Categorie archief: Arizona

De laatste dagen….

Op die camping aan de spoorlijn begon het steeds harder te waaien en de camper stond te schudden op zijn wielen. Dat was niet zo erg, wel dat het de volgende ochtend begon de plenzen. We stonden bij het stadje Seligman, dat aan de beroemde route 66 ligt. Die stadjes zijn doorgaans heel commercieel, maar toch wel leuk. De regen trok een streep door onze plannen om er eens rond te gaan kijken.

De laatste dagen...

We besloten meteen door te rijden naar Bullhead City, dat net in Arizona ligt. De Colorado rivier is de natuurlijke scheiding tussen Nevada en Arizona en zodra je die oversteekt en Nevada dus uitrijdt, ziet alles er meteen anders uit. Geen casino’s natuurlijk en alle bling bling is ook verdwenen.

De laatste dagen...

Bullhead City is enorm uitgestrekt en je rijdt mijlen en mijlen voor je er een beetje doorheen bent. Ons doel was de camping ‘Crossroads’ waar we bijna ieder jaar komen. Het is de stilste camping die je je kunt voorstellen. In de winter staat het er compleet vol, vanwege alle zogeheten ‘snowbirds’ die er komen overwinteren. ‘Snowbirds’ zijn gepensioneerden die in de noordelijke staten wonen, zoals Idaho, Michigan, Montana, ….. waar de winters lang en heel koud zijn. Ze zakken dan af naar het zuiden en vinden er een camping waar ze verblijven of trekken in de zuidelijke staten rond. Heel veel pensionado’s laten dan hun camper of ‘fifth wheel’ op een camping staan om er in het najaar naar toe terug te keren. Een ‘fifth wheel’ is te vergelijken met een caravan, maar veel groter om te beginnen. Het voorste, hoge deel wordt op de achterkant van een behoorlijke pick-up truck bevestigd en zo voortgetrokken. Deze dingen zijn soms wel vijftien meter lang!

De laatste dagen...

Weer anderen rijden op hun gemakje weer terug in hun camper. We hebben deze vakantie opvallend veel zogeheten ‘full-timers’ ontmoet. Mensen die hun huis hebben verkocht of verhuurd, een camper of ‘fifth wheel’ hebben gekocht en rondtrekken. Sommigen doen dat al jaren aan een stuk. Niet dat ze constant onderweg zijn, ze blijven soms ook maanden ergens staan, maar ze hebben de vrijheid omarmd en genieten van hun leven.
Crossroads was aangenaam leeg, er woonden zo’n 25 mensen en die zag of hoorde je niet.

De laatste dagen...

Het was heerlijk om in die doodstille omgeving te zijn. Er is amper tot geen verkeer op de weg die er langs loopt, de weg naar Oatman, en buiten dat je af en toe een enkele airco aan hoorde slaan was het stil. De cactus wren zat weer op haar nest. Een nest gebouwd in een cholla, zo’n cactus met walgelijk veel en scherpe stekels. Ik zag dat ze twee jongen had.

De laatste dagen...

In de enorme cactus voor de camper had een duifjeskoppel een nest gebouwd en ook zij hadden twee jongen.

De laatste dagen...

Alles ademde rust en vrede en je voelde je bloeddruk zakken.
De volgende dag gingen we naar Oatman, zo’n twaalf mijl verderop, gelegen aan die ene doorgaande, doodstille weg.

De laatste dagen...

We komen vrijwel jaarlijks in Oatman. Een vroeger mijnstadje, ook gelegen aan de route 66. Een grote attractie zijn de burro’s die er overal rondlopen. Dat is een ezelsoort die hier vroeger werd gebruikt voor het vervoer van voedsel, water, mijnwerkers naar de mijn brengen, van alles. Ze kunnen zich goed over moeilijke terreinen bewegen, weten voedsel makkelijk te vinden en zijn prima in staat zware lasten te dragen in hete, droge omgevingen.

De laatste dagen...

Toen het stadje leegliep, hebben ze de burro’s vrijgelaten in de woestijn en je ziet hier dus de rechtstreekse afstammelingen, die nog steeds in de woestijn rondzwerven. Maar slim als ze zijn, zijn ze elke ochtend aanwezig, vanaf het moment dat toeristen verwacht worden. In vrijwel ieder zaakje kun je burrovoer kopen, wat grif gedaan wordt en dat weten ze. Er wonen gewoon mensen in Oatman, niet veel, misschien zeventig in totaal, en die zijn dol op de burro’s die ze ook allemaal een naam hebben gegeven. Een bekende burro, ik ben zijn naam kwijt, heeft een geknakt oor. Gebeurd in een gevecht om de vrouwtjes.

De laatste dagen...

Het is ook overal hetzelfde. Zijn oor hing er helemaal bij en had eigenlijk geamputeerd moeten worden. Maar ze hebben het zo weten op te lappen, dat hij er nog steeds aan zit, al hangt hij op half zeven. Reden: amputeer je dat oor, dan komt er ook van alles in terecht: regen, sneeuw, vuil, van alles en dat is niet gezond. De sfeer onder de burro’s was gespannen, omdat er een vrouwtje bereidwillig was om gedekt te worden en daardoor waren er kibbelpartijen bij de heren. Die gepaard gingen met venijnige beten en trappen.
De winkeltjes waren weer leuk om rond te snuffelen, maar je zag aan alles dat het seizoen zo’n beetje voorbij was.

De laatste dagen

Veel uitverkoop en een enkele zaak al gesloten. In de zomer is het hier gewoon veel te warm en dus sluit zo’n beetje alles, om in november weer te openen. De dagelijkse ‘gunshow’ was ook weer aanwezig. Met die gratis show op straat halen zogenaamde bankrovers geld op bij het publiek, dat integraal gedoneerd wordt aan een kinderziekenhuis. Onder andere voor vervoer van ouders die hun opgenomen kinderen willen bezoeken, maar die er de middelen niet voor hebben. Door de jaren heen hebben ze al ruim $100.000- opgehaald en gedoneerd. Daar wil je wel even wat flauwe grappen voor aanhoren.

De laatste dagen...
De laatste dagen...

De zogenaamde pistoolschoten waren een aanslag op je trommelvliezen, maar de burro’s trokken zich er niets van aan. Die zijn er aan gewend.

De laatste dagen...

Het restaurant was van binnen al jaren beplakt met dollarbiljetten van klanten, maar nu tegen de ramen. Op al die biljetten hadden mensen hun naam en waar ze wonen geschreven. Maar eigenlijk is dit een heel oud gebruik, uit de tijd dat de mijnen nog in gebruik waren. De mijnwerkers gingen na hun werk een biertje halen. Ze betaalden de cafébaas van tevoren, zodat als er iets in de mijn gebeurde, hun rekening betaald was.

De laatste dagen...

Oatman was leuk, zoals altijd en de vogels op de camping waren helemaal niet boos dat we een poos weg waren geweest. We hebben tot laat buiten gezeten, genietend van de woestijnwind en de stilte. In de verte zag je de blikkerende lichtjes van Laughlin en andere gokstadjes in Nevada, aan de overkant van de Colorado rivier, wat de rust alleen maar onderschreef.

De laatste dagen...

Eigenlijk hadden we er nog langer willen blijven, maar donderdag moeten we voor 10:30 de camper in Las Vegas inleveren. Het is 120 mijl daar naar toe, meer dan twee uur rijden en dan moet je geen files of wegomleidingen hebben. Vlak voor je de camper inlevert moet je aftanken, want je kreeg hem met een volle tank mee, dus ook met een volle tank inleveren. We hebben al eens gehad dat we moesten bellen, omdat er zoveel oponthoud was dat we het niet gingen halen. En je moet ook met de shuttle mee naar het vliegveld, Mc Carren airport, om je vliegtuig te halen. Met bloedend hart zijn we vanochtend vertrokken, naar de camping in Overton waar de reis ook begon. Vanaf hier is het vijf kwartier rijden, maar we hadden er een lief ding voor gegeven als we gewoon op Crossroads hadden kunnen blijven. In de stilte, de prachtige omgeving en te luisteren naar de suizende, fluisterende woestijnwind….

Via via via door groot en leeg Arizona

We liepen nog een rondje door Tombstone voor we vertrokken. Overal zag je koetsjes met paarden en ‘echte’ cowboys op de bok. Mensen in kleding uit die tijd die je uitnodigden om de mijntoer te doen of te komen kijken, tegen betaling uiteraard, naar de beroemde ‘Gunfight at the O.K. Corall’, Jammer genoeg droegen ze naast hun toepasselijke kledij ook horloges, sjieke zonnebrillen en gebruikten hun gsm’s wat nogal detoneerde.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

Het was behoorlijk warm en omdat we de camper op zijn plek hadden laten staan, aangesloten op elektriciteit, had de airco heerlijk kunnen blazen zodat de boel nog redelijk koel was. Niet lang nadat we waren vertrokken kwamen we langs een grenscontrole, die je in dit gebied en zuidelijker heel veel vindt.

Via via via door groot en leeg Arizona

Vanwege drugssmokkel vanuit Mexico en eventueel mensensmokkel. Dan maken ze een praatje met je en ondertussen loopt een collega met een speurhond rond de camper. Toen we moesten stoppen trok ik mijn sulligste gezicht en we mochten meteen doorrijden. We hebben een keer gehad dat onze papieren werden gevraagd. Die bewaar ik in de la in het uitschuifgedeelte in de slaapkamer, daar kun je dus niet zomaar bij. Dan moet je parkeren, uitschuiven, papieren pakken, weer inschuiven en mag je weer doorrijden. Toen we naar Tombstone toereden, werden we meerdere malen ingehaald door politiewagens en border patrol met gierende sirenes en zwaailichten. Een eind verder stonden meerdere wagens en een ambulance. Op de grond lag een man met alleen een lange spijkerbroek aan, op zijn buik met zijn handen aan zijn enkels geketend. Misschien was hij stout geweest, was hij illegaal, weet ik veel, maar er werd niet zachtzinnig mee omgegaan. Met de politie hier wil je gewoon geen problemen.

