Relaxen in een bijna lege wereld

Die extra dag in Overton was heerlijk. Uitslapen, buiten zitten, ’s middags lunchen bij The Inside Scoop. Een soort cafetaria met heel lekkere dingen. Altijd als we naar deze camping gaan, eten we daar wat. In al die jaren is er totaal niks aan het interieur veranderd, zelfs de menu’s op de schoolborden zijn hetzelfde gebleven. Wat mooi voor ons is, want ik wil altijd de French dip. Een warm broodje met veel rosbief, een bakje vleesjus waar je je broodje in kan dippen en frietjes erbij. Henrie wisselt soms wel, maar de Reuben sandwich heeft toch wel zijn lichte voorkeur: pastrami met gesmolten kaas en een soort zuurkool en frietjes natuurlijk. Heerlijk en je wordt er gelukkig niet mager van…

Na het eten slenterden we nog even langs de supermarkt en de Family Dollar (een soort Action) en liepen in de brandende zon weer terug naar de camping. Verbluft nagestaard door de mensen die ons zagen, want lopen, dat doe je toch niet?
Toen we over de parkeerplaats liepen van de supermarkt hebben we ons nog even staan verbazen. Je hebt overal plekken waar je je winkelwagentje achter kan laten en je hebt invalidenparkeerplaatsen. Hier was een plek voor je winkelwagentje en er pal voor een parkeerplek voor invaliden. Welke heldere geest dat verzonnen heeft weet ik niet, maar echt snappen deed die persoon het niet.

In de camper naast ons woonde een schattig, rood katje. Het katje zag ik ’s morgens wel even buiten, met een tuigje aan. Verder zat hij binnen. Begrijpelijk, want in deze lege gebieden barst het van de coyotes. Omdat we gingen barbecueën had ik kipafsnijdsels. Die vond hij erg interessant en stak er ook een voetje naar uit. Maar eten deed hij er niet van.

De volgende ochtend vertrokken we met spijt in ons hart. We houden van deze doodstille camping, die verder niks opzienbarends heeft maar wel rust en stilte, balsem op onze ziel. Veel bijzonders hebben we niet gedaan die dag en onze volgende camping was in Hurricane, een weinig bemoedigende naam. We hadden geluk: we hadden de laatst beschikbare plek. ’s Avonds hebben we nog buiten gezeten, als enige. Het was fris, maar lekker. Soms kwam er iemand voorbij lopen, maar verder zat iedereen in de camper tv te kijken. Dus ondanks dat het druk was, was het er ook doodstil.

Gisteren begon de dag grijs en onderweg hadden we zelfs regen. Het waaide enorm en dat voel je goed als je zo’n ding bestuurt. De wind rukte en duwde en je kon niet even ergens naar kijken, want je zat meteen op de verkeerde weghelft en dat vinden de tegenliggers nooit fijn. Omdat we snelwegen altijd mijden, reden we ook nu een paar honderd mijl over een tweebaansweg, ver van de bewoonde wereld. Dat is voor auto’s altijd moeilijk inhalen, dus hadden we altijd vrij uitzicht. Als ik dan in de spiegel keek naar de weg achter ons, zag ik iedere keer een lange sliert auto’s waarvan de bestuurders me waarschijnlijk vervloekten.
Vanuit Nevada reden we Arizona binnen. Om na een poosje Utah in te rijden, waar het een uur later is en uiteindelijk kwamen we weer in Arizona terecht. Weer een uur vroeger dus. Arizona doet niet mee aan zomertijd. Dat is om het makkelijk te maken.

Onderweg kwamen we langs Colorado City. Een gehucht om verdrietig van te worden. We zijn er al eerder doorheen gereden. Wat daar is gebeurd weet ik niet, maar het is er vreselijk. Amper verharde wegen, een enkele keer een mooi huis, maar verder staat alles weg te rotten. Letterlijk, want bijna alles in Amerika is van hout gebouwd. Er staan huizen die niet af zijn, waar nooit iemand heeft gewoond en waar de gaten in de muren zitten. Er zijn ook huizen die wel bewoond zijn, maar zo verwaarloosd dat het gewoon bizar is. Paarden lopen los door de straten en er staan auto’s die compleet met onkruid en gras overwoekerd zijn. Een plek om je aan te vergapen maar ook huiverend weer snel te verlaten.

Het voordeel van een camper is, dat je overal even kan stoppen. Om te slapen, te eten of naar de wc te gaan.

Op een soort parkeerplek hebben we dan ook wat gegeten. Het landschap om ons heen was leeg, woest en het was niet moeilijk je voor te stellen dat hier dinosaurussen hebben gelopen. De wind was in sterkte toegenomen en op zo’n open vlakte merk je dat helemaal. Hij loeide en gilde naargeestig om de camper, die deinde op zijn wielen. Het klonk als het radeloze gehuil van verloren geesten, die niet snapten dat ze niet meer op deze wereld thuishoren. Die wanhopig op zoek zijn naar alles wat ze van hun leven hebben achtergelaten.

