in Californië. Maar het is geweldig, zoals altijd. En dus gaan we gewoon verder met genieten.

Van Daisy May naar Las Vegas

De volgende ochtend hebben we nog even verder genoten van Daisy May en die geweldige mensen. Wat houden ze van haar en wat is het een gelukkig hondje. Ze kunnen met haar sollen en doen: ze vindt alles leuk en geniet van de aandacht.



We kwamen camera’s en ogen tekort, het was genieten. En dan te denken dat dit geweldige dier een hoopje nutteloze botjes in de woestijn had kunnen zijn. En nu moet ik jullie nog wat vertellen. Een paar dagen geleden waren we op een camping waar we een Hollander ontmoetten. Ik zag het al aan hem en bovendien zijn Nederlanders het enige volk dat ik ken, dat de trouwring rechts draagt als ze niet gelovig zijn. Maar dit terzijde. We kwamen met hem in gesprek, praatje pot zoals dat heet en ’s avonds toen ik een rondje maakte over de camping, kwam ik hem weer tegen. Dan klets je nog even en ik vertelde dat we onderweg waren naar Utah en het verhaal over Daisy May die we in de woestijn vonden met een touw om haar nek.
Dat het voor ons best ingrijpend was, zo’n uitgehongerd en uitgedroogd diertje aan boord, wat helemaal niet mag in een huurcamper. Dat meenemen naar Europa geen optie was en dat we best in een dilemma zaten over wat te doen.
En weet je wat hij zei? En ik zweer jullie dat hij geen grapje maakte, het begrip humor was hem volgens mij sowieso geheel onbekend, hij zei: ‘Tja, ik zou het ook niet geweten hebben. Maar weer vastbinden denk ik en verder rijden…’
Kun je je dat voorstellen? Ik zal nu niet gaan beweren dat hij waarschijnlijk zijn vrouw mishandelt en zijn kinderen terroriseert, maar mijn mening over hem was wel definitief. En het feit dat hij een armzalig tot totaal geen gevoelsleven moet hebben is daar een onderdeel van. Wat een ongelooflijke….. Hier mogen jullie het toepasselijke woord zelf invullen.
Ik keerde hem mijn magere achterkant toe en snelde naar de camper om het lekker aan Henrie te vertellen, waarna we die vent nog even zwaar beroddeld hebben. Ik hoop dat zijn oren gloeiden.
Terug naar Utah en Daisy May. Kendall, één van de dochters van Kasey, zou ’s middags meedoen aan een wedstrijd voor Rodeo Queen. Het paard waar ze op zou rijden moest gewassen worden en werd daarna vastgezet om te voorkomen dat ze niet heerlijk in het rode zand zou gaan liggen rollen.

mooie paarden
mooie paarden

 

 

 

Ze hadden trouwens meerdere paarden en er zaten pracht exemplaren tussen.

 

 

 

 

nieuwe vriend
nieuwe vriend

 

 

 

 

 

Eentje vond Henrie wel aardig en dat zag er stoer uit.

 

 

 

 

 

Moon
Moon

 

 

Het moet heerlijk zijn om in zo’n omgeving op te groeien met al die dieren om je heen. De oudste en beste vriend van Treydon is Moon. Moon kan best agressief zijn tegen vreemden, maar Henrie vond hij aardig en liet zich braaf door hem aanhalen. Waar hij natuurlijk uitbundig voor werd geprezen.

 

 

 

 

kleine cowboy
kleine cowboy

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

Uiteindelijk moesten we gaan rijden. We hadden een behoorlijke rit voor de boeg, die ons onder andere door Monument Valley zou leiden.
Ik vind Monument Valley één van de prachtigste plekken in Amerika en we kunnen ons er uren aan vergapen.

Monument Valley
Monument Valley
ikke
ikke

Mijn gevoelens waren wel gemengd, want meteen gaan je herinneringen terug aan dat wanhopige hondje dat zich aan me vastklampte, slechts uren verwijderd van haar dood. En nu zie je de dode honden liggen langs de weg en andere honden in die hitte lopen en je weet: Indianen zijn rotzakken met die dieren.

camping
camping

 

 

 

Tussen de bergen zagen we de groene omgeving waar onze camping vorig jaar was, waar we met Daisy May overnacht hebben.