Via via via door groot en leeg Arizona

De volgende stop zou in Tonto Basin zijn. Onderweg rij je langs Lake Roosevelt, een prachtige omgeving met een enorm meer.

Via via via door groot en leeg Arizona

Dit gebied is duizenden jaren bewoond geweest door Apaches, Europeanen en mensen in de prehistorie. In een grot in de berg boven het meer zie je zogeheten ‘cliff dwellings’. Doorgaans als je die ergens ziet, een bekende zijn die van ‘Mesa Verde’, zijn die gebouwd door de Anasazi Indianen. De reden waarom deze dwellings gebouwd zijn is niet duidelijk, in ieder geval biedt de grot een perfecte beschutting tegen alle weersomstandigheden.

Via via via door groot en leeg Arizona

Er zijn in totaal zo’n 60 kamers en de bouw begon in 1300. Elke kamer bood onderdak aan een gezin. Het is ongelooflijk dat deze gebouwen na al die tijd in nog zo’n goede conditie staan. Gebouwd door mensen, zo lang geleden, met het inzicht om iets neer te zetten dat de eeuwen trotseert. Mensen die al lang verdwenen zijn, door niemand herinnerd. Het geeft je echt het gevoel dat je maar een spatje bent op de kalender van de wereld. We hebben overwogen de klim naar boven te maken, maar die was heel erg steil en het was 35 graden.

De camping was vol, duidelijk met allemaal stacaravans en campers van mensen die er zo’n beetje permanent wonen. Maar er was niemand te zien. Je kreeg het idee dat iedereen dood binnen lag, leeggezogen door de plaatselijke vampier of dat ze zelf in hun doodskist lagen te wachten tot ze mensen dood mochten maken.
Opeens zag ik een oudere meneer zitten, lekker aan een pintje en vroeg hem waar we ons moesten melden, want dat werd nergens aangegeven. Hij legde het uit en toen ik doorreed zag ik hem zijn gsm pakken en bellen. We werden al aangemeld dus. En inderdaad werden we al opgewacht. Het plekje dat we kregen lag aan de rand van de camping met uitzicht op een grasveldje waar ’s avonds nogal eens kalkoenen kwamen zitten.

Via via via door groot en leeg Arizona

Die werden gevoerd door de meneer in de stacaravan een klein eindje verderop, een meneer van 90! De kalkoenen lieten zich niet zien, de volle maan wel. We zaten weer tot veel te laat buiten op de doodstille camping, die eerst niet zo heel doodstil was. We dachten dat er een koppel slaande ruzie had, gezien de ‘fucks’ en weet ik veel wat. Maar ze zaten te gamen ofzo en bleken de grootste lol te hebben. Heel lang duurde het niet en vanaf half negen hoorde je niemand meer.

We reden de volgende dag verder door groot en leeg Arizona. We kwamen door een stadje waar de helft van de gebouwen leeg stond, reden om eentje aan nader onderzoek te onderwerpen. Helaas was alles hermetisch afgesloten, zelfs Henrie vond niks om door naar binnen te komen. Door een gebroken raam zag ik allerlei interessante dingen, maar helaas.

Via via via door groot en leeg Arizona

Er stonden een paar auto’s buiten, met platte banden. Die stonden er al heel lang. Eentje had allebei de nummerplaten nog, nu niet meer, nu nog maar eentje. Maar daaruit bleek dat die auto hier al sinds 2006 zou moeten staan, wat makkelijk kon gezien zijn conditie.

Via via via door groot en leeg Arizona

We kwamen uit bij een camping in Camp Verde. We kregen een mooi plekje en kwamen al gauw in gesprek met onze buren van die nacht. Leuke mensen die hier tot 1 oktober zouden blijven. Voor onze campers waren een aantal andere bewoners bezig met een, voor ons, onduidelijk spel. Twee ballen met een touwtje verbonden die ze om een balkje moesten gooien en de stemming zat er goed in. Een van de deelnemers sprak ons aan en liet me van zijn drankje proeven: spiced rum (bruine rum) met cola light. Dat kan best lekker zijn, maar de enorme hoeveelheid rum liet de stoom uit mijn oren komen. Geen wonder dat ze het zo naar hun zin hadden.

We hadden al gehoord dat je op zaterdagochtend donuts en koffie of thee kon halen op de ontmoetingsplek van de camping. We waren niet van plan te gaan, maar ze kwamen ons halen. En het was supergezellig. Alleen, die donut, alleen al door het kijken ernaar was ik al drie kilo aangekomen. Ik kreeg het ding amper weg, zo ongelooflijk zoet, zwaar en vettig als dat was. Onze buren zaten er al en nodigden ons uit. Toen iedereen al weg was zaten we nog te kletsen en te lachen, echt zo leuk en een goede klik. Het was gewoon jammer dat we verder moesten.

Ons doel was Sedona. Dit stadje ligt in een schitterende omgeving met rode rotsen, een combinatie van Monument Valley en Canyonlands.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

Het staat bekend om zijn vortexen, magnetische velden, die bepaalde, gunstige effecten hebben op de mensen. We stopten bij een benzinestation in het stadje en terwijl Henrie tankte, snuffelde ik rond in het benzinestation en werd aangesproken door een meneer van een informatiestand. Ik zei dat ik geïnteresseerd was in die vortexen en hij werd meteen enthousiast. Hij nodigde me achter zijn informatiebalie en zei, wijzend op een plek: ‘Hier zit ook zo’n magnetisch veld.’ Hij liet me mijn armen omhoog steken, deed het zelf ook, gewoon vijf seconden ofzo, dan in je handen wrijven. Dan zijn je handpalmen wit, probeer maar. Maar we hielden onze handen boven dat veld en onze handpalmen begonnen te tintelen, werden rood met tientallen witte plekjes. Heel raar. Terwijl ik met hem stond te praten bleef ik op die plek staan en heel mijn linkerkant begon te tintelen, zelfs mijn tong.
We reden verder om naar een bepaalde vortex te gaan, maar het verkeer was rampzalig. Zo ongelooflijk druk, met de ene rotonde na de andere. Een grote file. O.k. het was zaterdag, maar dit hebben we nog nooit meegemaakt. We hadden er allebei tegelijk genoeg van, besloten een andere keer terug te komen, maar nu wegwezen.

De weg van Sedona naar de snelweg is smal, heel steil, vol haarspeldbochten en met slecht wegdek.

Laten we zeggen dat het zo slecht was, dat als ik borstvoeding had gegeven, ik alleen nog maar zure melk had kunnen produceren.
Je reed onderin een canyon en de weg slingerde zich tegen de bergen omhoog.

Via via via door groot en leeg Arizona
Via via via door groot en leeg Arizona

De camping van vannacht is niet zo rustig, pal aan een drukke spoorlijn. Geen personenvervoer, maar in hoofdzaak containers. De treinen hier zijn al gauw anderhalve kilometer (!) lang en zo meerdere per uur. Wat ben ik blij met oordopjes!

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Als ik zeg dat internet de afgelopen dagen slecht te bereiken was, dat de verbindingen op de campings slecht waren, dan is dat heel zachtjes uitgedrukt. Af en toe een flard, als oprispingen na een maaltijd, maar verder niks. Van zo’n flard kon je dan gebruik maken om de hoognodige dingen te doen, maar vaak moest je die handelingen drie of vier keer herhalen voor het ook uiteindelijk ‘pakte’.
De middag dag we Ditte, die vriendelijke mevrouw bij de Dairy Queen, ontmoetten, hadden we eigenlijk gepland om naar Saguaro National Forest te gaan. Dus deden we dat de volgende dag.

Saguaro’s zijn die enorme cactussen met armen, die je ook in de Lucky Luke ziet.

De saguaro’s komen alleen in dit deel van Arizona en een deel van Mexico voor, verder nergens ter wereld. Ze worden zo’n 12 tot 15 meter hoog en daar doen ze dan wel 150 jaar over. In een ideale omgeving kunnen ze zelfs 200 jaar worden. Kan je je dat voorstellen?
We kwamen bij de ingang en gingen het Visitor Center in om de toegang te betalen. Ik had de camper schuin geparkeerd, aparte parkeerplekken voor campers waren er niet, en ervoor gezorgd dat anderen er geen last van hadden. Want zo’n ding steekt nogal uit. De hitte plofte op ons neer en een mevrouw vroeg aan me: ‘Is dat nou moeilijk om met zo’n camper te rijden?’ Ik zei dat dat niet zo’n probleem was. Ah, net als met een auto dus. Nou nee, dat ook weer niet. We kletsten wat verder en een andere vrouw kwam naar me toe. Zo’n schrale, tanige tante met een kleur haar die eigenlijk niet bestaat. Antiek touw of zo. Ze snerpte me toe: ‘Ik hoop wel dat je dat ding, de camper dus, zometeen weghaalt, want ik kan er zo niet uit.’ Ik keek en er was genoeg ruimte, genoeg zelfs voor iemand met 12 pinten op, zonder rijbewijs en slechtziend.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Dus ik zei dat er ruimte genoeg was. ‘En toch hoop ik dat je hem gauw weghaalt!’ En ze spillebeende weg, ongetwijfeld op zoek naar een ander om tegenaan te zeiken. De mevrouw die me had gevraagd hoe het rijden met een camper nu was, had het met verbazing aangekeken en ook de ruimte tussen de voertuigen bekeken. Ze zette haar handen in haar zij en zei: ‘Nou, ZIJ kan er in ieder geval niet mee rijden, ze kan nog niet met haar autootje overweg.’ De saguaro’s, met hun enorme stekels, observeerden het zwijgend, zoals ze al lang deden.