Verder gingen we, tussen het ene gehucht en het andere kan zomaar 70 kilometer liggen. Vanuit de verte kon je Utah nog zien liggen, waar het landschap zich kenmerkt met dieprode tinten. We reden langs prachtige gebergten, Vermillion Cliffs genoemd en aan de kleuren zag je waarom. Heuvels met weer andere kleuren, gelaagd en in gladde vormen. Je voelt je nietig in zo’n omgeving, immers, dit was er miljoenen jaren voor jou en zal er oneindig lang na jou nog steeds zijn.

Een van de dingen waaraan je de Indianenreservaten herkent zijn de wrakkige afdakjes waar ze allerlei souvenirs verkopen. Omdat het nog vroeg in het seizoen is, staan de meeste leeg. Waardoor ze nog armoediger overkomen in die prachtige, fascinerende omgeving. Terwijl de mensen zelf zo ontzettend in dit landschap thuishoren.
Onze camping was dit keer in Cameron, in ook weer een lege, barre omgeving. Het heeft nog even heel erg gewaaid, wat het extra knus maakt als je binnen zit in je huis op wielen. Maar geen internet, wat wel eens onhandig kan zijn als er echt iets moet gebeuren. Henrie is bij het hotel aan de overkant van de snelweg bij een hotelkamer gaan zitten op advies van iemand bij de balie. De volgende ochtend moest er weer iets gedaan worden en zouden we daar weer gaan zitten. Op een muurtje met de leuning van een trap als tafeltje. Het waaide, het had net gehageld en het was sterrevus koud. Toen we er aankwamen kwam er net een mevrouw met vuilzakjes de trap af. Die maakte daar dus schoon. Ik heb haar lief aangekeken en gevraagd of we even van één van de kamers gebruik mochten maken om even het internet op te kunnen. Wat geen probleem was. Dus zaten we aan een tafeltje in een warme kamer, wat een veel betere plek was.

Verder gingen we en hadden niet in de gaten dat het hier een uur later was. We waren nog steeds in Arizona, maar nu in een Indianenreservaat waar het dan weer wel een uur later is. Wat een gedoe!
We stapten een supermarkt binnen en toen we buiten kwamen lag er een lieve hond, nat van de regen en rood van de aarde, voor de deur te wachten. Een heel lief dier en ik kan alleen maar hopen dat hij van iemand was en niet op wat te eten lag te wachten. Want Indianen zijn niet leuk voor hun dieren. Paarden en koeien gaan doorgaans wel, niet altijd, maar honden… Hou op!

Zoals altijd blijf ik me verbazen over producten in supermarkten hier. Wat denk je van per stuk verpakte augurken?

Onderweg hebben we bij een Denny’s geluncht. Denny’s is een keten die door heel Amerika zit, waar je goed kunt eten tegen een zeer redelijke prijs. Behalve bij deze. Om te beginnen stond de muziek op danssterkte, hard dus. De muziekstijl zelf was ook niet echt om rustig bij te kunnen eten. Een tafeltje verder zaten twee Nederlandse gasten op een ADHD manier met elkaar te praten en die ene ging ineens bellen. “OPA, OPA! JE SPREEKT MET JOOST! MET JOOST! JA, WE WAREN VANOCHTEND IN ANTELOPE CANYON….” blablabla en toen ging hij zijn oma bellen. Ik bedoel, doe dit buiten en schreeuw niet de boel bij elkaar. Toen hij uitgeschreeuwd was zei hij tegen zijn maat: “Ik bel ze altijd op, ik heb ze al uit Rusland gebeld en Zuid-Amerika en me hier emme daar, blablabla” En even later: “Maar ik zeg gewoon u tegen ze, uit respect. Jij zegt jij, moet jij weten, maar ik…” Tien minuten later waren ze daar nog over bezig…
Ik zei al dat het eten goed is bij Denny’s. Maar deze keer was het waardeloos, zo ook de service. Ik denk dat dit de eerste keer is dat we in Amerika ergens hebben gegeten en dat we geen fooi hebben achtergelaten. Fooien zijn de belangrijkste inkomsten voor werknemers van restaurants, want die hebben een zeer laag salaris. Misschien had ik 25 cent achter moeten laten. Voor de moeite. Bij de kassa werd ons gevraagd of het allemaal in orde was geweest, waarop wij volmondig: ‘Nee’. zeiden. Die tante keek ons een poosje met openhangende mond aan en ging toen verder met haar werk. Over betrokkenheid gesproken.

We reden verder en vonden een plek op een camping in, voor mij de mooiste plek die er bestaat, Monument Valley. Morgen zullen we er ons weer aan vergapen en genieten…

Eén gedachte over “Relaxen in een bijna lege wereld”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s