 

 

 

 

vindplaats
vindplaats

 

 

 

 

Achter het bord: Welkom in Arizona stond deze keer geen wanhopig hondje, gelukkig niet.

 

 

 

 

Ons einddoel was Tuba City. We hebben daar al vaker overnacht, de campings in dit gebied zijn dun gezaaid. Het terrein is achter een hotel: de Quality Inn. Weet je wat een kamer daar kost? $141.95. Dat is ongeveer 114 pleuro, ga je lekker? Een Duitse meneer voor ons greep nog net niet naar z’n hart toen hij de prijs hoorde en hield zich wankelend aan de balie vast. De dame van de receptie vertelde hem waar nog een hotel was, maar op een toon alsof hij die kamer met allerlei ongedierte zou moeten delen. Bijna 142 dollar, gaat je mond niet verder open?

paarden in Tuba City
paarden in Tuba City

 

 

 

Tuba City ligt ook in het Indianenreservaat en één van de dingen waar je dat aan kunt merken is de paarden die vrij in de stad rondlopen, een ander ding zijn de doodgereden honden.

 

 

 

 

Voordat we de volgende ochtend aan de enorme rit van 275 mijl begonnen (dat is 440 kilometer) stapten we nog even een Walmart binnen voor wat kleinigheden. Hoe geweldig ik de supermarkten hier ook vind, sommige dingen ontgaan me. Bijvoorbeeld douchepuffs die bij de pasta hangen. Misschien zoiets van: je mag ongewassen geen pasta eten. Of: waar moeten we deze rotzooi nou weer kwijt. Ach, hang daar maar, als we er maar vanaf zijn.

potjes mayonaise
potjes mayonaise

 

 

 

Mayonaise wordt in bescheiden verpakkingen verkocht.

 

 

 

Maar toen waren er geen excuses meer, we moesten gaan rijden. Naar Bullhead City, waar onze favoriete camping buiten de stad en midden in de woestijn op ons ligt te wachten. Als we in de buurt zijn, beginnen of eindigen we onze vakantie altijd daar. Vanwege de doodse stilte en de rust. De rit er naar toe, hoe eindeloos dan ook, verveelt niet.

kleuren
kleuren

 

 

 

 

Je ziet de prachtigste kleuren die zich door een camera niet eens zo goed vast laten leggen.

 

 

 

 

andere kleuren
andere kleuren

 

 

 

 

 

 

 

 

Route 66: commercieel Seligman
Route 66: commercieel Seligman

 

 

Een deel van de route ligt langs de historische Route 66 en als afwisseling is het dan leuk om door een plaatsje te rijden waar deze Mother of the Roads doorheen loopt. Die plaatsjes zijn natuurlijk helemaal op het toerisme afgestemd en zijn zo commercieel als de pest, net als dit gehucht: Seligman.

 

 

Tijdens het rijden heb ik getracht een stukje te filmen.



Je rijdt uiteindelijk langs de Colorado rivier die de natuurlijke scheiding is tussen Arizona en Nevada. Aan de overkant van de rivier ligt Laughlin, waar de casino’s het beeld overheersen.



raderboot casino: Colorado Belle
raderboot casino: Colorado Belle

Alles is groen in schrille tegenstelling tot de dorre, gortdroge omgeving waar wij doorheen reden. Maar wij vinden dat prachtig en genieten meer daarvan dan van het onnatuurlijke van Laughlin. De camping was er nog altijd, maar onze vriend Dewayne niet. Er waren andere eigenaars gekomen en die hebben bij de overname hem de laan uitgestuurd en een echtpaar als beheerder neergezet. Dewayne was er ‘pas’ vijftien jaar, maar dat maakt in Amerika niets uit. Daar kun je na dertig jaar trouwe dienst nog van de ene op de andere dag op straat worden gezet.

zonsondergang
zonsondergang

 

 

 

We installeerden ons en genoten van de zonsondergang die zoals altijd prachtig was.