In de stammen van de saguaro’s zie je vaak gaten, door vogels gemaakt. Daar nestelen vogels zich, die zich beschermd weten door de stekels.
In films met John Wayne zie je hoe ze zo’n cactus openkappen en zich tegoed doen aan het vocht dat er in zit. Liters, ze kunnen zich douchen! Pure onzin. Ze bestaan 80% uit water, maar dat is niet te bereiken, het water is namelijk opgeslagen in pulp. Deze pulp zit tussen de bast en het houtachtige skelet en in het midden.
In de 20’er jaren van de vorige eeuw, begonnen de saguaro’s te verdwijnen, omdat ze gekapt werden voor de wegenbouw. Grazend vee beschadigde heel veel, door de zaden en heel jonge saguaro’s te vertrappen. De vooruitziende blik van de plaatselijke bevolking zorgde ervoor dat hier een stokje voor werd gestoken en Homer Shantz heeft het voortouw genomen en zich hard gemaakt voor de bescherming van deze unieke flora. Hij heeft er ook voor gezorgd dat dit uiteindelijk een nationaal park werd, dus met alle bescherming van dien.

Omdat het hier de laatste tijd behoorlijk geregend heeft en het een kletsnatte winter was, stond alles in bloei. Het was meer dan prachtig. Je moest uitkijken waar je liep om niet in allerlei stekels van uiteenlopend begroeiing vast te komen zitten, maar daardoor zag je ook meer. Net als bijzondere kevers met felle kleuren.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

We gingen uiteindelijk terug naar dezelfde camping van de nacht ervoor, met net zulk slecht internet. Wat wel leuk was, vooral voor Henrie, is dat er naast elke camper een grapefruit-, citroen-, of sinaasappelboompje stond. Vooral de grapefruits waren enorm en supersappig. Ik hou er niet van, ik vind ze te bitter, maar Henrie zorgde voor een grote voorraad om zich vol mee te douwen. Voor mij een paar citroenen, voor in mijn rum en omdat het bij mijn karakter past. De sinaasappels waren nogal droog, dus die liet hij liggen.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Zowel in Phoenix als in Tucson hadden we gehoord over het Desert Museum, een echte aanrader. Nu zijn we geen museummensen, maar we besloten er toch naar toe te gaan. En het was geweldig! Het was vlakbij Old Tucson, de set waar in het verleden heel veel westerns zijn opgenomen en waar we vorig jaar zijn geweest. De parkeerplaats voor campers was een eind van de ingang vandaan en net toen ik uitstapte, kwam er een meneer in een golfkarretje aan die daar werkte. Hij stopte om op zijn telefoon te kijken en ik zei: ‘Ah, komt u ons ophalen?’ Dat was prima, stap maar in. Ik had nog nooit in zo’n karretje gezeten, maar ik wil er nu ook eentje! De dames bij de kassa keken stomverbaasd toen ze ons aan zagen komen en een meneer die net naar buiten kwam riep: ‘Taxi!’ en ging er in zitten. Het museum was geweldig. Er waren diverse gebouwen met uitleg, zoals over het ontstaan van de aarde en al het leven er op, maar ook met slangen, kikkers, padden, zeepaardjes, teveel om op te noemen.

Over saguaro’s, de woestijn en bier
Over saguaro’s, de woestijn en bier

De wandeling ging verder grotendeels buiten over het terrein en overal waren drinkfonteintjes om je dorst te lessen en je flesje te vullen. Het is en blijft natuurlijk woestijn en toen wij er waren was het zo’n 34 graden. Op het toilet bij de wasbak hing zelfs een automaatje, net als een zeepautomaatje, maar dan met zonnebrandcrème factor 30. Er was overal aan gedacht.
Je kon leren over dinosaurussen en zoeken naar fossielen. Er lagen brokken steen die je open kon hakken en een man was zo fanatiek bezig, dat ik hem vroeg op wiens hoofd hij in gedachten aan het beuken was. Hij keek me wazig aan en zei dat hij dat leuk vond om te doen, maar volgens mij maakten zijn handen ook wurgbewegingen.

Er waren allerlei dieren te zien, woestijndieren natuurlijk, zoals de bob cats, die me heel erg aan ons spulletje thuis deden denken.

Over saguaro’s, de woestijn en bier
Over saguaro’s, de woestijn en bier

Een porcupine, een soort egel met enorme stekels die achteruit wijzen. Dus een vijand die denkt slim te zijn en ze vanachter benadert, komt van een koude kermis thuis. We hebben eens een jonge grizzly in Yellowstone zien manken met stekels door zijn poot heen, die hij er iedere keer uit zat te trekken met zijn tanden.

Er was een enorme volière met het formaat van een gigantisch huis, met allerlei soorten vogels. Net bij de ingang zat een koppel eendjes en het mannetje vloog op me af en beet in mijn schoen en in mijn been. Na een paar keer goed knijpen liep hij weg met een ruggetje alsof hij wilde zeggen: ‘Zo, en als ze nog een keer ademhaalt, krijgt ze nog meer!’
Er waren sierduiven, kwartels, veel kleurrijke vogels waarvan ik de naam niet weet maar die we al heel vaak in het wild hebben gezien. Zo was er nog een volière, maar dan alleen met kolibries. Die zijn zo schattig om te zien en waar ze op een plek in de lucht blijven ‘hangen’ hoor je een zware brom. Alsof er een groot insect vliegt. Er hing een zakje met pluizig spul waar ze een nestje mee konden bouwen en eentje was er mee bezig.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

Prachtige diertjes waar je uren naar kon kijken. Het museum ging om 17:00 dicht, wij waren er om 12:30. We hebben vrijwel non-stop rondgelopen in die bloedhitte, maar het was elke stap waard. We kwamen met onze tong op de schoenen bij de uitgang, helaas was de meneer met het golfkarretje er deze keer niet.

Onze volgende reisdoel was Tombstone, daar zijn we al vaker geweest. Een supercommercieel mijnstadje, vooral bekend om de ‘gunfight’ met Whyatt Earp bij de O.K. Corall. En het is er leuk, we komen er graag. Ook nu hadden we een plek op de camping tegen het stadje aan. Alles was al verlaten omdat we wat laat waren, maar dat verhoogde de sfeer juist. In een van de etalages zag ik een t-shirt met een tekst waar ik me goed in kon vinden, al zou dat in superbetuttelend Nederland niet kunnen.

Steun het land waarin je woont, of woon in het land wat je wel steunt

Na een uurtje te hebben rondgewandeld was het tijd voor een pintje in de ‘Four Deuces Saloon’. Niet zo toeristisch met redelijk normale prijzen. Het werd mijn eerste biertje sinds 4 weken. Ik hou wel van een tapbiertje, maar verder drink ik het dus absoluut niet. De glazen waren groot en dat merkte je. Niet dat ik er zelfs maar aangeschoten van raakte, maar de hoeveelheid! Dat ben je dus totaal niet meer gewend en na een paar glazen heb je het gevoel dat je maag op je schoenen hangt. Tel daarbij dat Budweiser niet echt je van het is als je Belgisch bier gewend bent.

Over saguaro’s, de woestijn en bier

De dame achter de bar, Eireen, herkende me meteen en riep: ‘Ik ken jou, je was hier vorig jaar ook!’ Eireen is ook een enorme dierenvriend en heeft ondertussen 35 honden. Allemaal honden die ze opgevangen heeft. Sinds een paar maanden heeft ze ook een pitbull, een schat van een hond die dol is op mensen. Ze had die via een asiel waar het regel is, dat als een hond drie keer wordt teruggebracht, ongeacht de reden, die stomweg afgemaakt wordt. Ze zei: ‘En zo’n mooi dier, pas 18 maanden oud!’ Ze las op facebook dat hij op die dag afgemaakt zou worden en had ze een bericht gestuurd met de vraag het niet te doen, dat ze hem de volgende dag kwam ophalen. Maar nee, dat kon niet, hij werd afgemaakt. ‘Dat asiel is in Phoenix, vijfeneenhalf uur rijden hier vandaan, dat ging me niet lukken.’ Maar wat ze ook zei, nee, hij moest dood. Dan kots je toch? Tot haar grote geluk hadden mensen deze berichten gezien, hebben het dier opgehaald en haar een bericht gestuurd. Ze zijn naar Tucson gereden, om haar halverwege te ontmoeten om de hond aan haar over te dragen. Is dat niet geweldig? Ze vertelde: ‘Het is een prachthond, maar nog jong dus hij heeft aandacht een beweging nodig.’ Eireen is al twee keer gepensioneerd en werkt zich nu nog de krampen in de saloon van 15:00 tot ongeveer 22:00. Daarna moet de biervoorraad aangevuld worden en alles, inclusief terras, gepoetst worden. Dat duurt zo’n 2 uur en dan is het nog een uur rijden naar huis. Doorgaans is ze tegen 01:00 thuis. Ze zei: ‘2 pensioenen, maar ik heb een groot huis met veel grond vanwege mijn honden, dus ik moet dit werk wel doen.’ Elke ochtend staat ze ook weer om 05:00 op om haar honden te verzorgen en andere dingen thuis te doen, voor ze weer een uur naar haar werk rijdt.

Eireen is duidelijk niet meer de jongste, maar in dat lichaam klopt een hart van goud. In gedachten maak ik een diepe buiging voor deze vrouw. Ik vroeg haar of ze op facebook zat. Ze zei: ‘Je bedoelt om sponsors te vinden? Ik werk keihard, maar krijg het wel rond. Ik ken anderen die echt niet veel geld hebben en die ook honden en ook katten opvangen. Daar gaan ze mee naar de dierenarts en het kost allemaal bergen geld. Laat de sponsors die mensen maar steunen, die hebben het harder nodig dan ik.’ Is dat een geweldig mens of niet? En eigenlijk, al dat geld, al die moeite en inspanning, hogere leeftijd of niet, waar is het aan te danken? Aan de klootzakken van mensen die schofterig met dieren omgaan, zodat dit soort dingen nodig is. Bij deze roep ik: ‘Ga jij rot met dieren om? Dan heb je mijn haat al verdiend. Het is zo makkelijk dieren te verlaten, te mishandelen, af te laten maken. Dieren die je zelf in huis hebt gehaald, die zich aan je hebben gehecht en dan de meest misselijke behandeling krijgen. Van jou!’ En dan wil ik er nog aan toevoegen: ‘Je bent het doodtrappen niet waard.’ Niet aardig? Ik ben liever niet aardig dan een dierenmishandelaar. Eireen vertelde ook nog dat er een vent was die hondengevechten organiseerde. Iedere keer op een andere plek, zodat hij niet gepakt kon worden. Dat is toch gelukt en die vent heeft 23 jaar onvoorwaardelijk gekregen, dus zonder kans op vervroegde vrijlating. Geweldig. Plus dat hij het in de gevangenis niet makkelijk zal hebben, want de meeste mensen zijn dol op dieren. Goed zo, prima.

Er kwam die avond een meneer bij ons zitten, Steve, en die heeft heel de avond met ons gebabbeld. Een heel sympathieke man, 75 jaar en dat gaf je hem absoluut niet. Hij was een zogeheten ‘full timer’, zoals we er al diverse hebben ontmoet deze vakantie. Een ‘full timer’ is iemand die permanent in zijn camper woont en rondtrekt. Soms hebben ze hun huis verkocht, anderen verhuren het of keren af en toe een poosje terug. Hij vertelde dat er ups en downs aan dat leven zitten. De ups snap ik, wat waren de downs? Hij zei: ‘Ik ben alleen en soms zie je de prachtigste dingen, maar je hebt niemand om het mee te delen.’ Dat snapte ik en vond het triest. We zijn er nu eenmaal niet voor gemaakt om alleen te zijn. We bleven lang plakken.

Morgen nog een rondje Tombstone en dan weer verder. Het eind van de vakantie raakt in zicht, tijd om de route voor de laatste dagen uit te stippelen…

Via een spookstadje naar Tucson

Vooral meneer Eend was heel blij dat we nog een nachtje in Big River bleven. Toen hij de hoek om kwam zwemmen, spurtte hij het water uit en liep een eind mee naar de camper in afwachting van brood. Op platvoeten pletste hij naast me mee en bewees later dat hij en kon vangen en kon springen.

Via een spookstadje naar Tucson
Via een spookstadje naar Tucson

Die avond hebben we tot (veel te) laat buiten gezeten, het was genieten! We reden verder richting Phoenix. Phoenix is een heel grote stad met bijbehorend verkeer. We trotseerden de bizar drukke snelwegen, omdat we een bezoek wilden brengen aan Goldfield.

Via een spookstadje naar Tucson

Goldfield was vroeger een mijnstadje, gesticht in 1893, waar goud, zilver en koper werd gevonden. Begin 1900 stroomde het stadje leeg, om een aantal jaren weer in gebruik te worden genomen nadat er een goudvondst was gedaan. Maar om de een of andere reden vertrokken mensen weer na jaren, waarna het jaren een echt spookstadje was.

Via een spookstadje naar Tucson

In de veertiger jaren vorige eeuw, werd het een oefengebied voor het Amerikaanse leger om bommen enzo te testen. Met als logisch gevolg dat de boel een keer in vlammen opging. In de tachtiger jaren werd het opnieuw opgebouwd met hout uit de 19de eeuw, aan de hand van foto’s die er heel vroeger waren gemaakt. Maar het Goldfield zoals het er nu staat, is dus niet de originele bouw en super commercieel.

Via een spookstadje naar Tucson
Via een spookstadje naar Tucson

Maar leuk was het, absoluut. Sinds 1989 is het als toeristische trekpleister in gebruik en wordt met name in de winter druk bezocht. De zomer begint hier eigenlijk al na de Pasen en dus wordt het veel te warm. Net als op andere plekken, zoals Oatman, Death Valley, … sluiten in de zomer bijna alle zaken. Want temperaturen van ver boven de 40 graden zijn nu eenmaal niet aangenaam. Het bordeel bijvoorbeeld was al gesloten. Jammer, want dat zijn altijd interessante dingen waar je verteld wordt hoe mensen in een bepaalde tijd leefden. Maar het zat op de bovenste verdieping van een houten gebouw, waar het dus bloedheet wordt. Een huis, dat was zogenaamd de heuvel afgegleden na een aardbeving, was gebouwd met een ‘afloop’ van 33%. Ik vroeg de mevrouw wat dit mystery house inhield en ze probeerde me het uit te leggen. Nu heb ik een enorm talent voor vallen, dus superschuine vloeren en optische effecten maken me niet enthousiast. Ze vroeg of we een stukje wilde zien. We liepen door een gang naar beneden, leek het, maar eigenlijk ging die omhoog. Weer buiten liet ze een goot zien die sterk naar rechts afliep. Maar toen ze er water ingoot, kwam het er links uit. Ze opende een deur en Henrie en zij gingen naar binnen.

Via een spookstadje naar Tucson

Ik besloot ter plekke dat dit niks voor mij was. Mij krijg je al ziek op een waterfiets, dus dit soort dingen is geen aanrader. Ik maande Henrie dat hij die toer moest gaan doen, maar nee. Ondertussen kwamen er nog een paar mensen die ook wel hun evenwichtsorgaan wilden kwellen, dus ik zei tegen Henrie: ‘Ga nou met die mensen mee!’ Ik heb de toegangsprijs betaald en hem gewoon meegeduwd, want ik wist gewoon dat hij het heel erg leuk zou vinden. En moet hij zich dingen ontzeggen omdat ik het niet kan? Hoppa, mee. Ik wachtte wel, geen enkel probleem. Achteraf was hij inderdaad blij dat hij de toer toch had gedaan. Van al dat wachten moest ik plassen en 20 meter verder was een toilet, waar net een mevrouw naar buiten kwam. De enige keer dat ik zo’n w.c. zag was in Engeland en het nut ontgaat me totaal.

Via een spookstadje naar Tucson

Ik kan me werkelijk niemand voor de geest halen, met wie ik gezellig op de w.c. zou willen zitten. We hebben verder rondgekeken, wat gegeten en besloten een camping op te zoeken. Zo’n 10 mijl verderop zat er eentje en de meneer ging net weg. Hij besloot ons nog in te boeken, deed de deur open en bedacht zich. Hij zei: ‘Ik heb de kasboeken al opgemaakt, alles afgesloten, laat maar zitten. Ga maar staan, jullie hoeven niet te betalen.’ Je kan wel eens geluk hebben! Er was een heerlijk zwembad bij met jacuzzi.

Via een spookstadje naar Tucson

Even later kwam een mevrouw erbij zitten met een blik bier en binnen een kwartier wist ik over haar werk bij Walmart wat ze niet leuk vond, maar zij en haar man spaarden voor een dure cruise. Dat haar man de camper niet had opgeruimd voor hij naar zijn werk ging en dat ze hem daar wel eens over zou aanpakken. Haar dochter en schoonzoon die allebei doof waren en een horend kind hadden, wat ze veel wilde zien. Haar andere dochter met hyperactieve kinderen, het resultaat van twee verslaafde ouders, en zo nog veel meer. Een aardig mens, dat haar biertje en marguerita’s met veel plezier naar binnen sloeg, een echte levensgenieter. De camping was verder zo goed als leeg, wat altijd aangenaam is. In de winter staat het hier bomvol, met voornamelijk Canadezen.
We vertrokken richting Tucson, over een lange, lange, heel lange weg met heel af en toe een auto. We kwamen langs een Tom Mix Monument. Tom Mix was een filmster die in honderden westernfilms heeft gespeeld en op die plek verongelukt is. Het was op dat moment ook een ontmoetingspunt voor Morgan rijders, zowel Engelse als Amerikaanse.

Via een spookstadje naar Tucson

Maar ook een spin vond het kennelijk interessant. Het leek me een springer toe, als je maar een beetje in de buurt kwam ging hij op zijn achterpootjes staan en richtte zijn voorpootjes naar je op. Het bleek een red back jumping spider, dus ik zat goed met het springen. Deze spinnen kunnen behoorlijk bijten wat erg pijnlijk is, maar zijn niet zo gevaarlijk als de zeer giftige red back spider.

Via een spookstadje naar Tucson

Onderweg kwamen we langs een Dairy Queen, waarvan we weten dat ze heerlijke milkshakes hebben. Ik kwam in gesprek met de meneer achter de kassa, die wilde weten waar we vandaan kwamen. Nou, uit België en daarvoor uit Nederland. Een mevrouw die stond te wachten vroeg waar uit Nederland. Zelf, Ditte heette ze, bleek ze uit Blaricum te komen en woont al heel lang hier. Haar vader kwam uit Jogjakarta, Indonesië, net als mijn moeder. We raakten verder aan de praat en uiteindelijk schoven we met z’n drieën aan een tafeltje. Dat was om 13:30, tegen 17:00 namen we met moeite afscheid. Een heel vriendelijke, spraakzame vrouw, echt heel leuk.

Via een spookstadje naar Tucson

Maar zo’n hele middag kletsen is ook vermoeiend en we moesten nog een camping opzoeken. De afgelopen dagen hebben we vrijwel zonder internet gezeten, op een paar flarden na, dus kon Henrie ook niks opzoeken. De gps stuurde ons naar een niet-bestaande camping, dus verder gezocht. We kwamen bij een piepkleine uit, maar daar werd alleen vanaf een maand of langer verhuurd. De uitbater was een man zonder komma’s. Wat kon die man ratelen, echt, er kwam geen eind aan. Wel een zeer vriendelijke man en heel behulpzaam, dat zijn de Amerikanen doorgaans altijd, maar er kwam geen eind aan wat hij vertelde. Foto’s op zijn telefoon werden erbij gezocht, van campers die er stonden liet hij dingen zien. We kwamen uit België, dan moest hij toch wel even echt dit laten zien en dat en zus en zo. Persoonlijk stond ik op instorten en wilde heel erg weg. Een behoorlijk eind gereden, heel de middag al zitten kletsen, nu dit en nog steeds geen plek voor de nacht. De brave ziel heeft een camping gebeld, zo’n 20 kilometer verderop. Onderweg werd de lucht steeds donkerder en we hadden nog maar net ‘aangelegd’ en Henrie had de boel net aangesloten of het noodweer brak los. Met keiharde wind en tropische regenval. We konden niet buiten zitten, maar voor de gortdroge omgeving was het een zegen. Morgen maar doen wat we vanmiddag gepland hadden, tot we bij die Dairy Queen binnenstapten…

De laatste dagen….