 

 

 

 

Nestje met twee jonge Cactus Wrens
Nestje met twee jonge Cactus Wrens

 

 

In de ene cactus bij onze camper had een koppel Cactus Wrens een nest gemaakt en in deze barre omgeving waren ze heel de dag bezig om hun twee kinderen van eten te voorzien.

 

 

 

 

Cactus Wren ouder
Cactus Wren ouder

 

 

 

 

 

 

 

 

Roadrunner
Roadrunner

 

 

 

 

Ook de Roadrunners woonden er nog en bekeken ons wantrouwig, waarna ze verder renden.

 

 

 

 

 

Tien mijl verderop ligt het stadje Oatman. Die tien mijl wordt tegenwoordig afgelegd per auto, camper, motorfiets of trike, maar vroeger moest je je dus in die bedwelmende hitte verplaatsen.


Burro
Burro

 

Oatman was eens een goud- en zilvermijn stadje waar zo’n tienduizend mensen woonden. Nu wonen er een paar mensen en de grootste attractie zijn de burro’s die rechtstreeks afstammen van de burro’s die eens zorgden voor het vervoer van mensen, proviand, gereedschap en nog meer dingen die je op de rug van zo’n dier kunt vervoeren.

 

 

Oatman
Oatman

 

 

 

 

Zonder hun aanwezigheid zou Oatman niet meer dan een verlaten spookstadje zijn.

 

 

 

 

vergadering
vergadering

 

 

 

 

 

 

 

 

waarschuwingsstickertje
waarschuwingsstickertje

 

Zo te zien waren alle damesburro’s in verwachting en de veulens liepen nog steeds met een stickertje op hun hoofd. Een aantal jaar geleden was dat nog een plaatje van een verbodsbordje met een worteltje en door de jaren heen zag je de waarschuwingen steeds dringender worden. Ook in de etalages van de winkels wordt er op aangedrongen de jonge burro’s niet te voeren.

 

En nog steeds zijn er sukkels die het toch doen, want: zo zielig, dan krijgen ze niks. Terwijl die veulens dus stikken in die wortels en er zijn er al heel wat overleden aan ingewandsstoornissen, omdat ze nog niets anders mogen hebben dan de melk van hun moeder.

 

Dit soort plaatsjes is altijd een grote attractie voor motorrijders, zoals je ook kon zien op het filmpje van Seligman. Hier kwamen ook heel veel trikes naar toe.



We aten wat in één van de twee eetgelegenheden dat dit plaatsje rijk is. Die ene, waar het helemaal vol hangt met dollars. Duizenden en ze zitten overal, sommige volgeschreven met boodschappen en namen.



De laatste avond was aangebroken, dat betekende de boel inpakken. Een karweitje waar je altijd toch weer langer mee bezig bent dan je denkt. Maar toch hadden we nog tijd om buiten te zitten en wat nachtleven van de woestijn te bekijken.

pad
pad

 

 

 

Zoals een grote pad die ineens voor het washok zat.

 

 

 

 

enorme sprinkhaan
enorme sprinkhaan

 

 

 

Maar wat denk je van deze enorme sprinkhaan die iedere avond wat hapjes cactus kwam nemen. Dat denk ik dan, want hij ging er iedere keer weer in zitten.

 

 

 

enorm
enorm

 

 

 

 

 

 

 

 

spin
spin

 

 

 

Een enge spin kwam ook nog even kijken en kleine kakkerlakken.

 

Allemaal aangetrokken door het licht bij het gebouwtje met kantoortje en washok.

 

 

Onze camper lag in het donker, in verband met het ongedierte dus helemaal niet erg.

genieten
genieten

Heel lang konden we niet buiten zitten, de volgende dag moesten we om zeven uur op pad om om uiterlijk half elf de camper in te leveren in Las Vegas waar we onze laatste dag zouden doorbrengen. Een rit van 120 mijl en een deel van dat traject zou ook nog door Californie lopen.

welkom in Nevada
welkom in Nevada
gokkasten
gokkasten

 

 

Omdat we maar een middag en een avond in Vegas zouden zijn, hebben we ons deze keer tot Down Town beperkt waar ook genoeg te zien is. Natuurlijk talloze gokkasten in alle maten en vormen:

 

 

 


groot
groot

Downtown Vegas
Downtown Vegas


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gokken aan de toog
gokken aan de toog

 

 

In zo’n casino heb je wel bars, maar de toog nodigt niet echt uit tot lekker hangen. Tientallen gokmachines zitten erin verwerkt en het beeldscherm is onderdeel van de bar.

 

 

 

Niet mijn idee van gezellig een biertje drinken, dus dat deden we dan ook maar niet. Geeft niet, op straat is genoeg te zien. Zoals deze straatmuzikanten:



Maar ook deze man die heel enge dingen met zijn schoudergewrichten doet (huiver), ik werd er een beetje eng van. Zelf vond hij het geweldig en wilde ook ieder moment applaus horen.


ongemakkelijk
ongemakkelijk

 

 

 

In het casino hebben we nog even stil gestaan bij het zwembad om te filosoferen hoe deze meneer nu lekker zou kunnen liggen.

 

 

 

We kwamen er niet uit en zijn maar doorgelopen. Wat ook heel erg opviel waren de mensen met tatoos. Tegenwoordig kijkt niemand nog op van een tatoeage, maar wat hier rondliep was gewoon bizar. Alsof er een festival van getatoeëerde mensen was. Je moest af en toe gewoon zeggen: verdraaid, die heeft er geen! Ik bedoel dan niet een tatoeage zoals een afbeelding of een hartje met pijl en daaronder mamma. Nee, je zag geen stukje ongeschonden huid meer, alsof ze met shirts met lange mouwen liepen. Maar ook volgekliederde benen en tenen.
Kennen jullie die oorringen die in iemands oorlel zitten? Dat ze zo’n gat erin hebben zitten? Zelf vind ik ze huiveringwekkend lelijk, maar mijn mening doet er niet toe. Ik zag hier lellen met enorme ringen, vreselijk en ik denk dan altijd: en later? als je er niks meer aan vindt? Dan zit je met zo’n enorm gat in een vreselijk uitgerekte oorlel.
Gelukkig dat ik me niet druk hoef te maken over zulke situaties. Ik heb niet eens gaatjes in mijn oren, ik heb van nature al genoeg gaten om er niet nog eens een paar bij te hoeven laten maken. Ieder het zijne.

Het was leuk de Fremont Street show weer eens te zien en al die gekantelde hoofden van mensen die omhoog kijken.



Zes uur moesten we op de volgende ochtend. Dat is vroeg, maar we moesten om kwart voor acht op het vliegveld zijn. De meneer van de taxi had sinds vier uur die ochtend dienst en wij waren zijn eerste ritje om kwart over zeven. Dan duurt de tijd heel lang en je kunt niet zeggen van: ik ga wel even lekker maffen, want dan loop je zeer zeker vracht mis.

We werden vanuit de lucht nog getrakteerd op prachtige uitzichten vanwege het heldere weer.

Hoover dam
Hoover dam
Grand Canyon
Grand Canyon

Onverbiddelijk zakte Amerika steeds verder onder ons weg en met een kneep in ons hart wisten we dat het voor deze keer toch weer echt voorbij was.

We zijn ondertussen weer thuis en zoals altijd richt ik de laatste woorden van ons blog aan Uncle Sam. Om te bedanken voor al het verbijsterend mooie dat hij ons heeft laten zien en de leuke en aparte mensen die we hebben mogen ontmoeten.

Je schoot en borst waren weer heel erg gastvrij, Uncle Sam. Het was geweldig, iedere dag opnieuw en het doet een beetje zeer dat we nu weer een jaar moeten wachten voordat we opnieuw bij je op visite kunnen komen. We verbazen ons iedere keer opnieuw en dingen die we al eerder hebben gezien, blijven prachtig en boeiend. We zijn blij dat we Daisy May weer hebben mogen zien en het is hartverwarmend te zien dat ze is opgegroeid tot een blij, onbezorgd hondje in een fantastische omgeving bij mensen die stuk voor stuk gek op haar zijn.
Elf staten hebben we bereisd en ongeveer 6100 kilometer gereden. Vanuit ons nieuwe vaderland België groet ik je en wens je het allerbeste en hopelijk tot volgend jaar!