Langzamerhand gingen we op weg naar Las Vegas, van waar we donderdag terugvliegen. Helaas moeten we laatste nacht daar doorbrengen, we zitten liever in de woestijn. We reden door het lege land, om mijlen en mijlen zonder huis, laat staan een nederzetting, tegen te komen. Door die kennelijk zo dorre en doodse woestijn, die toch zo bruist van leven. De saguaro’s die hier al stonden voordat wij geboren waren, leken ons te wenken met hun prikkelige armen: ‘Ga toch niet weg. Je houdt van de woestijn, blijf bij ons!’

Iets wat ik maar al te graag zou doen. We aten in een stadje bij Al’s Pizza. Het stadje stond half leeg, veel nering was gesloten en een meneer die we iets vroegen, vroeg meteen om geld. Ik gaf een gemompelde versie van niks contant te hebben en reed door. Zo triest dat je zo ver moet zakken, dat je om geld moet vragen. En zijn ouders waren zo blij toen hij geboren werd. Al’s Pizza was een enorme tent met bar erbij. Twee mannen zaten aan de toog te drinken en keken star naar de diverse televisies die er hingen. Net als de mensen die er zaten te eten. Na ons kwam een groepje van zes mensen binnen en de tv bij hun tafel werd meteen aangezet.

Zwijgend hebben ze zitten kauwen, starend naar de bewegende beelden. Aan een andere tafel zat vijf mensen te praten en hun bulderende lach vulde oorverdovend de ruimte. Heerlijk. Mensen die in gesprek waren, die enorme lol hadden en niet constant met zo’n pesttelefoon in hun handen zaten om elke nanoseconde op het schermpje te kijken. Wat een opluchting en je werd er zelf helemaal vrolijk van. Voor hen geen tv, ze hadden genoeg aan elkaars gezelschap.

De camping van die nacht was in Big River in Californie, een camping pal aan de Colorado rivier. Jaren geleden zijn we hier ook geweest en hebben genoten. Net als toen heb ik er een poos op een pontonnetje gezeten.

Toen het donker was, gingen we, net als alle andere avonden, lekker buiten zitten genieten.

Om tien uur kwam de camp host in haar golfkarretje langs om alles te controleren. Een aardige, spontane vrouw die we ook al hadden gesproken toen we hier aankwamen. Ze bleef babbelen en ik bood haar wat te drinken aan. Nou, dat wilde ze wel! Ze ging even haar huis afsluiten en de hond binnenzetten. Ik zei: ‘Neem hem toch mee!’ Even later kwam ze terug met hondje Foxy. Een schatje van zeven jaar oud dat ze twee jaar geleden uit een asiel had gehaald. Die was van een oude mevrouw geweest die overleed en het hondje was zo’n beetje bij het vuil gezet. Hij zat in de kennel in een hoekje te bibberen, doodsbang van de andere honden. En nu woont hij bij haar en ze zijn duidelijk heel gelukkig samen.

Ze haalde een vouwstoeltje uit het karretje, ging zitten en begon te praten. En te praten. En te praten. Soms stelde ze een vraag en als je dan antwoordde, onderbrak ze je om verder te praten. Foxy wilde meteen bij mij op schoot en is daar de rest van de tijd gebleven, tot haar baasje om twee uur (!)’s nachts in haar karretje sprong en wij sufgel*ld naar bed mochten. Maar het was een aardig mens, zonder meer, die op haar veertigste al met pensioen was, nadat ze ruim twintig jaar in het leger had gediend.

De volgende dag kwamen we onderweg langs een Family Dollar waar ik even iets wilde halen. Henrie zag een leuk t-shirt en toen we afrekenden wilde die meneer de kleerhanger in het tasje doen. Maar om nou kleerhangers uit Amerika mee te gaan nemen zag ik niet zitten. Dus zei ik dat we die niet hoefden. Tot mijn werkelijk stomme verbazing werd het ding in de vuilbak gegooid! Ik vroeg verbijsterd of ze ze niet voor andere kleding gebruikten. Nee, dat werd weggegooid. Echt, de ecologische voetafdruk van dit land is bizar groot, tot in het belachelijke.

Onze laatste camping van deze reis is, zoals vaker, Crossroads RV aan de route 66. Vlakbij de Colorado River die de natuurlijke grens is tussen Arizona, waar we nu zijn, en Nevada. Zo luxe en groen het aan de overkant is bij al die casino’s is, zo dor is het hier. Doodstil met ’s nachts enorme vleermuizen die rond de enkele verlichting fladderen. De enorme cactus stond er nog steeds en ’s nachts gaan al die enorme knoppen open en komen handgrote, witte bloemen tevoorschijn die geen geur hebben.

In deze cactus en die van een paar meter verder, hadden Cactus Wrens zoals altijd hun nest.

Het was warmer dan de afgelopen tijd en de zon was verzengend. De airco kon het amper bijbenen, dan is zo’n luifel toch wel fijn.

Zes mijl verderop ligt Oatman. Een historisch mijnstadje, natuurlijk zo commercieel als de pest, maar toch leuk. Vooral vanwege de bekende burro’s (een ezelsoort) die er heel de dag rondschuimen. We kwamen er aan en op de parkeerplaats stond een pickup truck te loeien met niemand er in. Die was leuk het stadje in gegaan en liet de motor draaien. Fuck de omgeving en het milieu, je denkt toch niet dat ik in een hete auto ga stappen? Over asociaal gesproken!

Oatman was leuk, zoals altijd. Overal die burro’s, waarvan alle vrouwtjes drachtig waren.


De oude winkeltjes met hun goedbedoelde rotzooi en waar soms echt heel leuke dingen bijzitten, de sfeer, alles. Die burro’s kunnen echt razend brutaal zijn en als ze ruiken dat je burrovoer hebt (kun je in elk winkeltje kopen), komen ze gewoon achter je aan. Ik had geen voer, dus ik was veilig. Ik ging ergens in de schaduw (het was bloedheet, ik schat tegen de veertig graden) op een bankje zitten en zag een burro in de deuropening van het zaakje naast me staan. De meneer probeerde hem eerst weg te sturen met een speelgoedhondje dat blafte als er iets bewoog. Maar daar trok hij zich niks van aan. Toen kwam de plantenspuit en dat maakte meer indruk.

De meneer zei tegen me: ‘Hij is de enige met wie ik problemen heb. Als je per ongeluk even niet voor in de winkel bent, dan loopt hij naar achter naar het kantoor van de baas. Daar zoekt hij naar eten. Laatst vond hij een zakje chips, dat heeft hij aan stukken gescheurd om het op te eten. En vorige week betrapte ik hem er op dat hij een zak voer te pakken had en het op zijn gemak stond op te eten. Hij liet me een foto zien, die hij op mijn verzoek aan me doorstuurde. Wij hebben zulke katten…

Het viel me daarna op dat in heel wat winkeltjes een plantenspuit was. De mensen in Oatman zijn gek op hun burro’s, maar weten ook: als er van voren iets ingaat, komt er van achteren iets uit. Je wordt ook dringend verzocht ze niet vlak voor de winkeltjes te voeren. Een heel redelijk verzoek lijkt me.

De laatste avond brak aan. We pakten zoveel mogelijk in en gingen buiten zitten, om nog een laatste keer van die doodstille woestijn te genieten. De tv is niet één keer aangeweest deze weken, maar voor de foto hebben we hem even omhoog gehaald.

De spullen en etenswaren die we over hadden, hebben we de volgende ochtend aan de meneer met zes tanden gegeven, die ons de dag ervoor verwelkomd had, omdat het kantoor al gesloten was. Hij was er superblij mee, het was een soort kerstpakket voor hem denk ik. Na bijna vier weken voornamelijk in uitgestrekte en lege gebieden te hebben rondgedoold, was de heksenketel van Las Vegas behoorlijk wennen.


We hebben gegeten in hotel/casino Rio, dat naast ons hotel/casino Gold Coast ligt en waar ze een grandioos en mega-uitgebreid buffet hebben.


In ons eigen hotel zat trouwens een Chinees restaurant, waarvan de naam rechtstreeks uit de Donald Duck leek te komen. Moet een briljante geest zijn geweest die dat heeft verzonnen, waarschijnlijk na een krat bier genuttigd te hebben en toen maar wat heeft gedaan om er vanaf te zijn.

We kwamen vanuit een andere hoek het casino binnen toen we terugkwamen en dan is het echt even zoeken. Want je kunt je heel moeilijk oriënteren: overal gokmachines, pokertafels, geen ramen en die casino’s zijn kolossaal.


En foto’s nemen moet je heel stiekem doen, want je hebt meteen beveiliging op je nek, omdat dat verboden is. Maar waar je ook naar toe gaat, je moet altijd door het casino. De gangen in het hotel boven zijn eindeloos lang en eigenlijk griezelig. Althans, ik vind ze griezelig. Al die kamers en je bent constant voorbereid dat er ineens iemand achter je loopt, dood of levend.

Morgen begint de uitmergelende reis naar huis. En ook al zal het heerlijk zijn om weer thuis te zijn, bij vier harige vriendjes die dolblij zullen zijn dat we terug zijn, je eigen bed, je eigen badkamer, het verlangen zal blijven. Het verlangen en de heimwee naar dit prachtige continent, waar we weer zoveel leuke en aparte mensen hebben ontmoet en weer prachtige dingen hebben gezien. We hebben het al vagelijk over de volgende keer gehad. Maar daar zullen we nog even op moeten wachten…

Old Tucson

We zijn al vaker in dit gebied geweest, maar nooit hadden we iets gehoord over Old Tucson. Old Tucson heeft niets te maken met de grote stad Tucson, het is een filmset waar in het verleden heel wat westerns zijn opgenomen en waar ook heel wat filmsterren hebben rondgelopen.