 

Oost West…

We zijn dus weer thuis, maar dat ging niet zomaar. We verlieten de camping met de eendjes die ons weemoedig uitwuifden en vervolgden Scenic Highway 49 die er niet rustiger op werd. Met iedere mijl kom je dichter bij San Francisco en dat merk je. Er wonen zeven miljoen mensen, da’s een boel. De 49 kronkelde en wentelde en we reden lange tijd langs een rivier met half leegstaande nederzettingen.

rivier
rivier
brug
brug

   
   
   

Soms besloot de weg dat het wel welletjes was en moest je over een brug die er in onze beleving niet zo stevig uitzag. Ook van dat ijzerwerk waar je dan doorheen kijkt, je hebt ook van die trappen en je voelde de boel bewegen als je er overheen reed.

enorm
enorm

   
   
   
   
   
   

Buiten de dorpjes waren er niet veel huizen, sommige hadden van die vetplanten voor de deur die we hier in Europa in potjes koesteren.

   
   
   
   
   
   

Ineens was de route zo vriendelijk ons langs een historisch stadje te leiden, dat verder nergens werd genoemd. Onze aandacht werd er ook alleen maar op gevestigd omdat de achterkant van de huizen er zo apart uitzagen. Want zoals ik al zei: je ging er langs, niet doorheen. Het was er doodstil en heel charmant.

gedenkteken
gedenkteken

   
   
   
   

Er moeten veel Chinezen hebben gewerkt, want er stonden nog Chinese tekens op de diverse huizen en er stond ook een prieeltje met een memoriam aan de Chinese werknemers.

   
   
   
   

plaque
plaque

   
   
   
   
   
   
   

Of wat vind je van dit bord?

   
   
   
   
   
   

Er achter was een vaag soort tuin, meer een braakliggend terreintje met een paar bloempotten. De betekenis is me daarom niet geheel duidelijk geworden. We waren tamelijk gauw uitgekeken, wat ook te maken had met de dwanggedachte van: doorrijden, nog best een eind, veel te doen, je kent het wel.

het wordt al drukker
het wordt al drukker

   
   
   

De bebouwing onderweg bleef niet schaars, het werd voller en voller. Overduidelijk het teken dat we bij onze laatste halte aan gingen komen al wilden we daar nog niet aan denken.

   
   
   
   
   

We kregen honger en qua eten was er niet zo heel veel meer aan boord: de laatste dagen maak je alles op. Niet erg, we kwamen een Denny’s tegen langs de snelweg en daar hebben ze nou eenmaal heerlijke salades. Ik vind het dan altijd geweldig om de menukaart te bestuderen. De calorieënbommen springen gewoon van het papier. Wat vind je hier bijvoorbeeld van:

op de menukaart
op de menukaart

Friet met kaassaus, gerapte kaas en stukjes bacon en een romige dipsaus. Nadat ik het gelezen had was ik al anderhalve kilo aangekomen.

salades met knoflookbrood
salades met knoflookbrood

   
   
   
   

Onze salades waren weelderig en vulden goed, het knoflookbrood kregen we niet op, maar we zouden geen last hebben van vampieren die nacht.

   
   
   
   

Met enig mikken lukte het weer om op de weg te komen en de snelweg weer op te pikken. Het was gelukkig nog rustig, maar in vergelijking met de uitgestorven trajecten die we de afgelopen weken hebben gereden, was het toch even wennen.

   
De camping was niet veel veranderd, niks eigenlijk.
De avond ervoor hadden we alles gewassen, dus het inpakken kon beginnen. Henrie had een manier gevonden om het bierreclamebord mee te nemen: aan de binnenkant van zijn koffer en dan zijn kleren enzo er tussen. Maar we hadden zo onze twijfels: we hadden van alles verzameld en de vliegmaatschappijen zijn streng met het gewicht. Vooral United Airlines die je voor alles een poot probeert uit te rukken.

De laatste avond hadden we nog wat dingen over, zoals pakjes bamisoep, een fles limonade, een keukenrol, nou ja, van alles en nog wat. Ik vroeg aan de mensen naast ons of ze nog wat konden gebruiken, maar die reageerden zo van: o, geef maar. Wij zorgen wel dat het bij iemand terechtkomt.
Zij woonden op die camping en speelden dus voor voedselbank. Maar ik doe er dan liever iemand persoonlijk een plezier mee dan dat er Sinterklaas wordt gespeeld met onze spullen. Begrijp me niet verkeerd: ik hoef er niks voor te hebben, ze hoeven niet eens dank je wel te zeggen. Maar zo onpersoonlijk over je schouder van: o, goed hoor, zet maar ergens neer, dat vinnik niet leuk.
We stonden kont aan kont met de achterburen, de campers althans, en tussen het pakken en overpakken en zweten ging ik even naar buiten en zag een mevrouw uit de camper achter ons komen die nog iets riep naar iemand binnen. Ze zag me en kwam meteen op me af. De onvermijdelijke vraag kwam: waar kom je vandaag (dat vragen ze aan iedereen, ze willen ook weten uit welke staat je bijvoorbeeld komt) en toen ze hoorde uit België, Europa, begon ze meteen krom Frans tegen me te spreken, me iedere keer enthousiast haar stompjes tand tonend. Met nog een heel exemplaar er tussen.
Na een poosje verdrietig te hebben staan luisteren zei ik dat ze best Engels mocht spreken. Nou, dat was geweldig en Engels spreken deed ze, er kwam geen eind aan. Iedere zin begon met happen naar adem, vage handgebaartjes en nutteloze sprongetjes tijdens het praten. Had ik weer. Of ze nou dronken was of niet wijs heb ik niet uit kunnen vinden. Waarschijnlijk een combinatie, want de koffiebeker in haar hand bevatte in ieder geval geen koffie. Haar tanden was gebeurd door een autoongeluk, heeft ze me acht keer verzekerd. Maar ze vertelde ook dat haar dochter zich had opgehangen toen ze tweeëntwintig was, vanwege één of andere knul. Dat maakte het allemaal weer triest, want daar krijg je wel een klap van.
Ondertussen was haar man thuisgekomen van werk, een rustige, sympathieke man die op een bepaalde manier op Clint Eastwood leek en je zag aan hem dat hij echt gek op haar was.
Ze ging nog iets te drinken halen, ik ook, dat had ik tegen die tijd wel nodig en zei somber tegen Henrie: dit moet je meemaken. Henrie liet alles uit zijn handen vallen en liep mee in de blijde wetenschap dat als hij genoeg gezien had, hij lekker weer weg kon lopen omdat hij er maar even bij kwam om kennis te maken. En dat deed hij dan ook en haar man idem. En daar stond ik weer naar het gehap te luisteren en de gebaartjes en hupjes te bekijken. Tegen wie ze trouwens aan het begin iets had geroepen weet ik niet: er bleek buiten haar niemand in de camper te zijn geweest.
Het lukte me van haar los te komen en ging binnen uit zitten hijgen. Ik hoorde hoe ze al babbelend over het hekje klom en daar stond ze aan de deur; of we kwamen barbecuen. We konden echt niet en hoefden dus niet te jokken. Clint stond wel even later voor de deur met gebarbecuede garnalen met grote stukken sinaasappel, heerlijk.
Henrie lust geen garnalen, wat jammer nou!
Toen het donker was durfden we wel naar buiten. We hoorden haar binnen kraaien en ongetwijfeld happen en gebaren.