Speurneus Henrie vond het op internet, dus dan ga je daar naar toe. Het zag er heel charmant uit, met veel zogenaamd oude gebouwen, al waren er ook daadwerkelijk echt oude gebouwen bij.


Soms was heel goed te zien dat iets een decor was geweest.

Je kon er paardrijden, een tochtje per koets maken en er waren shows.

Wij namen om te beginnen de rondleiding met een gids, die duidelijk heel erg op de hoogte was van de films die hier waren gemaakt. Ook de slechte en dat maakte ze heel luid en duidelijk kenbaar. Een front dat in heel veel films gebruikt is, is deze:

Ook zijn er nogal wat films opgenomen, waarbij er niet in de gaten werd gehouden dat er over de bergen op de achtergrond auto’s kwamen rijden. Die daar dus duidelijk niet thuis hoorden. Het kerkje detoneerde niet en er was zelfs een begraafplaats. Onze gids verzekerde me dat daar niemand begraven lag. O, echt niet?


Op de hoofdstraat was één van de acteurs bezig een zweep te laten knallen en het knalde behoorlijk, het deed pijn aan je oren!

Er werd een gunfight opgevoerd. We waren voorbereid op zoiets als in Oatman, dat zo blaartrekkend flauw is dat je er spontaan jeuk van over je hele lijf krijgt. Ook al worden de inkomsten hiervan integraal aan een goed doel gegeven. Deze show had gewoon een behoorlijk niveau en de trappen in gezichten die werden uitgedeeld, kwamen pijnlijk over.

We gingen verder naar de camping voor die nacht die Henrie had uitgezocht. We liepen naar de receptie, die natuurlijk gesloten was, en herkenden het van een vorige keer. Zelfs de cactus met zeer suggestieve vorm stond er nog. Maar was in die jaren niet veel gegroeid. Er was kennelijk niets opwindends gebeurd…

Henrie sloot boel aan en liep te dicht langs een cactus. Die had stekels bedekt met weerhaakjes, dus de stekel die in zijn vinger eindigde was amper te verwijderen. Een bewoner van de camping stelde al voor naar de spoed van het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan, maar Henrie mompelde: ‘Bekijk het maar.’ Het duurde niet lang of hij had het kreng eruit, was ik verbaasd? Het was heerlijk buiten zitten. Konijntjes kwamen verbaasd kijken en diverse gezinnen kwartels namen zandbaden.


Vandaag reden we door een gebied met saguaro’s, die enorme cactussen die je ook in de Lucky Luke ziet.


De meeste exemplaren zijn minstens twee tot drie keer zou oud als wij, wat een heel raar idee is. Sommige zijn zo gehavend dat je hun ‘geraamte’ ziet, wat een beetje eng overkomt.

De camping van vanavond, in Gila Bend, is ook weer zo goed als uitgestorven. Bij de receptie word je heel dringend gewaarschuwd voor schorpioenen en slangen. Wat als het donker is niet uitnodigt om buiten te gaan zitten. Toen ik vanmorgen de dollarbiljetten sorteerde, ze lijken allemaal op elkaar, zaten er drie bij waarop gestempeld stond: ‘Build the wall’, duidelijk mikkend op de muur die Trump tussen Mexico en Amerika wil bouwen.

Wel op kosten van Mexico natuurlijk. De man van de receptie hier werd helemaal enthousiast toen hij ze zag en wilde er met alle geweld eentje omruilen tegen een ‘normale’ dollar. Nou ja, als je daar iemand zo’n lol mee doet… Maar de andere twee gaan mee naar huis. Er zullen genoeg van die biljetten in omloop zijn, maar om ze toevallig in handen te krijgen is natuurlijk ook uniek.
De zonsondergang was geweldig, zoals altijd in de woestijn. En de bewoners van de weinige campers zaten binnen, tv te kijken. Dat is kennelijk mooier…

Historisch, historischer

We waren onderweg naar Huachuca City waar we de nieuwe module voor het warme water op zouden halen. Natuurlijk volgden we ook nu geen snelwegen en toen we langs een piepklein stadje kwamen, zag ik uit mijn ooghoeken in de gauwigheid iets historisch. Bij de volgende afslag zijn we eraf gegaan en was dat even de moeite waard!

Het stadje heet Lowell en was een mijnstadje waar koper werd gevonden. De afgravingen waren nog heel erg aanwezig, terwijl de mijn sinds 1975 niet meer in gebruik is. Langs de weg waren oldtimers geparkeerd en overal werd moeite gedaan de sfeer van jaren geleden terug te halen. Een mevrouw sprak me aan en vroeg me of ik hier woonde. Ik zei dat ik niet eens op dit continent woonde.

Deze mevrouw, LaVerne Williams, was blij met haar nieuwe gesprekspartner en vertelde honderduit en het was geweldig. Deze jeugdig uitziende vrouw wordt in juli 96(!). Ze is hier met haar ouders komen wonen toen ze drieënhalf was. Haar vader had tbc en ze woonden in Oklahoma. De artsen hadden hem gezegd: ‘Verhuis naar Phoenix, met dat klimaat heb je misschien nog drie jaar te leven.’ Hij bouwde een T-ford om met matrassen om de tocht te maken, een soort vroege camper zal ik maar zeggen. Maar hij kwam bij Lowell niet over de berg en dus besloten ze daar te blijven. Haar vader heeft nog 31 jaar geleefd. Zelf was ze heel actief in haar stadje en was drie termijnen burgemeester. Nu zette ze zich vooral in om alles een beetje in de oude staat terug te brengen en was ze benoemd tot ambassadeur van Lowell.

Ze reed rond in een grote auto, met een kussen op de stoel, omdat ze anders niet over het dashboard kon kijken. Ze gaf me haar emailadres en ik heb haar beloofd de foto’s te sturen die ik van haar gemaakt had. Geweldig, daar word je toch helemaal blij van?

Verder gingen we. We haalden het onderdeel op, Henrie plaatste het zelf en het zat binnen tien minuten. Ons doel van die dag was Tombstone, waar we al vaker zijn geweest. Een, natuurlijk gecommercialiseerd, stadje dat toch erg charmant is. De camping lag tegen het centrum aan en we gingen een rondje maken. Omdat het al een uur of zes was, was alles al gesloten en doodstil.


Tombstone-Laureen-Big-Nose-Kates-Saloon

We dronken een biertje, mijn eerste pintje sinds deze vakantie, in Big Nose Kate’s Saloon.


Daarna schoven we een deurtje op naar een andere saloon waar vooral de plaatselijke bewoners komen. De mevrouw achter de toog, Eileen, was een grote dierenliefhebber en woonde met haar 45 honden, muilezels en paarden een uur rijden verderop op een ranch in een canyon. Ze had 45 jaar bij General Motors gewerkt, wilde hier nog een paar jaar werken om dan, met al haar dieren, te verkassen naar Florida. Daar woont haar dochter met haar gezin. Ze vond de enorme privacy van haar huis en land geweldig, maar verder niet. Ze zei dat mensen vaak overwogen in de regio van Tombstone te gaan wonen en dat ze iedereen altijd adviseerde alles goed te onderzoeken. Over het algemeen wordt gedacht dat het daar altijd warm en droog is. Maar vanaf juli begint de regentijd en niet zomaar regen, maar muren van regen. Dat duurt tot half september, plus de enorme wind. Die zo sterk is dat je amper vooruit kan komen.

Ze vertelde dat de bars in Tombstone niet voor negen uur ’s avonds mogen sluiten en dat iedereen om half twee ’s nachts weg moest zijn. De naam Tombstone (grafsteen) komt trouwens van een man die zei dat hij hier zijn fortuin ging zoeken. Toen was hier nog niks. Zijn vrienden zeiden: ‘Je zult daar alleen je grafsteen vinden!’ Maar het duurde niet lang voor hij zilver vond en de grond liet registreren en gaf het de naam Tombstone. Eigenlijk als grap bedoeld.


Buiten Tombstone ligt de begraafplaats Boothill. In de 19de eeuw was het zo dat als er zogeheten ‘revolverhelden’ ergens woonden, de begraafplaats automatisch de naam Boothill kreeg. Omdat mensen stierven met hun laarzen aan, doodgeschoten door ordinaire moordenaars. Op heel wat houten gedenktekens bij de graven kon je lezen hoe ze waren gestorven en dat was inderdaad nogal eens door geweld.


Opvallend was ook dat het graf van een meisje dat aan rode hond was overleden op de leeftijd van drie maanden oud heel veel geld lag. Sowieso lag er op veel graven geld, maar bij dit kindgraf was het echt bizar.

De gewoonte geld achter te laten is op dit kerkhof een jaar of vier geleden begonnen en om de zoveel tijd wordt het verwijderd en gaat het naar een goed doel. Maar al snel ligt het weer vol.
Zoals gezegd lag de camping tegen het centrum aan, maar de teringherrie die je hier van verkeer hebt is ongelooflijk. Niet gewoon verkeersgeluid, maar die manier om in voertuigen te rijden die bergen lawaai maken. Alsof iedereen zonder uitlaat rijdt. Zo modern als ze hier op sommige vlakken zijn, zo achterlijk zijn ze op andere gebieden.

We reden verder door uitgedroogd Arizona en onze camping van vannacht was leeg, heel erg leeg. Er stonden campers, maar die zijn van een beurs. Zelfs hier, een behoorlijk eind van de weg, hoorden we een wagen met belachelijk veel geloei rondscheuren. Misschien zijn alle mensen hier gewoon fabrieksdoof, veroorzaakt door verkeerslawaai en valt het ze niet meer op….

Van hot naar her

We vertrokken van die heerlijke camping met de grote vleermuizen. Voor wat verse spullen deden we nog even de WalMart aan. Ik overwoog de apotheker nog even om de gelpleisters te vragen, maar heb het maar zo gelaten. Niet alleen had ik geen zin in opnieuw een schreeuwende apotheker, maar ik herinnerde me ook ineens huiverend een andere die ik iets vroeg tegen de hoest. Bij ons heb je misschien zes producten tegen de hoest, hier al gauw een veelvoud daarvan. Ik wilde een medicijn waar je niet suf van werd. De apotheker bleef me tijdens mijn vraag en zijn uitleg zo strak aankijken, dat ik dacht dat hij twee glazen ogen had.

Omdat we zo min mogelijk de snelwegen berijden, kom je dingen tegen die je nog niet eerder zag. Zoals de City of Rocks. Stel je een vulkaanuitbarsting voor, in de Chihuahuan woestijn in zuid/west New Mexico, een slordige 34,9 miljoen jaar geleden. In al die jaren is er van alles weg geërodeerd, waarna deze enorme rotsen overbleven.


Zomaar, in een groot, leeg landschap vind je deze enorme rotsen. Alsof een reus ze achteloos had neergesmeten. Hier en daar zag je afgebrokkelde stukken rots die naar beneden waren komen zetten, wat een extra dimensie gaf aan de wandeling.

Het was heet en droog. We zagen een mooie picknickplek onder de bomen en besloten daar wat te eten. Er stonden twee auto’s geparkeerd, eentje met draaiende motor. We hebben er twintig minuten gezeten, twintig minuten heeft die motor staan draaien. De mensen waren even wat gaan bezichtigen en dachten kennelijk:’Fuck you, ik ga toch echt niet bij terugkomst in een hete auto stappen. Laat draaien die hap, het heen en weer voor het milieu en de rust van andere mensen! Bizar. De ecologische voetafdruk van veel Amerikanen is gewoon belachelijk groot. Het interesseert ze gewoon geen ene hol. IK wil dat DUS doe ik dat. Net zoals je bij supermarkten auto’s met draaiende motor ziet staan, zodat ze na het boodschappen doen in een koele auto kunnen stappen.

We hadden de laatste plek op een camping bij Silver City. Net buiten de stad, prachtig gelegen en doodstil. Immers, iedereen kijkt tv en verlustigt zich liever aan kunstmatige beelden dan aan de prachtige, maar gortdroge, omgeving. Het had hier al in geen 45 dagen geregend en dat zag je aan de beplanting. We hebben daarom maar de kamperfoelie en anderen planten water gegeven en het resultaat zag je al snel. Ook de vogels wisten al snel het water te vinden dat we hadden neergezet. ’s Morgens zat er een jong konijntje alles met verbazing te kijken.

Toen ik uit de (prachtige) doucheruimte kwam, lag er een rode kater op de veranda. Die moest en zou geaaid worden, wilde dat ik op het bankje ging zitten en liep daarna mee naar de camper.

Hij kwam binnen en wilde a la onze Billy en Thijsje in mijn armen liggen bij het toetsenbord en constant gekroeld worden.


We moesten verder en zetten uiteindelijk het ventje buiten. Het brak mijn hart toen we wegreden en ik hem in de spiegel zag zitten, terwijl hij ons nakeek. Maar hij was duidelijk van iemand die veel van hem hield, die hem constant kroelde en ervoor had gezorgd dat hij de lieflijkheid zelve was bij mensen en vol vertrouwen. En ik dacht aan de mensen die gewoon hun dier buiten de auto gooien als ze er vanaf willen, als ze bijvoorbeeld op vakantie gaan. Ik snap niet dat die mensen zichzelf nog in de spiegel kunnen bekijken. Eigenlijk zou die spiegel in hun rottige gezicht moeten kapotknallen en zulke littekens achterlaten, dat ze voor altijd te herkennen zijn als minderwaardige dierenbeulen. Is dat niet aardig? Wel, dat soort mensen is nog veel minder aardig en dat is zachtjes uitgedrukt!

We gingen Silver City in. Het was een beetje rampzalig om in het historische centrum te komen, maar het lukte uiteindelijk wel. Het was wel aardig, maar niet overdonderend. Wat historische gebouwen, waarvan een deel leeg stond en een groot deel van de nering was gesloten. Het was leuk om te zien, maar niet om te zeggen: Tjonge, dat was leuk!


We vervolgden onze weg, door groot en leeg New Mexico. Je werd regelmatig gewaarschuwd voor zandstormen met instructies wat je moest doen als je erin verzeild raakte.
We kwamen nog langs een leeg hotel. Kijk, dat zo’n ding wordt leeggehaald, ook al is het niet goed, kan ik me nog voorstellen. Maar gewoon slopen om het slopen, dat ontgaat me. En dat was hier dus gebeurd. Gaten in ramen, terwijl de deur openstond, oude televisies bij het zwembad, kapot gegooide spiegels, van alles. Een soort ‘lang-leve-de-lol’ die ik niet begrijp. Vroeger niet en nu niet. Wat wel opvallend was, dat de bijbels, die hier door de Gideons in alle hotels worden achtergelaten, allemaal puntgaaf waren. Dik onder het stof, maar dat respect was dus wel aanwezig.



Er lagen een berg oude conservenblikken met inhoud. Wat er inzat weet ik niet, ik heb het ook niet onderzocht.

Een piepklein eindje verder was een zaak dat vuurwerk verkocht. Die hadden een wel heel makkelijke manier gevonden om van hun verpakkingsmateriaal af te komen.

Vannacht stonden we op Rusty’s RV Ranch in Rodeo. Als je het over ‘the middle of nowhere’ hebt, dan heb je het over die camping. Er stond haast niemand. Over de doorgaande weg kwam gemiddeld één keer per anderhalf uur een auto. De sterrenhemel was weer zo bespikkeld, dat het zelfs moeilijk was het ons welbekende steelpannetje te zien. Er was van alles aan diersoorten aanwezig. De eigenaar van de camping had twee ruime vijvers aangelegd en er stonden diverse volières onder de bomen. Op al dat water komen natuurlijk allerlei dieren op af en in de vijvers woonden tientallen stierkikkers, die enorme afmetingen kunnen krijgen. Je hoorde hun typerende geluid over en weer gaan. Een skunk (groot stinkdier) kwam ook nog voorbij, gelukkig niet te dichtbij, en natuurlijk de enorme vleermuizen. Maar ook kwam er zo af en toe een kakkerlak voorbij. Dat vind ik dus vieze beesten, maar goed, ook dat zijn woestijnbewoners. We besloten het buitenlicht van de camper uit te doen, om de sterrenhemel nog meer te bewonderen. Na een paar minuten deed Henrie zijn zaklampje even aan, om tot de ontdekking te komen dat er ineens wel heel veel kakkerlakken rondliepen. Gedver, dus in vredesnaam het buitenlicht maar weer aangezet. Zo kien zijn ze niet op licht, dus verdwenen ze gelukkig snel.

We moesten vandaag verder. We hadden nog steeds geen warm water en RoadBear had een zaak gevonden die het onderdeel in voorraad had, onderweg naar Tombstone, onze volgende stop. De camping waar we wilden staan ligt direct tegen het oude centrum aan en voor de zekerheid hadden we die maar besproken. We zaten heel dichtbij de Mexicaanse grens, dus daar moet je dan wel langsrijden. Tussen de twee grenzen was een heel diepe geul die aan de Mexicaanse grens schuin naar benden liep en aan de Amerikaanse kant stijl omhoog en daarna afgezoomd was met prikkeldraad. Overal zag je enorme verlichtingen en camera’s.



We hebben het onderdeel voor de waterverwarming, Henrie heeft het zelf vervangen en nu zijn we in Tombstone. Eén van de historische, en natuurlijk best commerciële, stadjes die we gewoon leuk vinden. Het moge duidelijk zijn dat we genieten, iedere dag opnieuw. Maar we hadden nooit zoveel rust en ontspanning kunnen vinden als onze geweldige vrienden, Liesbeth en Vincent, Noordernieuws niet hadden waargenomen. Bij deze dan ook onze enorme dank! Onze vakantie zou niet zo ontspannen en relaxt zijn geweest zonder jullie. In gedachten geef ik jullie een enorme kroel, al weet ik dat jullie zouden zeggen: ‘He gedsie, hou eens op…”

Via Arizona naar Utah

Het was fijn om een dagje te relaxen, maar het was mooi geweest: we gingen verder. Voor ons vertrek sprak ik nog de ‘buurvrouw’ van de camping, die ik al vaker had gesproken als we hier waren. Tammy Symons, een kunstenares die prachtig kan schilderen, met name paarden. We kregen een potje honing mee, afkomstig van haar eigen bijen en werden getrakteerd op het Sodom en Gomorra van de schamele bevolking. In dit hele dal wonen zo’n 8.000 mensen, maar daar zitten kennelijk heel wat weirdo’s, losers en verkrachters bij. Ook Tammy vindt het volslagen normaal een revolver bij zich te dragen, maar als ik het zo hoorde was dat geen overbodige luxe. De oude mevrouw die vroeger in haar huis woonde, werd op haar 90ste verkracht door een knul van 18, die daar 7 jaar de bak voor indraaide. Een milde straf lijkt me, minstens het dubbele plus castratie met een bot, roestig scheermes had me redelijker geleken.
Omdat de zool van mijn schoen, zoals ik al vertelde, aan het loslaten was en er steeds slechter bij hing moesten we even bij een Wal Mart langs voor lijm en nog een paar dingen.