Trailer Haven
Trailer Haven

   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

De camping stond vol met hoofdzakelijk permanente bewoners, sommigen proberen er nog wat van te maken.

feestverlichting
feestverlichting

   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

De wekker ging om kwart voor zes. Ook zoiets: pas in Amerika kwamen we erachter dat de terugvlucht ’s morgens om half elf was. Dat is een ramp: het verhuurbedrijf van de camper gaat pas om acht uur open. Ik heb kunnen regelen dat we een kwartier eerder terecht konden. De camper wordt onder de loep genomen in verband met eventuele beschadigingen, dan het papierwerk, je bent niet zomaar klaar dus. De taxi hadden we voor kwart over acht besteld.

drukte
drukte

Ook zoiets: er is om elf uur altijd een busje van het verhuurbedrijf dat je naar de luchthaven brengt. Dat zou te laat zijn en moesten we een klein fortuin uitgeven voor een taxi, want het was nog vijfentwintig mijl daar vandaan, da’s veertig kilometer. In de spits van San Francisco. Ook de reden dat we zo vroeg opstonden: het was maar tien mijl naar RoadBear, maar wel in de spits en we reden de file dan ook zo in.

San Mateo bridge
San Mateo bridge

   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Afijn, ook op het vliegveld sterrevus druk, lange rijen voor de bagage afgifte om te beginnen. En natuurlijk hadden we teveel bij ons en moesten lozen of tweehonderd dollar betalen. Ik had nog een redelijk volle fles rum in mijn koffer, de flessen daar zijn wat groter dan hier dus dat scheelde al. Ik duwde hem een beambte in handen die er blij mee vertrok en even later met een verse kegel langs me heen liep. Henrie gooide zijn sportschoenen weg, die wilde hij toch al vervangen en met nog wat geprop in onze handbagage kon het er net mee door. Want je denkt toch niet dat we de nummerborden of die bierreclame achter gingen laten!
Toen de enorme rij door de security check, later en later werd het. Iets om op te letten dus de volgende keer: GEEN vroege vlucht terug.

laatste blik
laatste blik

   
   
   

Natuurlijk stond er een keiharde wind en eenmaal in het vliegtuig kon men van een aantal banen niet opstijgen, plus dat we al vertraging hadden. Veel te laat dus gingen we omhoog.

   
   
   
   

Het aansluitende vliegtuig zou vertrekken vanuit Chicago om vijf over zes ’s middags. We landden om tien over half en toen was er weer geen ‘slurf’ beschikbaar wat nog twintig minuten vertraging opleverde. En dan moet je haast hebben en over een vliegveld stressen. Heb je ooit gelet op de mensen die ronddwalen op een vliegveld? Met een lege blik, twee handbagages achter zich aan sleurend, slenterend van links naar rechts en als je ze dan nog net niet omver duwt, hard sorry roepend, kijken ze je aan alsof ze net uit een coma ontwaken. We hadden mazzel: de aansluitende vlucht had ook een half uur vertraging dus die hadden we maar net.
Uiteindelijk heeft de piloot de luchthaven van Amsterdam gevonden en mochten we naar huis.

groen
groen

   
Wat is het hier groen geworden in die kleine maand dat we weg zijn geweest en wat hebben we een ruimte thuis! De totale oppervlakte van zo’n camper (en dan hebben wij nog een grote) is achtentwintig vierkante meter. Kleiner dan onze huiskamer.

   

Het onkruid staat hoog, Henrie heeft het gras gemaaid en dat oogt al een stuk beter. Aan het onkruid begin ik nog niet: mijn rug is zo naar z’n grootje, dat ik moeite heb met aankleden of me afdrogen. Dus mag het nog even blijven staan, al jeuken mijn handen.

   
   

We genieten van het thuis zijn, maar nog regelmatig vertoef ik in gedachten daar, ver weg.
Dag Uncle Sam, hopelijk tot volgend jaar. Het was weer geweldig, zoals altijd. Een stukje van ons hart is in Utah gebleven, bij dat lieve hondje dat we mochten redden. Dat anders een nutteloos dood ding zou zijn geweest, terwijl ze nu een aanwinst is voor het gezin waar ze woont. De geweldige mensen die we hebben mogen ontmoeten, de spectaculaire dingen die we hebben gezien en opnieuw gezien, omdat je toch zoveel vergeet. Je bent een fantastische gastheer, Uncle Sam, heel erg hartelijk bedankt.
Maar tegen ons thuis kun je niet op….