Automatisch kijk je toch nog even verder en ik blijf me verbazen over het aanbod van één bepaald product. Ik bedoel: zoveel verschillende soorten augurkjes, of tomaten in blik en dat zijn maar twee voorbeelden. Dan heb ik het nog niet over pindakaas, brood, ontbijtgranen of weet ik veel wat gehad. Eigenlijk is het bizar.

augurkjes
augurkjes
tomaten in blik
tomaten in blik

Het volgende traject zou ons door Utah leiden, een goede reden om nog even goed alcoholische snuisterijen aan te schaffen. Utah is Mormonenstaat en drank is een grote verleiding van de duivel, dus daar wat moeilijker verkrijgbaar. Koffie schijnt ook tot de vervloekingen te horen, maar bigamie weer niet. Want in dat geloof mag je aan veelwijverij doen, om zo een uitputtend sexleven te hebben, veel kinderen te krijgen, zodat de vrouwen na hun zoveelste kind moegebaard sterven en je weer aan een nieuwe vrouw en serie kinderen kunt beginnen. Maar koffie en drank, och jemig toch… Nee, dat kan echt niet.
Buiten kon Henrie het niet laten om het winkelkarretje een zet te geven en mee te rijden. Jongetjes…

Verder gingen we en moesten helaas over een stuk snelweg, iets dat we normaal proberen te vermijden, en passeerden de state line van Arizona.

Het is altijd opvallend hoe het landschap verandert als je de grens met een andere staat overgaat. Arizona is woest en soms onherbergzaam, maar vooral prachtig. Het is moeilijk foto’s maken en filmen als je tien meter woonhuis bestuurt, maar ik heb het toch geprobeerd.

Nadat we de state line van Utah ook nog eens gepasseerd waren, besloten we dat we een Chinees buffetje wilden in St. George.

We herkenden het restaurant van een vorige vakantie en mensen, wat was het eten hier goed. Bij de bak garnalen met groente zag ik een haar in het eten toen ik ging opscheppen. Ik riep iemand van de bediening, die nog net niet stuiptrekkend op de grond viel van ellende toen ik het liet zien en wilde meteen heel de bak weggooien. Ik kon hem hier van weerhouden en heb alleen het schepje met haar op een bordje gedaan om af te voeren. Ik zei, wijzend op de roze kommaatjes: anders zijn die allemaal voor niks dood gegaan. Er lag minstens anderhalve kilo garnalen in die schaal! Het Chineesje heeft me nog net niet gezoend en benadrukte hoe hij dit waardeerde. Maar Sienezen zijn klein, dus hij kon niet bij mijn wang, hoe hoog hij ook sprong.
Na het schransen kwamen we er in de camper achter dat het ineens een uur later was. Niet door het verblijf in het restaurant, maar door de tijdzone en zo is ineens je dag een uur korter. Jammer genoeg ligt de camping van vannacht in Cedar City aan een drukke, doorgaande weg. Ondanks dat je hier de prachtigste gebieden hebt, zijn de campings niet altijd goed vertegenwoordigd en heb je dus weinig keus. Ik denk dat de mannen het te druk hebben met hun horde vrouwen en al die kinderen en dus geen tijd hebben om dit soort voorzieningen aan te leggen. Bovendien: al die campers hebben koffie en alcohol aan boord. Schandalig!

Grand Canyon

Als je om vier opstaat omdat je met vakantie gaat, is dat al bizar. Als je op vakantie bent en je staat om half vijf op om iets te gaan bezichtigen, is dat nog veel bizarder.
Maar het zou de moeite waard zijn, al waren we er al vaker geweest. Eens in de zoveel tijd moet je even terug gaan om te kijken of het wel echt was wat je hebt gezien.
Dus vertrokken we toen het nog maar net licht was. Tegenover onze camping was een deel voor kampeerders in tenten. Dat zie je niet zo vaak hier. Toen we wegreden kwam er net een stel verkreukeld en suf naar buiten kruipen, om de tocht naar de koude w.c. te maken. We huiverden bij de aanblik en zetten de verwarming een tandje hoger. Dat mocht wel: het was twee graden buiten.
We zagen de zon boven de bergen uitkomen, stralender dan wij waren.

DSC_0689_zonsopkomst2

In het schuchtere ochtendlicht zagen we herten langs de kant van de weg grazen.

DSCN1446

DSCN1459

Tot we bij het eerste uitkijkpunt kwamen en ons vergaapten aan dat waar we zo vroeg voor waren opgestaan: de Grand Canyon in ochtendtooi. We kennen de Grand Canyon allemaal van foto’s en films, maar niet, maar dan ook niets haalt het bij de werkelijkheid.

DSC_0757_Duck-Rock

DSC_0795_rocks

DSC_0850_Laureen

DSCN1451

’s Morgens vroeg hullen de ravijnen en glooiinen zich nog in diepblauwe tinten en verbergen ze hun geheimen. Maar hoe hoger de zon, hoe feller de contouren en de kleuren worden.

DSC_0911_Colorado_River

DSC_0962_stitch_1600x641

DSCN1497

DSCN1509

Het is niet te geloven dat je gewoon tweehonderd kilometer in de verte kan kijken. Dat het populairste oversteekpunt voor vogels het deel is, waar de canyonranden ‘slechts’ dertien kilometer van elkaar verwijderd zijn.
De verantwoordelijke voor dit ongelooflijke gebied is de Colorado River, die in vijf miljoen jaar het landschap uitsleet met zijn water en alles wat er in werd meegevoerd.

DSCN1507

Het is ook niet te geloven helemaal naar Amerika te reizen, naar de Grand Canyon, om daar een Nederlandse mevrouw te zien met hetzelfde fleecevest dat ze, net als ik, al jaren heeft, omdat het zo lekker zit.

DSCN1514

Verder gingen we, genietend van alle uitzichten en ons nederig voelend: dit was er miljoenen jaren voor ons en zal er miljoenen jaren na ons zijn.

DSCN1534

Een hert stond bij een parkeerplaats genoeglijk het jonge loof van boompjes te eten en het verse gras. Dat wij keken en foto’s maakten, was totaal niet interessant. Eigenlijk verwachtte ik dat hij op een gegeven moment om wat dollars zou vragen, voor de geleverde service.

DSCN1540

We waren uitbewonderd en gingen op weg. De Grand Canyon uit, richting Page. Een paar uur rijden, wat altijd zwaar is als je al zo lang op bent en bovendien allebei amper hebt geslapen.
Het was een lange weg zonder rustpunten door Indianengebied. Waar je maar van de weg kon, stonden kraampjes met dezelfde goedbedoelde sieradenzooi die allemaal op elkaar leek.
We stopten eventjes bij een rij van die kraampjes vanwege het mooie uitzicht. Eén van de verkoopsters zat scheef op haar stoel en was in diepe slaap verzonken.
Voor ik een foto kon maken, kwam er een grote groep motorrijders aan die ook even stopte.
Ze schokte wakker en kwam duidelijk van plezieriger oorden. Waarschijnlijk had ze gedroomd dat al haar spullen waren verkocht en ze straffeloos alle toeristen op hun gezicht mocht slaan. Of scalperen.

In Page zijn slechts twee campings, wat belachelijk is voor zo’n druk gebied en allebei bleken ze voor heel de week volgeboekt. De eerstvolgende was een paar uur rijden en geloof me: dat wil je niet na zo’n volle dag.
Via een trailerpark (zoiets als bij ons een woonwagenkampje, dat is hier heel gewoon en ze zijn doorgaans superkeurig) kwamen we uit op een piepkleine camping in Big Water, Utah.
We hadden geen telefoonnummer, dus het was een gok. Een gelukkige. Het was zeker piepklein: vijf plaatsen en vier daarvan werden permanent bewoond. Via het telefoonnummer op de deur wisten we de eigenaar te bereiken en konden we de enige vrije plek in gebruik nemen, zaterdag was die alweer besproken.
De camping, voor zover je het zo kon noemen, lag op een bedrijventerrein met veel honden in de omgeving. Wat misschien wel nodig was.

DSCN1584
DSCN1600

Naast onze camper stond een piepklein geval met aan de buitenkant op ooghoogte een kooitje. Ik dacht: dat is om de airco te beschermen, die er ook inderdaad in zat. Ik liep even rond op het terreintje en zag aan de andere kant van het campertje net zo’n kooitje, met een poes! En daar achter nog eentje, een zwarte.
Ik sprak ze aan de het grijze streepje kroelde zich verlekkerd tegen het muskietengaas en tot mijn verbijstering kwamen nog twee zwartjes bij. Met nieuwsgierige ogen en afwachtende houding.

DSCN1590

DSCN1591

DSCN1593

Binnen hoorde ik de eigenaar iedere vijf seconden zijn neus snuiten, misschien was hij allergisch voor katten. Aan andere kant, bij de airco, zat een langharig, roodwit ventje.

DSCN1594

Dan denk je even heel sterk aan je eigen geteisem en mis je de vele, dagelijkse kroeltjes. Maar realiseer je je ook hoe verwend het spulletje is! Deze katten zitten in een camper die misschien in totaal twee keer zo groot is als een volkswagenbus. Die drie van ons hebben tijdens de vakantie (omdat ze dan niet buiten mogen) de woonverdieping en de kelder om zich te vermaken en elkaar op het gezicht te slaan. In totaal een ‘schamele’ 290 vierkante meter.
De volgende ochtend kwam ik in gesprek met de eigenaar van de katten. Door het kooitje, want hij lag nog in bed. Ik had hem de vorige dag wel gezien, maar hij zag er niet uit als de vijfenzeventig jaar die hij bleek te zijn. Hij had zes katten aan boord, waarvan de oudste tweeentwintig was. De rest was rond de tien jaar oud en hij had ze allemaal uit de woestijn en van de straat geplukt toen ze nog kitten waren. Het gespuis zag er fantastisch uit en er werd duidelijk heel van gehouden. De reden dat ze niet buiten mochten, was omdat het hier barst van de coyotes.|
Jullie snappen, die man verdient een standbeeld en eeuwiger roem. Op Google zagen we zelfs zijn campertje staan. De coördinaten hier zijn: N37.081609 W111.666759

Verder gingen we, naar ons volgende doel. En wat we daar weer hadden…